Cambridge Cole, een Hackneyhengst als veredelaar van het Nederlandse tuigpaard

Dit overzicht vormt een onderdeel van het relaas over Darley Arabian ox.
Cambridge Cole is via de vaderlijn een rechtstreekse afstammeling van Darley Arabian. Hij behoort daarbij tot de 21e generatie.

Cambridge Cole HSB 16154 / S 974 NHS pref (1971)


Cambridge Cole HSB (V. Walton Searchlight HSB) is een bruine hengst met een stokmaat van 164 cm. Hij is op 4 april 1971 geboren en hij is gefokt door J.P.C. Rinciman uit Thorpe in het graafschap Cambridge in Engeland.

De moeder van de hengst is de aansprekende, bruine merrie Cambridge Madge HSB (1963, V. Walton Diplomat HSB), die ook de moeder is van de hengst Hurstwood Romeo HSB (1983, V. Hurstwood Candidate HSB).

Tweede moeder is de zwarte Cambridge Starlight HSB (V. Ivor Prince HSB). Zij is ook de grootmoeder van de hengst Holypark What’s Wanted HSB/NHS (1968, V. Hurstwood Consul HSB) en de overgrootmoeder van de hengst Plain’s Liberator NHS (1996, V. Plain’s Black Satin NHS).

Omstreeks 1970 waren vele Nederlandse tuigpaarden inteeltproducten op de hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt). Daardoor zochten fokkers naar hengsten die voor de tuigpaardenfokkerij gebruikt zouden kunnen worden en vrij waren van Oregon bloed. De Hackney was daarvoor een mogelijkheid en om die reden waren ook de Hackneyhengsten Marfleet Raffles (V. Winestead Marmion HSB), Amarilla’s the Sorcerer (V. Black Magic of Nork HSB) en zijn zoon Brown’s Liberty Light NHS gebruikt.

Het gevaar bestond dat met de inbreng van Hackneyhengsten maat en massa verloren zou gaan. Anderzijds zouden hardheid, adel en knie-actie kunnen worden verbeterd.

Om een goede Hackneyhengst te kopen reisden de hengstenhouder en tuigpaardenliefhebber Gerrit van Manen uit Terschuur en de bekende tuigpaarden-rijder J.W. van Dijk uit Emmeloord begin 1973 naar Engeland, waar zij Cambridge Cole kochten.

Cambridge Cole is in 1973 goedgekeurd door het Nederlandse Hackney Stamboek en in 1974 erkend door het KWPN.
In 1977 heeft het KWPN een groep nakomelingen van de hengst beoordeeld. Gerapporteerd is dat het een voortreffelijke collectie betrof met veel klasse en een goede maat. De bewegingen van de nakomelingen zijn ruim, soepel en in balans.

In 1981 heeft het KWPN de hengst het predikaat keur toegekend. Door het stamboek is daarbij aangegeven dat tot de toekenning van het predicaat is overgegaan omdat Cambridge Cole er in is geslaagd om de factoren hardheid en adel aan zijn nakomelingen door te geven. Zijn zoon Renovo (1975) heeft furore gemaakt bij het verrichtingsonderzoek en in het kampioenschap dekhengsten in tuig. Bovendien hebben vele nakomelingen van Cambridge Cole goed gepresteerd op keuringen en in tuigpaardwedstrijden.

Omdat Cambridge Cole in hoge mate de tuigpaardenfokkerij positief heeft beïnvloed is in 1989 het preferentschap aan hem toegekend.

In 2000 is de hengst wegens ouderdom niet meer ter dekking gesteld en was er alleen nog diepvriessperma van hem beschikbaar. In mei 2001 is hij overleden.

Het aantal door Cambridge Cole gedekte merries en het aantal door het KWPN van hem geregistreerde veulens is niet geheel duidelijk. Het KWPN heeft bij het overlijden van Cambridge Cole gepubliceerd dat hij 1123 merries heeft gedekt en dat er 812 veulens van hem zijn geregistreerd.

Volgens de KWPN hengstendatabase zijn er 321 hengstveulens en 435 merrieveulens van hem geregistreerd. Van de merries zijn er 268 opgenomen in het stamboek, 68 merries zijn stermerrie geworden en 49 zijn keurmerrie geworden. Dertien dochters van Cambridge Cole zijn preferent geworden.

Het KWPN heeft van Cambridge Cole acht zonen goedgekeurd en ingeschreven in het stamboek, te weten Renovo (1975), Royaal (1975), Video (1979), Vizier (1979), Vulcaan (1979), Alchimist (1982), Alpinist (1982) en Inderdaad (1990). Daarnaast heeft het Nederlands Hackney Stamboek zijn zoon Excellent van Herpen (1976) goedgekeurd voor de fokkerij.
De zonen Raket (1975, MV. Gloriant Sgldt), Respect (1975, MV. Zodiac Sgldt), Vaandrager (1979, MV. Hugo KWPN), Vocalist (1979, MV. Commandant Sgldt), Winnetou (1980, MV. Gloriant Sgldt), Geronimo (1988, MV. Statuur KWPN), Ibis (1990, MV. Statuur KWPN), Jasper (1991, MV. Hoogheid Sgldt), Omega (1997, MV. Waarborg KWPN) en Titan (2000, MV. Waarborg KWPN) zijn paardenwettelijk wel goedgekeurd voor de fokkerij, maar door een matige prestatie tijdens het verrichtingsonderzoek, veterinaire problemen of onvoldoende vruchtbaarheid niet in het stamboek ingeschreven.

Dochters van Cambridge Cole die een goedgekeurde zoon of kleinzoon hebben gebracht zijn:

a. Riana ster KWPN, 1975, MV. Gloriant Sgldt, is de moeder van de hengst Zwever KWPN (1981, V. Statuur KWPN);

b. Stormy ster KWPN, 1976, MV. Bizet Sgldt, is de moeder van de hengst Interessant KWPN (1990, V. Waterman KWPN);

c. Sabena, 1976 KWPN, MV. Hoogheid Sgldt, is de moeder van de hengst Bayard KWPN (1983, V. Tamboerijn KWPN);

d. Colinda keur KWPN, 1984. MV. Indiaan KWPN, is de moeder van de hengst Unieko KWPN (2001, V. Manno KWPN) en

e. Gilette, 1988 KWPN, MV. Strawinsky KWPN, is de grootmoeder van de hengst Emilano KWPN (2009, V. Manno KWPN).

In de tuigpaardensport succesvolle nakomelingen zijn:

a. Alfred B vb KWPN, ruin, 1979, M. Rozalita, MV. Hoogheid Sgldt, eigenaar/rijder Koos van de Bunt, is meervoudig Nederlands kampioen ereklasse tuigpaarden;

b. Vizier KWPN, goedgekeurde hengst, 1979, M. Philaleen II, MV. Hoogheid Sgldt, is na zijn afkeuring gecastreerd en door Appie Miggelenbrink met succes uitgebracht in tuigpaardenwedstrijden. Daarna is hij vele jaren door Henk Botma uitgebracht in de ereklasse. Vervolgens heeft hij met Van de Meulengraaf een uitstap gemaakt naar regionale wedstrijden in het zuiden van Nederland. Daarna is Cor Erkel de nieuwe eigenaar van Vizier geworden en behoorde hij nog jaren tot de top van de ereklasse. In handen van schoondochter Esther Erkel is Vizier in 1995, 1997 en 1999. nationaal kampioen in het damesnummer geworden. Hij heeft een winsom van bijna € 35.000;

c. Irucole (sportnaam Just in Time) vb KWPN, ruin, 1990, M. Luroza keur pref KWPN, MV. Hoogheid Sgldt is in 1998, 2000 en 2001, gereden door Lambertus Huckriede, Nederlands kampioen ereklasse tuigpaarden geworden en in 1998, 2000, 2001 en 2004, gereden door Anneke Borkent, Nederlands kampioen tuigpaarden gereden door dames en

d. Make My Day vb KWPN, ruin, 1994, M. Gevira, MV. Uriant KWPN, die, gereden door Lambertus Huckriede, in 1998 Nederlands kampioen vierjarige tuigpaarden is geworden en in 1999 Nederlands kampioen vijfjarige tuigpaarden.

1. Renovo 245 Stb KWPN (1975)

De bruine hengst Renovo KWPN (V. Cambridge Cole NHS) heeft een stokmaat van 173 cm. Hij is geboren op 21 mei 1975 en is gefokt door S. van de Berg uit Gouda.
De moeder van Renovo is de bruine, ster preferente merrie Linda KWPN (1970, V. Humanist vb VLN). Volgens het moederrapport van het KWPN was Linda een zich onaangenaam gedragende merrie met een goede hals en voldoende lange nek; de schouder is tamelijk steil en de lendenen zijn matig sterk. Omdat de merrie kreupel was zijn haar bewegingen niet beoordeeld.
Linda’s moeder is de bruine, keur preferente Ivonne KWPN (1967, V. Baron Sgldt).
Renovo is daarmee vrij van Oregonbloed.

Renovo is door mevrouw Van Ginkel uit Otterlo en Jan Schep uit Schoonhoven gepresenteerd op de KWPN hengstenkeuring 1978. Daar is de hengst goedgekeurd en aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek, dat in 1978 voor het eerst in het Federatie Centrum in Ermelo werd uitgevoerd. Bij zijn aanwijzing is er sprake van een rijke verschijning met een mooi hoofd en een schitterende voorhand.
De eerste weken van het verrichtingsonderzoek was Renovo moeilijk hanteerbaar. Hij sloeg toen veel en spande zichzelf uit. Nadat hij verschillende keren onder het zadel was gereden werd hij gehoorzamer. Nadat hij zich eenmaal had onderworpen bleek hij een gehoorzame en zeer attente hengst met veel bereidheid om te werken. Als tuigpaard had hij enorme mogelijkheden.


Aan het onderzoek in 1978 is door elf hengsten begonnen en daarvan hebben er acht aan de eindbeoordeling deelgenomen. Tijdens het onderzoek is de verrichting van Renovo voor de showwagen gewaardeerd met een 9,5 en alle andere onderdelen van het onderzoek zijn gewaardeerd met een negen.
Hij beëindigde het onderzoek met het beste resultaat van alle deelnemende hengsten.
In 1980 heeft het KWPN een collectie veulens van hem beoordeeld. Daarbij is vastgesteld dat Renovo zijn naam (vernieuwer) eer aan doet en ook bij matige fokmerries verbeterend werkt. De veulens hadden voldoende statuur, een goede lange nek en een uitstekend drafmechanisme.


In 1986 is het keurpredikaat aan Renovo toegekend. In 1988 is hij preferent verklaard, omdat hij op niet mis te verstane wijze een stempel drukt op de Nederlandse tuigpaardenfokkerij en –sport. Vastgesteld is dat de bedoeling om met de introductie van het Hackneybloed de tuigpaardenpopulatie te verbeteren door Renovo geheel is waar gemaakt.

Hij heeft een index voor de aangespannen sport van 134 met een betrouwbaarheid van 97%. Op exterieurgebied verhoogd hij de stokmaat en vererft hij een strakke rug en lendenen.

In 2000 is Renovo tijdens het dekken van een merrie overleden.


Na het verrichtingsonderzoek is Renovo verkocht aan Henk van Tuyl uit Gameren. In zijn eerste jaren als fokhengst heeft de hengst op de dekstations Van Manen in Terschuur, Midden Nederland in Asch, HBC-stal in IJsselstein en Van Tuyl in Gameren gestaan. In 1985 is Renovo verkocht aan Berend van de Brink uit Oosterwolde, in het noordwesten van de provincie Gelderland. Vanaf 1986 heeft de hengst bij Van de Brink gestaan.


Renovo heeft 1629 merries gedekt en daaruit heeft het KWPN 1320 veulens geregistreerd, waaronder 640 merries. Van hen zijn er 420 als fokmerrie opgenomen in het stamboek, waaronder 141 stermerries en 122 keurmerries. Renovo heeft 59 preferente merries gebracht.

Van de zonen zijn Westvoorn (1980), Wilhelmus (1980), Zilverster (1981), Balmoral (1983), Cinovo (1984), Fabricius (1987), Ganges (1988), Gelviro (1988), Grenadier (1988), Hofmeester (1989), Impressionist (1990), Indigo (1990), Jonker (1991), Kolonel (1992), Milano 1994, Oase (1996) en Seinman (1999) als fokhengst opgenomen in het stamboek.

De zonen Zanovo (1981, MV Hidalgo Sgldt), Cicero (1984, MV. Proloog KWPN), Crescendo (1984, MV. Ornaat KWPN), Eddie (1986, MV. Oriant), Effectief (1986, MV. Hoogheid Sgldt), Ifrac (1990, MV. Proloog KWPN), Inspiration (1990, MV. Prins Oregon KWPN), Interessant (1990, MV. Positief KWPN), Jewandro (1991, MV. Proloog KWPN), NN (1992, MV. Triomfator KWPN), Neon (1995, MV. Droomwals KWPN) en Odijk (1996, MV. Donau KWPN) zijn wel aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek, maar dat heeft om één of andere reden niet geresulteerd tot goedkeuring voor de fokkerij en in een opname in het stamboek.

Achttien dochters van Renovo zijn moeder of grootmoeder van een goedgekeurde hengst geworden:

a. Aadroodnoot keur pref KWPN, 1982, MV. Maurits KWPN, is de moeder van degoedgekeurde broers Exponent KWPN (1986, V. Wouter), Fernando (1987) en Graaf Wouter (1988);

b. Arlina keur pref KWPN, 1982, MV. Koetsier KWPN, is de moeder van de hengst Orlando KWPN (1996, V. Unitas KWPN);

c. Bieni ster KWPN, 1983, MV. Roland Sgldt, is de moeder van de hengst Indurain KWPN (1990, V. Wouter KWPN);

d. Eriantha keur pref KWPN, 1986, MV. Monarch KWPN, is de moeder van de hengst Jackpot KWPN (1991, V. Exponent KWPN);

e. Florita keur pref sport KWPN, 1987, MV. Noran KWPN, is de grootmoeder van de hengst Reflex-M KWPN (1998, V. Larix KWPN);

f. Franciska keur pref KWPN, 1987, MV. Indiaan KWPN, is de moeder van de hengst Opgenoort KWPN (1996, V. Jochem KWPN);

g. Gradalina keur pref KWPN, 1988, MV. Strawinsky KWPN, is de grootmoeder van de hengst Whiskey HBC KWPN (2003, V. Reflex-M KWPN);

h. Heatasja keur pref KWPN, 1999, MV. Tamboerijn KWPN, is de moeder van de hengst Lorton KWPN (1993, V. Wouter KWPN);

i. Heldrini keur pref KWPN, 1999, MV. Proloog KWPN, is de grootmoeder van de hengst Crescendo HBC KWPN (2007, V. Wodka HBC KWPN);

j. Himone keur pref KWPN, 1989, MV. Ureterp KWPN, is de moeder van de hengst Vaandrager HBC KWPN (2002, V. Manno KWPN);

k. Izandra keur pref KWPN, 1990, MV. Proloog KWPN, is de grootmoeder van de hengst Cizandro KWPN (2007, V. Waldemar KWPN);

l. Joburga keur pref KWPN, 1991, MV. Waarborg KWPN, is de moeder van de hengst Saffraan KWPN (1999, V. Fabricius KWPN);

m. Julony ster pref KWPN, 1991, MV. Indiaan KWPN, is de moeder van de hengst Patijn KWPN (1997, V.Patijn KWPN);

n. Kamille ster KWPN, 1992, MV. Positief KWPN, is de grootmoeder van de hengst Ditisem KWPN (2008, V. Roy M KWPN);

o. Kimberly keur KWPN, 1992, MV. Proloog KWPN, is de moeder van de hengst Perfection KWPN (1997, V. Hofmeester KWPN);

p. Lony ster KWPN, 1993, MV. Indiaan KWPN, is de grootmoeder van de hengst Colonist KWPN (2007, V. Vulcano KWPN);

q. Niantha keur preferent KWPN, 1995, MV. Monarch KWPN, is de grootmoeder van de hengst Hermanus KWPN (2012, V. Patijn KWPN) en

r. Ochtendroos ster KWPN, 1996, MV. Noran KWPN, is de moeder van de hengst Tendens HBC (2000, V. Larix KWPN).

Renovo is in 1978, 1980, 1981, 1982, 1983, 1985 en 1986 tijdens de UTV-dagen in Utrecht kampioen van Nederland aangespannen dekhengsten geworden. De eerste keer werd hij gereden door Cees Damen uit Langbroek en de andere keren door Egbert Emmink uit Ruinerwold.

In 1997 is Renovo, samen met zijn vader Cambridge Cole, gekozen tot Paard van het Jaar.

Het aantal nakomelingen van Renovo dat nationaal kampioen in een keuring of een tuigpaardwedstrijd is geworden is enorm. Een, waarschijnlijk niet volledig, overzicht van de kampioenen is:

a. Wilarda keur pref prestatie KWPN, 1980, MV. Gloriant KWPN, nationaalkampioen driejarige tuigpaardmerries 1983;

b. Annova keur pref KWPN, 1982, MV. Gloriant KWPN, nationaal kampioen driejarige tuigpaardmerries 1985;

c. Aunita keur pref KWPN, 1982, MV. Oriant KWPN van H. en J.W. van Wessel uitZwartebroek, nationaal kampioen aangespannen fokmerries 1987;

d. Balmoral KWPN, 1983, MV. Hoogheid KWPN, nationaal kampioen aangespannen dekhengsten 1994;

e. Coteusi keur pref sport KWPN, 1984, MV. Monarch KWPN van Nico van Maaswaal uit ’t Goy, nationaal kampioen tweejarige merries 1986 en nationaal kampioen aangespannen fokmerries 1989;

f. Diantha keur pref KWPN, 1985, MV. Monarch KWPN van W. de Waal uit Montfoort, nationaal kampioen driejarige tuigpaardmerries 1988 en nationaal kampioen tuigpaardkeurmerries 1990;

g. Domburg (sportnaam Apollo L) vb KWPN, 1985, MV Prins Oregon KWPN van Van de Bunt uit Nijkerk, nationaal kampioen ereklasse tuigpaarden 1996;

h. Fabricius KWPN, 1987, MV. Proloog KWPN, kampioen driejarige hengsten 1990 en nationaal kampioen aangespannen dekhengsten 1992, 1993 en 1995;

i. Gracekelly keur KWPN, 1988, MV. Bonaparte KWPN, nationaal kampioen aangespannen fokmerries 1991;

j. Heatasja keur pref KWPN, 1989, MV. Tamboerijn KWPN, van Evert Fikse, Oldebroek, nationaal kampioen driejarige tuigpaardmerries 1992;

k. Ilona keur sport KWPN, 1990, MV. Wouter KWPN, nationaal kampioen tuigpaardkeurmerries 1995;

l. Ina keur pref sport KWPN, 1990, MV. Hoogheid KWPN, van J.T. Seinen uit Punthorst; nationaal kampioen driejarige tuigpaardmerries 1993, nationaal kampioen tuigpaardkeur- en elitemerries, nationaal kampioen aangespannen fokmerries 1996;

m. Jidono keur pref KWPN, 1991, MV. Wouter KWPN, van K. van Til uit Oostwold, nationaal kampioen tweejarige tuigpaardmerries 1993 en nationaal kampioen driejarige tuigpaardmerries 1994;

n. Jonker KWPN, 1991, MV. Wouter, van de HBC-stal in Boijl is nationaal kampioen aangespannen dekhengsten 1999;

o. Kolinda keur pref sport KWPN, 1992, MV. Oriant KWPN, van J. Tienkamp uit Norg, tuigpaard van het jaar in 2000 en nationaal kampioen aangespannen fokmerries 2001;

p. Kroonvorstin keur sport KWPN, 1992, MV. Nanno KWPN, van Jan Schep uit Schoonhoven. Kroonvorstin won in 1997 de KNHS-competitie en werd kampioen van de vijfjarige tuigpaarden. In 2000 won ze, in span met Orlando (V. Harald KWPN) de KNHS-competitie tweespannen en werd ze uitgeroepen tot KWPN tuigpaardfokmerrie van het jaar. Ook werd ze in 2000 Nederlands kampioen aangespannen fokmerries;

q. Landgraaf vb KWPN, 1993, MV. Waterman KWPN, van Jan Westenberg uit Hellendoorn is een succesvol ereklasse tuigpaard en in 2004 uitgeroepen tot tuigpaard van het jaar;

r. GSM Rintje vb KWPN, 1998, MV. Hendo KWPN, van G. Egberink en gereden door Lambertus Huckriede nationaal kampioen ereklasse tuigpaarden 1998. In 2009 samen met Unaniem (zie u.) nationaal kampioen tandem;

s. Sabrina keur KWPN,1999, MV. Waterman KWPN, van de HBC-stal in Boijl, gereden door Henk Hammers in 2002, 2003 en 2005 nationaal kampioen aangespannen fokmerries en in 2002, 2003, 2005 en 2008 uitgeroepen tot topsportmerrie;

t. Tina KWPN, 2000, MV. Fortissimo KWPN van Erin Lacroix (VS) is in 2002 nationaal kampioen bij de tweejarige tuigpaarden geworden en

u. Udonis (sportnaam Unaniem) vb KWPN, 2001, MV. Waterman van stal Huckriede uit Enschede is nationaal kampioen ereklasse tuigpaarden 2010, 2011 en 2012. In 2010 en 2012 is Unaniem, gereden door Anneke Huckriede, nationaal kampioen tuigpaarden gereden door dames geworden. In 2009 is Unaniem, samen met GSM Rintje, nationaal kampioen tandem geworden en in 2011 is, samen met Business, het kampioenschap tweespannen behaald en. Unaniem is in 2010 uitgeroepen tot tuigpaard van het jaar. Later is de ruin verkocht aan E. Raeven uit Noorbeek. Tot en met augustus 2015 heeft hij 644 winstpunten behaald.

Volgens gegevens van de Duitse Hippische Sportbond hebben 26 nakomelingen van Renovo in Duitsland in totaal € 21.899 aan prijzengeld gewonnen. Het meest winnende paard van die 26 is de bruine ruin Optimist O (sportnaam Nico) KWPN (1996, MV. Bariton KWPN), die gefokt is door gebroeders Oldenburger uit Peize. De ruin heeft tot en met april 2015 € 4.659 gewonnen in menwedstrijden.

1.1. Westvoorn 80.08579 Stb KWPN

Westvoorn KWPN (V. Renovo KWPN) is een bruine hengst met een stokmaat van 170 cm. Hij is geboren op 22 mei 1980 en is gefokt door E. van de Wijngaart uit Rockanje, dat in het westen van het Zuid-Hollandse eiland Voorne ligt.
De moeder van Westvoorn is de bruine keurmerrie Rolanda KWPN (1975,V. Nabob vb KWPN).
Tweede moeder is de Gelderse merrie Jiena KWPN (1968, V. Brigadier Sgldt).

In 1983 is Westvoorn op de KWPN hengstenkeuring in Utrecht aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek en is hij uitgeroepen tot kampioen van de driejarige tuigpaardhengsten en bovendien tot de hengst met de beste draf.
Het KWPN heeft na afloop van de keuring gepubliceerd dat de hengst veel kwaliteit, hardheid en maat heeft. Westvoorn heeft een lange nek en een mooi front.

Aan het verrichtingsonderzoek 1983 is door tien tuigpaardhengsten deelgenomen. De hengst Waterman (1980, V. Noran KWPN) kreeg de beste beoordeling en Westvoorn was een goede tweede.
In het onderzoekrapport valt te lezen dat Westvoorn een eerlijke, tamelijk brutale hengst is, die af en toe de baas wil spelen en dan flink moet worden aangepakt. Westvoorn heeft een krachtige achterhand en veel front. Hij heeft een goede draf met veel ruimte en balans en hij heeft zeer veel aanleg als tuigpaard.
De showwagenproef en het karakter van Westvoorn zijn gewaardeerd met een negen.

Na het verrichtingsonderzoek is Westvoorn voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het bedrijf van Bert van de Braak in Doornspijk.
In 1985 is een collectie veulens van Westvoorn beoordeeld. De veulens blijken matig ontwikkeld en komen te kort in type. De veulens zijn exterieurmatig zwaar onvoldoende en in beweging komen ze niet tot dragen. Op basis van de beoordeling voert het KNWP Westvoorn eind 1985 af als fokhengst.

Het KWPN heeft uit 93 dekkingen 75 veulens van de hengst geregistreerd. Het betreft 44 merrieveulens en 31 hengstveulens. Zestien merries zijn als fokmerrie opgenomen in het stamboek, waaronder drie stermerries en drie keurmerries. De keurmerrie Celanda KWPN (1984, MV. Hoogheid Sgldt) is preferent geworden.

In de fokkerij hebben de nakomelingen van Westvoorn geen grote rol gespeeld.

Zijn achterkleinzoon Atent vb KWPN (2005, V. Uromast KWPN) is aangewezen voor het verrichtingsonderzoek, maar heeft dat onderzoek niet succesvol afgerond.
Dochter Donette vb KWPN (1985) heeft twee nakomelingen gebracht die zijn uitgekomen in 135 cm springconcoursen.
De achterkleinzoon Gaston B NRPS (1994, V. Galant NRPS) is door de Spanjaard Pedro Gonzales Kuhn in 2005 uitgebracht in internationale jeugddressuur-wedstrijden, waardoor de ruin de 585e plaats op de WBFSH ranglijst 2005 in nam.


1.2. Wilhelmus 80.03475 Stb KWPN

De bruine hengst Wilhelmus KWPN (V. Renovo KWPN) is op 5 april 1980 geboren en heeft een stokmaat van 164 cm. Hij is gefokt door N. Hendrikx uit Ell, dat ten zuidoosten van Weert ligt.

De moeder van de hengst is de bruine, kroon preferente merrie Gemma Sgldt (1965, V. Oregon Sgldt). Gemma is op achttienjarige leeftijd, toen ze drachtig was van haar vijftiende veulen, beoordeeld. Ze had zich volgens de rapportage uitstekend bewaard, is hard en droog en heeft een zeer verdienstelijke carrière als tuigpaard.
Tweede moeder van Wilhelmus is de bruine Tieza Sgldt (1954, V. Nubier Sgldt).

Met vader Renovo en grootvader Oregon voert Wilhelmus de twee grootste stempelhengsten in de tuigpaardenfokkerij in zijn pedigree.

Wilhelmus is aangekocht door Jan Schep uit Schoonhoven en die heeft de hengst gepresenteerd op de KWPN-hengstenkeuring 1983. Daar is de hengst aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.
Over het exterieur van Wilhelmus is door het stamboek meegedeeld dat hij een correct model heeft met veel ras en kwaliteit.

Tijdens het verrichtingsonderzoek blijkt dat Wilhelmus een gewillige, vriendelijke hengst is die snel gespannen is. Hij komt pas tot goede prestaties als hij volledig op zijn gemak is. Zijn stap is kort en zijn draf is wisselvallig; soms mooi, krachtig en in balans en soms te kort. Opvallend is dat tijdens het onderzoek bij het aandoen van het hoofdstel vrijwel altijd een praam moet worden gebruikt.

Als tuigpaard heeft hij ruim voldoende aanleg. Wilhelmus krijgt achten voor de draf, de menproef, de showwagenproef, het karakter en het trainingsgedrag.

Hij beëindigt het onderzoek na Waterman KWPN (1983, V. Noran KWPN), Westvoorn KWPN (zie 1.1.) en Wouter KWPN (1983, V. Proloog KWPN) op de vierde plaats van de tien hengsten die aan het onderzoek hebben deelgenomen.

Na het verrichtingsonderzoek bleek dat Wilhelmus veel te gespannen was om in tuigpaardwedstrijden goed te kunnen presteren.

In 1985 is een collectie veulens van Wilhelmus beoordeeld, waarbij is vastgesteld dat de veulens ras en kwaliteit hebben. Met behoud van de tuigpaardtypische elementen heeft de 25% Hackneybloed in Wilhelmus het nodige veredelende werk gedaan. De veulens hebben prima beenwerk en draven ruim en makkelijk.

Nadat Wilhelmus in 1990 een goedkeuringstermijn van drie jaren heeft gekregen, die in 1993 en 1996 is verlengd met opnieuw drie jaren, is hij in 1997 definitief goedgekeurd.

Op latere leeftijd is Wilhelmus verkocht aan Gert Hofs uit Westendorp, dat tussen Doetinchem en Varsseveld ligt en in maart 1999 is Wilhelmus wegens hoefproblemen afgevoerd.

Wilhelmus is in de jaren 1983 – 1999 op dekstations in IJsselstein, Marum, Galder, Lemele en Westendorp beschikbaar geweest voor de fokkerij.
Hij heeft voor de aangespannen sport een index van 111 met een betrouwbaarheid van 82%. Exterieurmatig vererft hij een strakke rug, goed beenwerk en een tamelijk weke kootstand.

Het KWPN heeft van Wilhelmus uit 561 dekkingen 171 hengstveulens en 179 merrieveulens geregistreerd. Van de merries zijn er 98 als fokmerrie opgenomen in het stamboek en daarvan hebben er 36 het sterpredicaat behaald en 23 zijn keurmerrie geworden. Twaalf dochters van de hengst zijn preferent geworden.

De zonen Gibraltar (1988), Goya (1988), Harmonie (1989) en Jongbloed (1991) zijn goedgekeurd als fokhengst, maar hebben in de fokkerij geen grote indruk achtergelaten.

Zijn zonen Henegouw KWPN (1989, MV. Marconi KWPN), Iwan (1990, MV. Oran KWPN) en Jasper (1991, MV. Oran KWPN) zijn aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek, maar hebben daar niet aan deelgenomen of het resultaat van het onderzoek was zodanig dat de hengst niet in het stamboek is opgenomen.

Vier dochters van Wilhelmus zijn de moeder of grootmoeder geworden van een voor de fokkerij goedgekeurde hengst, te weten:

a. Dereda keur pref KWPN, 1982, MV. Hoogheid Sgldt, van S. Daniëls uit Wageningen is de moeder van de hengsten Hilbert KWPN (1989, V. Proloog KWPN) en Pronkjuweel KWPN (1997, V. Jonker KWPN);

b. Fannie keur pref KWPN, 1987, Kroonprins KWPN, van de gebroeders Walravens uit Best is de moeder van de hengst Vikking KWPN (2002, V. Cinovo KWPN);

c. Freulalina keur pref KWPN, 1987, MV. Gloriant Sgldt, van S.A. Korevaar uit Wijngaarden is de grootmoeder van de hengst Tempelier KWPN (2000, V. Manno KWPN) en

d. Jeldine keur preferent KWPN, 1991, MV. Waarborg KWPN van Piet Lelieveld uit Leidschendam, is de moeder van de hengst Talos KWPN (2000, V. Manno KWPN) en de grootmoeder van de hengst Eebert KWPN (2009, V. Atleet KWPN

Van de nakomelingen heeft de vos ruin Heerde vb KWPN (1989, MV. Ureterp KWPN) een succesvolle carrière als concours tuigpaard opgebouwd. Hij is verschillende jaren door Cees Embregts uit Rijswijk, in de Neder Betuwe, uitgebracht in de ereklasse en behaalde daarin 299 winstpunten. In 2003 heeft de combinatie het nationaal kampioenklasse ereklasse tuigpaarden gewonnen.

1.2.1. Gibraltar 88.03518 Stb KWPN

Gibraltar KWPN (V. Wilhelmus KWPN) is een bruine hengst met een stokmaat van 168 cm. Hij is gefokt door Sijmen Korevaar uit Wijngaarden, dat bij Sliedrecht in de Alblasserwaard ligt.

De moeder van de hengst is de vruchtbare vos keurmerrie Wendalina KWPN (1980, V. Indiaan KWPN), die in de jaren 1984 – 2000 zestien veulens ter wereld bracht. In het moederrapport is vastgelegd dat Wendalina een langgelijnde, royaal ontwikkelde merrie is, die voldoende tuigtypisch is. In stap vertoont de merrie hanentred. De draf is achter goed, maar Wendalina zou meer knie-actie en oprichting in de voorhand mogen hebben.
Tweede moeder is de vos Rozalina keur preferent KWPN (1995, V. Jonker Oregon KWPN).

Gibraltar is aangekocht door Jan Schep uit Schoonhoven en die heeft de hengst voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring 1991.

Daar is hij aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Volgens het KWPN is Gibraltar een correct gebouwde hengst met ras en kwaliteit en met voldoende hals, die er evenwel iets meer op zou kunnen staan. Onduidelijk is of de laatste bijzin slaat op de hals van Gibraltar of op de hengst in zijn totaliteit.

In het verrichtingsonderzoek is Gibraltar de eerste weken nogal nerveus en gespannen. Later is dat verbeterd. Voor de showwagen laat hij goede tactvolle bewegingen zien. Hij heeft zeer veel aanleg als tuigpaard.
Aan het verrichtingsonderzoek in 1991 hebben negen tuigpaardhengsten deelgenomen, waarvan er zes het gehele onderzoek hebben voltooid. Daarvan heeft Gibraltar de hoogste waardering gehaald met negens voor de showwagenproef met hulpmiddelen, het stalgedrag en het trainingsrapport.

Na het verrichtingsonderzoek is Gibraltar op het dekstation H. & J. Wilting in Dalen in Drenthe komen te staan en vanaf 1993 heeft hij op het station van A.J. de Vries in Oldeholtpade in het zuidoosten van Friesland gedekt.

In 1993 is een groep veulens van hem beoordeeld. Daarbij is vastgesteld dat het goed ontwikkelde, tuigtypische veulens zijn, die in draf meer knieheffing zouden moeten tonen en meer terug zouden moeten komen in het front. De veulens zijn in type en beweging net voldoende om Gibraltar als fokhengst te handhaven.

De fokkers liepen niet erg warm voor de hengst, waardoor hij na het dekseizoen 1996 is gecastreerd.
In zes jaar heeft Gibraltar 128 dekkingen verricht. Daaruit heeft het KWPN 71 merrieveulens en 57 hengstveulens geregistreerd.

Twintig merries zijn als fokmerrie opgenomen in het stamboek en daarvan zijn er zeven stermerrie geworden en één keurmerrie. Aan twee merries is het preferentschap toegekend.
Geen van de zonen heeft de derde bezichtiging op een hengstkeuring behaald en geen van de nakomelingen is in de sport opgevallen.

In 2001 heeft het KWPN besloten de inmiddels gecastreerde hengst formeel op wacht te zetten, omdat zijn index voor de aangespannen sport met 85 erg laag is en hij op prestatiegebied sterk negatief scoort.


1.2.2. Goya 88.02548 Stb KWPN

De zilverappel bruine hengst Goya KWPN (V. Wilhelmus KPN) heeft een stokmaat van 163 cm. Hij is geboren op 19 april 1988 en is gefokt door gebroeders Van Dolder uit Stolwijk, dat in de Krimpenerwaard ligt.
Zijn moeder is de zilverappel vos Bilonka keur preferent KWPN (1983, V. Unitas KWPN)

Tweede moeder is de zilverappel vos Silonka KWPN (1976, V. Iregon KWPN).

Goya is door het KWPN omschreven als een edele hengst met veel ras en kwaliteit, die over een mooie hals beschikt en veel uitdrukking heeft in het hoofd. Zijn benen vertonen veel kwaliteit, maar de hengst zou iets tuigtypischer mogen zijn.

Goya is gekocht door Lau van Vliet uit IJsselstein en H. Foppen uit Zwartsluis en door het KWPN op de hengstenkeuring 1991 aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.
Tijdens dat onderzoek heeft Goya zich een vriendelijke goedgehumeurde hengst getoond, die de eerste weken veel allure had en tactvolle bewegingen. Daarna heeft hij een mindere periode gehad, maar tegen het einde van het onderzoek heeft hij zich weer verbeterd. Voor de showwagen zouden de bewegingen krachtiger mogen zijn. Goya presteert zonder hulpmiddelen beter dan met opzet en staartlepel. Als tuigpaard heeft hij ruim voldoende aanleg.
Aan het verrichtingsonderzoek in 1991 hebben negen tuigpaardhengsten deelgenomen, waarvan er zes het gehele onderzoek hebben voltooid.
In punten heeft Goya van genoemde zes hengsten de tweede plaats behaald, maar het verschil tussen de nummers twee en vijf is gering.

Na het verrichtingsonderzoek is Goya op het dekstation van Lau van Vlit in IJsselstein beschikbaar gesteld voor de fokkerij.

Op 12 september 1992 is Goya verongelukt.

Het KWPN heeft uit 105 dekkingen van Goya 46 hengstveulens en 27 merrieveulens geregistreerd. Negen dochters van Goya zijn als fokmerrie opgenomen in het stamboek en daarvan zijn er twee stermerrie geworden en één merrie is keurmerrie geworden.

Op grond van de prestaties van zijn nakomelingen heeft Goya een index van 95 voor de aangespannen sport. De betrouwbaarheid daarvan is met 40% erg laag.


1.2.3. Harmonie 89.06426 Stb KWPN

De bruine hengst Harmonie KWPN (V. Wilhelmus KWPN) heeft een stokmaat van 167 cm. Hij is op 10 mei 1989 geboren en is gefokt door M.J. van Doren uit Boekel in Noord Brabant.

De moeder van Harmonie is de keur preferente vosmerrie Osina KWPN (1973, V. Indiaan KWPN). Zij heeft dertien tuigpaardveulens gebracht en een veulen van de volbloed Kaiserstern xx, die is uitgegroeid tot een ruin die in Z2 dressuur is geklasseerd.
Over Osina heeft het KWPN gerapporteerd dat het een best ontwikkelde tuigtypische merrie is met een goed front. De schouder is goed gelegen en heeft voldoende lengte. Het achterbeen is wat klein gehoekt en de draf is ruim en krachtig, maar Osina zou meer knie-actie moeten vertonen.

Tweede moeder van Harmonie is de vosmerrie Lieza ster KWPN (1970, V. Zagreb Sgldt).

Harmonie is gekocht door Jan Schep uit Schoonhoven en Hendrik te Luggenhorst uit Beltrum en zij waren de eigenaren toen de hengst op de KWPN-hengstenkeuring 1992 werd aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.
Daarbij is gerapporteerd dat Harmonie een tuigtypische hengst is met ras en kwaliteit en met een opvallend goed front.

In het verrichtingsonderzoek in Ermelo toonde Harmonie zich een gehoorzame hengst die snel gespannen is. Bemerkingen zijn gemaakt over de matige buiging van het achterbeen en zijn wisselend presteren. Door zijn gespannenheid stelt Harmonie hoge eisen aan zijn rijder.

Aan het verrichtingsonderzoek 1992 is door dertien tuigpaardhengsten, een basishengst en een American Saddlebred hengst deelgenomen. Vier van hen hebben het onderzoek halverwege beëindigd. Onder de overige elf hengsten was geen echte uitblinker. De hengst Hovenier (1989, V. Zakerno KWPN) kreeg de hoogste waardering en Harmonie was een goede tweede.

Na het verrichtingsonderzoek is Harmonie terecht gekomen op het dekstation van Cees van Etten in het bij Breda gelegen Galder.

In 1993 heeft Harmonie deelgenomen aan de tuigpaardencompetitie en heeft daarin de vijfde plaats behaald.

In 1994 en 1996 is Harmonie niet alleen bij Van Etten, maar ook op het dekstation van A.Z. de Buck in Oostkapelle in Zeeland beschikbaar geweest.

In 1994 heeft het KWPN een collectie veulens van Harmonie beoordeeld. Gemeld is dat het goed ontwikkelde, sterk gebouwde, klassiek aandoende veulens met krachtige bewegingen betrof. De bewegingen van de veulens zouden meer ruimte en souplesse kunnen tonen.

Vanaf 1997 is Harmonie ter dekking gesteld op het dekstation van Jan Kers in Beesd.

In januari 1998 is de beoordeling van driejarige nakomelingen een jaar uitgesteld omdat van Harmonie minder dan tien nakomelingen op keuringen zijn beoordeeld.
Een jaar later is de beoordeling van drie- en vierjarige nakomelingen alsnog uitgevoerd en op grond daarvan is Harmonie als fokhengst gehandhaafd.

In maart 2000 hebben de eigenaren Cees van Etten en Gerrit Rotgans Harmonie verkocht naar de Verenigde Staten, waar hij zou worden ingezet in de fokkerij van American Saddlebreds. Hij is daar terecht gekomen op het bedrijf van Clarke en Karen Vesty in de staat Kentucky.

Wel is diepvriessperma in Nederland beschikbaar gebleven.

In januari 2002 heeft het KWPN het presteren van de nakomelingen van Harmonie opnieuw beoordeeld. Vastgesteld is dat zijn prestatie-index voor de aangespannen sport 94 bedraagt en dat is dermate laag dat Harmonie op wacht is gezet.

De eigenaar van Harmonie was het daar niet mee eens en heeft een herbeoordeling aangevraagd. De herkeuringscommissie zag echter geen aanleiding om terug te komen op de beslissing om Harmonie op wacht te zetten.

Uit 377 dekkingen van Harmonie heeft het KWPN 117 hengstveulens en 112 merrieveulens geregistreerd.

Van de hengstveulens zijn er in een later stadium vier aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Dat waren Mathieu KWPN (1994, MV. Wouter KWPN), O’Donder KWPN (1996, MV. Ahoy KWPN), Pandoerava KWPN (1997, MV. Wilhelmus KWPN) en Simonrava KWPN (1999, MV. Fabricius KWPN), maar geen van hen heeft het verrichtingsonderzoek voltooid en is daarna als fokhengst opgenomen in het stamboek.


Van de merries zijn er 35 als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Achttien van hen zijn stermerrie geworden en één merrie is bevorderd tot keurmerrie.

Van de nakomelingen heeft de ruin Tornado KWPN (2000, MV. Ahoy KWPN) deel uitgemaakt van het vierspan waarmee de Canadees Darryl Billing in 2010 heeft deelgenomen aan de World Equestrian Games in Lexington, Verenigde Staten. De andere drie paarden van het vierspan waren eveneens Nederlandse tuigpaarden van de hengsten Manno KWPN (2x) en Larix KWPN.

In de nationale tuigpaardenwedstrijden hebben de nakomelingen van Harmonie geen grote indruk achter gelaten.

1.2.4. Jongbloed 91.2932 Stb KWPN


Jongbloed KWPN (V. Wilhelmus KWPN) is een bruine hengst met een stokmaat van 160 cm. De hengst is geboren op 18 maart 1991 en is gefokt door A. van Helmond uit Made, dat ten noorden van Breda in Noord Brabant ligt.

Jongbloed is een royaal ontwikkelde hengst die goed in het tuigtype staat.

De moeder van Jongbloed is de bruine, keur preferente merrie Valitha KWPN (1979, V. Noran KWPN), die ook de moeder is van de concourstuigpaarden Centerfold KWPN (1984, V. Renovo KWPN) van Cor van Dijk en later Ruurd Botma, Jongbloed KWPN (1985, V. Renovo KWPN) van Egbert Emmink en later Cees Embregts en van Florita keur preferent sport KWPN (1987, V. Renovo KWPN) van stal Boelens uit Donderen.

Volgens het moederrapport is Valitha een fors ontwikkelde tuigtypische merrie met een krachtige draf. Haar croupe is recht en kort.

Tweede moeder is de bruine stermerrie Pouwline KWPN (1974, V. Gloriant Sgldt).

Jongbloed is nog onder zijn oorspronkelijke naam Jericho door Jan Schep uit Schoonhoven en Lau van Vliet uit IJsselstein op de KWPN-hengstenkeuring 1994 in ’s-Hertogenbosch gepresenteerd. Daar is hij aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek in Ermelo. Aangegeven is verder dat Jongbloed een royaal ontwikkelde hengst is die goed in het tuigtype staat.

