Darley Arabian xx, de oerstamvader

Darley Arabian ox, de oerstamvader


Darley Arabian ox is ongetwijfeld de oerstamvader van de hedendaagse paardenfokkerij. Naast Godolphin Arabian ox en Byerley Turk ox is hij één van de drie grondleggers van de fokkerij van de Engels volbloed, maar hij staat ook aan de basis van de fokkerij van de dravers, de Cleveland Bay’s, de Hackneys en de American Saddlebreds. Wetenschappelijk onderzoek van het Trinity College in Dublin, Ierland, heeft aangetoond dat 95% van alle Engels volbloedhengsten in het Verenigd Koninkrijk afstammen van Darley Arabian ox.

Bij de start van het Engels volbloedstamboek is vastgelegd dat alleen nakomelingen van Darley Arabian ox, Godolphin Arabian ox en Byerley Turk ox in het stamboek konden worden ingeschreven mits ze ook afkomstig waren van één van de 43 koninklijke merries die door koning Charles II (1630 – 1695) waren geïmporteerd. De Engels volbloed is sindsdien naar vrijwel alle landen van de wereld geëxporteerd en daar gebruikt voor de sport of voor de fokkerij.

Op de website Thoroughbred Heritage portretteert Anne Peters Darley Arabian ox en aan haar verhaal ontlenen wij het onderstaande.

Darley Arabian ox is in 1700 geboren in de Syrische woestijn bij Aleppo. Hij is gefokt door de Fedan bedouïnen en was eigendom van sheikh Mirza II.

Als enter trok de bruine hengst daar de aandacht van de Britse consul en handelaar Thomas Darley. Hij slaagde erin om de hengst te kopen voor 300 goudstukken. Terwijl Darley wachtte op de levering van de hengst hoorde hij dat de sheikh was teruggekomen op de verkoop omdat het voor hem onmogelijk was om afstand te doen van zijn mooiste hengst.
Darley was niet voor één gat gevangen en had goede contacten. Met een paar zeelieden regelde hij dat ze de hengst buiten de sheikh om te pakken kregen en via Smyrna, dat tegenwoordig Izmir heet, naar Engeland verscheepten. Daar is de hengst in 1704 aangekomen.

Hoopvol berichtte Thomas Darley aan zijn broer Richard op het familielandgoed Aldby Hall in Buttercrambe bij York in Yorkshire, Engeland, dat de mensen in Yorkshire de hengst vast zouden appreciëren. Temeer omdat de hengst af zou stammen van één van de beste Arabische bloedlijnen, de Muniqui-lijn, waarvan de paarden bekend stonden om hun snelheid.
Thomas Darley heeft Engeland zelf niet meer gezien omdat hij, op weg naar zijn bruiloft in Engeland