In het verrichtingsonderzoek toont Jongbloed zich een eigenzinnige en wat terughoudende hengst, die niet te veel inzet heeft. Zijn draf is voldoende krachtig maar hij zou meer knie-actie moeten tonen. Voor de showwagen zou hij meer moet rijzen. Hij heeft voldoende tot ruim voldoende aanleg als tuigpaard.

Aan het verrichtingsonderzoek voor tuigpaarden 1994 is door elf hengsten deelgenomen. Vier daarvan zijn na afloop van het onderzoek opgenomen in het stamboek. De hengst met de hoogste waardering was Jochem (1991, V. Cinovo KWPN). Jongbloed was de minst presterende hengst die met succes de eindstreep van het onderzoek haalde.

Jongbloed was niet populair bij de fokkers. Na het verrichtingsonderzoek heeft hij in 1994 nog twee merries gedekt; in 1995 kreeg hij 30 merries aangeboden en in 1996 nog maar zes. Uit deze 40 dekkingen registreerde het KWPN 18 merrieveulens en 18 hengstveulen. Van de merrieveulens zijn er drie als fokmerrie opgenomen in het stamboek en daarvan is er één stermerrie geworden.

In oktober 1996 heeft eigenaar HBC-stal (Jan Schep) Jongbloed voor de mensport verkocht naar Frankrijk.

1.3. Zilverster 81.3934 Stb KWPN

De vos hengst Zilverster KWPN (V. Renovo KWPN) is geboren op 14 april 1981. Hij heeft een stokmaat van 171 cm en is gefokt door Sijmen Korevaar uit Wijngaarden, dat in de Alblasserwaard in Zuid Holland ligt.
De moeder van Zilverster is de donkere vos Tereda keur preferent KWPN (1977, V. Hoogheid Sgldt) en tweede moeder is de donkere vos Oreda ster KWPN (1973, V. Folio Sgldt).

De hengst is gekocht door J.M.J. van Arkel uit Kerk Avezaath en voorgesteld op de KWPN-hengstenkeuring in 1984.
Daar is Zilverster aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek in Ermelo.
Tijdens dat onderzoek blijkt Zilverster een vriendelijke, gehoorzame hengst die in het begin van het onderzoek matig presteerde maar daarna aanzienlijk verbeterde. De stap is kort met weinig schoudervrijheid en de draf zou krachtiger mogen zijn. Voor de showwagen laat hij redelijke prestaties zien. Zilverster heeft ruim voldoende aanleg als tuigpaard.
Aan het verrichtingsonderzoek is door acht tuigpaardhengsten deelgenomen. Twee hengsten hebben het onderzoek voortijdig beëindigd. De vierjarige Waarborg (1980, V. Proloog KWPN) behaalde de hoogste beoordeling en Zilverster was een duidelijke tweede. Beide hengsten zijn na afloop van het onderzoek in het stamboek opgenomen. Na een herkeuring is ook de hengst Zwever (1981, V. Statuur) nog in het stamboek opgenomen.

In 1985 en 1986 is Zilverster op het dekstation van Jan Brouwer in Marum beschikbaar gesteld voor de fokkerij.
In 1986 heeft het KWPN een groep van elf veulens van de hengst beoordeeld. Samengevat waren het goed ontwikkelde, voldoende tuigtypische veulens met een sterke beweging vanuit de achterhand. De veulens zouden in de voorhand meer kunnen rijzen.

Op basis van het afstammelingenonderzoek is Zilverster gehandhaafd voor de fokkerij.

Op basis van een beoordeling van en rapportage over de driejarige nakomelingen heeft het KWPN in 1989 besloten Zilverster voor de fokkerij te handhaven.

In 1987 en 1988 is de hengst beschikbaar geweest bij Driekus Vonk in Ochten/Lienden en in de jaren 1989 – 1991 bij Jan Jurrius in Vorden. De laatste jaren van zijn fokkerijcarrière heeft Zilverster op het bedrijf van H. van Essen in Vaassen gestaan.

In 1992 is Zilverster wegens onvruchtbaarheid gecastreerd.

Het KWPN heeft uit 345 dekkingen van Zilverster 117 hengstveulens en 126 merrieveulens geregistreerd.

De zonen Gaston KWPN (1988) en Hendo KWPN (1989) zijn goedgekeurd voor de fokkerij. Zijn zoon Lennard KWPN (1993, MV. Proloog KWPN) is aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek, maar dat heeft niet geresulteerd in toelating tot de fokkerij.

Zijn zoon Silvester KWPN (1993, MV. Indiaan KWPN) is door het Duitse ponystamboek Weser-Ems goedgekeurd voor de fokkerij, maar heeft voor zover bekend in de fokkerij geen invloed gehad.

Van de dochters van Zilverster zijn er later 88 door het KWPN als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Van hen zijn er 16 stermerrie en 17 keurmerrie geworden. Zes dochters van Zilverster zijn preferent geworden en twee merries zijn prestatiemerrie geworden.

Als fokhengst heeft Zilverster voor de aangespannen sport een index van 108 met een betrouwbaarheid van 72%, maar opvallende concourstuigpaarden heeft hij niet geleverd.
Uit de rapportages van het KWPN blijkt dat Zilverster de stokmaat vergroot en lage verzenen vererft.

In 1986 en 1988 heeft Zilverster deelgenomen aan de hengstencompetitie voor de showwagen. In 1988 heeft hij daarbij de vierde plaats behaald.

1.3.1. Gaston 88.00456 Stb KWPN

De zilverappel-vos hengst Gaston KWPN (V. Zilverster KWPN) is geboren op 7 maart 1988.
Hij heeft een stokmaat van 167 cm en is gefokt door M.J. Vermeulen uit Altforst, dat in het Land van Maas en Waal ligt.

De moeder van de hengst is de donkere vos Zamone keur preferent KWPN (1981, V. Statuur KWPN) en tweede moeder is de vos keurmerrie Mona KWPN (1971, V. Hoogheid Sgldt).

Gaston is op de hengstenkeuring 1991 in Utrecht voorgebracht door Gijs en Wout Rozendaal uit Putten. Daar is de hengst aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek in Ermelo. Het KWPN omschreef daarbij Gaston als een voldoende tuigtypische hengst met een iets rechte croupe en een gezonken middenstuk.
De deelname aan het verrichtingsonderzoek ging door onvoldoende spermakwaliteit van Gaston echter niet door. In 1992 is Gaston op de hengstenkeuring niet verder dan de tweede bezichtiging gekomen en daarna is hij uitgebracht in de tuigpaardensport, waarbij hij o.a. derde werd in de nieuwelingenklasse tijdens de UTV in Utrecht.

Gaston is in het najaar van 1992 gekocht door Jan Schep uit Schoonhoven en in 1993 opnieuw op de KWPN-hengstenkeuring gepresenteerd, waarbij Gaston voor de tweede keer voor deelname aan het verrichtingsonderzoek is aangewezen.

Tijdens het onderzoek pleegt Gaston enkele keren verzet als hij het werk te zwaar vindt. Zijn stap is niet erg krachtig. Zowel in stap als draf is de hengst soms onregelmatig. Later bleek dat die kreupelheid mogelijk veroorzaakt is door een abces in de rechter achterhoef. Voor de showwagen presteert hij met hulpmiddelen beter dan zonder. Hij heeft voldoende aanleg als tuigpaard.
Van de negen aan het onderzoek deelnemende hengsten zijn er na afloop acht opgenomen in het stamboek. De best scorende hengst was Impressionist KWPN (1990, V. Renovo KWPN). Gaston kon als vijfjarige niet erg imponeren en werd zevende.

In 1993 en 1994 heeft Gaston 85 merries gedekt. In 1995 zijn 44 veulens van hem door het KWPN geregistreerd en daarvan zijn er in het kader van het afstammelingenonderzoek in 1995 17 beoordeeld. Het bleek een uniforme collectie zeer tuigtypische, langgelijnde veulens met beste halzen, veel nek en matig gevormde hoofden. De veulens draafden met front, oprichting, ruimte en balans. Op grond van dat positieve resultaat is Gaston gehandhaafd als fokhengst.

Op oudere leeftijd bleken de nakomelingen van Gaston in doorsnee te veel tuigtypische eigenschappen te missen. Dat had tot gevolg dat de interesse van de fokkers om hun merrie door Gaston te laten dekken in 1996 en 1997 sterk afnam. De eigenaar heeft Gaston daarop in 1998 naar Engeland verkocht.

Uit 177 dekkingen heeft het KWPN 62 hengstveulens en 64 merrieveulens geregistreerd. Van de hengstveulens is de hengst Numan KWPN (1995, V. Batello KWPN) later voor deelname aan het verrichtingsonderzoek aangewezen, maar hij heeft dat niet kunnen voltooien met een opname als fokhengst in het stamboek. Wel is hij als concourspaard uitgekomen in de limietklasse.

Van de merrieveulens zijn er uiteindelijk 26 als fokmerrie opgenomen in het stamboek en van hen zijn er zes stermerrie geworden en drie keurmerrie. Eén merrie heeft het predicaat elite behaald.

De nakomelingen van Gaston hebben in de tuigpaardensport geen opvallende rol gespeeld.


1.3.2. Hendo 86.06797 Stb KWPN

Hendo KWPN (V. Zilverster KWPN) is een vos hengst met een stokmaat van 171 cm.
Hij is geboren op 5 mei 1989 en is gefokt door J. Kok uit Polsbroek, dat in de Lopikerwaard in de provincie Utrecht ligt.
De moeder van de hengst is de bruine, keur preferente merrie Ursula KWPN (1978, V. Proloog KWPN). Zij is volgens het moederrapport een goed ontwikkelde, voldoende tuigtypische merrie met beste bewegingen. Ze heeft een lange rug en een korte, rechte croupe.
Tweede moeder is de stermerrie Petra KWPN (1974, V. Hoogheid Sgldt).


Hendo is opgefokt door Berend van de Brink uit Oosterwolde (Gld) en aangeboden op de KWPN-hengstenkeuring 1992. Daar is de hengst aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek en uitgeroepen tot de driejarige tuigpaardhengst met de beste draf. Verschillende bronnen melden dat Hendo op de hengstenkeuring tot kampioen is uitgeroepen, maar op de hengstenkeuring is Hendo alleen als hengst met de beste draf aangewezen.

Tijdens het verrichtingsonderzoek heeft Hendo in het begin een moeilijke mond en aanpassingsproblemen in het werk. De basisgangen zijn achter weinig krachtig en Hendo laat zich moeilijk verzameld rijden. Hij heeft matig tot voldoende aanleg als tuigpaard en heeft op stal weinig respect voor zijn verzorgers.
Aan het verrichtingsonderzoek 1992 is deelgenomen door dertien hengsten, waarvan er elf aan de eindbeoordeling hebben deelgenomen. De hengst Hovenier KWPN (V. Zakerno KWPN) kreeg de hoogste waardering. Hendo kreeg matige cijfers, o.a. een 5,5 voor zijn prestaties voor de showwagenproef met hulpmiddelen en eindigde op de zevende plaats.

Voor de hengstenkeuringscommissie van het KWPN was het onderzoekresultaat onvoldoende om de hengst in te schrijven in het stamboek.

Eigenaar Van de Brink was het niet met die beslissing eens en vroeg een herbeoordeling aan.
De herkeuringscommissie vond het model en met name het rijke front zeer aansprekend maar voor de showwagen zou het achterbeengebruik overtuigender moeten zijn, waarbij de kracht en onderbrenging voor verbetering vatbaar zijn. De herkeuringscommissie vond geen aanleiding om terug te komen op de beslissing van de keuringscommissie.
Eigenaar Van de Brink heeft vervolgens bij het toenmalige Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een keuring in beroep aangevraagd en op basis van de uitslag van die keuring in beroep heeft het KWPN de hengst alsnog ingeschreven in het stamboek. Van de Brink heeft de hengst vervolgens op zijn eigen bedrijf beschikbaar gesteld voor de fokkerij.

In 1994 zijn 17 veulens van Hendo beoordeeld. Het waren goed ontwikkelde, in stand voldoende tuigtypische veulens, die in beweging te kort schoten. Desondanks is Hendo gehandhaafd voor de fokkerij. Ook bij beoordelingen van de rapportages over de nakomelingen van Hendo in januari 1998 en januari 2002 is Hendo als fokhengst gehandhaafd.

In juli 2001 is Hendo via Marcel Ritsma verkocht aan Clark en Karen Vesty in La Grange, dat 30 km ten oosten van Louisville in Kentucky, Verenigde Staten ligt. Daar is Hendo in juli 2002 gestorven.

Het KWPN heeft uit circa 215 dekkingen door Hendo 165 veulens van hem geregistreerd. Van de 65 hengstveulens zijn de hengsten Lennard (1993, MV. Wouter KWPN) en Nico (1995, MV. Cambridge Cole NHS) aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek, maar zij hebben geen van beide het verrichtingsonderzoek met succes voltooid.

Bekende nakomelingen van Hendo zijn:

a. Madette ster KWPN, merrie, 1994, MV. Renovo KWPN, is de moeder van Rintje KWPN (1998, V. Renovo KWPN), die in 2008, gereden door Lambertus Huckriede, in Groningen nationaal kampioen ereklasse tuigpaarden en in 2009, samen met Unaniem KWPN (2001, V. Renovo KWPN), nationaal kampioen tandem is geworden;

b. Nelson vb KWPN, ruin, 1995, MV. Renovo KWPN, wordt door Alberd van Dijk uitgebracht in de limietklasse tuigaarden en heeft medio 2015 69 winstpunten;a.

c. Orlando B vb KWPN, ruin, 1996, MV. Indiaan KWPN, is onder de naam O. Hot Chocolate door Grete Püvi - Barake (EST) in de jaren 2010 – 2014 op Grand Prix dressuur niveau uitgebracht. Met een derde plaats in de GP dressuur in Warschau in 2011 behaalde ze haar beste resultaat. In 2015 is Charlotte Pärt (EST) met de ruin gestart in internationale dressuurwedstrijden voor young riders;

d. Pablo KWPN, hengst, 1997, MV. Renovo KWPN, wordt door Uilke Haarsma uitgebracht in de limietklasse tuigpaarden en heeft medio 2015 74 winstpunten en

e. Pimone KWPN, merrie, 1997, MV. Renovo KWPN, fokker B.v.d. Brink, Oosterwolde, won in 1999 het kampioenschap tweejarigen op de Nationale Tuigpaardendag in Ermelo.

Hendo heeft een index voor de aangespannen sport van 99 met een betrouwbaarheid van 72%. Uit de rapportages blijkt verder dat Hendo de stokmaat vergroot en een lange hals en een hoge schoft hebben.

1.4. Balmoral 83.0246 Stb KWPN

De bruine hengst Balmoral KWPN (V. Renovo KWPN) heeft een stokmaat van 166 cm.

Hij is op 11 februari 1983 geboren en is gefokt door H.J. van Wijk uit Harmelen en Stal Trio uit Utrecht.
De moeder van Balmoral is de keur, preferente vos merrie Sariette KWPN (1976, V. Hoogheid KWPN). Zij is volgens het moederrapport van het KWPN een voldoende tuigtypische merrie met veel ras en kwaliteit en goede breedte-diepte verhoudingen. Haar draf is ruim en gemakkelijk met een goede balans.
Tweede moeder is de Gelderse vos merrie Linda KWPN (1970, V. Erasmus Sgldt).

Balmoral is opgefokt door Lammert Geerligs uit Workum en op de KWPN-hengstenkeuring 1986 in Utrecht aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.

Balmoral heeft volgens het KWPN veel ras en kwaliteit en een zeer rijke voorhand. Hij mist iets de diepte en daarmee foktype.

In het verrichtingsonderzoek heeft Balmoral zich laten kennen als een speelse hengst die zeer attent en brutaal is. Hij is sensibel en stelt hoge eisen aan zijn rijder. De stap is voldoende en de draf is ruim en voldoende krachtig. Voor de showwagen heeft hij een mooie stelling en maakt hij een goed gebruik van zijn achterhand. Hij heeft zeer veel aanleg als tuigpaard.

Het trainingsrapport van Balmoral is met een negen gewaardeerd en zijn showwagenproef met een 8,5.
Aan het onderzoek is door zeven tuigpaardhengsten deelgenomen, waarvan er zes de eindbeoordeling hebben afgelegd. De hengst Bravour KWPN (1983, V. Unicum KWPN) behaalde de hoogste waardering en Balmoral kwam in punten op de vierde plaats.


In 1987 heeft Balmoral 33 merries gedekt en in 1998 zijn elf daaruit geboren veulens beoordeeld. De beoordeelde veulens bleken zowel in type als in ontwikkeling een heterogene groep te vormen, terwijl de moeders van de veulens doorgaans goede tuigtypische merries waren. De halzen van de veulens komen meestal diep uit de borst en de aansluiting van de hals op de schoft- en schouderpartij is niet vloeiend.
Omdat de hengst zeer wisselend fokt en de bewegingsvorm van de veulens onvoldoende tuigtypisch is, heeft het KWPN Balmoral afgewezen.

Ook bij de door eigenaar Geerligs aangevraagde herkeuring blijft de hengst afgewezen.

Balmoral is vervolgens door stal Geerligs met succes uitgebracht in de tuigpaardensport. De hengst heeft in de ereklasse 77 winstpunten behaald.

Daarna is Balmoral verkocht aan mevrouw M. Webster uit Davis in de Verenigde Staten. Zij heeft de hengst in 1992 op de KWPN-hengstenkeuring in Zuidlaren aangeboden en daarbij is hij opnieuw goedgekeurd.

Balmoral is vervolgens weer beschikbaar gesteld voor de fokkerij en is enkele keren van eigenaar gewisseld. Zo hebben achtereenvolgens Rob d’Aschard van Enschut uit Maasdijk, Driekus Vonk uit Lienden en H.G. Reilink uit Schalkhaar Balmoral op hun naam gehad.

De hengst is op 1 december 2005 aan een hartstilstand overleden.

Het KWPN heeft uit 486 dekkingen 335 veulens van Balmoral geregistreerd. Uit de 181 geregistreerde merrieveulens zijn 89 fokmerries geregistreerd. Van hen hebben 36 merries het sterpredicaat behaald en zijn er tien keurmerrie geworden. Vijf merries zijn preferent geworden en 1 merrie heeft het predicaat sport behaald.Balmoral’s zwarte dochter Landra ster preferent KWPN (1993, MV. Kroonprins KWPN) is de moeder van de goedgekeurde hengst Ulandro KWPN (2001, V. Manno KWPN).

Van Balmoral zijn 154 hengstveulens geregistreerd en van hen zijn er zeven aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek, maar om één of andere reden is geen van die hengsten na afloop van het verrichtingsonderzoek opgenomen in het stamboek.
De aangewezen hengsten zijn Goldfinger (1988, MV. Indiaan KWPN), Horal (1989, MV. Tango KWPN), NN (1994, MV. Nanno KWPN), Orlando (1996, MV. Fabricius KWPN), Otto (1996, MV. Indiaan KWPN), Palermo (1997, MV. Farao KWPN) en Ronaldo (1998, MV. Indiaan KWPN).

Van genoemde hengsten is Horal uitgebracht in tuigpaardwedstrijden in de ereklasse en daarna geëxporteerd naar de Verenigde Staten, waar hij door de Noord-Amerikaanse afdeling van het KWPN is goedgekeurd.

Volgens de gegevens van de Duitse Hippische Sportbond hebben zes nakomelingen van Balmoral in menwedstrijden in Duitsland samen € 8.928 gewonnen. Het meest winnende paard van die zes is de ruin Mon Jolie Coeur vb KWPN, die gefokt is door W. Poppeliers uit Bennekom. De ruin heeft € 4.145 gewonnen.

Balmoral heeft een index voor de aangespannen sport van 111 met een betrouwbaarheid van 82%. Uit de rapportages is voorts op te maken dat de hengst een hoge schoft en een goede draf met een lang zweefmoment vererft.


1.5. Cinovo 84.2726 Stb KWPN


Cinovo KWPN (V. Renovo KWPN) is een bruine hengst met een stokmaat van 168 cm. Hij is geboren op 24 april 1984 en gefokt door M.H.Th. Prinsen uit Ammerzoden en D.H.A.Uijl uit Heusden.

De moeder van Cinovo is de vosmerrie Udalburga keur KWPN (1978, V. Prins Oregon KWPN) en tweede moeder is de ster preferente vos Gudalburga Sgldt (1965, V. Bizet Sgldt).
Cinovo is een broer van het ereklasse tuigpaard Apollo (1985), dat in 1996 kampioen van Nederland is geworden.

Cinovo is opgefokt door de Elisabeth’s Hof van Henk van Tuyl in Gameren en is op de KWPN-hengstenkeuring 1987 in Utrecht gepresenteerd. De hengst is toen in de eerste bezichtiging al afgewezen en ook bij herkeuring niet goedgekeurd.

Op de hengstenkeuring 1988 is Cinovo wel aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Het KWPN heeft daarbij aangegeven dat Cinovo een goede schoft/schouderpartij heeft, maar dat zijn hals meer lengte zou kunnen hebben.

In het rapport van het verrichtingsonderzoek wordt Cinovo een vriendelijke, attente en strijdlustige hengst genoemd die zeer goed gebruik van zijn achterhand maakt. De draf heeft veel takt. Voor de showwagen toont de hengst veel schoudervrijheid en een goede knie-actie. Hij heeft zeer veel aanleg als tuigpaard.
Aan het verrichtingsonderzoek in 1988 is deelgenomen door drie vierjarige- en vijf driejarige hengsten. Aan de eindbeoordeling hebben twee vierjarige- en vier driejarige hengsten deelgenomen. De hengst met de hoogste beoordeling was Donau KWPN (1985, V. Wouter KWPN). Cinovo kreeg in totaal een half punt minder, maar kreeg de hoogste waardering (negen) voor de showwagenproef. Ook zijn karakter en stalgedrag zijn met een negen gewaardeerd.

In 1990 is een groep van 17 veulens van Cinovo, afkomstig uit 57 dekkingen, beoordeeld. Volgens de KWPN-rapportage waren het goed ontwikkelde tuigtypische veulens met opmerkelijk rijke halzen. De veulens vertonen in draf front, maar hun achterbeen gebruik zou overtuigender moeten zijn. Op basis van het onderzoek is Cinovo gehandhaafd als fokhengst,

In 1994 en 1998 is op basis van keurings- en wedstrijdinformatie van de nakomelingen besloten Cinovo voor de fokkerij te handhaven. In 2002 is hij definitief goedgekeurd en is het keurpredicaat aan hem toegekend.

Daarbij is aangegeven dat Cinovo nooit veel merries heeft gedekt en toch enkele voor de fokkerij goedgekeurde zonen heeft gebracht en een prominente plaats inneemt op de ranglijst van hengsten met de hoogste sportindex.

De keurhengst Cinovo is min of meer in vergetelheid gestorven. In 2008, 2009 en 2010 heeft het KWPN geen veulens meer van hem geregistreerd en in maart 2010 meldt het KWPN dat op verzoek van een fokker is uitgezocht waar Cinovo is gebleven. Uit dat onderzoek is gebleken dat Cinovo in de zomer van 2009 op 25-jarige leeftijd bij Jaap Bos in Wanswerd, in het noorden van Friesland, is overleden.

Het KWPN heeft van Cinovo uit 514 dekkingen 404 veulens geregistreerd, onderverdeeld in 193 merrieveulens en 211 hengstveulens.
Van de hengstveulens zijn er drie uitgegroeid tot een goedgekeurde hengst, te weten Jochem (1991), Joviaal (1991) en Vikking (2002).
In 1993 is zijn zoon Igor (1990, MV. Marconi KWPN) aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek, maar dat heeft niet geleid tot een opname van hem in het stamboek.

Van de 193 merrieveulens zijn er 68 uitgegroeid tot fokmerries die in het stamboek zijn opgenomen. Van hen zijn er 22 stermerrie en acht keurmerrie geworden. Twee merries zijn preferent geworden.

Cinovo heeft een index voor de aangespannen sport van 151 met een betrouwbaarheid van 77%.

Na het verrichtingsonderzoek in 1988 is Cinovo gekocht door de familie Van de Maat uit Houten en is daar tot en met 1998 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Daarna hebben D.J. Beijerinck en H. Wiggerts de hengst gekocht en die hebben hem vooral als concourspaard ingezet. De volgende eigenaar was Piet van Leeuwenburgh die Cinovo in 2000, als zeventienjarige, nog in wedstrijdverband heeft uitgebracht. In de loop van 2000 is Cinovo verkocht aan de heer Kwarten, die hem weer op het dekstation van de familie Van de Maat ter dekking stelde.

In oktober 2000 is Cinovo in handen gekomen van de Gebr. van Manen in Ede en die hebben hem vier jaar voor de fokkerij beschikbaar gesteld.

In de jaren 2005 – 2006 heeft de hengst op het dekstation van Harm Jan Veenstra in Boijl gestaan en uiteindelijk is hij terecht gekomen Bos in Wanswerd.

Cinovo is als tuigpaard uitgebracht in de ereklasse en was enkele keren tweede in het Nederlands kampioenschap aangespannen dekhengsten. Hij heeft een winsom van circa € 11.000.

De meest succesvolle nakomelingen van Cinovo zijn:

a. de ruin Horava vb KWPN (1989, MV. Wouter KWPN), waarmee Willem de Heul diverse regionale kampioenschappen heeft behaald. Horava heeft 338 winstpunten in de ereklasse tuigpaarden behaald en heeft een winsom van circa € 7.500 en

b. de ruin Ibassa vb KWPN (1990, MV. Proloog KWPN), waarmee de gebroeders Wagemans 180 punten hebben behaald in de limietklasse.

In Duitsland hebben zeven nakomelingen van Cinovo in totaal € 9.152 gewonnen in menwedstrijden.

1.5.1. Jochem 91.2824 Stb KWPN

De bruine hengst Jochem KWPN (V. Cinovo KWPN) is op 1 april 1991 geboren.
Hij heeft een stokmaat van 168 cm en is gefokt door B. de Lange en B.C. Laman uit Nieuw Lekkerland, dat in de Alblasserwaard ligt.
De moeder van de hengst is de keur preferente merrie Unika KWPN (1978, v. Noran KWPN) en tweede moeder is de zwartbruine veulenboekmerrie Onike KWPN (1973, V. Iregon KWPN).

Jochem is opgefokt door Jan Schep uit Schoonhoven en H. Poppen uit Zwartsluis. Op de KWPN-hengstenkeuring 1994 in ’s Hertogenbosch is Jochem aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Daarbij heeft het KWPN Jochem gekenschetst als een snittige, tuigtypische hengst met ras, die voldoende langgelijnd is. De hals is iets breed aangezet en het achterbeen is enigszins gebogen.

In het rapport van verrichtingsonderzoek wordt Jochem een eerlijke betrouwbare hengst genoemd, die zich goed laat bewerken. Zijn draf zou meer knie-actie mogen vertonen, maar voor de showwagen maakt de hengst zich deftig. Als tuigpaard heeft hij veel aanleg.

Jochem heeft in de jaren 1994 en 1995 op het station van Bert van de Brake in Doornspijk gestaan en in 1996 bij H. en J. Wilting in Wachtum.
Na het dekseizoen 1996 is Jochem door eigenaar Poppen verkocht naar Frankrijk. Daar is hij onder de naam Lunika geregistreerd.

De hengst heeft in Nederland in totaal 92 merries gedekt. Het KWPN heeft daaruit 30 hengstveulens en 30 merrieveulens geregistreerd.
Van de hengstveulens is de hengst Opgenoort KWPN (1996) goedgekeurd voor de fokkerij.

Van de merrieveulens zijn er dertien als fokmerrie opgenomen in het stamboek en van hen zijn er drie stermerrie en twee keurmerrie geworden. Eén dochter van Jochem heeft het predicaat preferent behaald.

Jochem heeft een index voor de aangespannen sport van 132 met een betrouwbaarheid van 59%.
Zijn meest succesvolle nakomeling is zijn zoon Opgenoort.

1.5.1.1. Opgenoort 96.02669 Stb KWPN

Opgenoort KWPN (V. Jochem KWPN) is een bruine tuigpaardhengst met een stokmaat van 169 cm. Hij is geboren op 12 april 1996 en is gefokt door Geert Eisen uit Schoonebeek.

De moeder van de hengst is de bruine, keur preferente merrie Franceska KWPN (1987, V. Renovo KWPN). Zij is een goed ontwikkelde en goed gebouwde merrie die allure toont. Bemerkingen op haar exterieur betreffen een kort en onderstandig voorbeen en voeten van matige kwaliteit. De merrie is door Piet Oldenburger uitgebracht in tuigpaardwedstrijden en heeft een winsom van circa € 3.000.

Franceska was een zeer vruchtbare merrie en kreeg zestien jaar op rij een veulen. Twee van die veulens hebben de tweede bezichtiging op de KWPN-hengstenkeuring gehaald en zijn daarna als tuigpaard in wedstrijdverband uitgebracht. Het gaat daarbij om San Franciska (1999, V. Lorton KWPN) en zijn broer Wervelwind KWPN (2003).

San Franciska is in de sport door Robbie en Chantal van Dijk uit Ambt Delden uitgebracht onder de naam Show me the Money en won als driejarige de KNHS-competitie. Na twee jaar rust wegens een gebroken sesambeentje is Show me the Money in 2005 KNHS kampioen openklasse categorie III geworden en won Chantal van Dijk met hem vier keer het KNHS kampioenschap enkelspan tuigpaarden gereden door dames. Robbie van Dijk won met Show me the Money vier keer de ereklasse tijdens de Hippiade, de nationale kampioenschappen van de KNHS. In totaal won Show me the Money 22 kampioenslinten.

Wervelwind wordt onder de naam Waltmann’s Wervelwind door Stefan Rozendaal uitgebracht in de limietklasse en heeft 45 winstpunten verzameld.

Tweede moeder van Opgenoort is de vos Tika ster KWPN (1977, V. Indiaan KWPN), die ook de moeder is van het tuigpaard Diplomaat VE (1988, V. Renovo KWPN) die 203 punten behaalde in de limietklasse.

Opgenoort is opgefokt door Jan Schep uit Schoonhoven en is op de KPWN-hengstenkeuring 1999 in ’s-Hertogenbosch aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Het KWPN heeft daarbij aangegeven dat Opgenoort een tuigtypische hengst met veel formaat.

In het verrichtingsonderzoek toont Opgenoort zich een eerlijke hengst met veel bereidheid om te werken. Hij is snel gespannen en vraagt een ervaren rijder. Voor de showwagen heeft hij een goede houding en zet de hals er goed op. Hij heeft veel ruimte in het voorbeen en voldoende knie-actie. Het achterbeengebruik is goed.

Aan de eindbeoordeling van het verrichtingsonderzoek 1999 hebben drie tuigpaardhengsten deelgenomen. Van die drie hengsten heeft Opgenoort, met een 7,5 voor de houding en verder allemaal achten, de hoogste beoordeling gekregen.

In 2000 heeft Opgenoort op het dekstation van Geert Hofs gestaan, waar hij 25 merries dekte. Van de daaruit geboren veulens zijn er in 2001 elf in het kader van het afstammelingenonderzoek door het KWPN beoordeeld. Volgens de KWPN-rapportage is het een uniforme groep matige tot voldoende ontwikkelde tuigtypische veulens. Het fundament van de veulens is fors ontwikkeld en heeft kwaliteit. De draf is goed van ruimte en de veulens zetten de hals er goed op.

Op basis van de bevindingen handhaaft het KWPN Opgenoort voor de fokkerij.

Volgens de regels van het KWPN zou er in 2005 een beoordeling van de driejarige nakomelingen hebben moeten plaatsvinden, maar omdat er minder dan tien nakomelingen op de diverse keuringen zijn beoordeeld, wordt die afstammelingen beoordeling een jaar uitgesteld.

Na het verrichtingsonderzoek in 1999 is Opgenoort als driejarige door Henk Hammers uitgebracht in de KNHS-competitie, waarin hij tweede is geworden.

Een jaar later is hij ook tweede geworden in de KWPN-hengstencompetitie.

Na een derde plaats in 2001 en een tweede plaats in 2002 heeft Opgenoort in 2003 in Utrecht het nationaal kampioenschap enkelspan voor dekhengsten gewonnen. In datzelfde jaar was tijdens de KWPN-hengstenkeuring ook al de Oregon-trofee gewonnen.

Ondanks zijn prima prestaties in tuigpaardwedstrijden (167 punten) staan de fokkers niet met hun merries voor Opgenoort in de rij. Eigenaar Schep heeft de hengst mede daardoor in het najaar van 2005 verkocht aan David Beachy, lid van de Amish gemeenschap, in Indiana, Verenigde Staten.

Opgenoort is begin 2010 overleden.

De hengst is in Nederland op de dekstations van de HBC-stal in Boijl (2000 – 2005), Hofs in Westendorp (2000), Wagenvoort in Vroomshoop (2001 en 2004) en Wilting in Wachtum (2002) beschikbaar voor de fokkerij geweest.

Het KWPN heeft van Opgenoort uit 86 dekkingen 34 hengstveulens en 33 merrieveulens geregistreerd.
Elf van de merrieveulens zijn uitgegroeid tot fokmerries die door het KWPN zijn opgenomen in het stamboek en zeven van hen zijn stermerrie geworden.
Van de 34 hengstveulens is de hengst Uniqua (2001, MV. Factor KWPN) aangewezen voor het verrichtingsonderzoek, maar dat heeft niet geleid tot een goedkeuring voor de fokkerij.

1.5.2. Joviaal 91.03780 Stb KWPN

De vos hengst Joviaal KWPN (V. Cinovo KWPN) heeft een stokmaat van 171 cm. Hij is geboren op 10 april 1991 en is gefokt door Harry Tonnaer uit Ysselsteyn in Limburg.
De moeder van Joviaal is de donkerbruine keurmerrie Dallerina KWPN (1985, V. Unicum KWPN), die ook de moeder is van de hengst Kapsones KWPN (1992, V. Fabricius KWPN), die is aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.
In het moederrapport van Joviaal wordt Dallerina een royale tuigtypische merrie genoemd met een goede rug, lendenen en croupe. De merrie heeft een sterke stap en draf, die met allure worden getoond.

Tweede moeder is de bruine Olga keur preferent KWPN (1973, V. Folio Sgldt), die ook de moeder is van het tuigpaard Romanus KWPN (V. Indiaan KWPN).

Joviaal is opgefokt door Hermannus Boelens uit Bunne en de gebroeders Van Manen uit Ede. De hengst is op de KWPN-hengstenkeuring 1994 in
’s-Hertogenbosch aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.
Over het exterieur van Joviaal heeft het KWPN gezegd dat het een royaal ontwikkelde, degelijk gebouwde, langgelijnde hengst is. Zijn hoofd zou edeler mogen zijn en zijn fundament is best ontwikkeld.

Tijdens het verrichtingsonderzoek komt Joviaal iets zwaarmoedig over. Zijn stap en draf zijn ruim. Voor de showwagen heeft hij voldoende looplust, maar zou hij meer moeten rijzen en meer moeten terugkomen in het front. Hij heeft ruim voldoende aanleg als tuigpaard.
Aan het verrichtingsonderzoek voor tuigpaarden 1994 is door elf hengsten deelgenomen. Vier daarvan zijn na afloop van het onderzoek opgenomen in het stamboek, waaronder Joviaal. In punten behaalde hij de derde plaats en kreeg achten voor de draf, het karakter, het stalgedrag en het trainingsrapport.

Na het verrichtingsonderzoek heeft Joviaal in 1994 nog 43 merries gedekt en in 1995 dekte hij 92 merries.
In 1996 zijn 15 veulens van hem beoordeeld en dat bleek volgens het KWPN een uniforme collectie voldoende ontwikkelde veulens die langer gelijnd zouden moeten zijn. De veulens draven met front, maar zouden zich meer moeten dragen en het voorbeen royaler moeten gebruiken.
Op basis van deze beoordeling is Joviaal gehandhaafd als fokhengst.

Omdat er eind 1998 minder dan tien driejarige nakomelingen op de keuringen waren beoordeeld is de afstammelingenbeoordeling van driejarige nakomelingen een jaar uitgesteld.

In januari 2000 heeft het KWPN de balans opgemaakt op basis van de van de drie- en vierjarige kinderen van Joviaal die op de diverse keuringen zijn beoordeeld en is meegedeeld dat Joviaal gehandhaafd blijft voor de fokkerij.

In 2003 heeft opnieuw een evaluatie van de fokprestaties van Joviaal plaats gevonden. Naar aanleiding daarvan heeft het KWPN meegedeeld dat Joviaal zelf matig in tuigpaardenwedstrijden heeft gepresteerd, maar dat zijn nakomelingen zowel op keuringen als in tuigpaardenwedstrijden ruim voldoende voor de dag komen. Op grond daarvan is Joviaal gehandhaafd voor de fokkerij.

In februari 2009 heeft de toenmalige eigenaar van Joviaal, Evert Ardesch uit Lemele, de hengst verkocht aan Jan Groeneveld en Eiso Diddens uit Oldenburg, Duitsland.

Joviaal is in Nederland voor de fokkerij beschikbaar geweest op de dekstations van
gebroeders Van Manen, Ede (1994 – 1998), Jan Kers, Beesd (1998, 2001), fam. Scheltens, Reusel (1998 – 2000), Schiphof & Wagenvoort, Vroomshoop (1999), P. Haytema, Heeg (2002 – 2005) en Evert Ardesch, Lemele (2006 – 2008).

Het KWPN heeft 130 hengstveulens en 136 merrieveulens van de hengst geregistreerd.

Van de hengstveulens is Nicolein vb KWPN (1995, MV. Waterman KWPN) op driejarige leeftijd aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek, maar dat heeft niet geleid tot een dekbrevet.

Van de merrieveulens zijn er 29 uitgegroeid tot een in het stamboek opgenomen fokmerrie. Van hen zijn er acht stermerrie geworden en twee keurmerrie. Twee dochters van Joviaal zijn preferent geworden.
Dochter Ninkie keur KWPN (1995, MV. Waterman KWPN) is de moeder van de door het KWPN goedgekeurde hengst Waldemar KWPN (2003, V. Patijn KWPN).

Het best presterende tuigpaard van Joviaal is het ereklassepaard Rinkier vb KWPN, (1998, MV. Waterman KWPN) van de familie Mulder, die 352 winstpunten heeft en in wedstrijdverband is gereden door Lambertus Huckriede en Jan Jordans.

Joviaal heeft een index voor de aangespannen sport van 130 met een betrouwbaarheid van 63 %. Uit het genetisch profiel blijkt dat het merendeel van zijn nakomelingen een lage schoft heeft.

In Duitsland is Joviaal in juni 2010 voor de fokkerij goedgekeurd door het Oostfriesche en Oud-Oldenburger stamboek.

Volgens de gegevens van de Duitse Hippische Sportbond hebben de nakomelingen van Joviaal, voor zover die in Duitsland zijn geregistreerd, in totaal € 24.094 gewonnen. Daarvan is € 23.570 gewonnen door de bruine ruin Joy (stamboeknaam Tarzan) (2000, MV. Bravour KWPN), die is gefokt door A. van Alphen uit Strijbeek.
Joy heeft van 2007 – 2013 onderdeel uitgemaakt van het vierspan waarmee de Duitser Christoph Sandmann heeft deelgenomen aan internationale vierspanwedstrijden. In 2010 en 2012 was Sandmann met zijn vierspan Duits kampioen, in 2010 heeft hij bij het wereldkampioenschap in Kentucky, Verenigde Staten, de vierde plaats behaald en in 2011 is hij bij het Europees kampioenschap in Breda ook vierde geworden. Daarnaast maakte Joy tegelijkertijd deel uit van het tweespan waarmee Carola Slater – Diener internationaal aan menwedstrijden deel heeft genomen. In 2011 werd ze Duits kampioen en later wereldkampioen tweespannen in Conty, Frankrijk, en in 2013 behaalde ze bij het wereldkampioen-schap in Topolicanky, Slowakije, de vierde plaats.

1.5.3. Vikking 02.04544 Stb KWPN

Vikking KWPN (V. Cinovo KWPN) is een bruine hengst met een stokmaat van 167 cm. De hengst is geboren op 12 mei 2002 en is gefokt door de gebroeders Walraven uit Best.

De moeder van Vikking is de keur preferente vosmerrie Fannie KWPN (1987, V. Wilhelmus KWPN), die ook de moeder is van de voor het verrichtingsonderzoek aangewezen hengst Pandoerava KWPN (1997, V. Harmonie KWPN) en het concourspaard Reykjavik KWPN (1998, V. Harmonie KWPN).

Volgens het KWPN-moederrapport is Fanny een voldoende ontwikkelde en voldoende tuigtypische merrie met uitstraling, die op achttienjarige leeftijd nog puntgaaf beenwerk heeft, Ze heeft een energieke stap en in draf een mooie oprichting, voldoende knie-actie en kracht.
Tweede moeder is de bruine, ster preferente Parlemoer KWPN (1974, V. Kroonprins KWPN), die ook de grootmoeder is van de hengst Uromast KWPN (2001, V. Manno KWPN).

Vikking is opgefokt door Robbie en Chantal van Dijk uit Odiliapeel en is op de KWPN-hengstenkeuring 2005 in ’s-Hertogenbosch aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Hij werd als vierde geplaatst in de kampioenskeuring.

Het KWPN heeft over Vikking meegedeeld dat hij een zeer tuigtypische hengst met een ruime belijning is die bot aan kwaliteit paart. De hals heeft lengte, een goede vorm en staat er voldoende op. De royale schouderpartij en de beste hoeven vallen op.

In het verrichtingsonderzoek in Ermelo toont Vikking zich een eerlijke, betrouwbare hengst die zich goed laat rijden. Voor de showwagen heeft Vikking veel houding en komt hij goed terug in het front. Hij heeft veel actie in het voorbeen en zet het voorbeen zeer ruim weg. Achter toont hij veel buiging en afdruk. Bovendien heeft hij een mooi zweefmoment. Vikking heeft veel tot zeer veel aanleg als tuigpaard.

Zijn verrichtingen zijn gewaardeerd met een negen voor de actie van het voorbeen en een 8,5 voor het zweefmoment, de looplust en het algemene beeld. In puntentotaal behaalde Vikking de tweede plaats achter Vulcano KWPN (2002, V. Manno KWPN).

Na het verrichtingsonderzoek is Vikking voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het dekstation van de gebroeders Van Manen in Ede en heeft daar in 2005 22 merries gedekt.

Van de daaruit geboren veulens heeft het KWPN er in 2006 in het kader van de afstammelingenkeuring tien beoordeeld.

Het betrof een uniforme collectie, matig tot voldoende ontwikkelde en matig tuigtypische veulens, die onvoldoende in het rechthoeksmodel staan. De veulens tonen in draf onvoldoende oprichting, de actie van het voorbeen is doorgaans onvoldoende en het achterbeen wordt traag ondergebracht.
Op basis van de beoordeling is Vikking op wacht gezet.

De eigenaren hebben Vikking daarop in februari 2007 gecastreerd en aansluitend als dressuurpaard verkocht aan Biljana Kullberg uit Bästad in het zuidwesten van Zweden.

Het KWPN heeft van Vikking 6 hengstveulens en 13 merrieveulens geregistreerd. Twee merrieveulens zijn uitgegroeid tot stamboekmerries en één van hen is stermerrie geworden.

De hengst heeft een index voor de aangespannen sport van 126 met een (lage) betrouwbaarheid van 39%. Uit de genetische rapportage blijkt voorts dat Vikking een steil achterbeen vererft.

1.6. Fabricius 87.2469 Stb KWPN

Voor een beschrijving van de hengst Fabricius KWPN en zijn nafok wordt verwezen naar een apart bestand Fabricius KWPN.

1.7. Ganges 88.5294 Stb KWPN

Ganges KWPN (V. Renovo KWPN) is een vos tuigpaardhengst met een stokmaat van 170 cm. Hij is op 28 april 1988 geboren en is gefokt door Reinder Tel uit Leek.

Bij zijn geboorte heeft de hengst de naam Goldfeet gekregen en later heeft het KWPN die naam gewijzigd in Ganges.

Ganges is een zeer tuigtypisch gebouwde hengst met een mooi front en kwaliteit.

Zijn moeder is de keur preferente vosmerrie Whony KWPN (1980, V. Indiaan KWPN). Zij heeft zes veulens gebracht die allen Renovo als vader hebben. Naast Ganges bracht ze ook de preferente merrie Elony KWPN (1986), de keur preferente merrie Ilony KWPN (1990) en de keurmerrie Jelony KWPN (1991).

Elony is de moeder van het succesvolle concourstuigpaard Jan Willem vb KWPN (1991, V. Droomwals KWPN) dat met rijder Jans Stevens 393 winstpunten behaalde. Een ander tuigpaard van Elony is de ruin Pelonist vb KWPN (1997, V. Kolonel KWPN), die met Peter Stevens 189 winstpunten behaalde en daarna in de internationale mensport is beland.

Tweede moeder van Ganges is de vosmerrie Lony ster preferent KWPN (1970, V. Hoogheid Sgldt).

Gerekend over acht generaties voert Ganges 25 % Hackney-bloed. In de eerste acht generaties van zijn stamboom komt de stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt), die grote invloed heeft gehad op de Nederlandse tuigpaardenfokkerij, slechts drie keer voor. Hij heeft een aandeel van 21,9 % in de bloedopbouw van Ganges. De hengst L’Invasion SF komt in de eerste acht generaties zes keer voor, maar zijn invloed op het genenpatroon van Ganges beperkt zich tot 8,6 %.

Ganges is, destijds nog onder zijn oorspronkelijke naam Goldfeet, in 1991 door Reinder Tel voorgesteld op de KWPN-hengstenkeuring in Utrecht. Daar is hij aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek en is hij reservekampioen geworden van de driejarige tuigpaardhengsten.

Tijdens het in Ermelo gehouden verrichtingsonderzoek blijkt Ganges een speelse, vriendelijke hengst te zijn, die tijdens het onderzoek losser in de houding is geworden en een beter achterbeengebruik heeft gekregen. De bewegingen van Ganges doen rijpaardachtig aan en de stap is, wegens gebrek aan ruimte, onvoldoende. Voor de showwagen maakt hij een mooi silhouet, maar is zijn draf te vlak. Het achterbeen zou meer mogen ondertreden. Ganges heeft plezier in het werk en heeft voldoende aanleg als tuigpaard.
De jury waardeert de prestaties van de hengst met negens voor karakter, stalgedrag en trainingsrapport, een acht voor de menproef en twee keer een 6,5 voor de showwagenproeven met en zonder hulpmiddelen. De stap wordt gewaardeerd met een 5,5.

Aan het verrichtingsonderzoek voor tuigpaarden is in 1991 is door negen hengsten deelgenomen, waarvan er drie het onderzoek na de tussenbeoordeling hebben beëindigd. Van de resterende zes hengsten kreeg Ganges de hoogste waardering voor de menproef. In totaal puntenaantal nam Ganges de derde plaats in. De tuigpaardhengst met de hoogste totaalwaardering was Gibraltar (1988, V. Wilhelmus KWPN, zie 1.2.1.).

Op basis van de onderzoekresultaten, en het gegeven dat het Renovo bloed ruimschoots in de KWPN-hengstenstapel aanwezig is, heeft de KWPN-hengstenkeuringscommissie besloten Ganges niet op te nemen in het stamboek. Een door Tel aangevraagde herkeuring leverde geen andere beslissing op.

In het voorjaar van 1992 heeft Tel bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een keuring in beroep aangevraagd. De rijkscommissie achtte het verantwoord om Ganges tot de fokkerij toe te laten, waarna op grond van bestaande afspraken tussen het ministerie en de erkende Nederlandse paarden- en ponystamboekorganisaties de hengst ook door het KWPN is geaccepteerd.

Omdat Ganges op de hengstenkeuring 1991 was aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek, was hij vanaf dat moment volgens de Paardenwet 1939 een goedgekeurde hengst. Daarom heeft Ganges, die in training was bij Jan Kers in Beesd, daar in 1991 al drie merries gedekt. In 1992 zijn 51 merries gedekt en van de daaruit geboren veulens heeft het KWPN er in het kader van het afstammelingenonderzoek in 1993 zeventien beoordeeld. Volgens de KWPN-rapportage betrof het een collectie goed ontwikkelde, met name in het front, tuigtechnisch gebouwde veulens, die in draf een wat wisselend beeld lieten zien.

In januari 1997 en januari 2001 is op basis van een beoordeling van keuringsrapporten van de nakomelingen van Ganges, besloten de hengst te handhaven voor de KWPN-fokkerij. Vanaf januari 2001 is Ganges daardoor volgens de KWPN-reglementen voor het leven goedgekeurd.

Ganges heeft tot en met 1998 op het dekstation van Jan Kers in Beesd gestaan. In 1999 heeft de HBC-stal de hengst gekocht en heeft Ganges op verschillende andere dekstations gestaan.

In 2006 is de hengst gekocht door Jan Reilink uit Schalkhaar en heeft daar tot en met 2015 ter dekking gestaan. Na het dekseizoen 2015 heeft zijn fokker hem terug gekocht om Ganges een rustige oude dag te geven. Hij is in februari 2019 gestorven.

Tot en met 2018 heeft het KWPN 347 hengstveulens en 307 merrieveulens van Ganges geregistreerd..

Van de zonen zijn Udo KWPN (2001) en Aron HBC (2005) goedgekeurd voor de fokkerij.
Van de dochters zijn er inmiddels 98 als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Van hen zijn er 41 stermerrie geworden en tien hebben het keurpredicaat behaald. Vier dochters van Ganges zijn preferent geworden.
Dochter Lianne keur KWPN, 1993, MV. Ureterp, fokker P. Oosterom uit Lopik, is de moeder van de goedgekeurde tuigpaardhengst Torino KWPN (2000, V. Jonker KWPN, zie 1.13.4.).

Medio 2015 heeft Ganges een sportindex van 136 met een betrouwbaarheid van 85 %.
Volgens het genetisch profiel komt bij veel nakomelingen van Ganges een Franse stand en/of een steil achterbeen voor.

Nakomelingen van Ganges die succesvol zijn geweest in de sport of op keuringen zijn:

a. Kalibra ster KWPN, 1992, ruin,MV. Rex KWPN, fokker C. Bassa, Beesd,eigenaar stal Wagemans, heeft 165 winstpunten in het enkelspan behaald;

b. Kimanta keur KWPN, merrie,1992, fokker J. Kers uit Beesd, is met rijder R.H. Veenstra op de Nationale Tuigpaardendag 1998 kampioen van de aangespannen fokmerries geworden. Een jaar later heeft de merrie metrijdster Sietske Veenstra in hetzelfde kampioenschap de tweede plaats bereikt. Kimanta is op de Nationale Tuigpaardendag uitgeroepen totTopsportmerrie. De merrie heeft 185 winstpunten behaald;

c. Landheer vb KWPN, ruin, 1993, MV. Natuur KWPN, fokker T. van Zessen uit Meerkerk, eigenaar Stal Durk Zwanenburg uit Joure, heeft 255 winstpunten behaald;

d.. Monte Video vb KWPN, 1994, MV. Waterman KWPN, fokker H.J. Klein Swormink uit Hartwerd, eigenaar Piet Reitsma uit Ureterp, heeft 280 winstpunten behaald;

e. Nero van de Rivelhof vb KWPN, ruin, 1995, MV. Excellent van Herpen NHS, fokker J. Vos uit Wijk en Aalburg, is in 2000 met rijder Johan Borkent de winnaar van de nationale nieuwelingencompetitie geworden. In 2005 heeft hij met rijder Henk Hammers het nationaal kampioenschap ereklasse gewonnen. In de jaren daarna is hij nog gereden door Leendert Veerman. Nero van de Rivelhof heeft 269 winstpunten behaald;

f. Nicoluise keur KWPN, merrie, 1995, MV. Bravour KWPN , fokker J. Kers uit Beesd, is in 2000 nationaal kampioen bij de keur- en elite merries geworden. Daarna is ze verkocht naar de Verenigde Staten;

g. Noram vb KWPN (sportnaam Noorman), hengst, 1995, MV. Balmoral KWPN, fokker S. Groen uit Tjalleberd, eigenaar Willem de Heul, is onder andere gereden door Egbert Emmink en heeft 241 winstpunten behaald;

h. Torpedo vb KWPN, hengst, 2000, MV. Fabricius KWPN, fokker B.G.C. Voorburg uit Bunschoten, eigenaren eerst stal Schep en daarna Leen Verhoeff, heeft 171 winstpunten behaald;

i. Wilfried vb KWPN, hengst, 2003, MV. Birkhouse Billy NHS, eigenaar W. Theunissen uit Escharen, heeft 112 winstpunten behaald;

j. Wonder vb KWPN, hengstMV. Manno KWPN,fokker Manege De Dollard in Winschoten, heeft met rijdster Renske van der Sluis 257 winstpunten behaald en

k. NN vb KWPN (sportnaam Zilver D), hengst, MV. Fabricius KWPN, fokker J. Maars Nierop, eigenaar J. Donck uit Doornspijk, heeft 233 winstpunten behaald.

In het databestand van de Duitse Hippische Sportbond staan tien nakomelingen van Ganges geregistreerd. Samen hebben die € 14.783 gewonnen.

De meest winnende nakomeling is Tornado B vb KWPN, hengst, 2000, MV. Edelman KWPN, fokker A.C. Burggraaff, die met de amazone Sascha Schreinemacher in de jaren 2005 - 2015 in Duitsland in diverse springconcoursen in de prijzen is gevallen. In 2015 is de combinatie voor het eerst in de klasse S gestart en in totaal heeft de combinatie 31 overwinningen behaald en € 10.103 gewonnen.

In het Franse databestand van SIRE is Ganges met dertien nakomelingen opgenomen. Van deze dertien nakomelingen zijn ook tien kinderen in het bestand opgenomen. Twee van de dertien nakomelingen zijn in Frankrijk uitgebracht in menwedstrijden.

1.7.1. Udo 01.05613 Stb KWPN

De vos tuigpaardhengst Udo KWPN (V. Ganges KWPN) heeft een stokmaat van 161 cm. Hij is geboren op 19 mei 2001 en is gefokt door A.C. van Middelaar uit Dalfsen.
Het KWPN heeft hem omschreven als een matig ontwikkelde hengst die langer gelijnd zou moeten zijn. Hij is ruim voldoende tuigtypisch. De hals staat er goed op maar mist lengte en de schoft is matig ontwikkeld. Het fundament van Udo heeft veel kwaliteit.

De moeder van Udo is de preferente vosmerrie Juliaroos KWPN (1991, V. Waterman KWPN). Zij is een matig ontwikkelde merrie met een stokmaat van 160 cm. Ze doet kortbenig aan. Haar nek en hals missen lengte en het achterbeen is sabelbenig. De stap is voldoende ruim en krachtig. Juliaroos maakt in draf voldoende front maar het voorbeen blijft in draf vlak en achter is de beweging wat traag.

Zij is ook de moeder van de hengst Norman vb KWPN (1995, V. Indurain KWPN), die is aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.

Tweede moeder is de bruine keurmerrie Fleurroos KWPN (1987, V. Waarborg KWPN).

Gerekend over acht generaties voert Udo 21,9 % Hackney-bloed. Dit aandeel wordt niet alleen ingebracht door Cambridge Cole NHS, maar ook door Brook Acres Silversul NHS en door Marfleet Raffles NHS.
De stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt in de eerste acht generaties van Udo twaalf keer voor. Zijn aandeel in de bloedopbouw van Udo bedraagt 24,2 %.

Udo is in 2004 door de HBC stal voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring en is in ’s-Hertogenbosch aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.
In het verrichtingsonderzoek presteert Udo ruim voldoende. Hij heeft veel bereidheid om te werken. Voor de showwagen toont hij ruim voldoende houding en zet hij de hals er goed op. Hij zou meer in het lichaam moeten rijzen. Het voorbeen heeft veel actie en veel ruimte. Het achterbeen heeft voldoende afdruk, maar zou actiever moeten zijn. Het zweefmoment is ruim voldoende. Udo heeft ruim voldoende aanleg als tuigpaard.

De verrichtingen van Udo zijn gewaardeerd met een 8,5 voor de actie van het voorbeen en een acht voor de looplust. Voor de overige onderdelen heeft Udo een zeven gekregen.

In 2004 zijn acht tuigpaardhengsten aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek en daarvan hebben er vier deelgenomen aan de eindbeoordeling. Drie hengsten zijn na afloop van het onderzoek opgenomen in het stamboek. Van die drie heeft Unieko KWPN (2001, V. Manno KWPN, zie 1.6.3.5.) de hoogste waardering gekregen. Udo bezette op puntentotaal de derde plaats.

Op basis van het resultaat van het verrichtingsonderzoek is Udo toegelaten tot de KWPN-fokkerij en ingeschreven in het stamboek.
Na afloop van het verrichtingsonderzoek heeft Udo in 2004 op het dekstation van de HBC-stal in Boijl 31 merries gedekt. Van de daaruit geboren veulens heeft het KWPN er tien aangewezen om in het kader van het afstammelingenonderzoek te worden beoordeeld. De eigenaar heeft daar nog drie andere veulens van Udo aan toegevoegd.
De beoordeelde veulens vormden een uniforme, doorgaans voldoende ontwikkelde, voldoende tuigtypische collectie. Bij diverse veulens is sprake van onderhals en komt de hals diep uit de borst. De schoft is matig van ontwikkeling en de schouder is vaak kort en steil. Verschillende veulens hebben een onderstandig voorbeen en/of een lang achterbeen. In draf is de actie van het voorbeen wisselend en de draf is niet erg krachtig.

Op basis van het beeld dat is opgedaan bij het afstammelingenonderzoek is Udo op wacht gezet.

Voor de HBC-stal kwam de beslissing dat Udo op wacht werd gezet onverwacht. Aangegeven is dat het afstammelingenonderzoek bedoeld is om ernstige erfelijke gebreken en onvoldoende ontwikkeling vroegtijdig te elimineren maar niet om het onderzoek in te zetten als een zwaar selectiemiddel.

Besloten is om Udo te castreren.

Het KWPN heeft 27 hengstveulens en 27 merrieveulens van Udo geregistreerd.

Van de merries zijn er negen als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Drie van hen zijn stermerrie geworden en één heeft het keurpredicaat behaald.

Udo heeft in 2015 een sportindex van 133 met een betrouwbaarheid van 60%.
Uit het genetisch profiel blijkt dat veel van de nakomelingen van Udo een Franse stand vertonen.

1.7.2. Aron HBC 528003 2005 03863 Stb KWPN

De tuigpaardhengst Aron HBC is een donkere vos met een stokmaat van 165 cm. Hij is geboren op 30 april 2005 en is gefokt door M.C.M. Houtepen uit Bavel.
Aon HBC is een zeer goed ontwikkelde hengst die goed in het tuigpaardtype staat. Hij heeft een sprekend hoofd en de hals staat er goed op. Aron HBC heeft een royale schoft- en schouderpartij en een sterke bovenlijn. Het voorbeen is goed van lengte en correct gesteld. Ook het achterbeen is correct gesteld en de hoeven zijn zeer goed ontwikkeld.

De moeder van de hengst is de bij het Nederlands Hackney Stamboek geregistreerde stermerrie Lady Sunrise (1997, V. Plains Superstition NHS).

Tweede moeder is de keurmerrie Tara NHS (1991, V. Plain’s Black Challenger NHS).

Aron HBC voert 62,5 % Hackney-bloed. In de eerste acht generaties van de pedigree van Aron HBC komt de stempelhengst Oregon Sgldt (V. Kurassier Sgldt) slechts drie keer voor. Het aandeel dat Oregon levert aan de bloedopbouw van Aron HBC bedraagt 10,9 %. Voor de noodzakelijke bloedspreiding binnen de tuigpaarden-fokkerij maakt Aron HBC dat tot een interessante hengst.

Aron HBC is door de HBC-stal voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring 2008 en daar is de hengst aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.
In het in Ermelo gehouden verrichtingsonderzoek is Aron HBC steeds beter gaan presteren. Hij heeft veel bereidheid om te werken. Voor de showwagen beweegt hij zich in zijn lijf goed opwaarts. Aron HBC heeft veel knie-actie en zet zijn voorbenen zeer ruim weg. De achterbenen worden goed gebogen terwijl de hengst de achterbenen in de loop van het onderzoek steeds beter is gaan onderbrengen. Aron HBC heeft zeer veel aanleg als tuigpaard.

Aan het verrichtingsonderzoek 2008 is deelgenomen door acht tuigpaardhengsten, waarvan er zeven aan de eindbeoordeling hebben deelgenomen.
De prestaties van Aron HBC tijdens het verrichtingsonderzoek zijn gewaardeerd met een 9 voor de actie van het voorbeen, 8,5 punten voor het zweefmoment, de looplust en het algehele beeld als tuigpaard, een acht voor de houding en een 7,5 voor het gebruik van het achterbeen.

In puntenaantal bereikte Aron HBC daarmee de vierde plaats.
Verrichtingskampioen 2008 is de hengst Atleet KWPN (2003, V. Patijn KWPN, zie 1.14.1.3.) geworden.

Het resultaat was voor Aron HBC voldoende om toegelaten te worden tot de fokkerij. Het KWPN heeft daarbij aangegeven dat verwacht mag worden dat Aron HBC de houding, het voorbeengebruik, het zweefmoment en de ontwikkeling van de hoeven zal kunnen verbeteren.

Na het verrichtingsonderzoek heeft de hengst in 2008 56 merries gedekt. Uit de daaruit geboren veulens heeft het KWPN er elf aangewezen voor deelname aan het afstammelingenonderzoek. De HBC-stal heeft daarnaast nog vijf extra veulens voor het afstammelingenonderzoek geselecteerd.

Volgens het KWPN betrof het een weinig uniforme, qua ontwikkeling wisselende collectie matig tot voldoende tuigtypische veulens. Het voorbeengebruik is ruim tot zeer ruim, maar zou doorgaans meer actie moeten tonen. Het achterbeen vertoont wel buiging, maar zou verder ondergebracht moeten worden. In draf zetten de veulens de hals er wel goed op maar zouden meer oprichting moeten tonen. De door de eigenaar geselecteerde veulens wisten meer te overtuigen dan de door het KWPN aangewezen veulens.

Op basis van het afstammelingenonderzoek blijft Aron HBC gehandhaafd voor de fokkerij. Aangegeven is dat de hengst merries nodig heeft die over formaat en een actief achterbeengebruik beschikken.

In januari 2014 heeft het KWPN de fokprestaties van Aron HBC op basis van de keuringsrapportages van zijn nakomelingen geëvalueerd. Op basis daarvan is Aron HBC op wacht gezet.

Het KWPN heeft tot en met 2014 van Aron HBC 61 hengstveulens en 72 merrieveulens geregistreerd. Veertien dochters zijn inmiddels als fokmerrie ingeschreven in het stamboek en onder hen zijn vier stermerries en een keurmerrie.

Medio 2015 heeft Aron HBC een sportindex van 131 met een betrouwbaarheid van 54 %. Volgens het genetisch profiel hebben vele nakomelingen van Aron HBC een hals die meer naar voren is gericht dan naar boven. Ook is er vaak sprake van een weke lendenpartij en van een hellend kruis. Gemiddeld scoren de nakomelingen van Aron HBC voor exterieur, beweging en algemene indruk lager dan de doorsnee KWPN-populatie.

Aron HBC is door Harry van de Middelaar uitgebracht in diverse tuigpaardwedstrijden.

In 2010 is in Lunteren het nationaal kampioenschap aangespannen dekhengsten gewonnen en op de Nationale Tuigpaardendag in Ermelo is de Manno Trofee gewonnen. Voorts is een tweede plaats behaald in de KNHS hengstencompetitie.

In 2011 is de KNHS-hengstencompetitie gewonnen en is voor de tweede keer de Manno Trofee gewonnen. In het nationaal kampioenschap voor aangespannen dekhengsten is de tweede plaats behaald.

In 2012 is de tweede plaats bereikt in de wedstrijden om het nationaal kampioenschap aangespannen dekhengsten, de Oregon trofee en de Manno trofee.

Na zijn fokkerijcarrière is Aron gecastreerd en in augustus 2014 verkocht aan Leo Wijkmans uit Elshout. Aron heeft tot en met juli 2015 86 winstpunten behaald.

In 2015 zijn er in Nederland nog geen nakomelingen van Aron HBC die grote successen hebben geboekt bij keuringen of in tuigpaardwedstrijden.

In Duitsland is één nakomeling van hem geregistreerd en in Frankrijk twee. Ook die hebben nog weinig successen geboekt.

1.8. Gelviro 88.2342 Stb KWPN

De bruine tuigpaardhengst Gelviro KWPN (V. Renovo KWPN) heeft een stokmaat van 168 cm. Hij is op 17 april 1988 geboren en is gefokt door H. Poppen uit Zwartsluis.
Gelviro is een goed ontwikkelde hengst, die in de croupe moderner mocht zijn. De hals komt wat diep uit de borst en de hoofd-halsverbinding zou fijner moeten zijn. Het rechtervoorbeen vertoont een Franse stand.

De moeder van Gelviro is de zwarte, keur preferente prestatiemerrie Melvira KWPN (1971, V. Iregon KWPN).
Melvira is een voldoende tuigtypisch gebouwde merrie met een stokmaat van 167 cm. Ze heeft een wat korte hals en ook de schoft en schouder zouden meer lengte moeten hebben. Op twintigjarige leeftijd had de merrie nog hard en droog beenwerk.

Als fokmerrie bracht ze naast Gelviro ook de goedgekeurde hengst Pygmalion KWPN (1974, V. Locomotief KWPN) en de concourstuigpaarden Drukwerk vb KWPN (1976, V. Navigator KWPN), Robbie T vb KWPN (1980, V. Nelson KWPN), Zwieber vb KWPN (1981, V. Strawinsky KWPN) en Ibus vb KWPN (1990, V. Renovo KWPN).

Tweede moeder is de schimmel Favira Sgldt (1964, V. Oregon Sgldt). Favira is via haar dochter Selvira keur preferent KWPN (1976, V. Navigator KWPN), de grootmoeder van de goedgekeurde hengst Batello KWPN (1983, V. Tourist KWPN).

Gelviro voert 25 % Hackney-bloed en 25 % Oregon-bloed. In de eerste acht generaties van Gelviro’s afstamming komt de stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) alleen twee keer als overgrootvader voor.

Fokker Poppen heeft Gelviro voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring 1991 in Utrecht. De hengst is daar aangewezen voor deelname aan het verrichtings-onderzoek.

In het in Ermelo uitgevoerde verrichtingsonderzoek blijkt Gelviro een eerlijke hengst die bij aankomst een rijke voedingstoestand had en met een gewicht van 580 kg de zwaarste van de negen tuigpaardhengsten was die in 1991 aan het verrichtings-onderzoek hebben deelgenomen. In de loop van het onderzoek, en nadat het stro in zijn box was vervangen door houtkrullen, is Gelviro opgedroogd. Hij heeft de neiging te veel op de voorhand te lopen. Gelviro heeft achter veel kracht, maar heeft er moeite mee om die kracht voor te verwerken. Voor de showwagen heeft hij een matige houding maar gebruikt hij zijn achterhand goed. Met het gebruik van hulpmiddelen verbetert het gebruik van het voorbeen. Hij geeft zijn rijder een tamelijk stug gevoel en moet met veel gevoel worden gereden. Als tuigpaard heeft hij voldoende aanleg.

De verrichtingen van Gelviro zijn gewaardeerd met een negen voor stalgedrag, een acht voor karakter en een 7,5 voor de stap. Voor de showwagenproeven met en zonder hulpmiddelen zijn zevens gegeven.

Van de zes hengsten die aan de eindbeoordeling hebben deelgenomen heeft Gelviro in puntentotaal de vijfde plaats behaald.

De hengst Gibraltar (1988, V. Wilhelmus KWPN, zie 1.2.1.) behaalde het hoogste puntentotaal.

Na afloop van het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN Gelviro ingeschreven in het stamboek en daarmee toegelaten tot de KWPN-fokkerij.

Na het verrichtingsonderzoek is Gelviro voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het dekstation van Thijs van Veen in Steenwijkerwold. In 1991 heeft hij twee merries gedekt en in 1992 22. Van de in 1993 geboren veulens heeft het KWPN er tien aangewezen voor het afstammelingenonderzoek en de fokker/eigenaar heeft daar nog vijf veulens aan toegevoegd. De beoordeelde veulens waren wisselend ontwikkeld en weinig tot voldoende tuigtypisch gebouwd. De veulens schoten in draf duidelijk te kort.

Op basis van het onderzoekresultaat is Gelviro na het dekseizoen 1993 afgekeurd.

Gelviro is daarna met succes uitgebracht in tuigpaardenwedstrijden. Hij heeft 182 winstpunten behaald en heeft een winsom van € 15.695. Zes van de geregistreerde veulens hebben in februari 1999 een winsom in tuigpaardwedstrijden behaald en met een sportindex van 160 neemt Gelviro op dat moment de vijfde plaats in op de ranglijst van tuigpaardhengsten met de hoogste sportindex. Ook op keuringen scoren de Gelviro-nakomelingen bovengemiddeld en daarom is de hengst in februari 1999 weer toegelaten tot de fokkerij. In januari 2001 is opnieuw een evaluatie uitgevoerd van de prestaties van de nakomelingen van Gelviro en op grond daarvan is hij definitief goedgekeurd.

In 2004 is Gelviro verkocht aan David Beachy uit Goshen in de Amerikaanse staat Indiana. Beachy heeft Gelviro in maart 2012 verkocht aan Edwin Martin van Highland Harness Horses in Dundalk, dat circa 100 km ten noorden van Toronto in de provincie Ontario in Canada ligt.

Tot en met 2014 heeft het KWPN 47 hengstveulens en 37 merrieveulens van Gelviro geregistreerd. Van de merries zijn er acht als fokmerrie in het stamboek opgenomen en van hen hebben vijf merries het sterpredicaat behaald en twee het keurpredicaat.

Het aantal nakomelingen van Gelviro in Noord Amerika, waar de hengst vooral gebruikt wordt door de Amish gemeenschap, is niet bekend.

De in de tuigpaardensport meest succesvolle nakomeling van Gelviro is de ruin Macho vb KWPN, 1994, MV. Tamboerijn KWPN, eigenaar J. van Tunen uit Heemskerk, die 291 winstpunten heeft behaald.

In het paardenbestand van de Duitse Hippische Sportbond komen vier nakomelingen van Gelviro voor. Medio 2015 hebben die samen € 21.796 gewonnen.
De twee meest winnende nakomelingen van Gelviro in Duitsland zijn:

a. Gento vb KWPN, ruin, 2000, MV. Farao KWPN, fokker Th. G. de Boer uit Hollum op het eiland Ameland. Gento is vanaf 2004 in Duitsland gebruikt voor menwedstrijden. In 2005 en 2006 is hij door Astrid Köppen (GER) uitgebracht in wedstrijden voor tweespannen, in 2007 door Norbert Stahl (GER) en in de jaren 2008 - 2013 door Carola Slater – Diener (GER).
Gento won met Carola Slater in 2011 het Kampioenschap van Duitsland tweespannen en het Wereldkampioenschap tweespannen in Conty (FRA).
In de jaren 2009 – 2012 heeft Gento deel uit gemaakt van het vierspan van de Duitser Christoph Sandmann. In 2009 en 2010 is het Kampioenschap vierspannen van Duitsland gewonnen en in 2012 maakte het vierspan van Sandmann deel uit van het Duitse team dat bij het Wereldkampioenschap Vierspannen in Riesenbeck (GER) tweede is geworden.
Gento heeft een winsom van € 18.853;

b. Cash vb KWPN, ruin, 2001, MV. Edelman KWPN, fokker M.C. de Groot uit Giessenburg. Cash is in 2007 door Michael Steigerwald (GER) in menwedstrijden voor tweespannen. In de eerste zes maanden van 2009 is Cash onderdeel geweest van het vierspan van de Duitser Christian Plücker. Daarna is Cash een jaar lang door Christoph Sandmann (GER) gebruikt in zijn vierspan en door Carola Slater – Diener (GER) in haar tweespan.

In de tweede helft van 2010 is Cash door Adolf Fischer (GER) ingespannen voor menwedstrijden voor tweespannen en in 2011 en 2012 heeft de ruin in het vierspan van Mareike Harm (GER) gelopen.
Cash heeft een winsom van € 2.779.

1.9. Grenadier 88.1034 Stb KWPN

Grenadier KWPN (V. Renovo KWPN) is een vos tuigpaardhengst met een stokmaat van 166 cm. Hij is geboren op 30 maart 1988 en is gefokt door G.C. Ammerlaan uit Delfgauw.
Grenadier is een goed gebouwde voldoende tuigtypische hengst waarvan het hoofd en de hoofd-halsaansluiting fijner zou kunnen zijn. Hij heeft hard beenwerk.

De moeder van Grenadier is de vos Colanda ster KWPN (1984, V. Triomfator KWPN) en tweede moeder is de vos stermerrie Wolanda KWPN (1980, V. Hoogheid Sgldt).

Grenadier voert 25 % Hackney-bloed. In de eerste acht generaties van de afstamming van de hengst spelen stempelhengsten als Oregon Sgldt, Baronet Sgldt, L’Invasion SF en Ceasar Sgrt een belangrijke rol. Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt vijf keer in de pedigree voor en levert een bijdrage van 19,5 % aan de bloedopbouw van Grenadier.

Grenadier is door J.L.Th. en V.C.J. van Beest uit Ochten en Appie Miggelenbrink uit Zelhem voorgesteld op de KWPN-hengstenkeuring 2001 in Utrecht. Daar is de hengst aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.Na de hengstenkeuring is Grenadier verkocht aan G.H. Hofs uit Westendorp.
In het verrichtingsonderzoek is Grenadier met een gewicht van 490 kg de lichtste van de negen tuigpaardhengsten die aan het onderzoek deelnemen.

Grenadier moet lang worden losgereden voordat hij tot goede prestaties komt. Hij heeft een moeilijke mond en heeft problemen met afbuigen. Voor de showwagen presteert hij zonder hulpmiddelen beter dan met hulpmiddelen. Grenadier heeft ruim voldoende aanleg als tuigpaard.

De prestaties van Grenadier tijdens het verrichtingsonderzoek zijn gewaardeerd met een negen voor het stalgedrag, een acht voor het karakter, een 7,5 voor de stap en een 6,5 voor de menproef. Voor de draf, de showwagenproeven met en zonder hulpmiddelen en het trainingsrapport is een zeven gegeven.

Van de zes hengsten die aan de eindbeoordeling hebben deelgenomen heeft Grenadier in puntentotaal de vierde plaats behaald. De hengst Gibraltar (1988, V. Wilhelmus KWPN, zie 1.2.1.) behaalde het hoogste puntentotaal.

Na afloop van het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN Grenadier ingeschreven in het stamboek en daarmee toegelaten tot de KWPN-fokkerij.

Grenadier is in 1992 en 1993 voor de fokkerij beschikbaar geweest op het dekstation van Jan Kers in Beesd.
In 1992 heeft de hengst 32 merries gedekt en uit de daaruit voortgekomen veulens heeft het KWPN er tien aangewezen voor het afstammelingenonderzoek. Eigenaar Hofs heeft daar nog zes veulens aan toegevoegd.
Volgens de KWPN-rapportage was het een zeer wisselende collectie, te weinig tuigtypisch gebouwde veulens die in draf duidelijk te kort schieten.
Op grond van het beeld dat is opgedaan bij het afstammelingenonderzoek is Grenadier afgekeurd als fokhengst.

Het KWPN heeft 19 hengstveulens en 17 merrieveulens van Grenadier geregistreerd. Vijf dochters zijn als fokmerrie opgenomen in het stamboek en drie van hen zijn stermerrie geworden.

Grenadier heeft een sportindex van 100 met een betrouwbaarheid van 52 %. Uit het genetisch profiel blijkt dat veel nakomelingen van Grenadier een strak verloop van de rug hebben.

Na zijn fokkerijcarrière is Grenadier uitgebracht als concourstuigpaard en heeft hij 80 winstpunten behaald. In het enkelspan heeft Grenadier een winsom van € 1.625.

1.10. Hofmeester 89.2131 Stb KWPN

De vos Hofmeester KWPN (V. Renovo KWPN) is een tuigpaardhengst met een stokmaat van 167 cm. Hij is geboren op 5 april 1989 en is gefokt door M.C.M. van der Salm uit Hazerswoude Rijndijk. Hij heeft bij zijn geboorte de naam Hairos A gekregen en het KWPN heeft enkele jaren later de naam Hofmeester aan hem toegewezen.
Het KWPN heeft de hengst omschreven als een langgelijnde tuigtypische hengst met een chique voorkomen.

De moeder van Hofmeester is de vos keurmerrie Anonja KWPN (11982, V. Tourist KWPN). Zij is een goed ontwikkelde merrie met een stokmaat van 165 cm. De merrie zou meer in het tuigpaardtype moeten staan. De nek zou langer moeten zijn en de hals is in de bovenlijn arm bespierd. De schouder is steil en de rug en lendenen zijn strak. De merrie draaft met voldoende ruimte maar zou meer knie-actie moeten tonen. De draf zou krachtiger moeten zijn. Gezien de omschrijving in het KWPN-moederrapport moet afgevraagd worden of het aan de merrie toegekende sterpredicaat wel terecht is geweest.
Tweede moeder is de keur preferente vosmerrie Unonja KWPN ( 1978, V. Natuur KWPN).

Gerekend over acht generaties voert Hofmeester 25 % Hackney-bloed. In de eerste acht generaties van zijn afstamming komt de stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) zes keer voor. Oregon levert een bijdrage van 15,6 % aan de bloedopbouw van Hofmeester.

Hofmeester is door L.J.M. Calis uit Huizen, A.J.R. Visser uit Werkhoven en R.M. Visser uit De Bilt voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring 1992 in Utrecht.

Daar is hij aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.
In het verrichtingsonderzoek in Ermelo toont Hofmeester een goed achterbeen gebruik. Voor de showwagen presteert hij zonder hulpmiddelen beter dan met hulpmiddelen. Hij wordt gespannen als hij in een hoog tempo wordt gereden. Hofmeester heeft matig tot voldoende aanleg als tuigpaard. Op stal heeft hij weinig respect voor zijn verzorgers.
De verrichtingen van de hengst zijn gewaardeerd met achten voor de draf, het karakter en het stalgedrag en een 7,5 voor de stap en de menproef. De showwagenproeven met en zonder hulpmiddelen en het trainingsrapport zijn gewaardeerd met zevens.
Op basis van het resultaat van het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN Hofmeester goedgekeurd en ingeschreven in het stamboek.

Aan het verrichtingsonderzoek 1992 is deelgenomen door dertien tuigpaardhengsten, een basishengst en een American Saddlebredhengst. Aan de eindbeoordeling is deelgenomen door tien tuigpaardhengsten en de American Saddlebredhengst.

In puntenaantal behaalde Hofmeester de derde plaats. Verrichtingskampioen is de hengst Hovenier KWPN (1989, V. Zakerno KWPN) geworden.

In 1993 is Hofmeester beschikbaar gesteld op het dekstation van Driekus Vonk in Lienden. Daar heeft hij negentien merries gedekt. Uit de daaruit voortgekomen veulens heeft het KWPN er in het kader van het afstammelingenonderzoek twaalf beoordeeld.
Volgens de KWPN-rapportage was het een groep goed ontwikkelde tuigtypische veulens met een goed front die een meer tuigtypische bewegingsvorm zouden moeten hebben. Het resultaat van het afstammelingenonderzoek was voldoende om Hofmeester te handhaven voor de fokkerij.

In januari 1998 zouden de fokprestaties van Hofmeester worden geëvalueerd op basis van de keuringsrapporten van zijn driejarige nakomelingen, maar omdat er te weinig nakomelingen van de hengst waren beoordeeld, is de evaluatie een jaar uitgesteld.

In januari 1999 heeft het KWPN op basis van de beoordeling van drie- en vierjarige nakomelingen van Hofmeester besloten de hengst te handhaven voor de fokkerij. Bij een volgende evaluatie in januari 2002 is Hofmeester definitief goedgekeurd voor de fokkerij.

Hofmeester is op een groot aantal dekstations beschikbaar geweest voor de fokkerij. Na in 1993 bij Vonk in Lienden te hebben gestaan heeft hij in 1994 op de dekstations van Calis in Huizen en Jurrius in Vorden gestaan en in 1995 bij Jurrius. In de jaren 1996 – 1998 is hij beschikbaar geweest op het station Klinkhamer in Grootschermer. In 1999 stond hij op het station van Wever in Wildervank, in 2000 bij Kers in Beesd, in 2001 en 2002 bij Schilder in Kampen en in 2003 en 2004 bij Schep in Boijl.

Na het dekseizoen 2004 is Hofmeester door zijn eigenaar Schep teruggetrokken uit de fokkerij.
Het KWPN heeft 74 hengstveulens en 73 merrieveulens van Hofmeester geregistreerd.

Van de zonen is Perfection KWPN (1997, MV. Renovo KWPN) goedgekeurd voor de fokkerij.

Van de dochters zijn er 31 als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Onder hen zijn 14 stermerries en vier keurmerries. Twee dochters hebben vanwege hun fokkerijprestaties het predicaat preferent ontvangen.

In 2015 heeft Hofmeester een sportindex van 117 met een betrouwbaarheid van 70%. Uit het genetisch profiel blijkt dat bij de nakomelingen van Hofmeester vaak een strakke rug en een bokbenige stand wordt waargenomen.

Hofmeester is verschillende keren uitgebracht in tuigpaardwedstrijden en heeft 80 winstpunten behaald.

Nakomelingen van hem die succesvol zijn geweest in de tuigpaardensport zijn:

a. Passe Partout ster vb KWPN, ruin, 1997, MV Proloog KWPN, eigenaar Bert Jan Calis uit Huizen, heeft 324 winstpunten behaald;

b. Radeska keur sport KWPN, merrie, 1998, MV. Wouter KWPN, eigenaar A.P. van Doorn uit Soest, rijdster Josefine van Zijtveld, heeft 123 winstpunten behaalden en

c. Althans vb vb KWPN (sportnaam Amaretto), ruin, 2005, MV.Lorton KWPN, eigenaar T. Blankendaal uit Zuidermeer, heeft 172 winstpunten behaald.

In het databestand van de Duitse Hippische Sportbond zijn drie nakomelingen van Hofmeester opgenomen. Samen hebben die € 167 gewonnen. In de Franse databanken staan eveneens drie nakomelingen van hem, maar die hebben geen winsom.

1.10.1. Perfection 97.00705 Stb KWPN

De vos tuigpaardhengst Perfection KWPN (V. Hofmeester KWPN) heeft een stokmaat van 168 cm. Hij is geboren op 15 maart 1997 en is gefokt door L.J.M. Calis uit Huizen.
Het KWPN heeft Perfection omschreven als een aansprekende langgelijnde hengst met veel uitstraling, die in draf zijn hals goed gebruikt. Hij draaft met tact en ontwikkelt daarbij voldoende actie en ruimte.

De moeder van Perfection is de vos keurmerrie Kimberley KWPN (1992, V. Renovo KWPN). Zij is een ruim voldoende ontwikkelde, tuigtypische merrie die wat bespiering in de bovenlijn mist. Kimberley heeft een ruime, actieve stap en een ruime, krachtige draf. In beweging maakt ze front. Ze is uitgebracht in tuigpaardenwedstrijden en heeft 43 winstpunten behaald.
Als fokmerrie bracht ze naast Perfection ook het tuigpaard Tideman vb KWPN, 2000, V. Immigrant KWPN, die 118 winstpunten heeft behaald.

Tweede moeder is de ster preferente vosmerrie Zafira KWPN (1981, V. Proloog KWPN).

Gerekend over acht generaties voert Perfection 25 % Hackney-bloed, waarvoor Renovo KWPN, die twee keer als grootvader van Perfection te boek staat, verantwoordelijk is. De stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt in de eerste achtgeneraties van de pedigree van Perfection tien keer voor. Perfection voert 17,2 % Oregon bloed.

Perfection is door Jan Schep voorgesteld op de KWPN-hengstenkeuring 2000 in

’s-Hertogenbosch en is daar aangewezen voor deelname aan het verrichtings-onderzoek.
In het verrichtingsonderzoek laat Perfection zich zien als een eerlijke, betrouwbare hengst met een moeilijke mond. Voor de showwagen heeft hij voldoende houding, maar zou hij de hals er meer op moeten zetten en meer moeten terugkomen in het front. Hij heeft ruim voldoende tot veel actie in het voorbeen. Het achterbeengebruik is ruim voldoende tot goed, met veel buiging en afdruk. Perfection heeft ruim voldoende aanleg als tuigpaard en geeft zijn rijder een goed gevoel.

De prestaties van Perfection in het onderzoek zijn gewaardeerd met achten voor de actie in het voorbeen en het gebruik van het achterbeen. Voor de looplust is een 7,5 toegekend en het zweefmoment en het algehele beeld als tuigpaard zijn gewaardeerd met een zeven. Voor zijn houding heeft Perfection een 6,5 gekregen.

De KWPN-hengstenkeuringscommissie besloot op basis van het onderzoekresultaat om Perfection niet goed te keuren voor de fokkerij.

Bij een door de eigenaar aangevraagde herkeuring besloot de herkeuringscommissie Perfection wel goed te keuren en in te schrijven in het stamboek.

Aan de eindbeoordeling van het verrichtingsonderzoek voor tuigpaarden in 2000 is deelgenomen door zes tuigpaardhengsten. In puntentotaal bereikte Perfection de vijfde plaats. Verrichtingskampioen is de hengst Patijn KWPN (1997, V. Kolonel KWPN, zie 1.14.1.) geworden.

Na het verrichtingsonderzoek is Perfection op het dekstation van Schep in Boijl beschikbaar gesteld voor de fokkerij.

Op de Utrechtse Paardendagen 2000 is hij uitgebracht in de nieuwelingenklasse en daar tot winnaar uitgeroepen.

In mei 2001 is de hengst aan de complicaties van een zakbreuk overleden.

Het KWPN heeft veertien hengstveulens en vijftien merrieveulens van Perfection geregistreerd. Van de dochters zijn er zes als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Onder hen bevinden zich drie stermerries en twee keurmerries.

In 2015 heeft Perfection een sportindex van 135 met een betrouwbaarheid van 55 %. Uit het genetisch profiel blijkt dat bij veel nakomelingen van Perfection een strak verloop van rug en lendenen en een hoge actie van het voorbeen wordt waargenomen.

Van zijn nakomelingen heeft de hengst Vizier J vb KWPN , 2002, MV Fabricius KWPN, eigenaar B. Schaap uit Slagharen, 91 winstpunten in tuigpaarden-wedstrijden behaald.

1.11. Impressionist 90.9216 Stb KWPN

Impressionist KWPN (V. Renovo KWPN) is een bruine tuigpaardhengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is op 9 juli 1990 geboren en is gefokt door Th.P.J. Jakobs uit Sevenum.
Impressionist is een moderne, langgelijnde hengst met ras en kwaliteit, een goede bovenbouw en voorzien van extra front.

De moeder van Impressionist is de bruine keur preferente merrie Thelma KWPN (1977, V. Marconi KWPN). Zij is volgens het KWPN moederrapport een merrie met een stokmaat van 164 cm. Ze heeft een goed foktype met breedte en diepte en een opvallend mooie hals. De merrie heeft goede tuigtypische bewegingen en goed hard beenwerk. Thelma is ook de moeder van de voor deelname aan het verrichtings-onderzoek aangewezen hengst Eregast vb KWPN (1986, V. Proloog KWPN).
Tweede moeder is Helma ster preferent Sgldt (1966, V. Adjudant Sgldt)

Impressionist voert via zijn vader 25 % Hackney-bloed. De andere 75 % is vooral afkomstig van oude Gelderse en Oldenburgse lijnen en van de Franse hengst L’Invasion SF. Opvallend is dat de grondlegger van de Nederlandse tuigpaardenfokkerij, de hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt), in de eerste acht generaties van de afstamming van Impressionist maar twee keer voor komt en dat Oregon maar voor 9,4% bijdraagt aan de bloedopbouw van Impressionist. Omdat ook het Hackney-aandeel niet overdreven groot is, maakt dat de hengst tot bijzonder interessant voor de bloedspreiding in de tuigpaardenfokkerij.

Impressionist is door Rob d’Achard van Enschut uit Maasdijk voorgebracht op de nakeuring van de KWPN-hengstenkeuring 1993 in Zwolle. Daar is hij aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek in Ermelo.
In het verrichtingsonderzoek blijkt dat Impressionist veel bereidheid heeft om te werken. Zijn draf is ruim, krachtig en tactvol. Voor de showwagen zet Impressionist de hals er goed op en toont hij een goed voorbeengebruik met veel ruimte en een goede knie-actie. Het achterbeen wordt goed ondergebracht, maar zou meer buiging moeten hebben. De hengst heeft zeer veel aanleg als tuigpaard.

De prestaties van Impressionist tijdens het verrichtingsonderzoek zijn gewaardeerd met negens voor het karakter en het trainingsrapport, een 8,5 voor de showwagenproef zonder hulpmiddelen. Achten zijn gegeven voor de draf, de showwagenproef met hulpmiddelen en het stalgedrag en een zeven voor de stap.
Na afloop van het onderzoek heeft het KWPN Impressionist goedgekeurd en ingeschreven in het stamboek.

Aan de eindbeoordeling van het verrichtingsonderzoek voor tuigpaarden 1993 is deelgenomen door negen tuigpaardhengsten. Van hen behaalde Impressionist het hoogste puntentotaal.

Na het onderzoek is Impressionist voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het dekstation van d’Achard van Enschut in Maasdijk, waar hij in 1993 nog negen merries dekte. Uit deze dekkingen zijn zes veulens geboren, die in 1994 allemaal zijn beoordeeld in het kader van het afstammelingenonderzoek. Het bleek een groep veulens te zijn die varieerden in ontwikkeling en type. In draf komen de veulens goed van de grond, laten ze een elastische bewegingsafloop zien en komen ze mooi terug in het front. De schoudervrijheid is nog wel eens beperkt. Omdat het aantal beoordeelde veulens te gering is, zal de hengst in 1995 opnieuw op zijn afstammelingen worden beoordeeld.

In 1994 heeft Impressionist op het dekstation van d’Achard van Enschot negen merries gedekt en daaruit zijn vijf veulens geboren. Alle vijf veulens zijn in 1995 in het kader van het afstammelingenonderzoek beoordeeld. De veulens bleken matig tot onvoldoende te zijn ontwikkeld. Wel zijn ze voldoende tuigtypisch van bouw. In draf toonden de veulens een beperkte ruimte; ze rijzen niet en komen weinig terug in het front. Achter zouden ze zich krachtiger moeten dragen.

De conclusie van de totale beoordeelde collectie is dat Impressionist voldoende tuigtypische veulens brengt, die qua ontwikkeling variëren van onvoldoende tot matig. In draf zouden ze meer ruimte, kracht en oprichting moeten tonen.

Ook in 1995 heeft Impressionist bij d’Achard van Enschot ter dekking gestaan en in 1996 was hij beschikbaar bij H. van Donkelaar in Bennekom en B. Freriks in Elden.

Omdat Impressionist gedurende de jaren 1994 en 1995 niet heeft voldaan aan de eisen tot het tonen van voldoende afstammelingen wordt de goedkeuringstermijn met een jaar verlengd en wordt de verplichting opgelegd dat in 1996 tenminste 15 nakomelingen worden getoond.
In 1996 zijn negen veulens, een jaarling en vier tweejarigen getoond. Opnieuw bleek de ontwikkeling van de nakomelingen van voldoende tot amper voldoende en was de collectie weinig uniform en matig tuigtypisch. De nakomelingen zouden langer gelijnd moeten zijn en ze zijn kortbenig. Het beenwerk, en met name het spronggewricht, zou meer kwaliteit moeten hebben. De draf van de nakomelingen zou meer souplesse hebben.
Op basis van het resultaat van het afstammelingenonderzoek is Impressionist op wacht gezet.

Impressionist is in december 1996 overleden.

In 2000 is de nafok van Impressionist op basis van keuringsrapporten geëvalueerd. De evaluatie heeft er in geresulteerd dat de hengst de status van wachthengst behoudt.

Impressionist heeft in de seizoenen 1994 / 1995 en 1995 / 1996 deelgenomen aan de competitie voor tuigpaardhengsten, maar is daarin niet erg succesvol geweest.

Het KWPN heeft 17 hengstveulens en 9 merrieveulens van Impressionist geregistreerd. Drie dochter zijn als fokmerrie opgenomen in het stamboek en één van die drie is stermerrie geworden.
Impressionist heeft in 2015 een sportindex van 106 met een betrouwbaarheid van 47 %.
Uit het genetisch profiel blijkt dat bij veel nakomelingen van Impressionist een strak verloop van de rug is vastgesteld.

Van de nakomelingen van Impressionist heeft de ruin Maximum vb KWPN, 1994, MV. Allegro KWPN, eigenaar M. van Bruggen, in tuigpaardwedstrijden 265 winstpunten behaald.



1.12. Indigo 90.4055 Stb KWPN

De vos Indigo KWPN (V. Renovo KWPN) is een tuigpaardhengst met een stokmaat van 161 cm. Hij is geboren op 5 mei 1990 en is gefokt door A. van Hemert uit Papendrecht. De fokker heeft de hengst bij zijn geboorte de naam Ingenieur gegeven, maar het KWPN heeft de naam Indigo op driejarige leeftijd aan de hengst toegewezen.

Volgens de stamboekorganisatie is Indigo voldoende tuigtypisch gebouwd, maar zou hij even meer persoon mogen zijn.

Indigo heeft met een wijd uitlopende bles, vier halve witte benen en een witte staart opvallende aftekeningen.

Zijn moeder is de ster preferente merrie Uliena KWPN (1978, V. Nova Zembla KWPN), die een stokmaat heeft van 163 cm. Zij zou in stand meer tuigtypisch en meer persoon mogen zijn, maar in beweging maakt ze zich groot. Haar draf heeft veel kracht en een lang zweefmoment. De stap is door een Franse stand iets incorrect. De merrie heeft hard en droog beenwerk met beste koten en voeten.

Als fokmerrie heeft ze veertien veulens gebracht. Naast Indigo bracht ze onder andere de goedgekeurde hengst Bravour KWPN (1983, V. Unicum KWPN) en het concourstuigpaard Hanovo vb KWPN (1989, V. Renovo KWPN), dat 106 winstpunten heeft behaald.

Tweede moeder is de vos Oliena keur preferent KWPN (1973, V. Hoogheid KWPN).

Gerekend over acht generaties voert Indigo 25 % Hackney-bloed. In de eerste acht generaties van zijn pedigree komen de stempelhengsten Graaf van Wittenstein Sgldt (1942, V. Baronet Sgldt), L’Invasion SF (1944, V. Pre Sale SF) en Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) respectievelijk zes, zeven en vier keer voor. Hun bijdrage aan de bloedopbouw van Indigo bedraagt achtereenvolgens 6,25 %, 10,9 % en 18,75 %.

W.A.L. van de Gein uit Utrecht heeft Indigo in februari 1993 voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring, maar daar heeft de keuringscommissie de hengst afgewezen. Op 6 maart 1993 heeft Indigo in Ermelo deelgenomen aan de herkansing in tuig en is toen alsnog aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.

In het verrichtingsonderzoek heeft hij veel bereidheid om te werken. Hij heeft een actieve stap die voldoende ruim is. In draf toont Indigo een goed achterbeengebruik, veel tact en voldoende knie-actie. Voor de showwagen zou hij meer moeten rijzen. Ook hier valt het krachtige gebruik van het achterbeen op. Met hulpmiddelen presteert hij niet beter dan zonder. Indigo heeft ruim voldoende aanleg als tuigpaard.

De verrichtingsjury heeft de prestaties van Indigo gewaardeerd met negens voor karakter, stalgedrag en trainingsrapport. Voor de stap is een zeven gegeven en de overige onderdelen zijn gewaardeerd met een 7,5.
Aan de eindbeoordeling van het verrichtingsonderzoek voor tuigpaarden 1993 is deelgenomen door negen tuigpaardhengsten. Van hen behaalde Indigo in puntentotaal de vierde plaats. Verrichtingskampioen is zijn halfbroer Impressionist KWPN (1990, V. Renovo KWPN, zie 1.11.) geworden.

De hengstenkeuringscommissie vond na afloop van het onderzoek dat Indigo als fokhengst onvoldoende verwachtingen wekte om toegelaten te worden tot de fokkerij, maar bij herkeuring is hij toch goedgekeurd en opgenomen in het stamboek.

Indigo heeft in 1993 niet gedekt en is in 1994 en 1995 beschikbaar gesteld op het dekstation van Antoon Klinkhamer in Grootschermer.
In 1994 heeft hij 22 merries gedekt en van de daaruit voortgekomen veulens heeft het KWPN er elf aangewezen voor het afstammelingenonderzoek.

De keuringscommissie heeft gerapporteerd dat het een groep onvoldoende ontwikkelde en onvoldoende tuigtypische veulens betrof. De veulens draven met front maar de meeste veulens ontwikkelen te weinig kracht en ruimte. Bovendien hadden drie veulens een overvuld kniegewricht. Vanwege het beeld dat bij de afstammelingenkeuring van de nakomelingen van Indigo is opgedaan, is de hengst afgekeurd.

Eigenaar Van de Gein heeft daarop een herkeuring aangevraagd, waarna de herkeuringscommissie dezelfde elf veulens heeft beoordeeld en daarna tot dezelfde conclusie kwam als de keuringscommissie.

Het KWPN heeft van Indigo 15 hengstveulens en 14 merrieveulens geregistreerd.
Van de merrieveulens zijn er later twee als fokmerrie opgenomen in het stamboek. De één is een keurmerrie en de andere is een elitemerrie.
In 2015 heeft Indigo een sportindex van 113 met een betrouwbaarheid van 64 %.
Uit het genetisch profiel van Indigo blijkt dat veel van zijn nakomelingen een weke kootstand hebben.

In het seizoen 1994 / 1995 heeft Indigo deelgenomen aan de competitie voor tuigpaardhengsten en heeft in die competitie de derde plaats bereikt.

Na zijn fokkerijcarrière is hij als concourstuigpaard uitgebracht en heeft hij 288 winstpunten behaald. Hij heeft een winsom van € 2.954.

Twee nakomelingen van Indigo hebben succes geboekt in tuigpaardenwedstrijden:

a. Odin vb KWPN (sportnaam Optimaal) ruin, 1996, MV. Waterman KWPN, eigenaar A. Klinkhamer, Grootschermer, heeft 278 winstpunten behaald en

b. Ondigo vb KWPN, ruin, 1976, MV. Unicum KWPN, eigenaar A. Klinkhamer, Grootschermer, heeft 198 winstpunten behaald.

1.13. Jonker 91.0040 Stb KWPN

Jonker KWPN (V. Renovo KWPN) is een bruine tuigpaardhengst met een stokmaat van169 cm. Hij is geboren op 1 maart 1991 en is gefokt door W. Dijk uit Nietap. Als veulen kreeg de hengst toen de naam Jonkheer, maar later, toen hij deel nam aan het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN hem de naam Jonker toegewezen.

Jonker is een zeer tuigtypische hengst met ras en kwaliteit.

De moeder van Jonker is de bruine keurmerrie Dora KWPN (1985, V. Wouter KWPN). Zij is volgens het KWPN een best ontwikkelde, zeer tuigtypische fokmerrie met veel ras. Haar hoofd heeft een gebogen profiellijn. De nek en hals zijn goed van lengte, de schouder zou iets schuiner mogen liggen en het verloop van rug en lendenen is wat week. De voor- en achterbenen zijn goed gesteld. De stap is krachtig en ruim en de draf is zeer tuigtypisch. Als fokmerrie heeft ze vijftien veulens gebracht.
Tweede moeder is de donkerbruine preferente merrie Unara KWPN (1978, V. Nova Zembla KWPN). Zij is ook de moeder van het concourstuigpaard Indiaan vb KWPN (1990, V. Renovo KWPN) dat 286 winstpunten heeft behaald.

Jonker voert 25 % Hackney-bloed. In de eerste acht generaties van zijn pedigree komt de stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) zeven keer voor. Oregon levert 7,8 % van de bloedopbouw van Jonker.

Jonker is in 1994 op de KWPN-hengstenkeuring voorgebracht door George Borkent uit Hengelo (Ov.), maar de hengst was toen nog te weinig persoon om aangewezen te worden voor het verrichtingsonderzoek. Jonker is daarna gekocht door de HBC-stal in Boijl en die heeft Jonker in 1995 opnieuw aangeboden op de hengstenkeuring van het KWPN.

Jonker is toen aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek in Ermelo.

In het verrichtingsonderzoek blijkt Jonker een actieve stap te hebben met voldoende ruimte en souplesse. In draf heeft de hengst een zeer goed voorbeengebruik terwijl het achterbeen nog meer ondergebracht zou kunnen worden. Voor de showwagen zet Jonker de hals er goed op maar zou hij meer kunnen rijzen. Wel maakt hij zich deftig en gaat hij goed in balans. Jonker heeft als tuigpaard zeer veel aanleg.
Als waardering van zijn prestaties heeft Jonker een acht gekregen voor de stap en voor alle andere te beoordelen onderdelen negens.

Aan de eindbeoordeling van het verrichtingsonderzoek voor tuigpaarden in 1995 hebben zeven hengsten deelgenomen en Jonker heeft van hen de hoogste waardering behaald.

Na het verrichtingsonderzoek heeft Jonker op de dekstations van gebroeders Van Manen in Ede en van Evert Ardesch in Lemele ter dekking gestaan. In 1995 heeft hij toen nog 94 merries gedekt.

Voor het afstammelingenonderzoek heeft het KWPN 21 van de in 1996 geboren veulens beoordeeld.

De beoordeelde collectie was volgens de KWPN-rapportage een uniforme, ruim voldoende ontwikkelde groep veulens. Ze zijn goed tuigtypisch gebouwd, hebben veel front, zijn ruim gelijnd en vertonen daarbij ras en uitstraling. De veulens hebben ruimte, draven zeer tuigtypisch, rijzen in de voorhand, komen terug in het front en hebben een goed voorbeengebruik. Sommige veulens zouden het achterbeen krachtiger mogen onderbrengen.

Op basis van het resultaat van de afstammelingenkeuring blijft Jonker gehandhaafd voor de fokkerij.

De jaren daarna is hij voor de fokkerij beschikbaar geweest bij Van Manen in Ede.

In januari 2000 zijn de fokkerijresultaten van Jonker aan de hand van keuringsrapporten van zijn nakomelingen geëvalueerd en heeft het KWPN besloten Jonker te handhaven als fokhengst.

In november 2000 heeft de HBC-stal Jonker verkocht aan Dean en Terry Wikel in Berlin Heigths, dat 75 km ten westen van Cleveland in de staat Ohio, Verenigde Staten ligt. In de Verenigde Staten is Jonker een populaire hengst geworden. Later is Jonker eigendom geworden van de Yoder Hackney Farm in Millersburg, dat 80 km ten noordwesten van Louisville in de staat Indiana ligt.
Jonker is in december 2013 overleden.

Het KWPN heeft van Jonker 172 hengstveulens en 178 merrieveulens geregistreerd.

Van de zonen zijn Pronkjuweel KWPN (1997), Sire KWPN (1999), Stuurboord KWPN (1999) en Torino KWPN (2000) goedgekeurd voor de fokkerij. Daarnaast zijn twee zonen, te weten Optimist vb KWPN (1996, MV. Renovo KWPN) en NN vb KWPN (1998, MV. Waarborg KWPN), aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek, maar dat heeft niet geleid tot goedkeuring voor de fokkerij.

Van de dochters zijn er 90 als fokmerrie ingeschreven in het stamboek. Van hen zijn er 49 stermerrie geworden en veertien hebben het keurpredicaat behaald.

Drie dochters zijn moeder van een goedgekeurde of erkende hengst geworden, te weten:

  1. Okawalda ster KWPN, 1996, MV. Exponent KWPN, is de moeder van de hengst Wodka HBC KWPN (2003, V. Roy M KWPN, zie 1.6.2.2.1.);
  2. Papaver vb KWPN, 1997, MV. Zakerno KWPN, is de moeder van de hengst A New Day NAWPN (2002, V. Sultan’s Great Day VRH) en
  3. Petrose ster preferent KWPN, 1997, MV. Renovo KWPN, is de moeder van de hengst Icellie KWPN (2013, V. Bocelli NHS).

Jonker is diverse keren uitgebracht in tuigpaardwedstrijden. In 2000 is hij met rijder Lambertus Huckriede nationaal kampioen van de aangespannen dekhengsten geworden. In totaal heeft Jonker 156 winstpunten behaald.

Verschillende nakomelingen hebben op keuringen of in wedstrijden successen behaald, zoals:

a. Oriana keur sport KWPN, merrie, 1996, MV. Ahoy KWPN, fokker Jan Wiering uit Hoogkarspel, heeft 172 winstpunten behaald;

b. Pauline keur sport KWPN, merrie, 1997, MV. Rentmeester KWPN, fokker Tabe de Jong uit Hollum, eigenaar J. Schouten uit Zwaagdijk, is in 2003 uitgeroepen tot Paard van het Jaar en heeft als concourstuigpaard 210 winstpunten behaald

c. Petralientje sport KWPN (sportnaam Pyloon), merrie, 1997, MVWaterman KWPN, van B.A. Vos uit Blaricum, heeft 153 winstpunten behaald;

d. Prins Jonker ster vb KWPN, ruin, 1997, MV. Waterman KWPN, eigenaar J. van Tunen uit Heemskerk, heeft met rijder L. de Ruyter185 winstpunten behaald;

e. Reska ster KWPN, 1998, MV. Renovo KWPN, is in 2001 in de Verenigde Staten algemeen kampioen bij de tuigpaarden geworden;

f. Royaal vb KWPN, hengst, 1998, MV. Droomwals KWPN, eigenaar E. de Rink uit Foxwolde, heeft 154 winstpunten behaald;

g. Stuurboord KWPN (sportnaam Stuurboord Landzicht), hengst, 1999, MV Factor KWPN, fokker H. Poppen uit Zwartsluis, eigenaar Black Horse B.V. uit Papendracht, heeft 247 winstpunten behaald. Voor meer informatie over Stuurboord wordt verwezen naar hoofdstuk 1.13.3. ;

h. Tatsiana keur sport KWPN, 2000, MV. Ahoy KWPN, fokker Jan Wiering uit Hoogkarspel, heeft 300 winstpunten behaald en

i. Uron vb KWPN (sportnaam Urson) , hengst, 2001, MV. Droomwals KWPN, van G. van der Kolk uit Nieuwleusen, heeft 151 winstpunten behaald.

In het databestand van de Duitse Hippische Sportbond staan dertien nakomelingen van Jonker geregistreerd. Samen hebben die € 5.735 gewonnen.

De meest winnende nakomeling is Torino KWPN, hengst, 2000, MV. Ganges KWPN, fokker M.J.A. Buitink uit Klarenbeek, eigenaar Rimarcsik Zsolt Hotelworld, maakt sinds 2014 deel uit van het vierspan waarmee de Hongaar József Dobrovitz deelneemt aan internationale menwedstrijden. In 2014 en 2015 maakte Torino deel uit van het vierspan dat als onderdeel van de Hongaarse équipe de bronzen medaille heeft gewonnen tijdens het wereldkampioenschap in Caen (FRA) en de Europese kampioenschappen in Aachen (GER). Torino heeft tot en met 2014 € 3.227 gewonnen. Voor meer informatie over Torino wordt verwezen naar hoofdstuk 1.13.4

In het Franse datasysteem van SIRE staat Jonker met negentien nakomelingen, waaronder zijn vier in Nederland goedgekeurde zonen, geregistreerd, maar gegevens over sportprestaties ontbreken. Wel zijn van de nakomelingen van Jonker 28 kinderen opgenomen in de Franse registers.

1.13.1. Pronkjuweel 97.07429 Stb KWPN

De vos tuigpaardhengst Pronkjuweel KWPN (V. Jonker KWPN) heeft een stokmaat van 166 cm. Hij is geboren op 14 juni 1997 en is gefokt door Sander Daniels uit Wageningen.
Pronkjuweel is een tuigtypische hengst. Zijn hals is ruim voldoende van lengte, maar iets zwaar en diep aangezet. De hengst heeft een mooie bovenlijn en zeer veel kwaliteit in het fundament.

De moeder van Pronkjuweel is de bruine keur preferente merrie Dereda KWPN (1985, V. Wilhelmus KWPN), die zestien veulens heeft gebracht. Eén van de kinderen van Dereda is de goedgekeurde hengst Hilbert KWPN (1989, V. Proloog KWPN) en de voor deelname aan het verrichtingsonderzoek aangewezen hengst Keizerster vb KWPN (1992, V. Farao KWPN).
Volgens het KWPN-moederrapport is Dereda is een goed ontwikkelde, voldoende tuigtypische merrie met ras een uitstraling. Ze heeft een stokmaat van 169 cm. Haar hoofd-halsverbinding is best. De schouder zou wat schuiner mogen liggen en de croupe is tamelijk recht. De voeten zouden meer kwaliteit moeten hebben. In draf maakt Dereda een zeer goed gebruik van de achterhand en een goed gebruik van het voorbeen. Op de UTV is Dereda in 1988 reservekampioen bij de stermerries geweest en in 1990 reservekampioen bij de keurmerries.

Tweede moeder is de donkere vos Tereda keur preferent KWPN (1977, V. Hoogheid Sgldt), die ook de moeder is van de hengst Zilverster KWPN (1981, V. Renovo KWPN, zie 1.3.).

Pronkjuweel voert, gerekend over acht generaties, 18,75 % Hackney-bloed. De hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt in de eerste acht generaties tien keer voor en de bijdrage van Oregon aan de bloedvoering van Pronkjuweel bedraagt 23,4 %.

Pronkjuweel is op de KWPN-hengstenkeuring 2000 in ’s-Hertogenbosch aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. In de keuring om het kampioenschap van de driejarige tuigpaardhengsten tijdens de hengstenkeuring is Pronkjuweel tweede geworden.

In het verrichtingsonderzoek heeft Pronkjuweel voldoende bereidheid om te werken. Hij heeft een ruime, krachtige stap. Voor de showwagen zet hij de hals er goed op en komt hij goed terug in het front. Wel zou hij meer moeten rijzen. Hij heeft veel actie in het voorbeen en brengt het achterbeen voldoende tot goed onder en heeft veel buiging in het spronggewricht. Pronkjuweel heeft ruim voldoende tot veel zweefmoment en ruim voldoende tot veel aanleg als tuigpaard.
De verrichtingen van de hengst in het verrichtingsonderzoek zijn gewaardeerd met een 8,5 voor de actie van het voorbeen en zevens voor de houding en de looplust. Het zweefmoment, het gebruik van het achterbeen en het algemene beeld zijn gewaardeerd met een 7,5.
Aan de eindbeoordeling van het verrichtingsonderzoek 2000 is deelgenomen door zes tuigpaardhengsten. Pronkjuweel behaalde in puntentotaal de vierde plaats en is op grond van het onderzoekresultaat door het KWPN goedgekeurd voor de fokkerij en ingeschreven in het stamboek.

Na het verrichtingsonderzoek is Pronkjuweel in de jaren 2001, 2002 en 2003 beschikbaar gesteld op het dekstation van Jan Schep, de HBC-stal in Boijl. Daar heeft hij in 2000 vijf merries gedekt. De vijf veulens die daaruit zijn voortgekomen zijn in 2001 in het kader van het afstammelingenonderzoek beoordeeld. De vijf vormden een uniforme, ruim voldoende ontwikkelde tuigtypische groep met veel uitstraling. De stap van de veulens is matig. De draf heeft veel ruimte met een goede actie van het voorbeen en een groot zweefmoment. De veulens hebben veel souplesse en een goede houding.

Omdat Pronkjuweel niet heeft voldaan aan de eis om tenminste tien veulens te laten beoordelen voor het afstammelingenonderzoek moesten in 2002 nog een aantal veulens worden beoordeeld.

Volgens eigenaar Schep is dat aanvullende onderzoek goed verlopen en is Pronkjuweel gehandhaafd voor de fokkerij, maar het KWPN heeft over dat aanvullende onderzoek niet gepubliceerd.

Volgens Schep waren de fokkers door het ontbreken van sportprestaties van Pronkjuweel, dat vooral te wijten was aan een moeilijk karakter van de hengst, huiverig om de hengst voor de fokkerij te gebruiken. Mede daarom is Pronkjuweel eind 2013 verkocht naar Hongarije.

Het KWPN heeft 22 hengstveulens en 23 merrieveulens van Pronkjuweel geregistreerd. Van de merrieveulens zijn er zes uitgegroeid tot fokmerries die in het stamboek zijn opgenomen. Onder die zes bevinden zich één stermerrie en één keurmerrie.

Medio 2015 heeft Pronkjuweel een sportindex van 135 met een betrouwbaarheid van 60 %. Uit het genetisch profiel blijkt dat veel van de nakomelingen van Pronkjuweel een steil achterbeen hebben.

Van de nakomelingen is Wessel vb KWPN, hengst, 2003, MV. Cambridge Cole NHS van J. Borkent uit Hengelo (Ov.) in 2008 kampioen van de aangespannen vijfjarige tuigpaarden geworden. Wessel heeft 192 winstpunten behaald.

In het databestand van de Duitse Hippische Sportbond zijn drie nakomelingen van Pronkjuweel opgenomen. Samen hebben die € 136 gewonnen.

In de Franse database staan twee nakomelingen van Pronkjuweel. De ruin Uwald vb KWPN, 2001, MV. Graaf Wouter KWPN, fokker N. de Bruyne, is in 2008 en 2009 door Michael Sellier (FRA) uitgebracht in menwedstrijden voor eenspannen. De combinatie won vijf wedstrijden en heeft een winsom van € 1.901.

1.13.2. Sire 99.07930 Stb KWPN

Sire KWPN (V. Jonker KWPN) is een vos tuigpaardhengst met een stokmaat van 168 cm. Hij is geboren op 17 juni 1999 en is gefokt door de in december 2013 overleden Jan Veldhuizen uit Scherpenzeel (Gld).
Sire is volgens het KWPN een goed ontwikkelde tuigtypische hengst, die de hals er meer zou moeten hebben opstaan en meer lengte zou moeten hebben. De rug is qua vorm en bespiering goed en de lendenen zijn iets strak. Het fundament heeft veel kwaliteit.

De moeder van Sire is de vos merrie Ereda II keur preferent prestatie sport KWPN (1986, V. Waarborg KWPN). Zij is een goed ontwikkelde, zeer tuigtypische merrie met een stokmaat van 167 cm. Haar stap is ruim en krachtig maar iets toontredend en de draf heeft veel actie, ruimte en zweefmoment. Ze heeft veel houding en maakt een krachtig gebruik van de achterhand.

Ereda II is ingeteeld op haar grootmoeder Ereda, die moeder is van zowel de vader als van de moeder van Ereda II.

Als fokmerrie heeft ze achttien veulens gebracht, waaronder de concourstuigpaarden Lijfwacht vb KWPN (1993, V. Donau KWPN), die 119 winstpunten heeft behaald, en Orede vb KWPN (1996, V. Waterman KWPN), die onder de naam Optimaal met de rijder Freek Saris uit Wesepe 486 winstpunten heeft behaald.

Een in 1998 geboren naamloze, volle broer van Sire is in 2001 aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.
Ereda II was in 1995 reserve kampioen eenspan fokmerries.

Tweede moeder is de donkerbruine keur preferente merrie Sereda KWPN (1976, V. Iregon KWPN).

Sereda’s moeder is de keur preferente prestatiemerrie Ereda Sgldt (1963, V. Sirius Sgldt) van wijlen Wijnand Meerveld. Ereda is ook de moeder van de goedgekeurde tuigpaardhengsten Reçu KWPN (1975, V. Hoogheid Sgldt) en zijn broer Waarborg KWPN (1980) en was drie keer reservekampioen eenspan fokmerries op de UTV.

Gerekend over acht generaties voert Sire 12,5 % Hackney-bloed. In de eerste acht generaties van de pedigree van Sire komt de hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) negen keer voor. Oregon is verantwoordelijk voor 18 % van de bloedopbouw van Sire.

Sire is in 2002 door zijn fokker voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring in
’s-Hertogenbosch, maar is toen niet aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Ruim een maand later is Sire voor de concourswagen gepresenteerd op de herkansing in Ermelo en daarbij is hij wel aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.

In dat verrichtingsonderzoek toont Sire zeer veel bereidheid om te werken. Hij heeft een actieve stap die voldoende ruim is. Voor de showwagen heeft hij voldoende tot ruim voldoende houding. Hij zou de hals er meer op moeten zetten en blijft te hoog in de croupe. Sire heeft veel actie in het voorbeen en zet dat zeer ruim weg. Het gebruik van het achterbeen is goed, met zeer veel buiging en afdruk. Als tuigpaard heeft Sire ruim voldoende tot veel aanleg.

Zijn prestaties tijdens het onderzoek zijn gewaardeerd met een 8,5 voor de looplust, achten voor het zweefmoment, de actie van het voorbeen en het gebruik van het achterbeen, een zeven voor de houding en een 7,5 voor het algehele beeld.

Aan het verrichtingsonderzoek 2002 is door acht tuigpaardhengsten deelgenomen, waarvan er zes het gehele onderzoek hebben afgemaakt.

Sire heeft van hen in puntenaantal de vijfde plaats behaald. Het hoogste puntenaantal is behaald door Saffraan KWPN (1999, V. Fabricius KWPN, zie 1.6.4.).

Na afloop van het verrichtingsonderzoek is Sire goedgekeurd voor de fokkerij en voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het station van de gebroeders Van Manen in Ede.

Daar heeft Sire in 2003 87 merries gedekt.
Het KWPN heeft 17 van de daaruit geboren veulens aangewezen voor het afstammelingenonderzoek. De eigenaar heeft daar vier andere veulens van Sire aan toegevoegd.

Bij de beoordeling van de veulens in 2004 blijkt er sprake te zijn van een uniforme collectie, voldoende ontwikkelde en voldoende tuigtypische veulens, die moderner gelijnd zouden moeten zijn. De veulens zouden in draf meer terug moeten komen in het front en meer moeten rijzen. De actie van het voorbeen is doorgaans vlak en het achterbeengebruik zou meer moeten overtuigen. De buiging van het achterbeen is voldoende maar het dragend vermogen wordt gemist.

Naar aanleiding van het beeld opgedaan bij het afstammelingenonderzoek heeft het KWPN Sire op wacht gezet.
Sire is daarna gecastreerd en uitgebracht als concourspaard, maar dat is niet erg succesvol geweest.

Het KWPN heeft van Sire 47 hengstveulens en 64 merrieveulens geregistreerd. Vijftien dochters van Sire zijn als fokmerrie ingeschreven in het stamboek, waarvan er vijf het sterpredicaat hebben behaald.

In 2015 heeft Sire een sportindex van 136 met een betrouwbaarheid van 61 %. Uit het genetisch profiel van Sire blijkt dat veel nakomelingen van hem een rechte kruisligging hebben.

Van zijn nakomelingen heeft Anton vb KWPN, 2005, MV. Proloog KWPN van Nico Kemp uit Heerde successen geboekt als concourstuigpaard. Anton heeft tot en met medio 2015 129 winstpunten behaald.

In de registers van de Duitse Hippische Sportbond staat één nakomeling van Sire geregistreerd en in de Franse database zijn drie nakomelingen opgenomen. Opvallend daarbij is dat twee van hen zijn uitgebracht in springwedstrijden. Geen van de in het buitenland actieve nakomelingen heeft echter iets gewonnen.

1.13.3. Stuurboord 99.03252 Stb KWPN

De vos Stuurboord KWPN (V. Jonker KWPN) is een tuigpaardhengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is geboren op 13 april 1999 en is gefokt door H. Poppen uit Zwartsluis.
Stuurboord is volgens de KWPN-beschrijving een voldoende ontwikkelde, voldoende tuigtypische hengst. De hals komt diep uit de borst, is ruim voldoende van lengte en staat er voldoende op. De hoeven zijn smal en van matige kwaliteit.

De moeder van de hengst is de vos keurmerrie Kendini KWPN (1992, V. Factor KWPN). Zij is een voldoende ontwikkelde, zeer tuigtypische merrie met een stokmaat van 164 cm. Ze heeft een zeer goed ontwikkelde schoft. Haar schouder is goed van lengte maar zou schuiner moeten liggen. In draf heeft ze veel actie, ruimte en zweefmoment. Ze heeft een krachtig gebruik van de achterhand en heeft zeer veel houding. In de jaren 1994, 1995 en 1996 was Kendini kampioen van de centrale keuring in Overijssel en ze was in 1994 en 1995 nationaal kampioen van de tweejarige- respectievelijk driejarige tuigpaardmerries. In de sport heeft ze 56 winstpunten behaald. Als fokmerrie bracht ze behalve Stuurboord nog tien andere veulens, waaronder de hengst Uniqua vb KWPN (2001, V. Opgenoort KWPN), die is aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.

Tweede moeder is de vos Zendrini keur preferent KWPN (1981, V. Proloog KWPN), die een succesvol concourspaard was en in 1985 tot sportmerrie van het jaar werd uitgeroepen. Als fokmerrie bracht ze twaalf veulens waaronder vier keurmerries, twee stermerries en een ster hengst.

Gerekend over acht generaties voert Stuurboord 18,75 % Hackney-bloed. In de eerste acht generaties van de pedigree van Stuurboord komt de hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) twaalf keer voor. Oregon bepaalt voor 17,2 % de bloedvoering van Stuurboord.

Stuurboord is door Poppen gepresenteerd op de KWPN-hengstenkeuring 2002 in ’s-Hertogenbosch en is daar aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.

Bij het verrichtingsonderzoek in Ermelo laat Stuurboord een actieve stap met voldoende ruimte zien. Voor de showwagen heeft hij veel houding, zet hij de hals er goed op en komt hij goed terug in het front. Stuurboord heeft ruim voldoende actie in het voorbeen en zet dat been ruim weg. Hij brengt het achterbeen goed onder en heeft ruim voldoende buiging en afdruk. Stuurboord heeft veel zweefmoment en ruim voldoende aanleg als tuigpaard.

De prestaties tijdens het verrichtingsonderzoek zijn gewaardeerd met een 8,5 voor de actie van het voorbeen en achten voor de overige te waarderen onderdelen.
Aan het verrichtingsonderzoek 2002 is door acht tuigpaardhengsten deelgenomen, waarvan er zes het gehele onderzoek hebben afgemaakt.

Stuurboord heeft van hen in puntenaantal de derde plaats behaald. Het hoogste puntenaantal is behaald door Saffraan KWPN (1999, V. Fabricius KWPN, zie 1.6.4.).

Na afloop van het verrichtingsonderzoek is Stuurboord door het KWPN goedgekeurd voor de fokkerij en ingeschreven in het stamboek.

In 2002 is de hengst beschikbaar geweest voor de fokkerij op het dekstation van Albert Hendriks in Uffelte. In 2003, 2004 en 2005 heeft Stuurboord op het dekstation van Bep van de Brake in Doornspijk gestaan.
In 2003 heeft Stuurboord 41 merries gedekt. Het KWPN heeft tien van de daaruit geboren veulens aangewezen voor het afstammelingenonderzoek en eigenaar Poppen heeft daar nog vier andere veulens aan toegevoegd.

Volgens het KWPN vormden de beoordeelde nakomelingen een uniforme collectie voldoende ontwikkelde, tuigtypische veulens, die met front en oprichting draven, De draf heeft voldoende ruimte en zweefmoment, maar de actie van het voorbeen is nogal eens vlak. Het achterbeen wordt met voldoende kracht goed ondergebracht.

Op basis van het resultaat van het afstammelingenonderzoek is Stuurboord gehandhaafd voor de fokkerij.

In januari 2008 heeft het KWPN de fokprestaties van Stuurboord geëvalueerd op basis van beoordelingen en rapportages van zijn driejarige nakomelingen, maar omdat er minder dan tien driejarige nakomelingen op keuringen zijn geweest wordt de hengst een jaar uitstel verleend.

Een jaar later is de uitgevoerde evaluatie van de fokkerijprestaties van Stuurboord afgerond en heeft het KWPN-besloten de hengst te handhaven voor de fokkerij.

Volgens de KWPN-reglementen moeten de fokkerijprestaties van Stuurboord in 2010 of 2011, toen de oudste nakomelingen van de hengst zeven jaar oud waren. opnieuw zijn geëvalueerd. In de KWPN-hengstendatabase wordt over die evaluatie niet gerapporteerd, maar omdat Stuurboord ook in de jaren daarna beschikbaar is voor de fokkerij, kan ervan worden uitgegaan dat die evaluatie voor de hengst een goed resultaat heeft gehad en hij definitief is goedgekeurd.

In november 2005 heeft Poppen Stuurboord verkocht aan Martin de Groot uit Giessenburg. Die heeft de hengst vanaf 2006 voor de fokkerij beschikbaar gesteld op zijn dekstation Landzicht in Giessenburg, terwijl Stuurboord in 2006 af en toe ook beschikbaar was bij Marcel Ritsma in Kornhorn.

Het KWPN heeft tot en met 2014 van Stuurboord 105 hengstveulens en 96 merrieveulens geregistreerd.

Van de zonen is de hengst Zuidwester vb KWPN, 2004, MV. Fabricius KWPN, aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Op de KWPN-hengstenkeuring 2007 is hij tot reserve-kampioen van de driejarige tuigpaardhengsten uitgeroepen, maar bij aanlevering voor het verrichtingsonderzoek kon hij tot twee keer toe niet voldoen aan de veterinaire eisen. Later heeft Zuidwester bescheiden successen geboekt in de tuigpaardensport.

Van de dochters zijn er eind 2014 28 als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Veertien van hen zijn stermerrie geworden en drie dochters zijn keurmerrie.

Eind 2014 heeft Stuurboord een sportindex van 155 met een betrouwbaarheid van 72 %.

Naast zijn fokkerij-activiteiten is Stuurboord jarenlang met succes uitgebracht in tuigpaardenwedstrijden.
In 2004 heeft hij de KNHS/KWPN hengstencompetitie gewonnen. In 2006 is hij tweede geworden in het nationaal kampioenschap aangespannen dekhengsten. In 2007 werd hij Nederlands kampioen tuigpaarden onder het zadel en in 2008 was hij tweede in zowel de strijd om de Oregon Trofee op de KWPN-hengstenkeuring als in de strijd om de Manno Trofee op de Nationale Tuigpaardendag. Zijn grootste succes behaalde hij dat jaar door nationaal kampioen van de aangespannen dekhengsten te worden.

In 2009 is hij opnieuw tweede geworden in de wedstrijd om de Manno Trofee en is hij tweede geworden in het nationaal kampioenschap ereklasse. Tenslotte heeft Stuurboord in 2010 de Oregon Trofee gewonnen.

De hengst is steeds gereden door Mark de Groot en heeft tot medio augustus 2015 247 winstpunten behaald.

Enkele van zijn nakomelingen zijn succesvol geweest in de sport, zoals:

a. Berino HBC vb KWPN, hengst, 2006, MV. Renovo KWPN, fokker HBC-stal in Boijl, eigenaar M.C. de Groot, Giessenburg, heeft 183 winstpunten behaald en

b. Dijkgraaf vb KWPN, hengst 2008, MV. Manno KWPN, fokker H. Meijerink uit Oosterhesselen, eigenaar E. Raeven uit Noorbeek, heeft 113 winstpunten behaald.

Zowel in Duitsland als in Frankrijk hebben nakomelingen van Stuurboord enkele geldprijzen gewonnen in dressuur- en/of springwedstrijden klassen B of L.

1.13.4. Torino 00.01199 Stb KWPN

Torino KWPN (V. Jonker KWPN) is een bruine tuigpaardhengst met een stokmaat van 164 cm. Hij is geboren op 26 maart 2000 en is gefokt door M.J.A. Buitink uit Klarenbeek.
Torino is een goed ontwikkelde, zeer tuigtypische hengst. De hals is zeer goed van lengte en vorm. Torino heeft een wat lang achterbeen.

De moeder van de hengst is de vos keurmerrie Lianne KWPN (1993, V. Ganges KWPN). Ze heeft acht veulens gebracht, waaronder ook de voor deelname aan het verrichtingsonderzoek aangewezen hengst Urenko vb KWPN (2001, V. Lorton KWPN).

Lianne is volgens het KWPN-moederrapport een aansprekende, goed ontwikkelde tuigtypische merrie met een stokmaat van 166 cm. Haar stap is correct, ruim en voldoende krachtig. De draf heeft voldoende ruimte, zweefmoment en kracht. In het voorbeen mist de merrie wat knie-actie. Lianne heeft veel houding.

Tweede moeder is de vos Farina KWPN (1987, V. Ureterp KWPN). Zij is maar kort als fokmerrie gebruikt en heeft drie veulens gebracht.

Torino is via vader Jonker KWPN en grootvader Ganges KWPN ingeteeld op Renovo KWPN. Hij voert 37,5 % Renovo-bloed en daarmee ook 18,75 % Hackney-bloed.

In de eerste acht generaties van zijn pedigree komt de hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier KWPN) zestien keer voor. Oregon heeft een inbreng van 20,3 % in de bloedopbouw van Torino.

Torino is gekocht door de HBC-stal in Boijl en in 2003 op de KWPN-hengstenkeuring aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Tijdens die keuring is hij tot reservekampioen van de driejarige tuigpaardhengsten uitgeroepen.
Tijdens het verrichtingsonderzoek blijkt Torino snel gespannen te zijn, hetgeen zich uit in zijn orenspel. Gedurende het onderzoek heeft zich dat verbeterd. De stap van de hengst is voldoende ruim maar niet erg krachtig. Voor de showwagen heeft Torino veel houding, hij rijst goed in de voorhand, zet de hals er goed op en komt terug in het front. Hij heeft veel tot zeer veel actie in het voorbeen en zet het voorbeen zeer ruim weg. Hij brengt het achterbeen goed onder, maar zou meer buiging in het spronggewricht moeten hebben. Hij heeft ruim voldoende tot veel zweefmoment en ook ruim voldoende tot veel aanleg als tuigpaard.

De verrichtingen van Torino zijn gewaardeerd met een 8,5 voor de actie van het voorbeen en voor zijn looplust. Een acht is toegekend voor de houding, terwijl voor het zweefmoment en het algehele beeld als tuigpaard een 7,5 is gegeven. Voor het gebruik van de achterhand heeft Torino een zeven gekregen.
Aan de eindbeoordeling van het verrichtingsonderzoek in 2003 is door vier hengsten deelgenomen, waarvan er drie in het stamboek zijn opgenomen. Op basis van het gerealiseerde puntentotaal bereikte Torino de derde plaats. Verrichtingskampioen 2003 is de hengst Talos KWPN (2000, V. Manno KWPN, zie 1.6.3.2.) geworden.

Na afloop van het onderzoek heeft het KWPN Torino goedgekeurd voor de fokkerij en ingeschreven in het stamboek.

Daarna is Torino voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het dekstation van zijn eigenaar in Boijl, waar hij in 1973 34 merries heeft gedekt.

Van de daaruit geboren veulens heeft het KWPN er tien aangewezen voor het afstammelingenonderzoek en de eigenaar heeft daar nog twee andere veulens van Torino aan toegevoegd.
De beoordeelde nakomelingen vormden een uniforme collectie, voldoende ontwikkelde, tuigtypische veulens, die over ras en uitstraling beschikken. De veulens draven met veel balans en tonen houding en oprichting. De actie van het voorbeen is wisselend van iets vlak tot veel actie. Het achterbeengebruik is wisselend van matig tot voldoende maar het been zou doorgaans krachtiger en verder ondergebracht moeten worden.

Op basis van het resultaat van de veulenbeoordeling heeft het KWPN besloten Torino te handhaven als goedgekeurde hengst.

In januari 2008 zou op basis van de opgemaakte keuringsrapporten van de driejarige nakomelingen een evaluatie worden uitgevoerd van de fokkerijprestaties van Torino, maar omdat er tot en met 2007 minder dan tien driejarige nakomelingen, waren beoordeeld, is die evaluatie een jaar uitgesteld.

Eind 2008 is Torino verkocht aan Mieke van Tergouw van Riant Stables in Beekbergen om ingezet te worden in de mensport.

In hoeverre het KWPN de uitgestelde evaluatie van de fokkerijprestaties van Torino heeft uitgevoerd is niet bekend omdat daarover niet is gepubliceerd.
Van Torino is in de jaren 2009 – 2014 bij de HBC-stal diepvriessperma beschikbaar voor de fokkerij.

Eind 2014 heeft het KWPN 89 hengstveulens en 78 merrieveulens geregistreerd. Van de zonen is de hengst Cadans M vb KWPN (2007, MV. Heineke KWPN, fokker J.H. Mittendorff en eigenaar HBC-stal) aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek, maar hij heeft daar niet aan deelgenomen.

Van de dochters zijn er 32 als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Van hen hebben er 16 het sterpredicaat behaald, vier zijn keurmerrie geworden en drie zijn elitemerrie geworden.

Eind 2014 heeft Torino een sportindex van 137 met een betrouwbaarheid van 73 %. Uit het genetisch profiel blijkt voorts dat tamelijk veel nakomelingen van Torino een zware halsbespiering hebben.

Torino heeft in 2004 en 2005 deelgenomen aan de KNHS/KWPN hengstencompetitie en in beide jaren is hij in die competitie tweede geworden.

Torino heeft in tuigpaardwedstrijden 30 winstpunten behaald.

Vanaf 2012 maakt Torino deel uit van het vierspan waarmee de Hongaar József Dobrovitz deelneemt aan internationale vierspanwedstrijden. Dobrovitz won met zijn span in 2014 de World Cup wedstrijd in Vecsés (HUN). Voorts werd hij in 2014 vierde in Aachen (GER) en zevende bij het wereldkampioenschap in Caen (FRA), terwijl hij daar met het Hongaarse team de bronzen medaille heeft behaald. Ook bij de Europese kampioenschappen 2015 in Aachen (GER) maakte het vierspan van Dobrovitz deel uit van het Hongaarse team dat de derde plaats in de landenwedstrijd behaalde. Torino heeft een winsom van € 3.227.

Van de nakomelingen van Torino heeft de keurmerrie Cendrini V. KWPN, 2007, MV. Gelviro KWPN, fokker/eigenaar André van de Vegt uit Nijeveen, 101 plaatsings-punten behaald.

1.14. Kolonel 92.07217 Stb KWPN

De vos Kolonel KWPN (V. Renovo KWPN) is een tuigpaardhengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is geboren op 9 mei 1992 en is gefokt door Reinder Tel uit Leek.

Kolonel is een tuigtypische hengst met ras en kwaliteit. Hij heeft een beste schoft- en schouderpartij en is correct in de onderdanen, maar zou langer gelijnd mogen zijn.De moeder van de hengst is de bruine keur preferente prestatie merrie Cituna KWPN (1984, V. Unitas KWPN). Zij is volgens een KWPN-rapportage een matig ontwikkelde, voldoende tuigtypische merrie. Ze heeft een korte nek en een arm bespierde hals, die wel voldoende lengte heeft. De schoft is goed ontwikkeld, maar de schouderligging is recht. De rug en lendenen zijn nogal strak en de croupe is kort en tamelijk recht. Het voorbeen is goed gesteld maar zou langer mogen zijn en het achterbeen is enigszins recht. Het beenwerk is goed van kwaliteit maar zou royaler mogen zijn. De krachtige stap heeft voldoende ruimte en de draf is tuigtypisch met voldoende ruimte en veel kracht.

Gezien deze exterieurbeschrijving is het bijzonder dat de merrie het sterpredicaat heeft ontvangen.

Als fokmerrie heeft Cituna in de jaren 1988 – 2007 zeventien veulens gebracht. Behalve Kolonel bracht ze ook de concourstuigpaarden Jonkheer vb KWPN (1991, V. Renovo KWPN) van Wout Bergen, die 101 winstpunten behaalde en de ruin (Besterly) Oberon vb KWPN (1996, V. Renovo KWPN) van Leendert Veerman uit Wittelte, die 369 punten behaalde. Oberon is, samen met Kelt vb KWPN (1992, V. Renovo KWPN) in 2006 met rijder Leendert Veerman nationaal kampioen tandem geworden.

Tweede moeder is de Hackney merrie Suddie Citation NHS (1975, V. Suddy Sirius HSB).

Gerekend over acht generaties voert Kolonel 50 % Hackney-bloed. In de eerste acht generaties van de pedigree van Kolonel komt de invloedrijke tuigpaardhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) maar twee keer voor. Kolonel voert daardoor slechts 9,3 % Oregon-bloed.

Kolonel is in 1995 door zijn fokker Tel gepresenteerd op de hengstenkeuring van het KWPN in ’s-Hertogenbosch. Daar is de hengst aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek en is hij tweede geworden in de wedstrijd voor driejarige tuigpaardhengsten met de beste draf.

In het verrichtingsonderzoek toont Kolonel zeer veel werklust. Wel is hij snel gespannen. De stap is krachtig maar zou ruimer mogen zijn. De draf is krachtig, ruim en heeft veel souplesse. Voor de showwagen brengt Kolonel het achterbeen goed onder. Hij heeft een zeer goede houding, zet de hals er goed op en maakt zich deftig. Als tuigpaard heeft hij zeer veel aanleg.

Zijn prestaties tijdens het onderzoek zijn gewaardeerd met een 7,5 voor de stap, een acht voor het karakter en verder negens voor alle andere te beoordelen onderdelen.
Aan het einde van het verrichtingsonderzoek voor tuigpaardhengsten 1995 hebben zeven hengsten deelgenomen aan de eindbeoordeling en heeft het KWPN een vierjarige hengst en vier driejarige hengsten, waaronder Kolonel, in het stamboek ingeschreven. De vierjarige Jonker KWPN (1991, V. Renovo KWPN, zie 1.13.) had de hoogste beoordeling en Kolonel was op basis van de gegeven punten de nummer twee.

Fokker/eigenaar Tel heeft Kolonel na het verrichtingsonderzoek op zijn eigen bedrijf in Leek beschikbaar gesteld voor de fokkerij. In 1995 heeft de hengst daarop 48 merries gedekt. Van de daar uit geboren veulens heeft het KWPN er tien aangewezen voor het in 1996 uitgevoerde afstammelingenonderzoek. Naast de door het KWPN aangewezen veulens heeft de eigenaar daar nog vijf veulens aan toegevoegd.
De veulens bleken net voldoende ontwikkeld te zijn. Ze vertonen ras en uitstraling en hebben hardheid in de benen, maar zouden langer gelijnd mogen zijn. De stap is goed van ruimte, maar wat stug in het achterbeen. In draf zetten de veulens de hals er goed op en laten een goed voorbeengebruik zien. Ze tonen voldoende buiging in het achterbeen, maar dat wordt wat traag ondergebracht.
Op basis van het afstammelingenonderzoek wordt Kolonel door het KWPN gehandhaafd voor de fokkerij.

Kolonel is in de jaren 1996, 1997 en 1999 voor de fokkerij beschikbaar geweest op het dekstation van Tel in Leek en in 1998 bij Brouwer in het vlak bij Leek gelegen Marum.

In oktober 1999 heeft Tel besloten de hengst te laten castreren en heeft hij Kolonel als sportpaard verkocht naar Duitsland.

In januari 2000 heeft het KWPN een evaluatie van de fokkerij van Kolonel uitgevoerd op basis van keuringsrapportages van zijn driejarige nakomelingen, maar omdat er minder dan tien driejarige kinderen van Kolonel waren beoordeeld is een jaar uitstel verleend.

In januari 2001 is dan op basis van de gemaakte evaluatie besloten om Kolonel te handhaven voor de fokkerij.

Het KWPN heeft van Kolonel 64 hengstveulens en 60 merrieveulens geregistreerd.
Van de zonen is Patijn KWPN (1997) goedgekeurd voor de fokkerij en van de dochters zijn er 33 als fokmerrie ingeschreven in het stamboek. Van hen hebben 17 het sterpredicaat behaald en vier zijn keurmerrie geworden. Drie dochters van Kolonel hebben op basis van hun fokprestaties het preferentschap behaald.

Eind 2014 heeft Kolonel een sportindex van 143 met een betrouwbaarheid van 77 %. Uit het genetisch profiel blijkt dat veel nakomelingen van Kolonel een strak verloop van de rug vertonen.

Kolonel is door Lammert Vinke diverse keren in tuigpaardwedstrijden uitgebracht en heeft 122 winstpunten behaald.

Van zijn nakomelingen heeft de vos ruin Pablo vb KWPN (1997, MV. Droomwals KWPN) van G. Wessels uit Vroomshoop en later van D. Winters uit Stegerden 237 winstpunten behaald.

In het Franse databestand van SIRE is Kolonel met zijn zoon Patijn en twee dochters opgenomen. Van beide dochters is ook een nakomeling in Frankrijk geregistreerd.

1.14.1. Patijn 97.04374 Stb KWPN

Patijn KWPN (V. Kolonel KWPN) is een bruine tuigpaardhengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is geboren op 7 mei 1997 en is gefokt door Henk van Til uit Haulerwijk. Bij de geboorte heeft de hengst van zijn fokker de naam Pulonist gekregen en pas op driejarige leeftijd heeft het KWPN de naam Patijn aan de hengst toegewezen.

Patijn is een niet te grote hengst met veel ras en hardheid. Hij draaft met zeer veel tact en souplesse en met voldoende houding.

De moeder van Patijn is de vosmerrie Julony ster preferent KWPN (1991, V. Renovo KWPN). Zij is volgens de KWPN-rapportage een goed ontwikkelde, tuigtypische

merrie met een goede ribdiepte en een stokmaat van 165 cm. De merrie heeft een sterke rug- en lendenenpartij en de croupe is goed gespierd en goed van vorm en ligging. De stap is voldoende ruim en actief. De draf is achter sterk, maar wel koehakkig. De merrie maakt front, maar zou vóór wat meer ruimte moeten hebben.

Van Til heeft Julony gekocht van Reinder Tel uit Leek toen ze drachtig was van het veulen dat zou uitgroeien tot Patijn. Van Til is daarom formeel wel de fokker van Patijn, maar de feitelijke partnerkeuze is gemaakt door Tel.

Julony heeft negen veulens gebracht, waaronder de merrie Tulony keur preferent KWPN (2000, V. Kolonel KWPN) van J. Castelijns uit Hapert, die op tuigpaardwedstrijden met haar rijder Peter Stevens 89 punten heeft behaald.
Een andere nakomeling van Julony is de ruin Zembla vb KWPN (2000, V. Manno KWPN) van Wim Theunissen uit Escharen, die als concourstuigpaard 193 winstpunten heeft behaald.

Tweede moeder is de keur preferente vos Velony KWPN (1979, V. Indiaan KWPN). Velony’s moeder is Lony ster preferent KWPN (1970, V. Hoogheid Sgldt), die ook de grootmoeder is van de goedgekeurde hengst Ganges KWPN (1988, V. Renovo KWPN, zie 1.7.).

Patijn is ingeteeld op de stempelhengst Renovo KWPN (1975, V. Cambridge Cole NHS), die zowel via de vader als via de moeder de grootvader van Patijn is. Patijn voert, gerekend over acht generaties, 37,5 % Hackney-bloed.

De stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt in de eerste acht generaties van de pedigree van Patijn vijf keer voor. Oregon levert 15,6 % van de bloedopbouw van Patijn.

Van Til heeft Patijn verkocht aan Peter Stevens en die heeft de hengst opgefokt. Op de Nationale Tuigpaarden Dag 1999 is Patijn bij de tweejarige tuigpaardhengsten op de achtste plaats gezet.

Op de eerste bezichtiging van de hengstenkeuring in Zwolle was Patijn nogal gespannen en dat uitte zich in een overactieve bewegingsvorm. Toch werd Patijn doorverwezen naar de tweede bezichtiging in ’s-Hertogenbosch en daar is hij aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Stevens heeft Patijn daarop verkocht aan Drikus Vonk uit Lienden en Harmannus Boelens uit Bunne. Omdat Vonk bereid was in te gaan op Amerikaanse belangstelling voor Patijn, maar Boelens daar niet van wilde weten, heeft Boelens in augustus 2000 het deel van Vonk in Patijn overgenomen.

Tijdens het verrichtingsonderzoek voor tuigpaardhengsten 2000 dat in Ermelo is uitgevoerd laat Patijn zien dat hij zeer veel bereidheid heeft om te werken en dat hij zich goed laat rijden. Voor de showwagen heeft hij ruim voldoende tot veel houding. Hij zet de hals er goed op en rijst goed in de voorhand. Patijn heeft zeer veel actie in het voorbeen en het gebruik van het achterbeen is zeer goed met zeer veel buiging in het spronggewricht. Hij heeft veel tot zeer veel zweefmoment en zeer veel souplesse. Patijn heeft veel tot zeer veel aanleg als tuigpaard.

De verrichtingen van Patijn in het onderzoek zijn gewaardeerd met achten voor de houding en het gebruik van het achterbeen, 8,5 voor het zweefmoment, de actie van het voorbeen en voor het algehele beeld als tuigpaard en een negen voor de looplust.
Aan de eindbeoordeling van het verrichtingsonderzoek 2000 is deelgenomen door zes tuigpaardhengsten. Patijn behaalde van die zes hengsten de hoogste beoordeling en is door het KWPN goedgekeurd voor de fokkerij en ingeschreven in het stamboek.

Na het verrichtingsonderzoek is Patijn voor de fokkerij beschikbaar gesteld op de dekstations van Wim Cazemier in Marum en van de gebroeders Van Manen in Ede.

In totaal dekte hij in 2000 42 merries. Van de daaruit voortgekomen veulens heeft het KWPN er tien aangewezen voor het afstammelingenonderzoek. De eigenaar heeft daar nog twee veulens van Patijn aan toegevoegd.
De getoonde nakomelingen vormden een uniforme collectie, matig tot voldoende ontwikkelde, goed bespierde, tuigtypische veulens. De stap heeft voldoende ruimte en souplesse en de draf heeft veel ruimte. Het gebruik van het voorbeen varieert van iets vlak tot veel knie-actie. De draf van de veulens heeft zeer veel souplesse en veel balans. De veulens kunnen goed schakelen en tonen doorgaans een goede houding.

Op basis van het afstammelingenonderzoek heeft het KWPN besloten Patijn te handhaven voor de fokkerij.
In januari 2005 heeft het KWPN de fokkerij van Patijn, aan de hand van de keuringsrapporten van zijn driejarige nakomelingen, geëvalueerd. Dat heeft ertoe geleid dat Patijn beschikbaar is gebleven voor de fokkerij.

In de jaren daarna is Patijn tot en met 2006 steeds voor de fokkerij beschikbaar geweest op het dekstation van Cazemier in Marum. Daarnaast is de hengst ook beschikbaar gesteld op de dekstations van Van der Maat in Houten (2001 en 2002), Van Bruggen in Vuren (2003), Wagenvoort in Vroomshoop (2003 en 2004) en Van Vliet in IJsselstein (2004 en 2005).

Vanaf 2007 heeft Patijn op het dekstation van Harm Jan Veenstra uit Boijl gestaan en in 2012 is Veenstra mede-eigenaar van Patijn geworden. In april 2014 is Patijn verkocht naar de Verenigde Staten, waar hij eigendom is geworden van Patijn Equine Center in New Haven, dat een voorstad is van Fort Wayne en ruim 200 km ten noorden van Indianapolis in de staat Indiana ligt.

In januari 2009 heeft het KWPN opnieuw een evaluatie van de fokkerijprestaties van Patijn uitgevoerd. Daarbij is vastgesteld dat Patijn al enkele jaren als tuigpaard presteert op het hoogste niveau en de achterliggende jaren is doorgebroken als vererver van sportpaarden. Ook wat fokkerijprestaties betreft heeft Patijn zich onderscheiden. Daarom is aan Patijn het keurpredicaat toegekend.

In het voorjaar van 2013 is Patijn vanwege zijn voortreffelijke fokkerijprestaties preferent verklaard.

Op 25 januari 2015 is Patijn aan de complicaties van een koliekoperatie overleden.

Tot en met 2014 heeft het KWPN 345 hengstveulens en 373 merrieveulens van Patijn geregistreerd.

Van de zonen zijn Waldemar KWPN (2003), Artiflex KWPN (2005), Atleet KWPN (2005), Fantijn KWPN (2010) en Hermanus KWPN goedgekeurd voor de fokkerij.

In de Verenigde Staten dienen inmiddels ook enkele zonen van Patijn als licensend-hengst de fokkerij, zoals Whiskei KWPN-NA (2003).

In Duitsland is de hengst Variatie vb KWPN (2002, MV. Manno KWPN) in 2005 door het Beierse stamboek goedgekeurd. Variatie is daar tot en met 2008 beschikbaar geweest voor de fokkerij.

Zes andere zonen zijn wel aangewezen voor deelname aan het verrichtings-onderzoek, maar zijn om uiteenlopende redenen niet goedgekeurd voor de fokkerij. Dat betreft de hengsten Ufried vb KWPN (2001, MV. Heineke KWPN), Wervelwind vb KWPN (2003, MV. Larix KWPN), Armani vb KWPN (2005, MV. Milano KWPN), Grenadier vb KWPN (2011, MV. Lorton KWPN), Guderoos vb KWPN (2011, MV. Manno KWPN) en Gustaaf vb KWPN (2011, MV. Fabricius KWPN).

Eind 2014 zijn 165 dochters als fokmerrie opgenomen in het stamboek, waaronder 107 stermerries, 19 keurmerries en 2 elitemerries. Het preferentschap is door vier merries behaald.

Eind 2014 heeft Patijn een sportindex van 161 met een betrouwbaarheid van 87 %. Patijn heeft daarmee de hoogste fokwaarde van de hengsten met een fokwaarde met een betrouwbaarheid van tenminste 80 %.

Uit het genetisch profiel dat het KWPN publiceert blijkt voorts dat de nakomelingen van Patijn vaak een lichte hoofd-halsverbinding, een strak verloop van de rug, een hellend kruis en hard beenwerk hebben. Minder positief zijn de arm bespierde hals en de smalle hoeven die bij de nakomelingen worden waargenomen. De kinderen van Patijn draven in een goede houding, hebben veel knie-actie en maken zeer goed gebruik van de achterhand.

Drie dochters van Patijn zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden, te weten:

a. Velony II KWPN (2002, MV. Renovo KWPN ), die de moeder is van de hengst Colonist KWPN (2007, V. Vulcano KWPN, zie 1.6.3.9.1.),

b. Violine KWPN ster preferent (2002, MV. Jonker KWPN), die de moeder is van de hengst Kordaat KWPN (2015, V. Eebert KWPN, zie 1.14.1.3.1.1.) en

c. Wiskelly KWPN (2003, MV. Fabricius KWPN), die de moeder is van de hengst Graaf Kelly KWPN (2011, V. Manno KWPN, zie 1.6.3.11).

In de sport heeft Patijn de eerste jaren vrijwel uitsluitend aan wedstrijden voor goedgekeurde hengsten deelgenomen. In 2007 en 2008 is hij ook in een breder verband uitgebracht. Patijn heeft diverse successen behaald.
Zijn belangrijkste overwinningen zijn:

2001 nationaal kampioen aangespannen dekhengsten met rijder Thomas van der Weiden;
2001 winnaar KNHS/KWPN hengstencompetitie met rijder Kees van der Maat;
2002 winnaar Oregon Trofee met rijder Thomas van der Weiden;
2004 winnaar Oregon Trofee met rijdster Linda Boelens;
2004 nationaal kampioen aangespannen dekhengsten met rijdster Linda Boelens;
2005 winnaar Oregon Trofee met rijdster Linda Boelens;
2006 nationaal kampioen aangespannen dekhengsten met rijder Harm Jan Veenstra;
2007 winnaar Masterclass competitie en
2008 winnaar Oregon Trofee met rijder Harm Jan Veenstra.

In 2008 is Patijn op de Nationale Tuigpaarden Dag uitgeroepen tot Tuigpaard van het Jaar.

Succesvolle nakomelingen van Patijn in Nederland zijn onder andere:

a. Ufried vb KWPN, hengst, 2001, MV. Heineke KWPN, fokker S. Douwes uit Peize, heeft met rijdster Linda Boelens het FSP-kampioenschap gewonnen en won met Harm Jan Veenstra in 2007 het kampioenschap open klasse in de regio Noord. ater is Ufried overgegaan in handen van Rein Bosch en is Ufried in 2011 kampioen open klasse in de regio Oost geworden. Daarna is Ufried in bezit gekomen van J. van der Molen uit Siegerswoude.Ufried heeft hij in totaal 246 winstpunten behaald;

b. Urbanus C vb KWPN (sportnaam Urban), ruin, 2001, fokker J. Clevering uit Donkerbroek, eigenaren P. en M. Steven uit Norg, later W. en C. Brouwer uit Boijl en daarna combinatie De Boer uit Mantinge, heeft 195 winstpunten behaald

c. Wendoline ster KWPN, merrie, 2003, MV. Majesteit KWPN, fokker/eigenaar Tabe de Jong uit Hollumis in 2005 en 2006 op de nationale merrie keuring kampioen geworden van de tweejarige-, respectievelijk driejarige merries;

d. Whispering Hope keur preferent sport KWPN, merrie, 2003, MV. Fabricius KWPN, fokker Peter Stevens uit Zeijen, is in 2011 nationaal kampioen aangespannen fokmerries geworden. De merrie heeft 192 winstpunten behaald en is in 2012 verkocht naar de Verenigde Staten;

e. Winston E vb KWPN, ruin, 2003, MV. Cambridge Cole NHS, fokker B.H. van der Veen, Opende, maakt deel uit van het vierspan van IJsbrand Chardon dat in 2015 bij de Europese Kampioenschappen in Aachen (GER) en bij de Wereldkampioenschappen 2016 in Breda individueel de tweede plaats behaalde en met het Nederlandse team de eerste plaats behaalde in de landenwedstrijd;

f. Wizkid’s Gonda keur sport KWPN, merrie, 2003, MV. Larix KWPN, fokker A. Ritsema, eigenaar Ritsema Sierbestrating uit Groningen, is in 2007 algemeen kampioen bij de tuigpaarden op de centrale keuring in Norg geworden. Aangespannen won ze in 2010 met rijder Derk Jan Mekkes de KNHS/Silfit . Masterclasscompetitie en in span met Ursula keur KWPN (sportnaam Ultima) (2001, V. Patijn KWPN) is ze nationaal kampioen tweespannen geworden. Wizkid’s Gonda heeft 310 winstpunten behaald;

g. Wonder van de Ursahof vb KWPN, ruin, 2003, MV. Gelviro KWPN, fokker A. Steenbergen uit Ansen, eigenaren G. en T. Boverhof uit Ansen, is in 2010 met rijdster Roelie Boverhof nationaal kampioen aangespannen tuigpaarden gereden door dames geworden. Op dezelfde dag is Wonder van de Ursahofin span met de ruin Alex van de Ursahof vb KWPN (2005, V. Patijn KWPN) met rijder Gert Boverhof nationaal kampioen tweespannen geworden. In de jaren daarna heeft Wonder van de Ursahof verschillende regionale kampioenschappen gewonnen. Hij heeft 340 winstpunten behaald;

h. Amanda ster vb KWPN (sportnaam Any Time), ruin, 2005, MV. Manno KWPN, fokker B. van Dijk uit Soest, eigenaar J.W. Westenberg uit Hellendoorn, heeft 153 winstpunten in het enkelspan behaald;

i. Artiflex KWPN, (sportnaam Besterly Artiflex), goedgekeurde hengst,2005, MV. Fabricius KWPN, fokker J.B. Wijmenga uit Garijp, eigenaar combinatie Veerman, Boijl en Wijmenga, Garijp, heeft 111 winstpunten behaald;

j. Atleet KWPN, goedgekeurde hengst, 2005, MV. Waterman KWPN, fokker R. Aalders uit Nieuw Roden en eigenaren Gebr. van Manen, Ede en Wim Cazemier uit Nuis, heeft 141 winstpunten behaald;

k. Cuderose keur KWPN, merrie, 2007, MV. Manno KWPN, fokker Wim Cazemier uit Nuis, eigenaar H. Boelens uit Bunne, is in 2009 op de Nationale Tuigpaarden Dag nationaal kampioen bij de tweejarige tuigpaardmerries geworden en

In het databestand van de Duitse Hippische Sportbond zijn medio augustus 2015 48 nakomelingen van Patijn geregistreerd. Samen hebben die € 47.425 gewonnen. Zes nakomelingen hebben een winsom van meer dan € 3.000, te weten:

a. Variatie vb KWPN (sportnaam Vatijn), ruin, 2002, MV. Manno KWPN, fokker W.R.J. Steenkamp, eigenaar Erhardt Beck en later Robert Schottmüller, is van 2005 – 2008 als fokhengst, goedgekeurd door het Beierse stamboek, beschikbaar geweest voor de fokkerij en loopt vanaf 2008 in het tweespan waarmee Stefan Schottmüller (GER) aan menwedstrijden deelneemt. Vanaf 2010 komt Schottmüller internationaal uit. Vatijn heeft medio augustus 2015 een winsom van € 4.225;

b. Varijn vb KWPN, ruin, 2002, MV. Renovo KWPN, fokkers P. en M. Stevens, eigenaar Gisela Schottmüller (GER), loopt sinds mei 2007 in het tweespan waarmee Stefan Schottmüller (GER) aan menwedstrijden deelneemt. Vanaf 2010 komt Schottmüller internationaal uit. Varijn heeft medio augustus 2015 een winsom van € 5.988;

c. Victor vb KWPN, hengst, 2002, MV. Uriant KWPN, fokker W. Stol, eigenaar Gisela Schottmüller (GER), loopt sinds mei 2007 in het tweespan waarmee Stefan Schottmüller (GER) aan menwedstrijden deelneemt. Vanaf 2010 komt Schottmüller internationaal uit. Victor heeft medio augustus 2015 een winsom van € 7.094;

d. Waldo vb KWPN (sportnaam Wendero), ruin, 2003, MV. Ahoy KWPN, fokker H. Schut, eigenaar Sebastian Heβ, loopt vanaf 2007 in het tweespan waarmee Sebastian Heβ aan samengestelde menwedstrijden deelneemt. Vanaf 2012 is ook internationaal gestart. Sporadisch is Heβ ook met een vierspan gestart. Wendero heeft een winsom van € 4.108;

e. Winston E vb KWPN, ruin, 2003, MV. Cambridge Cole NHS, fokker B.H. van der Veen, eigenaar Aart de Leeuw, heeft in 2010 met Aart de Leeuw (GER) en in 2011 met Amely Barones von Buchholz (GER) deelgenomen aan menwedstrijden voor tweespannen. In de jaren 2012 – 2014 heeft Winston E meegelopen in het vierspan waarmee IJsbrand Chardon (NED) aan internationale menwedstrijden heeft deelgenomen. In 2013 maakte Winston E deel uit van het vierspan van Chardon dat met het Nederlandse team in Izsak (HUN) Europees kampioen is geworden en in 2014 van het vierspan dat met het Nederlandse team in Caen (FRA) wereldkampioen is geworden;

f. Zaringo vb KWPN (sportnaam Carlo), ruin, 2004, MV. Dobas KWPN, fokker K. de Groot, eigenaar József Dobrovitz (HUN), is vanaf 2009 door Hans en Jana Wehr gestart in samengestelde menwedstrijden voor enkelspannen. In 2012 is Carlo eigendom geworden van Dobrovitz en is hij deel gaan uitmaken van het vierspan waarmee Dobrovitz deelneemt aan internationale menwedstrijden. In 2013 maakte het vierspan deel uit van het Hongaarse team dat bij de Europese Kampioenschappen in Izsak (HUN) de derde plaats behaalde. In 2014 heeft het vierspan tijdens de Wereldkampioenschappen in Caen (FRA) opnieuw met het Hongaarse team de bronzen medaille behaald en in 2015 heeft het team bij de Europese Kampioenschappen in Aachen opnieuw de derde plaats behaald. Carlo heeft een winsom van € 6.291 en

g. Ditmar vb KWPN (sportnaam Playboy), hengst, 2008, MV. Manno KWPN, fokker H. Boelens, Bunne, maakt deel uit van het vierspan van de Duitser Georg von Stein dat bij het Europees kampioenschap 2015 in Aachen met het Duitse team de tweede plaats behaalde in de landenwedstrijd.

In het Franse databestand van SIRE is Patijn met 25 nakomelingen opgenomen. De meest succesvolle nakomeling is de merrie Zascha vb KWPN, 2004, MV. Exponent KWPN, fokker M.A. van Steenis, die in de jaren 2008 – 2013 door diverse ruiters is uitgebracht in springwedstrijden 105 – 115 cm. De merrie heeft een winsom van € 1.132.

1.14.1.1. Waldemar 03.02817 Stb KWPN

De bruine tuigpaardhengst Waldemar KWPN (V. Patijn KWPN) heeft een stokmaat van 168 cm. Hij is geboren op 19 april 2003 en is gefokt door Tonnie van Beek uit Eerbeek. Waldemar heeft bij de geboorte de naam Winkie gekregen en tijdens zijn deelname aan het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN die naam gewijzigd in Waldemar.

Hij is een best ontwikkelde en tuigtypisch gebouwde hengst met lange voorbenen. De hals staat er goed op en heeft voldoende lengte. De hengst heeft een goede bespiering. Zijn correcte beenwerk heeft royaal ontwikkelde gewrichten en straalt kwaliteit uit. Waldemar heeft best ontwikkelde hoeven.

De moeder van de hengst is de donkere vos keur preferente merrie Ninkie KWPN (1995, V. Joviaal KWPN). Zij is een best ontwikkelde, tuigtypisch gebouwde merrie met een stokmaat van 168 cm. Ze heeft een ruime stap en draaft met veel oprichting. Voor heeft ze een goede actie en voldoende ruimte. Achter heeft Ninkie een goede buiging in het spronggewricht, maar het achterbeen wordt van ver gehaald.
Ninkie was op twee- en driejarige leeftijd de kampioen van haar leeftijdsklasse op de Nationale Tuigpaarden Dag en in 2002 is ze op de Nationale Tuigpaarden Dag reservekampioen bij de keurmerries geworden.

Als fokmerrie heeft ze twaalf veulens gebracht, waaronder Waldemar’s broer Vitz Randall vb KWPN (2002, V. Patijn KWPN), die in tuigpaardwedstrijden 80 winstpunten heeft behaald.

Tweede moeder is de donkere vos Itinkie V keur preferent prestatie KWPN (1990, V. Waterman KWPN). Ze behaalde zelf 66 winstpunten in wedstrijden. Haar zoon Rinkier vb KWPN (1998, V. Joviaal KWPN) was een succesvol concourspaard en behaalde met rijder Jan Jordans 359 winstpunten.

Gerekend over acht generaties voert Waldemar 28,1 % Hackney –bloed. In de eerste acht generaties van zijn pedigree komt de hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) 16 keer voor. Het aandeel van Oregon in de bloedopbouw van Waldemar bedraagt 18,75 %.

In 2006 hebben de gebroeders Van Manen uit Ede en V.C.J. van Beest uit Tiel Waldemar voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring in ’s-Hertogenbosch. Daar is hij aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek en is hij uitgeroepen tot kampioen van de driejarige tuigpaardhengsten.

Bij het in Ermelo gehouden verrichtingsonderzoek 2006 toont Waldemar zich een eerlijke, betrouwbare hengst die gelijkmatig presteert en veel bereidheid heeft om te werken. Hij heeft een goede stap. Voor de showwagen rolt hij zich soms op in zijn hals. Hij heeft zeer veel knie-actie. De buiging van het achterbeen is goed, maar het been zou flitsender mogen worden ondergebracht. De draf kent een lang zweefmoment. Waldemar heeft als tuigpaard veel aanleg.

Zijn verrichtingen tijdens het onderzoek zijn gewaardeerd met een negen voor de actie van het voorbeen, een 8,5 voor het zweefmoment en voor de looplust, een acht voor het algehele beeld als tuigpaard en een 7,5 voor de houding en voor het gebruik van het achterbeen.

Voor deelname aan het verrichtingsonderzoek tuigpaarden zijn in 2006 tien hengsten aangewezen. Aan de eindbeoordeling van het onderzoek is door vijf hengsten deelgenomen, waarvan er drie zijn goedgekeurd voor de fokkerij.

Waldemar is na afloop van het onderzoek goedgekeurd en heeft de hoogste punten van de deelnemende hengsten gescoord.

Het KWPN heeft daarbij de verwachting uitgesproken dat Waldemar goed werk zou kunnen doen bij merries die meer maat of formaat zouden moeten hebben of die een royale hoefontwikkeling missen. Waldemar zou ook de lengte in de drafpassen en het zweefmoment kunnen verbeteren.

Waldemar is voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het dekstation van de gebroeders Van Manen in Ede en heeft in 2006 56 merries gedekt.

Van de daaruit geboren veulens heeft het KWPN elf veulens aangewezen voor het afstammelingenonderzoek. De eigenaren van de hengst hebben daar nog zes andere veulens van de hengst aan toegevoegd.
Volgens de KWPN-rapportage vormden de zeventien getoonde veulens een uniforme, normaal tot zeer goed ontwikkelde tuigtypische collectie. De actie van het voorbeen in draf varieert van ruim voldoende tot zeer goed. Het achterbeen wordt actief gebruikt met veel buiging, maar zou doorgaans verder onder het lichaam moeten worden gebracht. De veulens zetten in draf de hals er goed tot zeer goed op en draven met veel oprichting.

Op basis van de veulenbeoordeling heeft het KWPN besloten Waldemar te handhaven voor de fokkerij. Daarbij is gemeld dat verwacht mag worden dat Waldemar de houding in draf en het voorbeengebruik zal verbeteren, evenals de bespiering en de ontwikkeling.

Eind 2010 is Waldemar goedgekeurd op basis van zijn driejarige nakomelingen. Het sterpercentage van zijn nakomelingen is zeer hoog en op meerdere centrale keuringen heeft een dochter van Waldemar de kopplaats bemachtigd. Bovendien is uit zijn eerste jaargang zijn zoon Cizandro goedgekeurd voor de fokkerij.

In oktober 2012 is Waldemar verkocht aan een groep fokkers uit de Verenigde Staten en is hij terecht gekomen op het bedrijf van Steven Glick in Quarryville, dat tussen Philadelphia en Harrisburg in de staat Pennsylvania ligt.

Het KWPN heeft eind 2014 200 hengstveulens en 196 merrieveulens van Waldemar geregistreerd.
Van de zonen is Cizandro KWPN (2007) goedgekeurd voor de fokkerij .

De zonen Edison vb KWPN (2009, MV. Manno KWPN) en Enrique H vb KWPN (2009, MV. Blokland Shales VRH) zijn aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Op de hengstenkeuring 2012 is Enrique H reservekampioen geworden, maar hij heeft niet aan het verrichtingsonderzoek deelgenomen. Edison is wel aan het verrichtingsonderzoek begonnen, maar heeft dat halverwege het onderzoek beëindigd.

Van de dochters zijn er 55 als fokmerrie opgenomen in het stamboek, waaronder 31 stermerries, zes keurmerries en een elitemerrie.

In september 2015 heeft Waldemar een sportindex van 151 met een betrouwbaarheid van 75 %.

Uit het genetisch profiel blijkt dat de nakomelingen van Waldemar veelal een lichte hoofd-halsverbinding, een schuin liggende schouder, een strakke rug en kwalitatief hard beenwerk hebben. In beweging hebben ze een ruime stap en in draf een hoge actie van het voorbeen.

Waldemar heeft met succes aan diverse tuigpaardwedstrijden deelgenomen, waarbij hij meestal is gereden door Robbie van Dijk. In 2007 en 2009 is hij winnaar van de KNHS/KWPN Hengstencompetitie geworden, terwijl hij in 2008 de tweede plaats in deze competitie heeft behaald.

In 2009 en 2011 is Waldemar Nederlands kampioen aangespannen dekhengsten geworden. en in de jaren 2010 en 2011 heeft hij diverse wedstrijden in de limietklasse gewonnen. Waldemar heeft 62 winstpunten behaald.

Succesvolle nakomelingen van Waldemar zijn:

a. Charlotte keur KWPN, merrie, 2007, MV. Factor KWPN, fokker/eigenaarA.J. en M.J. van Ingen uit Lienden is in 2010 nationaal kampioen bij de driejarige tuigpaardmerries geworden.
Aangespannen heeft Charlotte100 winstpunten behaald;

b. Cizandro KWPN, goedgekeurde hengst, 2007, MV. Manno KWPN, fokker Gebr. den Otter, Bruchem, heeft vele successen geboekt in de sport, Zie 1.14.1.1.1.;

c. Elegant keur KWPN, merrie, 2009, MV. Lorton KWPN, fokker E. Lokhorst, Vierhouten, eigenaar C. van Dijk uit Boekel, is in 2014 op de Nationale Tuigpaarden Dag Topsportmerrie van het Jaar en winnaar van de Greet Bergstra bokaal geworden. In 2015 is de merrie op de Nationale Tuigpaarden Dag kampioen van de zes-, zeven- en achtjarige merries geworden en

d. Evita ster KWPN, 2009, MV Manno KWPN, fokker M.J. Seldenrijk, Barneveld , is op de centrale keuring 2012 van de regio Tuigpaarden Oost kampioen van de driejarige merries geworden.

In het databestand van de Duitse Hippische Sportbond zijn dertien nakomelingen van Waldemar opgenomen. Eind augustus 2015 hebben die samen € 3.225 gewonnen.
In de Franse database van SIRE staan negen nakomelingen van Waldemar, maar zij hebben geen uitgebreide erelijst.

1.14.1.1.1. Cizandro 528003200702966 Stb KWPN

Cizandro KWPN (V. Waldemar KWPN) is een donkerbruine tuigpaardhengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is op 25 april 2007 geboren en is gefokt door de gebroeders Den Otter uit Bruchem.

Cizandro is een goed ontwikkelde en zeer tuigtypisch gebouwde hengst, die zijn rijke hals er goed op heeft staan. De bovenlijn is goed en de beenstanden zijn correct. De hengst zou langer gelijnd kunnen zijn.

De moeder van Cizandro is de bruine ster preferente merrie Uizandra KWPN (2001, V. Manno KWPN). Ze is volgens de KWPN-rapportage een royaal ontwikkelde, tuigtypische merrie met veel formaat. Ze heeft een stokmaat van 173 cm en beschikt over een kwalitatief zeer goed fundament. Haar stap is krachtig en energiek en heeft voldoende ruimte. In draf heeft de merrie veel oprichting, actie, ruimte en kracht.
Cizandra is een zuster van de hengst Vulcano KWPN ( 2002, V. Manno KWPN, zie 1.6.3.9.). Als fokmerrie heeft Uizandra in 2014 haar tiende veulen gebracht.

Tweede moeder is de donkerbruine Izandra keur preferent KWPN (1990, V. Renovo KWPN), die vijftien veulens bracht. In 1992 was ze als tweejarige reserve-kampioen op de Nationale Tuigpaarden Dag.
Izandra’s moeder Zandra keur preferent prestatie KWPN (1981, V. Proloog KWPN) was als driejarige en als vierjarige kampioen op de UTV in Utrecht en zij is de moeder van de goedgekeurde hengst Handro KWPN (1989, V. Waterman KWPN).

Gerekend over acht generaties voert Cizandro 23,4 % Hackney-bloed. In de eerste acht generaties van zijn afstammingstabel komt de hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) zestien keer voor, maar meestal in de achtste generatie. Oregon levert, gerekend over acht generaties, een aandeel van 14,8 % in de bloedopbouw van Cizandro.

Toen Cizandro een week oud was hebben de gebroeders Den Otter de hengst voor 50% verkocht aan de gebroeders Van Manen uit Ede. De nieuwe eigenaren-combinatie heeft de hengst gepresenteerd op de KWPN-hengstenkeuring 2010.

Op de keuring is Cizandro aangewezen voor deelname aan het verrichtings-onderzoek tuigpaarden, dat in 2010 in Stegeren bij Ommen is gehouden.

In het onderzoek heeft Cizandro zeer goed gepresteerd. Hij is eerlijk en betrouwbaar en heeft zeer veel bereidheid om te werken. Zijn stap is goed en voor de showwagen klimt hij er in en zet de hals er zeer goed op. Hij heeft zeer veel knie-actie en een ruime tot zeer ruime draf. Achter toont hij veel buiging en hij brengt de achterbenen goed onder. Zijn draf heeft een zeer goed zweefmoment. Cizandro heeft als tuigpaard zeer veel aanleg.

De jury heeft de verrichtingen van Cizandro gewaardeerd met een 9,5 voor het algemene beeld als tuigpaard en met negens voor alle andere te beoordelen facetten.

Voor deelname aan het verrichtingsonderzoek in 2010 zijn op de hengstenkeuring zes hengsten aangewezen. Later zijn daar via de herkansing nog twee hengsten aan toegevoegd. Zes van de acht hengsten zijn aan het verrichtingsonderzoek begonnen en na de tussenbeoordeling is het onderzoek door vier hengsten voortgezet. Na de eindbeoordeling zijn alleen Cizandro en Crescendo HBC KWPN (2007, V. Wodka HBC KWPN, zie 1.6.2.2.1.) in het stamboek ingeschreven.
Van de deelnemende hengsten heeft Cizandro het hoogste puntentotaal behaald en is daarmee de verrichtingskampioen 2010.

Bij de goedkeuring van Cizandro heeft het KWPN meegedeeld dat het rechterkniegewricht van de hengst voor osteochondrose is ingedeeld in klasse C, maar dat de hengstenkeuringscommissie gebruik heeft gemaakt van de reglementaire mogelijkheid om de hengst desondanks in te schrijven in het stamboek.

Hierbij moet worden opgemerkt dat osteochondrosebeelden worden ingedeeld in vijf klassen (A t/m E). Hierbij staat de A voor het afwezig zijn van osteochondrose, de B voor minimaal aanwezig, de C voor duidelijk aanwezig, de D voor vrij ernstig aanwezig en de E voor ernstig aanwezig.

Na afloop van het verrichtingsonderzoek is Cizandro voor de fokkerij beschikbaar gesteld op de dekstation van de gebroeders Van Manen in Ede en heeft hij 69 merries gedekt.

Voor het in 2011 uit te voeren afstammelingenonderzoek heeft het KWPN dertien veulens aangewezen en de eigenaren van Cizandro hebben daar nog drie zelf geselecteerde veulens aan toegevoegd.

De beoordeelde nakomelingen vormden een qua type en ontwikkeling zeer uniforme collectie veulens met ras. De actie van het voorbeen is voldoende bij een goede ruimte. Het achterbeen heeft ruim voldoende buiging, maar zou meer en krachtiger moeten worden ondergebracht. De veulens zetten in draf de hals er goed op, maar bleven vrijwel zonder uitzondering hoog in de croupe.

Op basis van het beeld van het afstammelingenonderzoek is Cizandro gehandhaafd als goedgekeurde hengst.

Tot en met 2014 heeft het KWPN 133 hengstveulens en 153 merrieveulens van Cizandro geregistreerd.

Van de zonen zijn Globetrotter KWPN (2011), Hertog Jan KWPN (2012) , Hiro T KWPN (2012) en Hubert VDM (2012) goedgekeurd voor de fokkerij.

De zonen Gigant vb KWPN (2011, MV. Manno KWPN) en Governor vb KWPN (2011, MV. Fabricius KWPN) zijn aangewezen voor deelname aan het verrichtings-onderzoek. Governor heeft niet aan het onderzoek deelgenomen en is verkocht aan David en Lorene Beachy in Goshen in de Amerikaanse staat Indiana, waar hij licensed hengst is geworden. Gigant is halverwege het verrichtingsonderzoek door zijn eigenaar uit het onderzoek teruggetrokken.

Van de dochters zijn er eind 2014 22 als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Van de opgenomen fokmerries hebben er negentien het sterpredicaat behaald; één is keurmerrie geworden en één is elitemerrie.

Medio 2015 heeft Cizandro een sportindex van 164 met een betrouwbaarheid van 51 %.

Cizandro is met succes uitgebracht in de sport. Vrijwel altijd is hij daarbij gereden door Robbie van Dijk.
In 2011 was hij vrijwel onverslaanbaar in de KNHS/KWPN hengstencompetitie.

In het jaar 2012 won hij de Oregon Trofee tijdens de KWPN-hengstenkeuring, het nationaal kampioenschap voor vijfjarige tuigpaarden, het Nederlands kampioenschap voor aangespannen dekhengsten en voor de tweede keer de KNHS/KWPN hengstencompetitie.

In 2013 won hij opnieuw de Oregon Trofee, werd hij nationaal kampioen van de zesjarige tuigpaarden en won hij op de Nationale Tuigpaarden Dag de Manno Trofee. Voorts won hij voor het derde achtereenvolgende jaar de KNHS/KWPN-hengstencompetitie en werd hij opnieuw Nederlands kampioen aangespannen dekhengsten. Tenslotte werd hij in 2013 uitgeroepen tot Tuigpaard van Jaar.

In 2014 won hij voor de derde keer op rij de Oregon Trofee en werd hij nationaal kampioen van de 7-jarige tuigpaarden.
In 2015 heeft Cizandro op de Nationale Tuigpaarden Dag voor de tweede keer de Manno Trofee gewonnen.

Tot en met augustus 2015 heeft Cizandro 224 winstpunten behaald.

Enkele nakomelingen van Cizandro hebben succes gehad op keuringen, zoals:

a. Heidelien keur KWPN, merrie, 2012, MV. Fabricius KWPN, fokker G. Wijnne, Nunspeet, eigenaar gebroeders Den Otter, Bruchem, is in 2014 nationaal kampioen van de tweejarige merries op de Nationale Tuigpaarden Dag geworden en in 2015 is ze nationaal kampioen van de driejarige merries geworden. Bovendien werd ze in 2015 kampioen bij de aangespannen driejarigen om de Egbert Emmink Bokaal;

b. Heideroos ster KWPN, merrie, 2012, MV. Renovo KWPN, fokker H.J. en H.L.M. van Middelaar, Hoogland, eigenaar W. Liezen, Wanneperveen, is in 2015 op de nationale Tuigpaarden Dag reservekampioen van de driejarige merries geworden en

c. Holette ster KWPN, merrie, 2012, MV. Victory KWPN, fokker D.J.A. Podt, Holten en eigenaar A.J. Podt, Holten, is in 2014 de reservekampioen van de tweejarige merries op de Nationale Tuigpaarden Dag geworden. In 2015 heeft ze op de Nationale Tuigpaarden Dag de derde plaats behaald in het kampioenschap voor driejarige merries.

In januari 2019 is het keurpredicaat toegekend aan Cizandro.

1.14.1.1.1.1. Globetrotter 528003201103882 Stb KWPN

De donkerbruine tuigpaardhengst Globetrotter KWPN (V. Cizandro KWPN) heeft een stokmaat van 161 cm. Hij is geboren op 15 mei 2011 en is gefokt door de gebroeders Van Dolder uit Stolwijk. Bij zijn geboorte heeft de hengst de naam Gerco gekregen en tijdens zijn deelname aan het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN de naam Globetrotter aan hem gegeven.

Globetrotter is volgens de KWPN-beschrijving een voldoende ontwikkelde en voldoende tuigtypische hengst. Het exterieur van de hengst is goed. Opmerkingen zijn gemaakt over de iets zware hoofd-halsverbinding en over de hals, die er iets meer op zou mogen staan. Het fundament zou iets harder en droger mogen zijn.

De moeder van de hengst is de vosmerrie Lilonka ster preferent KWPN (1993, V. Harald KWPN). Zij is een goed ontwikkelde tuigtypische merrie met een stokmaat van 165 cm. Haar nek zou iets langer mogen zijn. Haar hals en schouder zijn goed van lengte en de schoft is goed ontwikkeld. De merrie heeft hard en droog beenwerk. De stap is correct en actief en de draf heeft ruim voldoende actie, ruimte en zweefmoment. Het achterbeengebruik zou iets krachtiger mogen zijn.
Als fokmerrie heeft Lilonka drie merrieveulens en acht hengstveulens gebracht. Onder de hengstveulens zijn de goedgekeurde hengst Sander KWPN (1999, V. Fabricius KWPN, zie 1.6.5.) en zijn broer Roel vb KWPN (1998), die met rijder Ab Koetsier 115 winstpunten in enkelspan- en 203 punten in tweespanwedstrijden heeft behaald.

Tweede moeder is de zilverappel vosmerrie Bilonka keur preferent KWPN (1983, V. Unitas KWPN). Zij bracht vier merrieveulens en negen hengstveulens, waaronder de goedgekeurde hengst Goya KWPN (1988, V. Wilhelmus KWPN, zie 1.2.2.).

De moederlijn van Globetrotter is met achtereenvolgens merries van Harald KWPN (1989, V. Wouter KWPN), Unitas KWPN (1978, V. Hoogheid Sgldt), Iregon KWPN (V. Oregon Sgldt) en Hugo KWPN (1966, V. Oregon Sgldt) klassiek van opbouw.

Via vader Cizandro KWPN voert Globetrotter, gerekend over acht generaties 10,9 % Hackney-bloed.
In de eerste acht generaties van zijn pedigree komt de klassieke stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) vijftien keer voor. Oregon levert, gerekend over acht generaties, een aandeel van 19,5 % in de bloedopbouw van Globetrotter.

Globetrotter is door Albert Lueks en M. Donkelaar gepresenteerd op de KWPN-hengstenkeuring 2014, waar de hengst is aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.
In het verrichtingsonderzoek, dat in 2014 weer in Ermelo is gehouden, toont Globetrotter veel bereidheid om te werken en laat hij zich zeer goed rijden. Hij heeft een zuivere stap. Voor de showwagen zet hij de hals er goed op, heeft hij veel tot zeer veel knie-actie en zet hij het voorbeen ruim tot zeer ruim weg. De achterbenen worden ruim voldoende tot goed gebogen en goed ondergebracht. Globetrotter heeft als tuigpaard veel tot zeer veel aanleg.

De verrichtingen van Globetrotter zijn gewaardeerd met een 7,5 voor het gebruik van het achterbeen, een acht voor het front en voor de looplust en een acht en half voor de houding, het zweefmoment, de actie van het voorbeen en het algemene beeld als tuigpaard.

Aan het in 2014 gehouden verrichtingsonderzoek hebben zeven tuigpaardhengsten deelgenomen, Drie van hen hebben aan de eindbeoordeling deelgenomen.

De zesjarige Dylano KWPN (2008, V. Plain’s Liberator NHS) behaalde de hoogste cijfers en Globetrotter was in puntentotaal een goede nummer twee, maar was wel de hoogst gewaardeerde driejarige hengst.

Na afloop van het onderzoek heeft het KWPN Globetrotter goedgekeurd voor de fokkerij. Het KWPN heeft daarbij aangegeven dat verwacht mag worden dat Globetrotter een goed zweefmoment en een ongecompliceerd karakter met veel show aan zijn nakomelingen zal doorgeven. Hij zal waarschijnlijk het best passen op merries met ras, maat en formaat.

Al voor het einde van het onderzoek is Globetrotter verkocht aan de Rocky Ridge Stable van Ivan K. Fisher in Narvon in de staat Pennsylvania in de Verenigde Staten. Na afloop van het onderzoek is Globetrotter naar zijn nieuwe eigenaren gegaan.

Het KWPN heeft geen nakomelingen van Globetrotter geregistreerd.

1.14.1.1.1.2. Hertog Jan 528003201204333 Stb KWPN

Hertog Jan KWPN (V. Cizandro KWPN) is een bruine tuigpaardhengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is geboren op 18 mei 2012 en is gefokt door Piet Lelieveld uit Leidschendam en P. Beck uit Woubrugge.
Hertog Jan is een goed ontwikkelde, zeer tuigtypische hengst. Hij heeft een hals die goed is bespierd, zeer goed van lengte is en er zeer goed op staat. De hoeven zijn zeer goed van vorm en ontwikkeling en het fundament heeft veel kwaliteit

De moeder van Hertog Jan is de bruine halfbloed Hackneymerrie Zidane Woodbridge keur KWPN (2004, V. Talos KWPN). In 2015 heeft zij haar achtste veulen gebracht.
Tweede moeder is de Hackney Lion’s Dana International ster NHS (1999, V. Plain’s Superstition NHS).

Gerekend over acht generaties voert Hertog Jan 39,1 % Hackney-bloed en 6,5 % Oregon bloed. De Oregon zonen Gloriant Sgldt (1965) en Hoogheid Sgldt (1966) komen respectievelijk zes en tien keer voor in de eerste acht generaties van de pedigree van Hertog Jan.

Hertog Jan is door Black Horse BV uit Papendrecht voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring 2015. Daar is de hengst aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek in Ermelo.

In het verrichtingsonderzoek blijkt dat Hertog Jan eerlijk en betrouwbaar, maar snel gespannen is. Tijdens het onderzoek is de gespannenheid minder geworden. De hengst heeft een krachtige en voldoende ruime stap. Voor de showwagen zet Hertog Jan de hals er zeer goed op en komt hij zeer goed terug in het front. Hij heeft veel tot zeer veel knie-actie en een zeer ruime draf. Het gebruik van de achterbenen is zowel qua buiging als qua onderbrengen ruim voldoende. Hertog Jan heeft zeer veel looplust en veel tot zeer veel aanleg als tuigpaard.

De verrichtingen van Hertog Jan zijn gewaardeerd met een negen voor het front en voor de looplust, een 8,5 voor de actie van het voorbeen en voor het algemene beeld als tuigpaard. De houding en het zweefmoment zijn gewaardeerd met een 7,5 en het gebruik van het achterbeen met een zeven.

Aan het verrichtingsonderzoek 2015 hebben zes, op de hengstenkeuring aangewezen, hengsten deelgenomen en één hengst die via de herkansing tot het onderzoek is toegelaten. Vier van hen hebben aan de eindbeoordeling deelgenomen en daarvan zijn er drie goedgekeurd voor de fokkerij.
Hertog Jan is één van de goedgekeurde hengsten en heeft van hen in puntentotaal de meeste punten behaald.

Over de fokkerij van de hengst heeft het KWPN aangegeven dat verwacht mag worden dat hij het type, het front, het voorbeengebruik en de inzet zal kunnen verbeteren. De te dekken merries dienen wel over kracht en een goed zweefmoment te beschikken.

In 2016 is een collectie veulens van Hertog Jan beoordeeld. Het was een ruim voldoende tuigtypische, voldoende ontwikkelde maar weinig uniforme collectie. De nekken en halzen van de veulens zijn zeer goed van lengte en vorm. Het fundemant is correct, hard en goed ontwikkeld. Het achterbeen heeft een goede buiging maar zou meer kracht moeten ontwikkelen. Hertog Jan is gehandhaafd voor de fokkerij.

1.14.1.1.1.3. Hiro T 528003201204034 Stb KWPN

De donkerbruine tuigpaardenhengst Hiro T KWPN (V. Cizandro KWPN) heeft een stokmaat van 161 cm. Hij is geboren op 20 mei 2012 en is gefokt door W.A. Toonen uit Alem in de Bommelerwaard in de provincie Gelderland.
De hengst heeft bij de geboorte de naam Handro T van zijn fokker gekregen. Tijdens zijn deelname aan het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN de naam gewijzigd in Hiro T.
Hiro T is volgens de KWPN-rapportage een voldoende ontwikkelde, tuigtypische hengst. Hij heeft een goed exterieur. De hals staat er zeer goed op maar komt wat diep uit de borst. De schouder is voldoende van lengte, maar zou iets schuiner mogen liggen. De rug is goed bespierd maar iets gezonken. De croupe is ruim voldoende van lengte, maar iets plat. Het fundament heeft veel kwaliteit en is goed ontwikkeld.

De moeder van de hengst is de zwarte stermerrie Darona T KWPN (2008, V. Manno KWPN). Zij is een goed ontwikkelde, zeer tuigtypische merrie met een stokmaat van 167 cm. Haar stap is toontredend, maar voldoende ruim en zeer krachtig. In draf heeft Darona veel houding, voldoende actie in het voorbeen en een goed achterbeengebruik.
Hiro T is het eerste veulen van Darona. In 2015 heeft zij een volle zuster van Hiro T gebracht.

Tweede moeder is de zwarte ster preferente Karona KWPN (1992, V. Farao KWPN), die twee hengstveulens en twaalf merrieveulens heeft gebracht.

Hiro T voert, gerekend over acht generaties, 14,1 % Hackney-bloed. Zijn moederIijn is vanaf grootmoeder Karona volledig klassiek met achtereenvolgens dochters van Farao KWPN (1987, V. Wouter KWPN), Allegro KWPN (1982, V. Rentmeester KWPN), Tango KWPN (1977, V. Locomotief KWPN) en Simon Bolivar Sgldt (1953, V. Baronet Sgldt).
In de eerste acht generaties van de pedigree van Hiro T komt de stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) twaalf keer voor. In de bloedopbouw van Hiro T levert Oregon een bijdrage van 10,2 %.

Hiro T is door Robbie en Chantal van Dijk uit Odiliapeel voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring 2015. Daar is de hengst aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek en is hij bij de kampioenskeuring als derde geëindigd.

Bij het verrichtingsonderzoek is naar voren gekomen dat Hiro T met heel veel plezier werkt. Zijn stap heeft voldoende ruimte en kracht. Voor de showwagen zet hij de hals er goed op en komt hij goed terug in het front. Zijn knie-actie is ruim voldoende tot goed en de draf heeft ruim voldoende ruimte. Het achterbeengebruik is goed en de draf heeft een lang zweefmoment. Hiro T heeft veel aanleg als tuigpaard en geeft zijn rijder een zeer goed gevoel.

De prestaties van de hengst in het onderzoek zijn gewaardeerd met een zeven voor de houding, een 7,5 voor de actie van het voorbeen en achten voor alle andere te beoordelen onderdelen.
Op basis van het onderzoekresultaat heeft het KWPN besloten Hiro T op te nemen in het stamboek en toe te laten tot de KWPN-fokkerij.
Het KWPN heeft daarbij aangegeven dat verwacht wordt dat Hiro T een positieve bijdrage kan leveren aan het halsgebruik en aan de inzet. De toe te voeren merries dienen over een lang voorbeen en formaat te beschikken.

Aan het verrichtingsonderzoek 2015 hebben zeven hengsten deelgenomen. Zes waren op de hengstenkeuring aangewezen en één hengst is via de herkansing tot het onderzoek is toegelaten. Vier van de zes hebben aan de eindbeoordeling deelgenomen en daarvan zijn er drie goedgekeurd voor de fokkerij.

De hengst met de hoogste waardering was Hertog Jan KWPN (2012, V. Cizandro KWPN, zie 1.14.1.1.1.2.) en Hiro T behaalde in puntenaantal de derde plaats.

Tijdens het onderzoek is Hiro T verkocht aan Randy Forrester in St. Joseph, dat aan de oevers van Lake Michigan in de staat Michigan in de Verenigde Staten ligt.

Vlak na afloop van het verrichtingsonderzoek is Hiro T verhuisd naar de Verenigde Staten.

1.14.1.1.1.4. Hubert VDM 528003201204332 KWPN

Hubert VDM KWPN (V. Cizandro KWPN) is een donkerbruine hengst met een stokmaat van 161 cm. Hij is geboren op 21 mei 2012 en is gefokt door Piet Lelieveld uit Leidschendam.
De moeder van de hengst is de zwarte merrie Veldine KWPN keur preferent (2002, V. Manno KWPN) . Zij is ook de meder van de hengst Eebert KWPN (2009, V. Atleet KWPN, zie hfdst. 1.14.1.3.).

Volgens het door het KWPN gepubliceerde moederrapport is Veldine een normaal ontwikkelde, zeer tuigtypisch gebouwde merrie. Het hoofd is sprekend met veel uitdrukking. De nek en hals zijn goed van vorm en lengte. De hals staat er goed op met een goede bespiering. De schoft is zeer goed ontwikkeld maar zou iets langer door kunnen lopen. De schouder is goed van lengte en ligging en dde rug is goed van vorm en goed bespierd. De lendenen zijn goed van vorm en goed aangesloten en de croupe zou iets langer mogen. Er is sprake van een wat hoge staartinplant. Het voorbeen zou wat langer moeten zijn en de voorstand is hol. Het achterbeen is goed gesteld en de kootstand is goed. De hoeven zijn normaal ontwikkeld, de verzenen zouden wat hoger kunnen. Het fundament is goed ontwikkeld en heeft veel kwaliteit. De stap is krachtig en ruim. In draf heeft de merrie veel oprichting, een goed voorbeengebruik en een zeer sterk achterbeengebruik met veel buiging en kracht.

Tweede moeder van Hubert VDM is de bruine Jeldine KWPN keur preferent (1991, V. Wilhelmus KWPN).
Gerekend over acht generaties heeft Hunert VDM een afstamming met 17,2 % Hachney bloed. De hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt in de laatste acht generaties van Hubert VDM dertien keer voor.

Hubert VDM is volgens het KWPN een voldoende ontwikkelde hengst met een enigszins neerwaartse romprichting. Het hoofd is sprekend. De nek is ruim voldoende van lengte met een lichte hoofd-halsverbinding. De hals is goed van vorm, ruim voldoende van lengte, goed van bespiering en staat er goed op. De hengst vertoont iets onderhals. De schoft is voldoende ontwikkeld en voldoende van lengte. De schouder is ruim voldoende van lengte en goed van ligging. De rug is goed van lengte en matig tot voldoende bespierd. De lendenen zijn ruim voldoende bespierd en goed aangesloten. De croupe is recht gelegen, voldoende van lengte en goed van bespiering. De broekspier is goed van lengte. Het voorbeen zou meer lengte moeten hebben, is van voren gezien iets Frans gesteld en van terzijde gezien correct gesteld, maar iets onderstandig. Het achterbeen is correct gesteld. De koten zijn goed van lengte en goed gesteld. De hoeven zijn goed ontwikkeld en goed van kwaliteit met goed ontwikkelde verzenen. Het fundament is goed ontwikkeld en hard.

Hubert VDM is in 2016 en 2017 succesvol geweest in de sport. Hij was hij in beide jaren kampioen van zijn leeftijdsgroep en won in 2016 de nationale competitie. In 2018 heeft Hubert VDM in Norg het Kampioenschap van Nederland dekhengsten in tuig gewonnen.
Tijdens de KWPN-hengstenkeuring 2019 is hij voor het eerst gestart in de Oregon Trofee en heeft die ook meteen gewonnen.


Het KWPN heeft Hubert VDM in 2018 aangewezen om aan het verrichtingsonderzoek deel te nemen. Gezien zijn sportprestaties kon hij volstaan met een verkort onderzoek.
Volgens het KWPN onderzoekrapport is Hubert VDM een eerlijke en betrouwbare hengst met zeer veel instelling. Hij heeft zeer veel bereidheid om te werken en laat zich goed rijden. De stap is voldoende ruim en ruim voldoende krachtig. Voor de showwagen zet de hengst de hals er goed op en heeft hij ruim voldoende lichaamsgebruik. Hubert VDM heeft een ruim voldoende knieactie en heeft veel schoudervrijheid. Het achterbeen wordt goed gebogen en goed ondergebracht. In de draf heeft Hubert VDM veel zweefmoment. De hengst heeft zeer veel looplust en heeft veel aanleg als tuigpaard. Hij geeft zijn rijder een goed gevoel. Tijdens het verrichtingsonderzoek heeft de hengst zich positief ontwikkeld.
Zijn prestaties zijn gewaardeerd met eenzeve voor de houding, achten voor het front, het zweefmoment, de actie van het voorbeen, het gebruik van het achterbeen en voor het algemene beeld als tuigpaard. Daarnaast is een negen gegeven voor de looplust van de hengst.
Na afloop van het onderzoek is Hubert VDM door het KWPN goedgekeurd voor de fokkerij en ingeschreven in het stamboek.

Het KWPN verwacht dat Hubert VDM een goede instelling en looplust kan toevoegen aan de tuigpaardfokkerij. De merries dienen over maat en formaat te beschikken. Fokkers dienen rekening te houden met de hoge verwantschap van de hengst.

1.14.1.2. Artiflex 528003200502847 Stb KWPN

Artiflex KWPN (V. Patijn KWPN) is een bruine tuigpaardhengst met een stokmaat van 164 cm. Hij is geboren op 18 april 2005 en is gefokt door Jelle Wijmenga uit Garijp.
Het KWPN heeft Artiflex omschreven als een chique kwaliteitsvolle hengst die goed in het tuigpaardtype staat. Hij heeft een edel hoofd en een mooie lange nek. De hals is goed van lengte en staat er goed op. De aansprekende schouderpartij is goed ontwikkeld. Het middenstuk is iets gezonken. Voor- en achterbeen zijn correct gesteld. Artiflex heeft smalle hoeven met goed ontwikkelde verzenen.

De moeder van de hengst is de vos keurmerrie Marika KWPN (1994, V. Fabricius KWPN). Zij is een goed ontwikkelde, langelijnde, tuigtypische merrie met een stokmaat van 167 cm. Ze heeft een lange, zeer goed gestelde hals en een zeer goed ontwikkelde schoft. De rug is wat week en de lendenpartij is sterk. Haar voorbeen is hol, onderstandig en iets kort. Het beenwerk is hard en droog. De draf is voldoende ruim en krachtig. In draf valt het sterke achterbeengebruik op.

Marika was als driejarige kampioene van de stermerries op de UTV in Utrecht en is verschillende keren in tuigpaardwedstrijden uitgebracht. Ze heeft 23 winstpunten behaald.

Tweede moeder is de vos Brika keur preferent KWPN (1983, V. Tourist KWPN). Als fokmerrie bracht ze dertien veulens, waaronder de ruin Lybrieck vb KWPN (1993, V. Fabricius KWPN), die onder de naam Lux 139 winstpunten heeft behaald.

Via Patijn is Renovo twee keer de overgrootvader van Artiflex en via moeder Marika is Renovo dat nog een keer, waardoor Renovo drie keer als overgrootvader in de pedigree staat. De vierde overgrootvader is de hengst Tourist KWPN (1977, V. Marconi KWPN). Gerekend over acht generaties voert Artiflex 28,1 % Hackney-bloed.
De hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt in de eerste acht generaties van de pedigree van Artiflex dertien keer voor. Oregon levert een bijdrage van 18,0 % aan de bloedopbouw van Artiflex.

Artiflex is door zijn fokker Wijmenga op de KWPN-hengstenkeuring 2008 aan de hengstenkeuringscommissie voorgesteld. Daar is de hengst aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Bovendien is Artiflex kampioen van de driejarige tuigpaardhengsten geworden.

In het verrichtingsonderzoek presteert Artiflex wisselend. Bij de tussenbeoordeling liet hij een teleurstellende verrichting zien en bij de eindbeoordeling liet hij een zeer aansprekende verrichting zien. De hengst heeft een gevoelige mond en ruim voldoende bereidheid om te werken. Zijn stap is goed. Voor de showwagen zet hij de hals er goed op. Hij heeft ruim voldoende tot veel actie in het voorbeen en de ruimte van de draf is ruim voldoende. De buiging van het achterbeen is goed maar het onderbrengen zou beter kunnen. Het zweefmoment is goed. Artiflex heeft veel aanleg als tuigpaard.

De prestaties van Artiflex zijn gewaardeerd met een 8,5 voor de looplust, achten voor de houding, het zweefmoment, het gebruik van het achterbeen en voor het algehele beeld als tuigpaard. De actie van het voorbeen is gewaardeerd met een 7,5.

Op grond van de prestaties heeft de hengstenkeuringscommissie besloten Artiflex goed te keuren voor de fokkerij.
Bij de goedkeuring van Artiflex heeft het KWPN aangegeven dat de hengst ras en kwaliteit positief lijkt te kunnen beïnvloeden, terwijl hij ook uitblinkt in atletisch vermogen. De te dekken merries dienen ruim ontwikkelde hoeven te hebben.

Aan het verrichtingsonderzoek 2008 is deelgenomen door acht tuigpaardhengsten, waarvan er zeven aan de eindbeoordeling hebben deelgenomen.
In puntenaantal behaalde Artiflex de vijfde plaats.
Verrichtingskampioen 2008 is de hengst Atleet KWPN (2003, V. Patijn KWPN, zie 1.14.1.3.) geworden.

Na het verrichtingsonderzoek is Artiflex voor de fokkerij beschikbaar gesteld op de dekstations van Marcel Ritsma in Kornhorn en hengstenhouderij Landzicht in Giessenburg en in 2010 is de hengst beschikbaar geweest bij Van der Maat in Houten.

In 2009 heeft Artiflex 52 merries gedekt en van de daaruit voortgekomen veulens heeft het KWPN er tien aangewezen voor het afstammelingen onderzoek. Eén aangewezen veulen is overleden en eigenaar Wijmenga heeft zelf nog vier veulens van Artiflex voor het afstammelingenonderzoek geselecteerd.

In het KWPN-rapport is te lezen dat Artiflex een uniforme collectie, voldoende tot goed ontwikkelde en voldoende tuigtypische veulens toonde, die doorgaans wat klassiek aandoen. De actie van het voorbeen en de ruimte in draf is matig. Het achterbeen vertoont weinig kracht en zou verder ondergebracht moeten worden. De veulens zetten de hals er in draf voldoende op, maar zouden meer lichaamshouding moeten tonen.

De veulens doen over het algemeen klassiek en eenvoudig aan, terwijl verwacht werd dat Artiflex ras in positieve wijze zou kunnen beïnvloeden. De veulens schieten echter met name te kort in de manier van bewegen. De actie en de ruimte van het voorbeen is bijna steeds matig en het achterbeen toont weinig kracht en wordt meestal onvoldoende ondergebracht. Daarom is vastgesteld dat Artiflex onvoldoende kans heeft gezien om de gewenste tuigpaardeigenschappen door te geven aan zijn nakomelingen. Mede in de overweging dat het bloed dat Artiflex voert volop in de fokkerij aanwezig is, heeft het KWPN besloten de hengst op wacht te zetten.

Vanaf 2011 is Artiflex door Leendert Veerman in tuigpaardwedstrijden uitgebracht en behaalde daarbij 111 winstpunten.

Begin 2015 heeft het KWPN de prestaties van de drie- en vierjarige nakomelingen van Artiflex geëvalueerd en daarbij is vastgesteld dat de uitgroei van de nakomelingen toch voldoende is. Op grond daarvan is besloten om de wachtstatus van Artiflex op te heffen.
Begin februari 2015 is Artiflex verkocht naar Engeland.

Het KWPN heeft tot en met 2014 36 hengstveulens en 33 merrieveulens van Artiflex geregistreerd.
Van zijn zonen zijn Ferryflex vb KWPN (2010, MV Talos KWPN) en Fiflex vb KWPN (2010, MV Manno KWPN) voor deelname aan het verrichtingsonderzoek aangewezen. Beide hengsten hebben ook aan het onderzoek deelgenomen, maar hebben in het onderzoek niet kunnen overtuigen en daarom de deelname aan het onderzoek voortijdig beëindigd.

Zeven dochters van Artiflex zijn als fokmerrie opgenomen in het stamboek en drie van hen zijn stermerrie geworden.

Medio 2015 heeft Artiflex een sportindex van 138 met een betrouwbaarheid van 60%.
Uit het genetisch profiel blijkt dat bij de nakomelingen van Artiflex vaak een strakke rug, hoge verzenen en hard beenwerk worden aangetroffen. In draf tonen ze veel houding en een krachtig gebruik van het achterbeen.

1.14.1.3. Atleet 528003200508952 Stb KWPN

De bruine Atleet KWPN (V. Patijn KWPN) is een tuigpaardhengst met een stokmaat van 162 cm. Hij is geboren op 31 mei 2005 en is gefokt door Ronnie Aalders uit Nieuw Roden. Bij de geboorte heeft de hengst van zijn fokker de naam Amaretto gekregen en tijdens zijn deelname aan het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN de naam Atleet aan de hengst toegewezen.

Atleet is een kwaliteitsvolle hengst, die iets meer ontwikkeld zou kunnen zijn. Op stand zou hij een royaler front kunnen hebben. Atleet heeft een goede schoft-schouderpartij en een zeer goede bovenlijn. Het voorbeen is goed van lengte en is correct gesteld. Ook het achterbeen is goed gesteld en de hoeven zijn goed ontwikkeld.

De moeder van de hengst is de bruine stermerrie Sintia KWPN (1980, Waterman KWPN). Zij is een voldoende ontwikkelde, voldoende langgelijnde en voldoende tuigtypische merrie met een stokmaat van 162 cm. De hals komt diep uit de borst en er is sprake van onderhals. Haar schouder is goed van lengte en ligging en de rug is goed bespierd. Het voorbeen is hol en zou meer lengte mogen hebben. De stap is krachtig en voldoende ruim. De draf is krachtig met een rollend voorbeengebruik.

Sintia heeft in Nederland vier hengstveulens gebracht, maar ze is enkele jaren in het buitenland geweest en het is niet bekend of ze daar ook veulens heeft gebracht.

Tweede moeder is de bruine merrie Kerna B KWPN (1992, V. Farao KWPN). Van haar zijn vier veulens geregistreerd, waaronder het concourspaard Pavarotti vb KWPN (1997, V. Handro KWPN).

Atleet voert 31,25 % Hackney-bloed. Daarbij is het Hackney-bloed niet alleen ingebracht door Cambridge Cole NHS (1971, V. Walton Searchlight HSB), maar ook door Suddie Sirius HSB (1976, V. Walton Searchlight HSB), Walton Diplomat HSB (1947, V. Fairbrother Searchlight HSB), Brookacres Silversul HSB (1969, V. Brookacres Signalman HSB) en Marfleet Raffles NHS (1956, V. Winested Marmion HSB)
De klassieke stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt in de eerste acht generaties van de pedigree van Atleet veertien keer voor. Gerekend over de eerste acht generaties is voert Atleet 18,75 % Oregon-bloed.

Aalders heeft de hengst op een leeftijd van drie maanden verkocht aan Harold Dekker en die heeft hem als tweejarige verkocht aan Hermannus Boelens uit Bunne.

Atleet is door Boelens voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring. De hengst is daar aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.

In het verrichtingsonderzoek in Ermelo laat Atleet zien zeer veel bereidheid om te werken te hebben. Zijn stap is goed en de draf is ruim tot zeer ruim. Voor de showwagen klimt Atleet er in en zet hij de hals er zeer goed op. De hengst heeft zeer veel knie-actie. De achterbenen worden goed gebogen en zeer goed ondergebracht. De draf heeft veel zweefmoment en Atleet heeft zeer veel looplust. Als tuigpaard heeft hij zeer veel aanleg.
De prestaties van Atleet zijn gewaardeerd met een 8,5 voor het zweefmoment, negens voor de houding, de actie van het voorbeen, de looplust en het algehele beeld als tuigpaard en een 9,5 voor het gebruik van het achterbeen.

Aan het verrichtingsonderzoek 2008 is deelgenomen door acht tuigpaardhengsten, waarvan er zeven aan de eindbeoordeling hebben deelgenomen.

Atleet behaalde van de deelnemende hengsten de hoogste waardering en is daarmee verrichtingskampioen 2008 geworden.

Na het verrichtingsonderzoek is Atleet voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het station van Wim Cazemier in Nuis, dat tussen Marum en Leek ligt.
Daar heeft Atleet in 2008 25 merries gedekt. Uit de daaruit voortgekomen veulens heeft het KWPN er tien aangewezen voor het afstammelingenonderzoek. De eigenaar van Atleet heeft daarnaast twee andere veulens van Atleet gepresenteerd.

In maart 2009 heeft Cazemier samen met de gebroeders Van Manen uit Ede de hengst gekocht van Hermannus Boelens.

Volgens de KWPN-rapportage heeft Atleet in september 2009 een uniforme, matig tot voldoende ontwikkelde collectie tuigtypische veulens getoond. De actie van het voorbeen in draf is goed tot zeer goed. Het achterbeen wordt actief gebruikt met veel buiging, maar zou een enkele keer verder onder het lichaam gebracht moeten worden. De veulens zetten in draf de hals er zeer goed op en draven met veel souplesse.

Op basis van het beeld van het afstammelingenonderzoek heeft het KWPN besloten Atleet te handhaven voor de fokkerij. Daarbij is aangegeven dat merries die bij Atleet worden gebracht over maat, formaat en een goede bespiering moeten beschikken. Atleet geeft zijn nakomelingen adel, hardheid en royale, actievolle bewegingen mee.

Een aantal jaren later, toen van de oudste nakomelingen er tien waren beoordeeld op keuringen, heeft het KWPN de fokkerijprestaties van Atleet geëvalueerd en vervolgens besloten de hengst voor de fokkerij te handhaven.

Tot en met 2015 heeft het KWPN van Atleet 156 hengstveulens en 183 merrieveulens geregistreerd.
Van de zonen van Atleet is Eebert KWPN goedgekeurd voor de fokkerij.

Vier andere zonen zijn aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Die vier zijn Ferreolus vb KWPN (2010, MV. Marvel KWPN), Gerard vb KWPN (2011, MV. Manno KWPN), Geraud vb KWPN (2011, MV. Saffraan KWPN), Hofnar vb KWPN (2012, MV. Saffraan KWPN) en en I Weet Maar Nooit vb KWPN (2013, MV. Fabricius KWPN).
Van deze hengsten hebben Geraud en Hofnar aan het onderzoek deelgenomen, maar zij zijn beide halverwege het onderzoek, na overleg met de hengstenkeuringscommissie, door hun eigenaren uit het onderzoek teruggetrokken.

Van de dochters van Atleet zijn er tot en met 2015 41 als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Van hen zijn er 29 stermerrie geworden, 5 keurmerrie en 4 elitemerrie, waaruit is op te maken dat slechts drie van de ingeschreven fokmerries geen predicaat hebben behaald.

Medio 2015 heeft Atleet een sportindex van 168 met een betrouwbaarheid van 60 %. Uit het genetisch profiel blijkt dat bij vele van zijn nakomelingen een lang kruis en hard beenwerk worden vastgesteld. De kinderen van Atleet hebben doorgaans een ruime stap en een draf met veel houding, een hoge actie van het voorbeen en een krachtig gebruik van de achterhand.

Atleet is in de jaren 2010 en 2011 door Henk Hammers uitgebracht in diverse tuigpaardwedstrijden. Ze wonnen de KNHS/KWPN-hengstencompetitie 2010 en tijdens de KWPN-hengstenkeuring 2011 hebben ze de Oregon Trofee gewonnen. Later hebben Wim Cazemier en Sanne Welling de hengst gereden. Tot en met augustus 2015 heeft Atleet in het enkelspan 141 winstpunten behaald.
In 2017 is hij uitgeroepen tot tuigpaard van het jaar.

Succesvolle nakomelingen van Atleet zijn:

a. Eebert KWPN, goedgekeurde hengst, 2009, MV. Manno KWPN, fokker Piet Lelieveld, Leidschendam, is kampioen van de driejarige hengsten tijdens de KWPN-hengstenkeuring 2012, verrichtingskampioen 2012, winnaar van de KNHS/KWPN-hengstencompetitie 2013 en 2014, Nederlands kampioen vierjarige tuigpaarden, Nederlands kampioen vijfjarige tuigpaarden, winnaar van het Nederlands kampioenschap aangespannen dekhengsten 2014 en winnaar van de Oregon Trofee 2015 en 2017. Voor verdere informatie zie 1.14.1.3.1. ;

b. Gerard vb KWPN, hengst, 2011, MV. Manno KWPN, fokker G.E. Veenstra, Kornhorn, is op de KWPN-hengstenkeuring 2014 reservekampioen van de driejarige hengsten geworden;

c. Gesiena keur KWPN, merrie, 2011, MV. Fabricius KWPN, fokker J. van der Velde, Siegerswoude, is op de Nationale Tuigpaarden Dag in 2014 kampioen van de driejarige merries geworden en in 2015 en 2016 kampioen van de keur- en elitemerries;

d. Giantha elite KWPN, merrie 2011, MV. Manno KWPN, fokker W. Lieven, Wanneperveen, is op de Nationale Tuigpaarden Dag 2014 reserve-kampioen bij de driejarige merries geworden en

e. I weet maar nooit vb KWPN, hengst, 2013, MV. Fabricius KWPN, fokker fam. Van Vemde, Epe en eigenaar G.A. Lueks, Lunteren, is op de Nationale Tuigpaarden Dag 2015 kampioen bij de tweejarige hengsten geworden

1.14.1.3.1. Eebert 528003200908854 Stb KWPN

Eebert KWPN (V. Atleet KWPN) is een vos tuigpaardhengst met een stokmaat 169 cm. Hij is op 1 juni 2009 geboren en is gefokt door Piet Lelieveld uit Leidschendam.

Het KWPN heeft Eebert beschreven als een normaal ontwikkelde, voldoende langgelijnde, zeer tuigtypische hengst. De hoofd-halsaanzet zou iets lichter mogen zijn. De hals heeft voldoende lengte en staat er goed op. Er is sprake van iets onderhals. De schouder heeft lengte en ligt er voldoende schuin in. De schoft is goed ontwikkeld, de bovenlijn is sterk en de lendenpartij goed aangesloten en goed bespierd. De voorbenen zijn goed van lengte en de achterbenen zijn klein gehoekt en licht koehakkig.

De moeder van Eebert is de zwarte keur preferente merrie Veldine KWPN (2002, V. Manno KWPN). Zij is een normaal ontwikkelde, zeer tuigtypisch gebouwde merrie met een aansprekend hoofd. Ze heeft een krachtige, ruime stap. In draf heeft de merrie veel oprichting, een goed voorbeengebruik en een zeer sterk achterbeen- gebruik met veel buiging en kracht. Veldine heeft een stokmaat van 163 cm.

Als fokmerrie heeft Veldine in 2015 haar tiende veulen gebracht. In 2004 was ze als tweejarige op de Nationale Tuigpaarden Dag reservekampioen.

Tweede moeder is de bruine keur preferente Jeldine KWPN (1991, V. Wilhelmus KWPN). Zij is niet alleen de moeder van Veldine, maar bracht ook elf andere nakomelingen. Negen van haar kinderen hebben de hengst Manno KWPN als vader, waaronder de goedgekeurde hengst Talos KWPN (2000). Een andere nakomeling van Jeldine is de elite merrie Zeldine KWPN (2004, V. Manno KWPN), die als driejarige kampioen is geworden op de Nationale Tuigpaarden Dag. Jeldine is een voldoende ontwikkelde tuigtypische merrie . Ze heeft een zeer goed ontwikkelde schoft maar haar schouder zou schuiner mogen liggen. Haar draf heeft veel ruimte en zweefmoment en het achterbeen is zeer krachtig. Voor heeft Jeldine veel knie-actie en ze heeft zeer veel houding.

Gerekend over acht generaties voert Eebert 21,9 % Hackney-bloed. In de eerste acht generaties van de pedigree van Eebert komt de stempelhengst Renovo KWPN (1975, V, Cambridge Cole NHS) vijf keer voor en de klassieke stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) zestien keer. In de bloedopbouw van Eebert levert Renovo een bijdrage van 28,1 % en de bijdrage van Oregon bedraagt 18,75 %.

Op de KWPN-hengstenkeuring 2012 is Eebert voorgebracht door de gebroeders Van Manen uit Ede en Viggon van Beest uit Tiel. De hengst is daar aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek en uitgeroepen tot kampioen van de driejarige tuigpaardhengsten. Henk Rootveld, voorzitter van de hengstenkeuring-commissie, roemde Eebert om het geweldige gebruik van zijn hals en de enorme techniek in beweging, waarbij hij achter gaat zitten en er voor mooi inklimt.

In het in Stegeren gehouden verrichtingsonderzoek laat Eebert zich zeer goed rijden. Zijn stap is goed. Voor de showwagen klimt hij er in, heeft hij een goed lichaamsgebruik en zet hij de hals er erg goed op. Hij heeft veel tot zeer veel knie-actie en zet de voorbenen zeer ruim weg. Zowel de buiging van de achterbenen als het onderbrengen ervan zijn goed tot zeer goed. Eebert heeft in draf veel tot zeer veel zweefmoment en looplust. Als tuigpaard heeft hij veel tot zeer veel aanleg.

De verrichtingen van Eebert zijn gewaardeerd met negens voor de houding en het zweefmoment. Alle overige te beoordelen onderdelen zijn gewaardeerd met een 8,5.

Op de KWPN-hengstenkeuring 2012 zijn zes tuigpaardhengsten aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Via de herkansing zijn daar nog twee oudere hengsten aan toegevoegd. De eigenaar van één van de aangewezen hengsten heeft besloten zijn hengst in 2013 aan het onderzoek te laten deelnemen en drie hengsten zijn om veterinaire redenen niet tot het onderzoek toegelaten. Van de vier hengsten die aan het verrichtingsonderzoek zijn begonnen heeft alleen Eebert het onderzoek tot en met de eindbeoordeling doorlopen.

Na afloop van het onderzoek heeft het KWPN Eebert ingeschreven in het stamboek. Daarbij is aangegeven dat toegevoerde merries langgelijnd moeten zijn en over veel hals moeten beschikken. Verwacht wordt dat Eebert een positieve invloed zal hebben op het klimmen in de voorhand en op de tuigtypische bewegingen.

Na het verrichtingsonderzoek is Eebert op het dekstation van de gebroeders Van Manen in Ede beschikbaar gesteld voor de fokkerij.

In augustus 2013 heeft het KWPN een groep veulens van Eebert beoordeeld. Het was een uniforme goed ontwikkelde collectie, zeer tuigtypische veulens. De actie van het voorbeen in draf is goed tot zeer goed met veel ruimte. Het achterbeengebruik is wisselend van voldoende tot zeer goed. De veulens zetten in draf de hals er zeer goed op, draven met veel oprichting en komen goed terug in het front.
Op basis van het resultaat van de veulenbeoordeling is Eebert als fokhengst gehandhaafd.

Tot en met 2017 heeft het KWPN 175 hengstveulens en 188 merrieveulens van Eebert geregistreerd. 29 Merries zijn opgenomen in he stamboek en daarvan hebben er achttientien het sterpredicaat behaald; twee zijn keurmerrie geworden en zes zijn elitemerrie geworden.
Van de zonen van Eebert is Kordaat KWPN (2015) goedgekeurd voor de fokkerij.

Eind 2017 heeft Eebert een sportindex van 171 met een betrouwbaarheid van 64%.

Uit het genetisch profiel blijkt dat bij veel van zijn nakomelingen een lichte hoofd-halsverbinding, een rechtopstaande hals, een strak verloop van de rug, een lang kruis en hard beenwerk worden vastgesteld. De kinderen van Eebert hebben doorgaans een ruime stap en een draf met veel houding, een hoge actie van het voorbeen, een krachtig gebruik van de achterhand en een lang zweefmoment.

Eebert is door Robbie van Dijk met veel succes in tuigpaardwedstrijden uitgebracht.

In 2013 heeft Eebert de KNHS-competitie voor jonge tuigpaarden en het Nederlands kampioenschap voor vierjarige tuigpaarden gewonnen. In 2014 is de GMB (vh KNHS/KWPN) hengstencompetitie en het Nederlands kampioenschap voor vijfjarige tuigpaarden gewonnen en is Eebert Nederlands kampioen aangespannen dekhengsten geworden. In 2015, 2017 en 2018 heeft hij op de KWPN-hengstenkeuring de Oregon Trofee gewonnen. Daarnaast heeft hij in 2015 voor de tweede keer de competitie voor jonge tuigpaarden gewonnen en is hij in Hoogland kampioen van de zesjarige tuigpaarden geworden. In 2016 is hij in Utrecht Nederlands kampioen zevenjarige tuigpaarden geworden.

Van de nakomelingen van Eebert is zijn dochter Ilanda vb KWPN, 2013, MV. Manno KWPN, fokker J.P.C. Ermens, Oploo en eigenaren gebroeders Van Manen, Ede en Viggon van Beest uit Tiel, op de Nationale Tuigpaarden Dag 2015 kampioen van de tweejarige merries geworden.
Op de Nationale Merrie Keuring 2016 van het KWPN is Eebert de vader van de eerste drie geplaatste veulens, van de kampioen tweejarige tuigpaardmerrie (Joy KWPN, MV. Patijn preferent KWPN, fokker J.K. Nagtegaal, Hollum) en van de kampioen driejarige tuigpaardmerries (Ilanda ster KWPN, MV. Manno preferent KWPN, fokker J.P.C. Ermens, Oploo) .

1.14.1.3.1.1. Kordaat 528003201502855 Stb KWPN

Kordaat KWPN (V. Eebert KWPN) is een vos hengst met een stokmaat van 162 cm. Hij is geboren op 13 mei 2015 en is gefokt door T. de Jong uit Hollum, dat op het eiland Ameland ligt.
De moeder van Kordaat is de donkere vosmerrie Violine KWPN ster preferent (2002, V. Patijn Holst). Het KWPN heeft gerapporteerd dat Violine een goed ontwikkelde merrie is. Haar hoofd is zeer sprekend. De nek is goed van lengte met een lichte hoofd-halsverbinding. De hals is goed van vorm, lengte en bespiering en staat er ruim voldoende op. De schoft is goed ontwikkeld en ruim voldoende van lengte. De schouder is goed van lengte en goed van ligging. De rug is goed van lengte en goed van bespiering, maar iets week. De lendenen zijn zeer goed bespierd en goed aangesloten. De croupe is goed van ligging, goed van lengte en goed van bespiering. De broekspier is ruim voldoende van lengte. Het voorbeen is van voren gezien linksvoor iets toontredend, is van terzijde gezien correct gesteld, heeft ruim voldoende lengte en is iets onderstandig. Het achterbeen is correct gesteld. De koten zijn goed van lengte en iets steil gesteld. De hoeven zijn royaal ontwikkeld en voldoende van kwaliteit met goede verzenen. Het fundament is goed ontwikkeld en hard van kwaliteit. De stap is voldoende van ruimte en kracht. De draf is voldoende van ruimte en de merrie maakt voldoende front. Ze heeft voldoende houding en het gebruik van het voorbeen is voldoende. Het gebruik van het achterbeen is ruim voldoende.

Tweede moeder is de vos merrie Pauline KWPN keur sport (1997, V. Jonker KWPN). Pauline was in 2003 reserve kampioen bij de elite- en keurmerries op de Nationale Merrie Kampioenschappen van het KWPN en is later dat jaar tot Tuigpaard van het Jaar gekozen.
Kordaat is ingeteeld op de hengst Patijn KWPN (1997, V. Kolonel KWPN), die in de pedigree van Kordaat als grootvader en als overgrootvader voorkomt. De hengst Renovo KWPN (1975, V. Cambridge Cole Hackn) komt, gerekend over acht generaties, acht keer voor in de afstamming van Kordaat en heeft een inbreng van 16,4 % in zijn erfelijke aanleg.
Gerekend over acht generaties heeft Kordaat een afstamming met 25 % Hackney bloed.

Kordaat is in februari 2018 in ’s-Hertogenbosch door het KWPN aangewezen om aan het verrichtingsonderzoek deel te nemen.
Volgens het KWPN is Kordaat een ruim voldoende ontwikkelde hengst. Zijn hoofd is sprekend. De nek is ruim voldoende van lengte met een lichte hoofd-halsverbinding. De hals is goed van vorm, lengte en bespiering en staat er goed op. De schoft is goed ontwikkeld en heeft ruim voldoende lengte. De schouder heeft ruim voldoende lengte en is iets steil. De rug is goed van lengte en ruim voldoende bespierd. De lendenen zijn goed bespierd en goed aangesloten. De broekspier is ruim voldoende van lengte. Het voorbeen is van voren gezien iets Frans gesteld en van terzijde gezien correct gesteld en heeft een goede lengte. Het achterbeen is correct gesteld. De koten zijn goed van lengte en correct gesteld. De hoeven zijn goed ontwikkeld en goed van kwaliteit met goede verzenen. Het fundament is voldoende ontwikkeld en hard van kwaliteit.

In het voorjaar van 2018 heeft Kordaat in Ermelo deelgenomen aan het verrichtingsonderzoek. In het door het KWPN gepubliceerde onderzoekrapport wordt gesteld dat Kordaat een eerlijke en betrouwbare hengst is, die veel bereidheid om te werken heeft en zich goed laat rijden. De stap is voldoende ruim en ruim voldoende krachtig. Voor de showwagen zet de hengst de hals er goed op en heeft hij ruim voldoende lichaamsgebruik. Kordaat heeft ruim voldoende tot veel knieactie en heeft ruim voldoende tot veel schoudervrijheid. Het achterbeen wordt goed tot zeer goed gebogen en goed tot zeer goed ondergebracht. In draf heeft Kordaat veel zweefmoment. De hengst heeft veel looplust en veel aanleg als tuigpaard. Hij geeft zijn rijder een zeer goed gevoel. Tijdens het verrichtingsonderzoek heeft de hengst zich positief ontwikkeld.

De prestaties van Kordaat zijn gewaardeerd met achten voor het front, de houding en het zweefmoment, een 7,5 voor de actie van het voorbeen en een 8,5 voor het gebruik van het achterbeen. Voor zijn kooplust en voor het algemene beeld als tuigpaard heeft Kordaat achten gekregen.

Na afloop van het onderzoek is de hengst goedgekeurd voor de fokkerij en opgenomen in het stamboek.

Verwacht wordt dat Kordaat het ras, dehardheid en het gebruik van het achterbeen in de tuigpaardfokkerij kan verbeteren. Fokkers dienen rekening te houden met de hoge verwantschap van de hengst.

1.14.1.3.2. Kapitaal 528003201502178 Stb KWPN

Kapitaal KWPN (V. Atleet KWPN) is een vos hengst met een stokmaat van 167 cm. Hij is op 29 april 2015 geboren en is gefokt door J. Tienkamp uit Peest, dat bij Norg in de provincie Drenthe ligt.
De moeder van Kapitaal is de bruine E Linda KWPN keur (2009, V. Manno KWPN).
Volgens het door het KWPN gepubliceerde moederrapport is zij een goed ontwikkelde merrie.. Haar hoofd is sprekend. De nek is ruim voldoende van lengte met een lichte hoofd-halsverbinding. De hals is goed van vorm, lengte en bespiering en staat er goed op. De schoft is ruim voldoende ontwikkeld en ruim voldoende van lengte. De schouder is goed van lengte en goed van ligging. De rug is goed van lengte en goed van bespiering. De lendenen zijn goed bespierd en zijn sterk aangesloten. De croupe is goed van ligging, lengte en bespiering. De broekspier is ruim voldoende van lengte. Het voorbeen is van voren en van terzijde gezien correct gesteld, maar zou meer lengte mogen hebben en is iets onderstandig. Het achterbeen is correct gesteld. De koten zijn ruim voldoende van lengte en goed gesteld. De hoeven zijn goed ontwikkeld en goed van kwaliteit met goede verzenen. Het fundament is goed ontwikkeld en hard van kwaliteit. De stap is voldoende van ruimte en heeft veel kracht. De draf is goed van ruimte en de merrie maakt veel front. Ze heeft zeer veel houding en het gebruik van het voorbeen is goed. Het gebruik van het achterbeen is sterk, met veel buiging. De merrie treedt goed op.

Tweede moeder van Kapitaal is de bruine Kolinda KWPN keur preferent sport (1992, V. Renovo KWPN). Kolinda heeft het Nederlands kampioenschap fokmerries gewonnen en is in 2000 uitgeroepen tot tuigpaard van het jaar.

Gerekend over acht generaties heeft Kapitaal een afstamming met 25 % Hackney bloed. In de eerste acht generaties van de afstamming van Kapitaal komt de hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) elf keer voor.

Kapitaal is in 2018 door het KWPN aangewezen om aan het verrichtingsonderzoek deel te nemen. Bij de kampioenschapskeuring voor de tuigpaardhengsten heeft Kapiaal de vierde plaats bereikt.

Het KWPN heeft vastgelegd dat Kapitaal een royaal ontwikkelde hengst is. Het hoofd is voldoende sprekend. De nek is voldoende van lengte met een iets zware hoofd-halsverbinding. De hals is goed van vorm, lengte en bespiering en zou er meer op moeten staan. De hals komt iets diep uit de borst. De schoft is goed ontwikkeld en goed van lengte. De schouder is goed van lengte en voldoende van bespiering. De lendenen zijn voldoende bespierd en voldoende aangesloten. De croupe is goed van ligging en lengte en ruim voldoende van bespiering. De broekspier is voldoende van lengte. Het voorbeen is van voren gezien Frans gesteld en van terzijde gezien iets bokbenig en heeft een goede lengte. Het achterbeen is correct gesteld. De koten zijn goed van lengte en correct gesteld. De hoeven zijn goed ontwikkeld en goed van kwaliteit met goede verzenen. Het fundament is goed ontwikkeld en hard van kwaliteit.

Kapitaal heeft in het voorjaar van 2018 in Ermelo deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek. Op basis van het onderzoek heeft het KWPN gerapporteerd dat Kapitaal een eerlijke en betrouwbare hengst is. Hij heeft veel bereidheid om te werken en laat zich goed rijden. De stap is voldoende ruim en ruim voldoende krachtig. Voor de showwagen zet de hengst de hals er goed tot zeer goed op en heeft hij ruim voldoende lichaamsgebruik. Kapitaal heeft veel tot zeer veel knieactie en heeft veel tot zeer veel schoudervrijheid. Het achterbeen wordt ruim voldoende gebogen en ruim voldoende ondergebracht. In de draf heeft Kapitaal veel zweefmoment. De hengst heeft veel looplust en heeft veel aanleg als tuigpaard. Hij geeft zijn rijder een goed gevoel. Tijdens het verrichtingsonderzoek heeft de hengst veel progressie gemaakt in zijn optreden.

De verrichtingen van de hengst zijn gewaardeerd met een 8,5 voor het front van de hengst en voor de actie van het voorbeen. Achten zijn gegeven voor het zweefmoment, voor de looplust en voor het algemene beeld als tuigpaard. De houding van de hengst is gewaardeerd met een 7,5 en het gebruik van het achterbeen met een zeven.

Na afloop van het onderzoek heeft het KWPN Kapitaal goedgekeurd en opgenomen in het stamboek.

Verwacht wordt dat Kapitaal het front, het formaat en het voorbeengebruik in de tuigpaardfokkerij kan verbeteren. Fokkers dienen rekening te houden met de hoge verwantschap van de hengst.

1.14.1.4. Fantijn 528003201000138 Stb KWPN

De vos tuigpaardenhengst Fantijn KWPN (V. Patijn KWPN) heeft een stokmaat van 162 cm. Hij is geboren op 28 januari 2010 en is gefokt door Hermannus Boelens uit Bunne.
Fantijn is volgens een KWPN-rapportage een voldoende ontwikkelde, zeer tuigtypische hengst. De hals heeft veel lengte, is goed van vorm, voldoende bespierd en staat er goed op. De schoft is zeer goed ontwikkeld. De rug is goed van lengte en bespiering, maar iets week. De voorbenen zijn goed van lengte en correct gesteld. De achterbenen zijn licht sabelbenig.

Moeder van Fantijn is de keur preferente vosmerrie Uderose KWPN (2001, V. Manno KWPN). Zij heeft zeven veulens gebracht, waaronder de keurmerrie Cuderose KWPN (2007) en de hengst Guderoos vb KWPN (2011). Zij zijn respectievelijk een volle zuster en een volle broer van Fantijn. Cuderose is in 2009 op de Nationale Tuigpaarden Dag kampioen van de tweejarige merries geworden. Guderoos is in 2014 aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek en heeft de deelname aan dat onderzoek na zes weken om veterinaire redenen moeten beëindigen.

Het KWPN heeft van Uderose geen moederrapport gepubliceerd omdat de merrie al was overleden toen Fantijn is aangewezen voor het verrichtingsonderzoek. Haar stokmaat was 167 cm.

Tweede moeder is de vos Kenderose keur preferent KWPN (1992, V. Fabricius KWPN).

Opvallend is dat in de moederlijn van Fantijn de hengst Fabricius KWPN (1987, V. Renovo KWPN, zie 1.6.) twee keer is vastgelegd. Omdat Renovo bij de hengst Patijn twee keer als grootvader fungeert, komt Renovo vier keer voor in de afstammingstabel van Fantijn en heeft Renovo een aandeel van 37,5 % in Fantijns bloedopbouw.

In de eerste acht generaties van de pedigree van Fantijn komt de klassieke stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) vijftien keer. De inbreng van Oregon in de bloedopbouw van Fantijn bedraagt 16,4 %.
Gerekend over acht generaties voert Fantijn 25 % Hackney-bloed.

Fantijn is door Lambertus Huckriede uit Enschede en Linda Boelens uit Norg voorgebracht op de hengstenkeuring 2013 van het KWPN. De hengst is daar aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek en uitgeroepen tot kampioen van de driejarige tuigpaardhengsten.

In het in Ermelo gehouden verrichtingsonderzoek is Fantijn zeer werkwillig maar heeft hij soms moeite met het doseren van zijn looplust. Hij heeft een zeer goede stap. Voor de showwagen zet hij de hals er goed op en heeft hij veel knie-actie. De draf is ruim met ruim voldoende tot veel zweefmoment. De buiging in het spronggewricht is ruim voldoende tot goed en de achterhand wordt ruim voldoende tot goed ondergebracht. Fantijn heeft als tuigpaard veel aanleg en geeft zijn rijder een wisselend gevoel.

De verrichtingen van de hengst zijn gewaardeerd met achten voor het front, de houding, de actie van het voorbeen, de looplust en voor het algehele beeld als tuigpaard. Een 7,5 is gegeven voor het zweefmoment en het gebruik van het achterbeen.

Aan het verrichtingsonderzoek 2013 is deelgenomen door vier op de hengstenkeuring aangewezen hengsten en vier hengsten die via de herkansing zijn ingestroomd. Later is ook een vijfjarige hengst aan het onderzoek gaan deelnemen.

Aan de eindbeoordeling is deelgenomen door Fantijn, Fabuleus KWPN (2010, V. Unieko KWPN, zie 1.6.3.5.2.), Emilano KWPN (2009, V. Manno KWPN, zie 1.6.3.10)) en Delviro HBC KWPN (2008, V. Vulcano KWPN, zie 1..6.3.9.2.), waarbij alle vier hengsten zijn ingeschreven in het stamboek. Van de twee driejarige hengsten heeft Fantijn de hoogste beoordeling gekregen.

Bij het begin van het verrichtingsonderzoek is Fantijn eigendom geworden van de gebroeders Van Manen uit Ede. Na het verrichtingsonderzoek is Fantijn op hun dekstation beschikbaar gesteld voor de fokkerij.

Uit het eerste dekjaar van Fantijn heeft het KWPN 50 veulens geregistreerd.

In september 2014 heeft het KWPN een aantal van deze veulens beoordeeld. Het was een qua type en ontwikkeling uniforme collectie, ruim voldoende ontwikkelde, tuigtypische veulens met ras.
Het gebruik van het voorbeen is goed van ruimte, maar zou doorgaans met meer actie getoond moeten worden. Het achterbeen heeft ruim voldoende buiging maar zou doorgaans krachtiger ondergebracht moeten worden. De veulens zetten in draf de hals er goed tot zeer goed op. In draf zouden de veulens er meer in mogen klimmen.
Op basis van het afstammelingenonderzoek heeft het KWPN besloten Fantijn te handhaven voor de fokkerij.

Tot en met eind 2014 heeft het KWPN 28 hengstveulens en 39 merrieveulens van Fantijn geregistreerd.

Medio 2015 heeft Fantijn een sportindex van 165 met een betrouwbaarheid van 52%.

In 2015 is Fantijn op een wedstrijd in Elburg kampioen van de vijfjarige tuigpaarden geworden. In juli 2016 is hij, gereden door Robbie van Dijk, in Zuidwolde Nederlands kampioen tuigpaardhengsten geworden.

1.14.1.5. Hermanus 528003201202868 Stb KWPN

Hermanus KWPN (V. Patijn KWPN) is een donkerbruine tuigpaardhengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is geboren op 6 mei 2012 en is gefokt door G. Hermanussen uit Beers, dat bij Cuijk in Noord Brabant ligt.

Hermanus is een goed ontwikkelde, tuigtypische hengst met een goed exterieur. De achterbenen zijn licht sabelbenig.

De moeder van Hermanus is de bruine elite merrie Biantha V KWPN (2006, V. Manno KWPN). Ze is volgens de KWPN-rapportage een zeer goed ontwikkelde, zeer tuigtypische, moderne merrie met veel ras en een stokmaat van 170 cm. Ze heeft een zeer sprekend en edel hoofd en een hals die zeer goed van lengte en vorm is. Haar stap is ruim en zeer krachtig. In draf heeft Biantha V veel houding en oprichting, veel knie-actie en veel zweefmoment.

Biantha V heeft een zeer succesvolle keuringscarrière. In 2009 was ze op de Nationale Tuigpaarden Dag (NMK) kampioen van de driejarige stermerries en in 2011 en 2013 was ze NMK-kampioen bij de keur- en elitemerries. Ook is ze zes keer algemeen kampioen van de centrale keuring van de regio Zuid geweest. In tuigpaardenwedstrijden heeft ze 35 winstpunten behaald. Als fokmerrie heeft ze in 2015 haar vijfde veulen gebracht.

Tweede moeder is de donkerbruine keur preferente Niantha KWPN (1995, V. Renovo KWPN). Ze heeft twaalf veulens gebracht waaronder de hengst Alfred vb KWPN (2005, V. Manno KWPN), die is aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek, maar niet aan dat onderzoek heeft deelgenomen.

De moeder van Niantha is de keur preferente merrie Triantha KWPN (1977, V. Monarch KWPN) en zij is de grootmoeder van de hengst Jackpot KWPN (1991, V. Exponent KWPN).

In de afstammingstabel van Hermanus komt de hengst Renovo KWPN (1975, V. Cambridge Cole NHS) drie keer voor als overgrootvader en één keer als betovergrootvader. Daarmee voert Hermanus 43,75 % Renovo-bloed. De klassieke stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt in de eerste acht generaties van de pedigree van Hermanus twaalf keer voor. Oregon levert een aandeel van 15,6 % aan de bloedopbouw van Hermanus. De hengst voert voorts 28,1 % Hackney-bloed.

Hermanus is door de Zilfia’s Hoeve uit Houten gepresenteerd op de KWPN-hengstenkeuring 2015. Daar is hij aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek en is hij uitgeroepen tot kampioen van de driejarige hengsten.

In het verrichtingsonderzoek toont Hermanus een eerlijke, betrouwbare hengst te zijn die veel bereidheid heeft om te werken. Hij heeft een ruime, krachtige stap. Voor de showwagen zet hij de hals er goed tot zeer goed op. Hij heeft veel tot zeer veel knie-actie. De achterbenen worden goed gebogen en ruim voldoende ondergebracht. De draf is ruim en heeft veel zweefmoment. Als tuigpaard heeft Hermanus veel aanleg.
In het begin van het onderzoek heeft Hermanus heftige koliekverschijnselen gehad die werden veroorzaakt door ernstige, uitgebreide maagzweren. Met medicatie zijn die problemen verholpen.

De prestaties van Hermanus zijn gewaardeerd met een 8,5 voor het front en voor de actie van het voorbeen; een acht voor de houding, het zweefmoment, de looplust en voor het algemene beeld als tuigpaard. Het gebruik van het achterbeen is gewaardeerd met een zeven.

Aan het verrichtingsonderzoek 2015 hebben zes op de hengstenkeuring aangewezen hengsten deelgenomen en één hengst, die via de herkansing tot het onderzoek is toegelaten. Vier van hen hebben aan de eindbeoordeling deelgenomen en daarvan zijn er drie goedgekeurd voor de fokkerij, waaronder Hermanus.

De hengst met de hoogste beoordeling was Hertog Jan KWPN (2012, V. Cizandro KWPN, zie 1.14.1.1.1.2.). Hermanus behaalde in puntenaantal de tweede plaats.

Bij de goedkeuring van Hermanus heeft het KWPN bekend gemaakt dat het verwacht dat Hermanus het type, de uitstraling en het voorbeengebruik zal kunnen verbeteren. Wel dienen de toe te voeren merries over formaat en een sterk achterbeengebruik te beschikken.

In juni 2015 heeft de Zilfia’s Hoeve Hermanus verkocht aan de combinatie Jonas K. Lengacher, Martin Schmucker, Chris Schmucker en Steven Graber in New Haven in de Noord-Amerikaanse staat Indiana. Hermanus zal daar zijn vader Patijn, die begin 2015 is gestorven, gaan vervangen.

1.15. Milano 94.13696 Stb KWPN

De vos Milano KWPN (V. Renovo KWPN) is een tuigpaardhengst met een stokmaat van 166 cm. Hij is geboren op 23 juli 1994 en is gefokt door D.J. Boeve uit Hattem. De hengst heeft bij zijn geboorte de naam Meinhard gekregen. Tijdens zijn deelname aan het verrichtingsonderzoek in 1998 heeft het KWPN de naam Milano aan de hengst toegewezen.
Milano is een goed ontwikkelde tuigtypische hengst met een mooie voorhand. Hij is wat stug in de rug.

De moeder van Milano is de ster preferente vos merrie Donnie KWPN ( 1985, V. Waterman KWPN). Zij is een goed ontwikkelde merrie met een stokmaat van 163 cm. Over het exterieur van Donnie zijn diverse opmerkingen te maken. Zo heeft ze een mooi hoofd en een wat korte nek. De schouderligging is steil, het voorbeen is hol en de bovenarm is kort.

De merrie heeft een correcte stap met ruimte en souplesse. De draf is tuigtypisch waarbij de merrie front maakt en het goede voorbeengebruik opvalt.

Als fokmerrie heeft ze vijf veulens gebracht.

Tweede moeder is de vos Lonnie keur preferent KWPN (1970, V. Hugo KWPN), die als fokmerrie de concourstuigpaarden Arrogant vb KWPN (1982, V. Tourist KWPN) en Balans W vb KWPN (1983, V. Unicum KWPN) bracht.

De moeder van Lonnie is de kroon preferente prestatiemerrie Gonnie, die de moeder is van de goedgekeurde rijpaardhengsten Vanitas KWPN (1979, V. Pretendent KWPN) en Cabochon KWPN (1984, V. Vincent KWPN).

Gerekend over acht generaties voert Milano 34,4 % Hackney-bloed. Daarvan wordt 25 % ingebracht door Renovo en de rest door grootvader Waterman KWPN (1980, V. Noran KWPN).

In de eerste acht generaties van de pedigree van Milano komen diverse klassieke stempelhengsten voor. De hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt vijf keer voor en heeft een aandeel van 13,2 % in de bloedopbouw van Milano. De hengst L’Invasion SF (1944, V. Pré Sale SF) komt zeven keer voor met een aandeel van 7,8% en Graaf van Wittenstein Sgldt (1942, V. Domburg GPS) komt vijf keer voor met een aandeel van 3,9 %.

Milano is in 1997 door R. en R.P. van der Put uit Hulshorst gepresenteerd op de KWPN-hengstenkeuring, waar de hengst niet verder kwam dan de tweede bezichtiging. Daarna is hij beleerd en heeft hij in de nieuwelingenklasse tijdens de UTV in Utrecht de tweede plaats behaald.

In 1998 is hij door Jan Schep uit Bergambacht opnieuw op de hengstenkeuring gepresenteerd en is hij aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek in Ermelo.

In het verrichtingsonderzoek toont Milano veel bereidheid om te werken. Zijn stap is kort. Voor de showwagen toont hij veel houding en rijst hij in de voorhand. De actie van het voorbeen is hoog en de draf is ruim. Het gebruik van de achterhand is ruim voldoende krachtig maar het zweefmoment van de draf zou groter mogen zijn. Milano heeft veel aanleg als tuigpaard.

De verrichtingen van Milano zijn gewaardeerd met een 8,5 voor de houding, voor de actie van het voorbeen, voor de looplust en voor het algehele beeld als tuigpaard.
Voor het zweefmoment heeft de jury een 7,5 gegeven en voor het gebruik van het achterbeen een zeven.

Na afloop van het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN Milano goedgekeurd voor de fokkerij en opgenomen in het stamboek.

Aan de eindbeoordeling van het verrichtingsonderzoek voor tuigpaardhengsten in 1998 is deelgenomen door de hengsten Milano, Nando KWPN (1995, V. Fortissimo KWPN) en Nickson KWPN (1995, V. Fortissimo KWPN). Van deze drie hengsten heeft Milano de hoogte punten behaald. Naast Milano is ook Nando goedgekeurd voor de fokkerij. Nickson is als tuigpaard afgewezen, maar heeft in het najaar van 1998 een verrichtingsonderzoek als Gelders paard afgelegd en is daarna goedgekeurd als Gelderse hengst.

In 1997 en 1998 is Milano voor de fokkerij beschikbaar geweest op het station van Lau van Vliet in IJsselsteyn en in 1999 bij de gebroeders Van Manen in Ede.

In maart 2000 is Milano ten gevolge van complicaties na een verschuiving van enkele lendenwervels op zesjarige leeftijd overleden.

Het KWPN heeft 28 hengstveulens en 34 merrieveulens van Milano geregistreerd. Twintig dochters zijn als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Onder hen zijn tien stermerries, één keurmerrie en één elitemerrie. Eén dochter is op grond van haar fokprestaties preferent geworden.

Zijn dochter Top Secret ster KWPN, 2000, MV Cambridge Cole NHS, is de moeder van de goedgekeurde hengst Emilano KWPN (2009, V. Manno KWPN, zie 1.6.3.10.).

Medio 2015 heeft Milano een sportindex van 164 met een betrouwbaarheid van 69%. Ut het genetisch profiel dat het KWPN heeft gepubliceerd, blijkt dat de nakomelingen van Milano over het algemeen kwalitatief hard beenwerk hebben.

Milano is met succes in tuigpaardwedstrijden uitgebracht en heeft in zijn korte leven 125 winstpunten behaald.

Van de 64 geregistreerde nakomelingen hebben er zes meer dan 100 winstpunten in tuigpaardwedstrijden behaald. Dat zijn:

a. Tirano vb KWPN, hengst, 2000, MV. Wouter KWPN, fokker/eigenaar A.G. Brouwer, Enschede, heeft met rijder Freek Saris 313 winstpunten behaald;

b. Thomas (sportnaam Like to Win) vb KWPN, hengst, MV. Fabricius KWPN, fokker A. den Boer, Molenaarsgraaf, eigenaar/rijder L. Huckriede en later Stal Haak uit Ter Apel, heeft 244 winstpunten behaald;

c. Tobias vb KWPN, ruin, 2000, MV. Koblenz KWPN, eigenaar J.M. Schep, Bergambacht en later F. Helmus uit Oldekerk, heeft 309 winstpunten behaald;

d. Toby ster, vb KWPN, hengst, 2000, MV. Joviaal KWPN, eigenaar/rijder B. Dalman, Emmen en later J. Boonstra uit Wijnjewoude, heeft 198 winstpunten behaald;

e. Trudalya elite preferent sport KWPN, merrie, 2000, MV. Wouter KWPN, eigenaar J.G. Lokhorst, Lelystad, heeft met rijders L. Huckriede en L. van Oene 183 winstpunten behaald;

f. Twinkidee keur KWPN, merrie, 2000, MV. Proloog KWPN, fokker H. Roelofsen, Zandeweer, eigenaar/rijder Nico Calis, Opperdoes en later J.H. Mittendorff uit De Krim heeft 132 winstpunten behaald.

1.16. Oase 96.06262 Stb KWPN

De vos tuigpaardhengst Oase KWPN (V. Renovo KWPN) heeft een stokmaat van 164 cm. Hij is geboren op 18 mei 1996 en is gefokt door Hermannus Boelens uit Bunne, dat in het noorden van de provincie Drenthe ligt.
Oase is een tuigtypische hengst die voldoende formaat en uitstraling heeft. De hengst zou iets meer bot moeten hebben en de hoeven zouden iets meer kwaliteit moeten hebben.

De moeder van Oase is de merrie Desiree keur preferent sport KWPN (1985, V. Waterman KWPN). Zij is volgens de KWPN-rapportage een goed ontwikkelde merrie die goed in het tuigtype staat. Ze heeft een sprekend hoofd met een mooi oog. De nek en hals hebben voldoende lengte en de schoft is goed ontwikkeld. De schouder is goed van ligging en lengte. De rug is week maar de lendenen zijn goed gespierd. De croupe mist wat lengte. Ook het voorbeen zou meer lengte mogen hebben. Het achterbeen is sabelbenig. De voeten zijn goed van vorm en hebben goede verzenen en het beenwerk is hard en droog. De stap is voldoende ruim en krachtig maar iets toontredend. De draf is voldoende tuigtypisch met een mooi front en een sterk achterbeengebruik. De draf mist wat ruimte en knie-actie.

Als fokmerrie bracht ze vier merrieveulens en elf hengstveulens, waaronder de concourstuigpaarden Toverfee ster sport KWPN (2000, V. Renovo KWPN) van A. de Jonge, die 131 winstpunten heeft behaald, en haar broer Udonis vb KWPN (2001), die onder de naam Unaniem 644 winstpunten heeft behaald. Unaniem was in 2010, 2011 en 2012 Nederlands kampioen ereklasse tuigpaarden. Voor een uitgebreide beschrijving van Unaniem wordt verwezen naar 1.u.

Desiree is uitgebracht in tuigpaardwedstrijden en heeft een winsom van € 12.515.

Tweede moeder is de donkerbruine merrie Torette keur preferent sport KWPN (1977, V. Hoogheid Sgldt). Zij bracht negen veulens waaronder de voor het verrichtings-onderzoek aangewezen hengst Foxtrot vb KWPN (1987, V. Allegro KWPN).
Torette is ook de grootmoeder van de hengst Majesteit KWPN (1994, V. Immigrant KWPN).

Oase voert 34,4 % Hackney-bloed. In de eerste acht generaties van zijn pedigree komt de klassieke stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) zeven keer voor. Oregon levert een bijdrage van 19,5 % aan de bloedopbouw van Oase.

Oase is door zijn fokker voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring 1999 en daar afgewezen. Daarna heeft hij deelgenomen aan de herkansing, waar hij zich aangespannen beter liet zien dan aan de hand. Door zijn goede presentatie is hij aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek 1999.

In het verrichtingsonderzoek laat Oase zich goed rijden. De stap is voldoende ruim en actief. Voor de showwagen komt hij mooi terug in het front, maar heeft hij soms de neiging te diep te gaan. Hij heeft veel actie in het voorbeen maar zou het voorbeen ruimer moeten wegzetten. Het zweefmoment zou langer moeten zijn. De buiging van het achterbeen en het onderbrengen van het achterbeen zijn voldoende. Als tuigpaard heeft Oase veel aanleg.

De verrichtingen van Oase zijn gewaardeerd met een acht voor de houding, voor de actie van het voorbeen, voor de looplust en voor het algehele beeld als tuigpaard. Voor het zweefmoment en het gebruik van het achterbeen is een 7,5 gegeven.

Aan de eindbeoordeling van het verrichtingsonderzoek 1999 hebben drie tuigpaardhengsten deelgenomen. Van die drie hengsten heeft Opgenoort KWPN (1996, V. Jochem KWPN) de hoogste beoordeling gekregen. Oase heeft de op één na hoogste beoordeling gekregen.

Op basis van het resultaat van het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN besloten Oase goed te keuren voor de fokkerij.
Na het verrichtingsonderzoek is de hengst voor de fokkerij beschikbaar gesteld op de dekstation van Hermannus Boelens in Bunne en van Drikus Vonk in Eck en Wiel.
In 2000 en 2001 is Oase beschikbaar geweest bij Boelens en bij Wim Cazemier in Nuis.

In 2000 heeft Oase 43 merries gedekt. Van de daaruit geboren veulens heeft het KWPN er in 2001 14 aangewezen voor het afstammelingenonderzoek. Het KWPN heeft gerapporteerd dat de beoordeelde nakomelingen een uniforme collectie matig tot voldoende ontwikkelde en ruim voldoende tuigtypische veulens vormden. De veulens hebben uitstraling. De schouderlengte is kort tot voldoende en de schouderligging is steil tot voldoende. het achterbeen is doorgaans sterk gebogen. Het fundament heeft kwaliteit maar zou forser moeten zijn. De stap van de veulens is vaak kort en stug en in draf blijft het voorbeen doorgaans vlak en het achterbeengebruik is matig krachtig. Het zweefmoment zou groter moeten zijn en de veulens zouden meer in de voorhand moeten rijzen.
Naar aanleiding van het afstammelingenonderzoek is Oase voor de fokkerij op wacht gezet.

In januari 2005 is de evaluatie van de driejarige nakomelingen van Oase een jaar uitgesteld omdat er minder dan tien driejarige nakomelingen op keuringen waren beoordeeld.
In 2006 is die evaluatie opnieuw uitgesteld omdat er minder dan tien drie- of vierjarige nakomelingen op keuringen waren beoordeeld.

Over eventuele latere evaluaties heeft het KWPN niet gerapporteerd.

Het KWPN heeft 24 hengstveulens en 30 merrieveulens van Oase geregistreerd. Twee dochters zijn als fokmerrie opgenomen in het stamboek en daarvan is er één stermerrie geworden.
Medio 2015 heeft Oase een sportindex van 125 met een betrouwbaarheid van 61 %.

Enkele nakomelingen van Oase zijn uitgebracht in tuigpaardenwedstrijden maar grote successen hebben ze niet behaald.

1.17. Seinman 99.00443 Stb KWPN

De bruine tuigpaardhengst Seinman KWPN (V. Renovo KWPN) heeft een stokmaat van 167 cm. Hij is geboren op 4 maart 1999 en is gefokt door J.T. Seinen uit Punthorst, dat tussen Nieuwleusen en Staphorst in de provincie Overijssel ligt.
Seinman is volgens een KWPN-beschrijving een goed ontwikkelde, voldoende tuigtypische hengst. De hals is zeer goed van lengte, maar zou er meer op moeten staan. Het middenstuk van de hengst is iets lang.

De moeder van de hengst is de bruine keur preferente merrie Bimone KWPN (1983, V. Ureterp KWPN). Zij bracht vijftien veulens van de hengst Renovo KWPN (1975, V. Cambridge Cole NHS, zie 1.) en één van de hengst Pronkjuweel KWPN (1997, V. Jonker KWPN, zie 1.13.1.).
Bimone is een goed ontwikkelde, tuigtypische merrie met een stokmaat van 165 cm. Haar nek zou langer moeten zijn, de hals is goed van vorm, houding en bespiering en de schoft is zeer goed ontwikkeld. De schouder is goed van lengte en ligging en de rug en lendenen zijn iets week. Het beenwerk is hard en droog. De stap is correct en de draf heeft voldoende ruimte en zweefmoment. Het achterbeengebruik is krachtig maar het voorbeen zou meer actie moeten hebben.

Tweede moeder is de donkerbruine, keur preferente Simone KWPN (1976, V. Kroonprins KWPN). Zij was in 1980 op de nationale centrale merriekeuring reserve kampioen bij de keurmerries en is de moeder van de goedgekeurde hengst Imondro KWPN (1990, V. Droomwals KWPN).

Seinman is de zeventiende en laatste goedgekeurde zoon van de in 2000 overleden Renovo KWPN. Via zijn vader voert Seinman 25 % Hackney-bloed. Zijn moederlijn is volledig klassiek gefokt. De stempelhengst L’Invasion SF (1944, V. Pré Sale SF) komt in de eerste acht generaties van de pedigree van Seinman acht keer voor en levert een bijdrage van 8,6 % aan de bloedopbouw van Seinman en de stamvader van de tuigpaardenfokkerij, Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt zes keer voor en draagt 14,8 % bij.

Seinman is door Jan Schep in 2002 in ’s-Hertogenbosch gepresenteerd op de KWPN-hengstenkeuring. Daar is de hengst aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.
In het verrichtingsonderzoek toont Seinman zich snel gespannen. en heeft hij wisselend gepresteerd. Zijn stap heeft voldoende ruimte, maar is matig krachtig. Voor de showwagen komt hij goed terug in het front maar zou hij de hals er meer op moeten zetten. Hij heeft veel actie in het voorbeen en een zeer ruime draf. Het gebruik van het achterbeen is ruim voldoende. Hij brengt het achterbeen goed onder, maar zou meer afdruk moeten hebben. Als tuigpaard heeft Seinman ruim voldoende tot veel aanleg.

De jury heeft de verrichtingen van Seinman gewaardeerd met een 8,5 voor de actie van het voorbeen, een acht voor de looplust, een 7,5 voor de houding, voor het zweefmoment en voor het algehele beeld als tuigpaard. Het gebruik van het achterbeen is gewaardeerd met een zeven.

Aan het verrichtingsonderzoek 2002 is door acht tuigpaardhengsten deelgenomen, waarvan er zes het gehele onderzoek hebben afgemaakt. Seinman heeft van die zes hengsten in puntenaantal het laagst gescoord.
Verrichtingskampioen 2002 is de hengst Saffraan KWPN (1999, V. Fabricius KWPN, zie 1.6.4.) geworden.

Met betrekking tot het al dan niet goedkeuren van Seinman is in de hengsten-keuringscommissie lang gediscussieerd. Zijn royale voorbeengebruik was uiteindelijk de reden om hem in te schrijven.

Na het verrichtingsonderzoek is Seinman voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het dekstation van Jan Schep in Boijl, waar hij in 2002 nog 25 merries heeft bediend.
Uit de daaruit voortgekomen veulens heeft het KWPN in 2003 twaalf veulens aangewezen voor het afstammelingenonderzoek. De eigenaar heeft daaraan nog één veulen toegevoegd.

Het KWPN heeft gerapporteerd dat de beoordeelde nakomelingen een uniforme collectie voldoende ontwikkelde, matig tot voldoende tuigtypische veulens vormden. De veulens beschikken over veel ras. Opmerkingen zijn gemaakt over de vaak wat lange rug en de arm bespierde lendenen, die beter zouden moeten aansluiten.

De draf heeft ruim voldoende ruimte, maar het zweefmoment zou groter moeten zijn en de actie van het voorbeen is vaak vlak. Het achterbeengebruik mist kracht.

Op basis van het afstammelingen onderzoek heeft het KWPN Seinman op wacht gezet. Argumenten daarvoor waren dat het zeer royale voorbeengebruik van Seinman tijdens het verrichtingsonderzoek niet bij de veulens waarneembaar is terwijl een minder sterk punt van de hengst zelf, het achterbeengebruik, ook bij de veulens overtuigender zou moeten zijn. Tevens heeft meegespeeld dat de invloed van Renovo binnen de tuigpaardfokkerij zeer groot is en dat een gewone zoon van Renovo niets toevoegt aan de fokkerij. Daarnaast waren er nog voldoende rechtstreekse zonen van Renovo beschikbaar.

Jan Schep heeft Seinman na dit besluit laten castreren en verkocht voor de sport, maar erg veel successen heeft Seinman daarin niet gehaald.

Het KWPN heeft van Seinman 29 hengstveulens en 51 merrieveulens geregistreerd. Elf dochters zijn als fokmerrie ingeschreven in het stamboek en één van die dochters is stermerrie geworden.

Medio 2015 heeft Seinman een sportindex van 126 met een betrouwbaarheid van 61 %.
Uit het genetisch profiel van Seinman blijkt dat veel van zijn nakomelingen een lichte hoofd-halsverbinding hebben.

Van de nakomelingen zijn er enkele succesvol geweest in de sport, zoals:

a. Walando vb KWPN, hengst, 2003, MV. Ganges KWPN, fokker/eigenaar W. Kosse, Dedemsvaart, die met rijder Egbert Emmink 116 winstpunten heeft behaald in tuigpaardenwedstrijden en

b. Zilverschoon reg B KWPN, hengst, 2004, MV onbekend, fokker J. Knol, Mastenbroek, eigenaar Arndt Lörcher uit Wolfenbüttel (GER) heeft in de jaren 2011 – 2015 deel uit gemaakt van het tweespan waarmee Arndt Lörcher deelneemt aan internationale menwedstrijden. Het tweespan heeft in 2015 deel uitgemaakt van het Duitse team dat de landenwedstrijd op het CAI Riesenbeck (GER) won. Zilverschoon heeft een winsom van € 3.778.

2. Royaal 250.75 Stb KWPN

Royaal KWPN (V. Cambridge Cole NHS) is een bruine hengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is geboren op 31 maart 1975 en is gefokt door W. Junte uit Oosterwolde, dat in het noordwesten van de provincie Gelderland ligt.

Royaal heeft voldoende type, hardheid en statuur. Hij heeft een mooi front, een iets lang middenstuk en zou meer flankdiepte kunnen hebben.

De moeder van Royaal is de vos keurmerrie Mella KWPN (1971, V. Gloriant Sgldt) en tweede moeder is de vos Ira keur KWPN (1967, V. Oregon Sgldt).

Royaal is één van de hengsten waarmee is geprobeerd de tuigpaardenfokkerij te moderniseren door het inbrengen van Hackney-bloed. Dat is goed gelukt via Royaal’s halfbroer Renovo KWPN (1975, V. Cambridge Cole NHS), maar Royaal heeft aanzienlijk minder invloed gekregen.

Zijn moederlijn wordt gedomineerd door de klassieke stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt), die in de pedigree twee keer als overgrootvader van Royaal voor komt. Ander klassiek bloed is onder andere ingebracht door Baronet Sgldt (1937, V. Domburg GPS) en Kolkenstein GPS (1932, V. Kroonprins OF).

Fokker Junte heeft Royaal voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring 1978. Daar is de hengst goedgekeurd en aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek dat in 1978 voor het eerst in Ermelo is gehouden.
In het verrichtingsonderzoek is Royaal onder het zadel gereden om hem gehoorzaam te maken. In de eerste weken van het onderzoek sloeg hij uit brutaliteit naar andere paarden. Later heeft hij dat niet meer gedaan. Wel moet de hengst voorzichtig worden behandeld omdat hij snel is beledigd en dan in verzet komt.

Als tuigpaard heeft Royaal weinig statuur. Zijn bewegingen zijn redelijk maar zouden ruimer kunnen zijn.
De prestaties van Royaal zijn gewaardeerd met een zeven voor het karakter, een vijf voor de menproef, een 6,5 voor de trekproef, een zes voor de showwagenproef en een zeven voor het trainingsrapport.

Aan het verrichtingsonderzoek 1978 is door elf hengsten begonnen en daarvan hebben er acht aan de eindbeoordeling deelgenomen. In puntenaantal heeft Royaal de zevende plaats behaald. Verrichtingskampioen is Renovo (1975, V. Cambridge Cole NHS, zie 1.) geworden.

Op basis van het resultaat van het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN Royaal goedgekeurd voor de fokkerij.

In 1979 is Royaal voor de fokkerij beschikbaar gesteld bij R. Elders in Westervelde bij Norg in Drenthe en in 1980 is hij ook beschikbaar geweest bij J. Louwes in Een, dat ook vlak bij Norg ligt.

In 1980 heeft het KWPN tien veulens van Royaal beoordeeld. Daarover is gerapporteerd dat Royaal de verwachtingen niet heeft waargemaakt. Waar het Hackney-bloed wordt ingebracht om hardheid en adel aan te brengen is Royaal daarin bij zijn nakomelingen niet of nauwelijks geslaagd. De getoonde veulens waren over het algemeen beknopt van bouw en hadden korte, zware halzen. De veulens kwamen ook te kort in ruimte, souplesse, een stuwende achterhand en knie-actie.

Op basis van het afstammelingenonderzoek is Royaal afgekeurd voor de fokkerij.

Het KWPN heeft van Royaal 18 hengstveulens en 18 merrieveulens geregistreerd. Acht dochters zijn als fokmerrie opgenomen in het stamboek en van hen zijn er twee stermerrie geworden en twee zijn keurmerrie geworden. Eén dochter van Royaal heeft het preferentschap verworven.



3. Excellent van Herpen S 1510 NHS

Excellent van Herpen NHS (V. Cambridge Cole NHS) is een bruine Hackney-hengst die is geboren op 13 juni 1976. Hij is gefokt door G.F.K. Waelbers uit Herpen, dat bij Oss in de provincie Noord-Brabant ligt.

De moeder van de hengst is de bruine merrie Holy Lady van Herpen NHS (1969, V. Suddie Mercury NHS) en tweede moeder is de bruine Arthur’s Spring Glory NHS (1959, V. Browns Victor HSB).
Excellent van Herpen is voor de fokkerij goedgekeurd door het Nederlands Hackney Stamboek.

Zijn dochter Monique Eclipse preferent NHS, 1984, MV. Dolly’s Centurion NHS is de moeder van de door het KWPN goedgekeurde hengst Moneymaker KWPN (1994, V. Farao KWPN).

4. Video 351.79 Stb KWPN

De bruine tuigpaardhengst Video KWPN (V. Cambridge Cole NHS) heeft een stokmaat van 164 cm. Hij is geboren op 9 april 1979 en is gefokt door F.C.A. Raats uit Nispen, dat ten zuiden van Roosendaal in de provincie Noord-Brabant ligt.
Volgens het KWPN is Video een mooie soortige hengst die nog iets meer postuur zou mogen hebben. Ras, hardheid en kwaliteit zijn in voldoende mate aanwezig. De hengst heeft een tamelijk lang achterbeen.

De moeder van Video is de bruine stermerrie Petra KWPN (1974, V. Gloriant Sgldt).
Zij heeft een stokmaat van 169 cm en bracht als fokmerrie zes hengstveulens en een merrieveulen.
Tweede moeder is de vos merrie Favorita kroon preferent Sgldt (1964, V. Oregon Sgldt).

Via vader Cambridge Cole NHS voert Video 50 % Hackney-bloed en evenals bij zijn halfbroer Royaal KWPN (1975, V. Cambridge Cole NHS, zie 2.) komt de hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) in de moederlijn twee keer voor als overgrootvader van Video. Verder komen de grondleggers Ebert GrPS (1917, V. Monocraat GrPS) en Baronet Sgldt (1937, V. Domburg GPS) meerdere keren voor. Derhalve een zeer klassieke moederlijn.

Video is door Drikus Vonk uit Ommeren voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring 1982 in Utrecht. Daar is de hengst aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.
In het verrichtingsonderzoek in Ermelo blijkt Video een eerlijke, betrouwbare hengst te zijn. In de eerste weken van het onderzoek is hij af en toe gespannen en later heeft hij dat ingeruild voor enige brutaliteit. Hij liep vaak met de tong over het bit en om dat te voorkomen is zijn tong vastgezet. In de loop van het onderzoek is de hengst krachtiger geworden. Als hij goed gemotiveerd is presteert hij goed. De stap is verbeterd en de draf is ruim voldoende. Af en toe drukt Video de rug weg en dan wordt de draf stekerig. Voor de showwagen geeft hij een mooi beeld met een goede stelling en levendig orenspel. Als tuigpaard heeft Video ruim voldoende aanleg.

De verrichtingen van Video tijden het verrichtingsonderzoek zijn gewaardeerd met een zeven voor de stap, een 7,5 voor de draf, achten voor de menproef, de trekproef, de showwagenproef, het karakter en het trainingsrapport en een negen voor het stalgedrag.

Aan het verrichtingsonderzoek voor tuigpaardhengsten 1982 is deelgenomen door een vierjarige- en tien driejarige hengsten. Vijf hengsten hebben deelgenomen aan de eindbeoordeling en daarvan zijn er vier goedgekeurd voor de fokkerij, waaronder Video.

De hengst met de hoogste waardering was Vizier KWPN (1979, V. Cambridge Cole NHS, zie 5.). Video heeft in puntentotaal de tweede plaats behaald.

Na het verrichtingsonderzoek is Video voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het dekstation van Drikus Vonk in Ochten, waar hij in 1993 75 merries heeft gedekt.

Uit de daaruit geboren veulens heeft het KWPN er in 1994, in het kader van het afstammelingenonderzoek, achttien beoordeeld.

In de KWPN-rapportage is sprake van extra ontwikkelde veulens met beste lichaamsverhoudingen. Vooral in de groep door de hengsteneigenaar uitgezochte veulens was sprake van goedgebouwde tuigtypische veulens met veel snit en kwaliteit. De stap van de veulens is vaak kort. De draf is tuigtypisch met een goed zweefmoment, goede onderbrenging en voldoende balans.

Op basis van het afstammelingenonderzoek is Video gehandhaafd voor de fokkerij.

In 1987 heeft het KWPN op grond van rapportages over de driejarige nakomelingen van Video de fokkerijprestaties van de hengst geëvalueerd met als resultaat dat Video is gehandhaafd voor de fokkerij.

In 1984 is Video beschikbaar geweest op het station van N. Beemster in Avenhorn; in 1985 heeft hij bij Chris van Bommel in Aarle Rixtel gestaan en in de jaren 1986 – 1989 bij Gerard Zwartjens in Raalte.

Na het dekseizoen 1989 is Video gecastreerd en als concourstuigpaard verkocht.

Het KWPN heeft van Video uit 220 dekkingen 63 hengstveulens en 88 merrieveulens geregistreerd.

Van de dochters zijn er 35 als fokmerrie opgenomen in het stamboek, waarvan er acht stermerrie zijn geworden en vier keurmerrie.
Drie dochters van Video zijn vanwege hun fokprestaties preferent verklaard.

De dochter Cemoortje keur preferent KWPN (1984, MV. Natuur KWPN) is, via haar ster preferente dochter Tatjana KWPN (2000, V. Marveel KWPN), de grootmoeder van de hengst Fabuleus KWPN (2010, V. Unieko KWPN, zie 1.6.3.5.).

In 2015 heeft Video een sportindex van 83 met een betrouwbaarheid van 62 %.
Uit het genetisch profiel blijkt dat veel nakomelingen van Video een lage schoft en/of een weke kootstand hebben.

Video heeft in 1986 aan de competitie voor aangespannen hengsten deelgenomen en is daarbij als zesde geëindigd.

De nakomelingen van Video hebben niet uitgeblonken in de tuigpaardensport.

5. Vizier 352.79 Stb KWPN

Vizier KWPN (V. Cambridge Cole NHS) is een vos tuigpaardhengst met een stokmaat van 164 cm. Hij is geboren op 2 juli 1979 en hij is gefokt door Wout Hamoen uit Utrecht.

Vizier is een hengst met een deftig type met veel ras en kwaliteit en voldoende postuur. Het voorbeen is iets teer.

De moeder van de hengst is de keur preferente vosmerrie Philaleen II KWPN (1974, V. Hoogheid Sgldt). Zij bracht veertien veulens, waaronder een hengst die in 1996 op de KWPN-hengstenkeuring de twee bezichtiging heeft gehaald en daarna als concourstuigpaard 125 winstpunten heeft behaald.
Tweede moeder is de donkerbruine keur preferente merrie Maleen KWPN (1971, V. Hidalgo Sgldt). De moeder van Maleen is de zwartbruine Philaleen kroon preferent Sgldt (1951, V. Kurassier Sgldt), die ook de overgrootmoeder is van de hengst Navarro vb KWPN (1972, V. Le Faquin xx).

Vizier voert 50% Hackney-bloed terwijl de hengst Oregon maar twee keer in zijn pedigree voorkomt en een bijdrage van 18,75 % aan de bloedopbouw van Vizier levert. In de moederlijn komen voorts de klassieke Gelderse hengsten Hoogheid Sgldt, Hidalgo Sgldt, Kurassier Sgldt en Baronet Sgldt voor.

Vizier is door M. Kortleve uit Groot Ammers voorgesteld op de KWPN-hengstenkeuring in Utrecht. Daar is de hengst aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek in Ermelo.

In het verrichtingsonderzoek vallen de eerste weken de hengst zwaar. Hij heeft weinig buiging in het achterbeen en zijn bewegingen zijn kort. De hengst gaat in die tijd graag te diep en toont een matig orenspel en weinig staartdracht.
Na enkele weken is Vizier sterk verbeterd. Zijn stap is voldoende en de draf is tegen het einde van het onderzoek regelmatig en ruim. In de menproef gaat hij goed aan de teugel en buigt hij mooi af. Voor de showwagen heeft hij een mooie houding en een goede staartdracht. Zijn draf is ruim, krachtig en lichtvoetig. Vizier heeft veel bereidheid om te werken en heeft veel aanleg als tuigpaard.
De prestaties van Vizier in het onderzoek zijn gewaardeerd met een zes voor de stap, een zeven voor de trekproef, een acht voor het karakter en een 8,5 voor de showwagenproef. Voor de draf, de menproef, het stalgedrag en het trainingsrapport heeft de jury negens gegeven.

Aan het verrichtingsonderzoek voor tuigpaardhengsten 1982 is deelgenomen door een vierjarige- en tien driejarige hengsten. Vijf hengsten hebben deelgenomen aan de eindbeoordeling en daarvan zijn er vier goedgekeurd voor de fokkerij.

Van de deelnemende hengsten heeft Vizier de hoogste waardering gekregen. Na afloop van het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN de hengst goedgekeurd voor de fokkerij.

Vizier is voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het hengstenstation van H. Bergerink in Enschede. In 1983 heeft hij daar 32 merries gedekt en uit de daaruit voortgekomen veulens heeft het KWPN er in het afstammelingenonderzoek elf beoordeeld.

De veulens waren weinig uniform, weinig tuigtypisch en hadden amper voldoende ontwikkeling. De hals van de veulens staat er meer voor dan er op. Het voorbeen is vaak onderstandig en steil en het achterbeen is vaak lang en te gebogen. De stap van de veulens is matig en de draf laat veel te wensen over. De draf komt weinig uit de schouder en de veulens rijzen niet in de voorhand; de hals staat er niet op en de achterhand wordt onvoldoende ondergebracht.

Op basis van het opgedane beeld van de nakomelingen van Vizier heeft het KWPN de hengst afgekeurd.

Het KWPN heeft uit 63 dekkingen 25 hengstveulens en 18 merrieveulens van Vizier geregistreerd. Zes dochters zijn als fokmerrie opgenomen in het stamboek, maar geen van hen heeft het sterpredicaat behaald.

Na zijn afkeuring is Vizier gecastreerd en, in eigendom van Ger Hofs, is hij door Appie Miggelenbrink met succes uitgebracht in tuigpaardenwedstrijden. Vervolgens heeft Ruurd Botma Vizier gekocht en is hij vele jaren door Henk Botma uitgebracht.. Toen Stal Botma een stap terug deed kwam Vizier in handen van Th. van de Meulengraaf uit Best, die hem regionaal in Zuid-Nederland uitbracht. Toen Cor Erkel de nieuwe eigenaar van Vizier werd, is hij opnieuw op nationaal niveau uitgebracht. In handen van Cor Erkel behoorde hij nog jaren tot de top van de ereklasse en in handen van schoondochter Esther Erkel is Vizier in 1995, 1997 en 1999 nationaal kampioen in het damesnummer geworden. Vizier heeft een winsom van bijna € 35.000,-.

Een succesvolle nakomeling van Vizier is de hengst Colonel vb KWPN (1984, MV. Marius KWPN) van stal Botma, die meerdere keren Nederlands kampioen tweespannen is geworden. Colonel heeft 410 winstpunten in tuigpaardenwedstrijden behaald.

In september 2005 is Vizier op 26-jarige leeftijd geëuthanaseerd.

6. Vulcaan 353.79 Stb KWPN

De donkere vos Vulcaan KWPN (V. Cambridge Cole NHS) is een tuigpaardhengst met een stokmaat van 169 cm. De hengst is geboren op 29 maart 1979 en is gefokt door C.S. Schilder uit Sint Maartensbrug, dat bij Schagen in de provincie Noord-Holland ligt.

Vulcaan is een hengst met een goed type en voldoende maat en kwaliteit. De voorstand is niet geheel correct en het hoofd zou mooier mogen zijn.

De moeder van Vulcaan is de vos stermerrie Petra KWPN (1974, V. Gloriant Sgldt). Zij is de enige nakomeling van Vulcaans tweede moeder, de Gelderse merrie Janita KWPN (1968, V. Commandant Sgldt).

Vulcaan voert via zijn vader 50 % Hackney-bloed. De in de tuigpaardenfokkerij zeer invloedrijke hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt in de afstamming van Vulcaan slechts één keer voor en heeft als overgrootvader een inbreng van 12,5% in de bloedopbouw van Vulcaan. De moederlijn van Vulcaan is erg kort omdat overgrootmoeder Gretha hb Sgldt (1965, V. Attila Sgldt) een onbekende moeder heeft.

Vulcaan is door de combinatie Henk Rootveld uit Bornerbroek en H. Nijen Twilhaar uit Hellendoorn, op de KWPN-hengstenkeuring in Utrecht voorgebracht.

Daar is Vulcaan aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek in Ermelo.

In Ermelo blijkt Vulcaan een zeer brutale hengst te zijn die nogal eisen stelt aan degenen die met hem omgaan. Hij is intelligent en eigenzinnig en heeft van nature zeer veel looplust en uithoudingsvermogen. In het begin van het onderzoek probeert hij elke dag zijn rijder uit. Na langdurig werk is de hengst tot ontspanning gekomen. Later probeert Vulcaan zich te onttrekken aan de hulpen door het hoofd voor de borst te brengen. Daarom is hij in het onderzoek verschillende keren onder het zadel gereden en is hij voor de showwagen met een opzet gereden. Gedurende het gehele onderzoek is hij af en toe verzet blijven plegen.
Zijn stap is actief en krachtig, maar niet erg ruim. De draf is regelmatig en voldoende ruim. In draf laat Vulcaan achter af en toe hanetred zien. Voor de showwagen heeft hij voldoende kracht en ruimte, maar hij heeft een matig orenspel en een matige houding. Als tuigpaard heeft hij ruim voldoende aanleg.

Zijn prestaties in het onderzoek zijn door de jury gewaardeerd met zessen voor de stap en voor de menproef, een acht voor de trekproef en zevens voor alle andere te beoordelen onderdelen.

Aan het verrichtingsonderzoek voor tuigpaardhengsten 1982 is deelgenomen door een vierjarige- en tien driejarige hengsten. Vijf van hen hebben deelgenomen aan de eindbeoordeling en daarvan zijn er vier, waaronder Vulcaan, goedgekeurd voor de fokkerij.

Van de deelnemende hengsten heeft Vizier KWPN (1979, V. Cambridge Cole NHS, zie 5.) de hoogste waardering gekregen. Vulcaan behaalde in puntentotaal de vierde plaats.

Na het verrichtingsonderzoek is Vulcaan voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het station van A. van Erp in Oss. Daar heeft Vulcaan in 1983 38 merries bediend. Van de daaruit voortgekomen veulens heeft het KWPN in 1984 er elf voor het afstammelingenonderzoek beoordeeld.

Uit de stamboekrapportage blijkt dat het goed ontwikkelde veulens waren met kwaliteit en een sterke ribbenkast. De stap van de veulens is best en heeft ruimte en souplesse. De draf is ruim en elastisch en heeft veel stuwing en cadans. Het rijzen in de voorhand was bij de meeste veulens niet aanwezig.

Op basis van het afstammelingenonderzoek is Vulcaan gehandhaafd als fokhengst.

De evaluatie van de keuringsrapporten van de driejarige nakomelingen van Vulcaan zou in 1987 worden uitgevoerd, maar omdat er toen minder dan tien driejarige nakomelingen waren beoordeeld, is de evaluatie een jaar uitgesteld.

In 1988 is vervolgens vastgesteld dat er bij de nakomelingen vaak sprake is van eenvoudige types met matige hoofden. Ze hebben vaak een rechte schouder en een platte, korte croupe. Diverse nakomelingen hebben een matig drafmechanisme.

Voor het KWPN is één en ander reden geweest om Vulcaan af te keuren voor de fokkerij.

Nadat Vulcaan was afgekeurd voor de fokkerij is hij gekocht door Jan Schep uit Bergambacht en die heeft Vulcaan, samen met Duco S (1985, V. Wilhelmus KWPN), in tweespanwedstrijden uitgebracht. Later is Vulcaan verkocht naar Spanje.

Het KWPN heeft van Vulcaan uit 193 dekkingen 75 hengstveulens en 65 merrieveulens geregistreerd.

Van de zonen is Factor KWPN (1987, MV. Marconi KWPN) goedgekeurd voor de fokkerij en is Casino vb KWPN (1984, MV. Hoogheid Sgldt) aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek. Casino heeft in 1987 aan het verrichtingsonderzoek deelgenomen. Door veterinaire problemen is hij twaalf dagen te laat aan het onderzoek begonnen en bleek vervolgens beperkt inzetbaar. Bij de tussenbeoordeling is zijn deelname aan het onderzoek wegens een te grote trainingsachterstand beëindigd.

Van de dochters zijn er 25 als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Daarvan is er één stermerrie geworden en hebben er twee het keurpredicaat behaald.

Medio 2015 heeft Vulcaan een sportindex van 92 met een betrouwbaarheid van 58 %.

De nakomelingen van Vulcaan hebben geen indrukwekkende prestaties geleverd.

6.1. Factor 87.00955Stb KWPN

Factor KWPN (V. Vulcaan KWPN) is een donkervos tuigpaardhengst met een stokmaat van 163 cm. De hengst is geboren op 25 maart 1987 en is gefokt door W.J. van de Ven uit Geffen.

Factor is een goed gebouwde, moderne, tuigtypische hengst met ras en kwaliteit. De hals zou er meer op kunnen staan.

De moeder van Factor is de vos keurmerrie Bettina (1983, V. Marconi KWPN). Zij heeft zes veulens gebracht, waaronder het concourstuigpaard Heemraad vb KWPN (1989, V. Vulcaan KWPN), dat 105 winstpunten heeft behaald.

Volgens een KWPN-rapportage is Bettina een goede tuigtypische merrie met ras en kwaliteit. De hals wordt goed gedragen maar zou iets langer kunnen zijn. Ook de schouder zou langer moeten zijn. De stap is voldoende ruim. De draf zou ruimer mogen zijn, maar is voldoende tuigtypisch en de achterhand wordt goed gebruikt.

Tweede moeder is de zwarte keurmerrie Napolien KWPN (1972, V. Hoogheid Sgldt). Zij heeft tien veulens gebracht, waaronder het concourstuigpaard Roland vb KWPN (1975, V. Kroonprins KWPN).

Factor voert via zijn vader 25 % Hackney-bloed. De stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) komt vier keer in de afstammingstabel voor en heeft een inbreng van 21,8 % op de bloedopbouw van Factor.

Factor is in 1989 op de Nationale Tuigpaardendag derde geworden bij de tweejarige hengsten.

In 1990 heeft de combinatie Jan Schep uit Bergambacht en H. Poppen uit Zwartsluis de hengst gepresenteerd op de KWPN-hengstenkeuring in Utrecht. Daar is Factor aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek in Ermelo.

In het verrichtingsonderzoek is Factor attent, gehoorzaam en vriendelijk, maar hij zou meer strijdlust mogen tonen. Factor heeft er moeite mee om de rug te ontspannen hetgeen ten koste gaat van zijn staartdracht. Hij heeft een fijne mond. De stap is achter sterk maar zou ruimer mogen zijn. De draf heeft veel tact en ruimte. Bij een hoger tempo heeft Factor de neiging achter wijd te gaan. Voor de showwagen presteert hij ruim voldoende. Als tuigpaard heeft hij ruim voldoende aanleg.

De prestaties van Factor tijdens het verrichtingsonderzoek zijn gewaardeerd met zevens voor de stap en de showwagenproef zonder hulpmiddelen. Een 7.5 voor de menproef en voor de showwagenproef met hulpmiddelen, achten voor de draf, het karakter en het trainingsrapport en een negen voor het stalgedrag.

Aan het verrichtingsonderzoek voor tuigpaardhengsten in 1990 is deelgenomen door acht hengsten, waarvan er vijf het gehele honderd dagen durende onderzoek hebben voltooid. Die vijf hengsten, waaronder Factor, zijn aan het einde van het onderzoek door het KWPN goedgekeurd voor de fokkerij.

De hengsten met de hoogste waardering waren Fernando KWPN (1987, V. Wouter KWPN) en Fortissimo KWPN (1987, V. Allegro KWPN); Factor behaalde in puntenaantal de vierde plaats.

Na het verrichtingsonderzoek is Factor voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het dekstation van Jan Jurrius en zoon in Vorden.

Daar heeft hij in 1991 44 merries bediend. Van de daaruit geboren veulens heeft het KWPN er in 1992 17 beoordeeld in het afstammelingenonderzoek. De veulens waren voor een deel door het KWPN aangewezen en voor een deel door de eigenaar van Factor geselecteerd.

De door het KWPN aangewezen veulens waren vaak beknopt en wat eenvoudig van type, terwijl de door de eigenaar uitgezochte veulens doorgaans goed ontwikkeld en langgelijnd waren en bovendien tuigtypischer aandeden. In beide groepen is sprake van overbouwde veulens. De schouder is kort en recht en de rug is vrijwel steeds gezonken. De lendenen en de croupe zijn goed gespierd. De stap is voldoende en de draf heeft een goed achterbeen gebruik bij voldoende stelling en een goede balans, maar het voorbeen blijft duidelijk te vlak. De veulens kwamen vaak uit matige merries.
Omdat de bloedopbouw van Factor aan vaderszijde een factor toevoegt en de veulens een krachtig achterbeengebruik hebben, heeft het KWPN besloten Factor te handhaven als fokhengst.

In 1995 en 1996 is Factor beschikbaar geweest op het station van Jan Kers in Beesd, in 1998 heeft de hengst op het station Wilting in Wachtum gestaan en in 1999 op het bedrijf van Schep in Boijl.

In 1996 is de evaluatie van de keuringsresultaten van de driejarige nakomelingen een jaar uitgesteld omdat er minder dan tien driejarige nakomelingen waren beoordeeld. In 1997 is die evaluatie wel uitgevoerd en op basis daarvan is Factor gehandhaafd voor de fokkerij.

In september 1999 heeft eigenaar Schep Factor teruggetrokken uit de fokkerij.

In 2000 heeft het KWPN de prestaties van de 7-jaige nakomelingen van Factor beoordeeld en vastgesteld dat slechts weinig nakomelingen worden uitgebracht in de tuigpaardensport en ook de hengst zelf niet uitblinkt in de sport. Bovendien blijkt dat Factor op zijn nakomelingen sterk verkleinend werkt. Daarom is besloten Factor als fokhengst op wacht te zetten.

Het KWPN heeft uit 309 dekkingen 120 hengstveulens en 116 merrieveulens van Factor geregistreerd.

34 Dochters zijn als fokmerrie opgenomen in het stamboek en daarvan hebben er veertien het sterpredicaat behaald en zijn er twee keurmerrie geworden. Eén dochter heeft het preferentschap verkregen.

Van de dochters is Kendini keur KWPN (1992, MV. Proloog KWPN) de moeder van de goedgekeurde hengst Stuurboord KWPN (1999, V. Jonker KWPN, zie 1.13.3.). Bovendien was ze in de jaren 1994, 1995 en 1996 kampioen van de centrale keuring in Overijssel. In 1994 en 1995 was ze op de Nationale Tuigpaardendag nationaal kampioen van de tweejarige-, respectievelijk driejarige tuigpaardmerries. In de sport heeft ze 56 winstpunten behaald.

In 2015 heeft Factor een sportindex van 99 met een betrouwbaarheid van 68 %.

Noch Factor, noch één van zijn nakomelingen, heeft in de sport grote successen geboekt.

De meest in de sport in het oog springende Factor-nakomeling is wellicht de door J. Bassa uit Hagestein gefokte vos ruin Paljas (1997, V. Satelliet KWPN), die met Jana Schwarting (GER) in de jaren 2006 – 2015 in Duitsland € 1.438 heeft gewonnen in springwedstrijden klassen B tot M.

7. Alchimist 82.02220 Stb KWPN

De bruinsabino tuigpaardhengst Alchimist KWPN (V. Cambridge Cole NHS) heeft een stokmaat van 166 cm. Hij is geboren op 10 april 1982 en is gefokt door A. van Voskuilen uit Lunteren.
Alchimist is een hengst met veel ras en hardheid. Het front zou rijker zijn als de hengst meer lengte in de hals zou hebben. De halsaanzetting is niet erg fraai en meer ribdiepte zou het foktype ten goede komen.

De moeder van Alchimist is de vos merrie Saskia KWPN (1976, V. Hoogheid Sgldt). Van haar heeft het KWPN twee veulens geregistreerd. Saskia is naar het buitenland verkocht.
Tweede moeder is Marijke KWPN (1971, V. Folio Sgldt), waarvan maar één veulen is geregistreerd.

Alchimist voert via zijn vader 50% Hackney-bloed. De moederlijn is voornamelijk opgebouwd uit bloed van Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt), Graaf van Wittenstein Sgldt (1942, V. Baronet Sgldt) en L’Invasion SF (1944, V. Pré Sale SF).

Alchimist is in 1986 als vierjarige hengst door Lammert Geerligs uit Workum voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring. De hengst is daarbij aangewezen voor de tweede bezichtiging maar kreeg geen uitnodiging voor het verrichtingsonderzoek.
In 1997 heeft Geerligs de hengst, die toen nog de naam Ambridge had, opnieuw aan de KWPN-hengstenkeuringscommissie voorgesteld en dit keer werd hij wel aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek.

In het verrichtingsonderzoek blijkt Alchimist een eerlijke, brutale hengst met een goed humeur. In de training moet ervoor worden opgepast dat de hengst door zijn brutaliteit niet de baas gaat spelen. Alchimist heeft een ruime, veerkrachtige stap. De draf is tactmatig met veel impuls en ruimte. Voor de showwagen presteert hij met veel tact en looplust. Hij heeft voldoende houding, levendig orenspel en een mooie staartdracht. Als tuigpaard heeft hij veel aanleg. Op stal moet hij tijdens de verzorging worden vastgezet.

De verrichtingen van Alchimist zijn gewaardeerd met een zeven voor het stalgedrag, achten voor de stap, de menproef en de showwagenproef. De draf en de trekproef zijn gewaardeerd met een 8,5 en voor het karakter en het trainingsrapport heeft de hengst negens gekregen.

Aan het verrichtingsonderzoek voor tuigpaardhengsten 1987 hebben zeven hengsten deelgenomen, maar alleen Crescendo vb KWPN (1984, V. Renovo KWPN) en Alchimist hebben aan de eindbeoordeling deelgenomen. Na afloop van het onderzoek is alleen Alchimist goedgekeurd voor de fokkerij.

Na het verrichtingsonderzoek heeft Geerlings de hengst op zijn eigen bedrijf in Workum beschikbaar gesteld voor de fokkerij.
In 1988 heeft Alchimist 19 merries gedekt en van de daaruit voortgekomen veulens heeft het KWPN er in 1989 tien beoordeeld voor het afstammelingenonderzoek.
Het KWPN heeft gerapporteerd dat het een groep goed ontwikkelde, tuigtypische veulens betrof met een goed fundament en sterke bewegingen.

Op grond van het afstammelingenonderzoek is Alchimist gehandhaafd voor de fokkerij.

In 1993 is de beoordeling van de driejarige nakomelingen een jaar uitgesteld omdat er minder dan tien driejarige kinderen van Alchimist waren beoordeeld.

Een jaar later is de evaluatie wel uitgevoerd en is besloten Alchimist te handhaven voor de fokkerij.

In 1997 is Alchimist op basis van een beoordeling van de zevenjarige nakomelingen op wacht gezet, waarna Geerligs de hengst in april 1997 heeft laten castreren.

In januari 2001 heeft het KWPN bekendgemaakt dat de reeds gecastreerde Alchimist is afgekeurd voor de fokkerij omdat slechts enkele van zijn nakomelingen in de tuigpaardensport actief zijn en de hengst op exterieurgebied niet verbeterend werkt.

Het KWPN heeft uit 230 dekkingen 80 hengstveulens en 82 merrieveulens van Alchimist geregistreerd.

Van de dochters zijn er 25 als fokmerrie opgenomen in het stamboek. Van hen zijn er drie stermerrie geworden en twee keurmerrie. Eén dochter is op basis van de prestaties in de fokkerij preferent geworden.

In september 2015 heeft Alchimist een sportindex van 107 met een betrouwbaarheid van 67 %.

Alchimist is diverse keren uitgebracht in tuigpaardenwedstrijden. Tot en met 1993 heeft hij een winsom van € 7.760.
Van zijn nakomelingen is de ruin Janco vb KWPN (sportnaam Johnson), 1991, MV. Balmoral KWPN, door Willem de Heul met succes in tuigpaardwedstrijden uitgebracht. Johnson heeft 121 winstpunten behaald.

8. Alpinist 82.06364 Stb KWPN

Alpinist KWPN (V. Cambridge Cole NHS) is een bruine tuigpaardhengst met een stokmaat van 164 cm. Hij is geboren op 15 juni 1982 en is gefokt door Gerrit van Maanen en zonen uit Terschuur.

Alpinist is een correct afgewerkte hengst met veel kwaliteit, die iets meer formaat zou moeten hebben.

De moeder van Alpinist is de keur preferente prestatiemerrie Larda KWPN (1970, V. Gloriant Sgldt). Zij is volgens de KWPN-rapportage een tuigtypische merrie die zich tot op hoge leeftijd goed heeft bewaard. In haar bovenlijn vallen de goed ontwikkelde schoft en de goede verbindingen op. De merrie heeft een iets hol, onderstandig voorbeen. De stap is ruim en elastisch en in draf heeft de merrie ruimte, stuwing en souplesse.

Larda heeft tien merrieveulens en zes hengstveulens gebracht. Vijf van de merries hebben het keurpredicaat behaald en daarvan zijn er drie ook preferent geworden. Van de zonen is een volle broer van Alpinist succesvol geweest. Deze Baron (1983) heeft op de KWPN-hengstenkeuring de tweede bezichtiging gehaald en is daarna onder de naam Bariton door Lammert Vinke, Appie Michelenbrink en Ruud Botma uit Buitenpost in tuigpaardenwedstrijden uitgebracht. Hij heeft 407 winstpunten behaald en heeft een winsom van € 5.366.

Tweede moeder is de bruine stermerrie Arda Sgldt (1959, V. Urgent Sgldt). Zij is ook de moeder van de goedgekeurde hengst Mardus Stb (1971, V. Gloriant Sgldt), die een volle broer is van Larda.

Alpinist voert via zijn vader 50 % Hsckney-bloed. In de moederlijn valt op dat de veel invloed hebbende stempelhengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) slechts één keer in de pedigree van Alpinist voorkomt en slechts een bijdrage van 12,5 % levert aan de opbouw van het genenpatroon van Alpinist. De moederlijn is verder opgebouwd met oud Gelders- (Baronet Sgldt), Frans- (L’Invasion SF) en Oostfries (Edelman) bloed.

Alpinist is door zijn fokkers voorgebracht op de KWPN-hengstenkeuring 1985 in Utrecht. Daar is hij aangewezen voor deelname aan het verrichtingsonderzoek in Ermelo.

In het verrichtingsonderzoek blijkt Alpinist in het werk een attente, gehoorzame en opgewekte hengst te zijn. Op stal draait hij bij het naderen zijn achterhand toe. In de loop van het onderzoek zijn de bewegingen van de hengst van kort verbeterd tot voldoende ruim. Zijn prestaties voor de showwagen zijn wisselen. De ene keer kort en pompend en een andere keer laat hij goede showpaard bewegingen zien. Hij heeft een goed orenspel en een matige staartdracht. Alpinist heet ruim voldoende aanleg als tuigpaard.
De prestaties van de hengst zijn gewaardeerd met een 6,5 voor zowel de stap als de draf, een zeven voor de showwagenproef en voor het stalgedrag is een zeven gegeven. De menproef, de trekproef, het karakter en het trainingsrapport zijn gewaardeerd met een acht.

Aan het verrichtingsonderzoek voor tuigpaardhengsten is in 1985 deelgenomen door zes hengsten, waarvan er één de deelname aan het onderzoek voortijdig heeft beëindigd. De andere vijf hengsten bleken geen van allen zeer getalenteerde tuigpaarden te zijn. Vier van de vijf zijn door het KWPN goedgekeurd voor de fokkerij, waaronder Alpinist. De vierjarige hengst Zakerno KWPN (1981, V. Proloog KWPN) kreeg de hoogste waardering en Alpinist had als driejarige een puntentotaal dat twee punten lager was dan dat van Zakerno, maar dat één punt hoger was dan het puntentotaal van Allegro KWPN (1982, V. Rentmeester KWPN) en anderhalve punt hoger dan het totaal van Ahoy KWPN (1982, V. Monarch KWPN). Ahoy werd overigens pas na herkeuring toegelaten tot de fokkerij.

Na het verrichtingsonderzoek is Alpinist bij Van Manen in Terschuur beschikbaar gesteld voor de fokkerij en in 1986 is de hengst ook beschikbaar geweest bij H. Bergerink in Enschede. In 1986 heeft Alpinist 24 merries gedekt. Tien van de daaruit voortgekomen veulens heeft het KWPN in het kader van het afstammelingen-onderzoek beoordeeld.
Volgens de KWPN-rapportage waren het tuigtypische veulens met goed beenwerk. De veulens draven op een goede manier. Op exterieurgebied zijn er wel de nodige opmerkingen genaakt. De hoofden zijn over het algemeen tamelijk lang. De schoft is vaak plat en de schouder zou langer mogen zijn en schuiner mogen liggen.

Op basis van het afstammelingenonderzoek is Alpinist gehandhaafd voor de fokkerij.

In de jaren 1987 – 1991 is Alpinist beschikbaar geweest bij Van Manen in Terschuur, Reilink in Schalkhaar, Koeman in Echteld, Van der Brake in Doornspijk en De Vries in Oldeholtpade.

In januari 1990 is de beoordeling van de driejarige nakomelingen een jaar uitgesteld omdat er minder dan tien driejarige kinderen van Alpinist waren beoordeeld.

Een jaar later is de evaluatie wel uitgevoerd en is besloten Alpinist te handhaven voor de fokkerij.

In 1992 is Alpinist niet beschikbaar geweest als fokhengst. Vanaf 1993 heeft hij op de stations van Rienstra in Wommels, Van Manen in Terschuur, Van Veen in Steenwijkerwold en Erkel in Vuren gestaan.

In januari 1999 is opnieuw een evaluatie uitgevoerd van de fokkerij van Alpinist. De sportindex van Alpinist was op dat moment 130 en slechts een klein percentage van de nakomelingen werd in de sport uitgebracht. Daarnaast is uit de keuringsrapporten van de beoordeelde nakomelingen vastgesteld dat Alpinist op exterieurgebied niet verbeterend werkt.

Op grond van één en ander heeft het KWPN besloten Alpinist af te keuren voor de fokkerij.

Uit 324 dekkingen heeft het KWPN 119 hengstveulens en 143 merrieveulens geregistreerd.

Van de dochters zijn er 54 als fokmerrie opgenomen in het stamboek, waaronder 15 stermerries en zes keurmerries.

Medio 2015 heeft Alpinist een sportindex van 101 met een betrouwbaarheid van 75 %. Uit het genetisch profiel blijkt dat bij de nakomelingen van Alpinist vaak een steil achterbeen wordt waargenomen.

In 1986 is Alpinist uitgebracht in de hengstencompetitie en heeft daarin een vierde plaats behaald. Buiten de competitie is hij ook meerdere keren in wedstrijdverband uitgebracht. Alpinist heeft in tuigpaardenwedstrijden 115 winstpunten behaald.

In de jaren 1989 – 1994 hebben verschillende ruiters Alpinist uitgebracht in springconcoursen klasse L en M in Duitsland. De winsom van Alpinist als springpaard is € 2.713.

De nakomelingen van Alpinist hebben geen opvallende successen behaald. Wel hebben enkele kleindochters van hem succes gehad op keuringen.

9. Inderdaad 90.01354 Stb KWPN

De bruine tuigpaardhengst Inderdaad KWPN is de laatste voor de fokkerij goedgekeurde zoon van stempelhengst Cambridge Cole NHS. Bij zijn geboorte heeft de hengst de naam Ido gekregen. Pas tijdens het verrichtingsonderzoek heeft het KWPN de naam gewijzigd in Inderdaad.

De hengst heeft een stokmaat van 163 cm. Inderdaad is geboren op 12 maart 1990 en is gefokt door T.E. Brandma uit Blauwhuis, dat ten westen van Sneek in de provincie Friesland ligt.

Inderdaad is een moderne, langgelijnde , tuigtypische hengst met voldoende ras en kwaliteit. De voortstand is steil.

De moeder van Inderdaad is de donkerbruine stermerrie Ezita KWPN (1986, V. Noran KWPN). Zij is een grote, ruimgelijnde merrie met een stokmaat van 172 cm. Ze heeft een tamelijk grof hoofd met een klein oog. De schouder is goed van lengte maar zou schuiner moeten liggen en de schoft zou langer moeten doorlopen. De croupe is recht en de schenkel arm bespierd. Het beenwerk mist wat kwaliteit en de bewegingen zouden meer kracht moeten hebben.
Ezita heeft in de jaren 1990 – 2000 vijf geregistreerde veulens gebracht.

Tweede moeder is de bruine stermerrie Zita KWPN (1981, V. Rentheer KWPN). Ze bracht zeven veulens. Haar laatste nakomeling is de ruin O’Neil van Rijnenburg vb KWPN (1996, V. Hiërarch KWPN), die startgerechtigd is in Z-1 dressuur.

Inderdaad voert via zijn vader 50 % Hackney-bloed. Aan moederskant van de pedigree komt de hengst Oregon Sgldt (1950, V. Kurassier Sgldt) in de eerste acht generatie zeven keer voor. De bijdrage van Oregon aan de bloedopbouw van Inderdaad bedraagt, gerekend over acht generaties, 20,3 %.

Inderdaad is door Drikus Vonk uit Lienden gepresenteerd op de KWPN-hengstenkeuring 1993. Daar achtte de hengstenkeuringscommissie de hengst niet goed genoeg om aangewezen te worden voor deelname aan het verrichtings-onderzoek. Later is de hengst door de herkeuringscommissie wel uitgenodigd om aan het verrichtingsonderzoek deel te nemen.

In het verrichtingsonderzoek heeft Inderdaad veel bereidheid om te werken. Zijn stap is ruim en krachtig. In draf heeft Inderdaad een goed voorbeengebruik, veel tact en brengt hij het achterbeen goed onder. Voor de showwagen heeft hij voldoende houding en komt hij voldoende terug in het front. Hij zou in de voorhand meer moeten rijzen. Zijn balans is goed, maar soms wordt hij te lang. Als tuigpaard heeft Inderdaad ruim voldoende aanleg.

De prestaties van Inderdaad zijn gewaardeerd met een 7,5 voor de showwagenproef met en zonder hulpmiddelen, achten voor de stap, de draf en het karakter en negens voor het stalgedrag en het trainingsrapport.

Na afloop van het onderzoek heeft het KWPN Inderdaad goedgekeurd voor de fokkerij.

Aan de eindbeoordeling van het verrichtingsonderzoek voor tuigpaarden 1993 is deelgenomen door negen tuigpaardhengsten. Van hen behaalde Impressionist KWPN (1990, V. Renovo KWPN, zie 1.11.) het hoogste puntentotaal. Inderdaad behaalde op puntentotaal de tweede plaats.

Na afloop van het verrichtingsonderzoek heeft Vonk de hengst voor de fokkerij beschikbaar gesteld op zijn bedrijf in Lienden en in 1994 is Inderdaad voor de fokkerij beschikbaar geweest in Lienden, maar ook bij de gebroeders Van Manen in Ede.
De hengst heeft in 1994 22 merries gedekt.

Van de daaruit voortgekomen veulens heeft het KWPN er in 1995 in het kader van het afstammelingenonderzoek beoordeeld. Volgens de KWPN-rapportage was het qua type en ontwikkeling een wat wisselende collectie veulens die voldoende lang gelijnd zijn. De veulens draven met front en hebben een goed gebruik van het achterbeen, maar het voorbeen zou meer actie en ruimte moeten hebben.

Op basis van het afstammelingenonderzoek is inderdaad gehandhaafd als fokhengst.

In januari 1999 is de evaluatie van de driejarige nakomelingen een jaar uitgesteld omdat er minder dan tien driejarige nakomelingen van Inderdaad waren beoordeeld. Toen er een jaar later nog geen tien drie- of vierjarige nakomelingen op een keuring waren beoordeeld is Inderdaad als hengst op wacht gezet.

Dit besluit had niet veel inhoudelijke betekenis omdat de eigenaar Inderdaad in 1999 heeft laten castreren.

Het KWPN heeft zestien hengstveulens en 21 merrieveulens van Inderdaad geregistreerd. Zes dochters zijn als fokmerrie in het stamboek ingeschreven en daarvan zijn er drie stermerrie geworden.

Inderdaad heeft in het seizoen 1996 - 1996 deelgenomen aan de hengstencompetitie en heeft daarin de achtste plaats behaald.

In tuigpaardwedstrijden heeft de hengst 18 punten behaald.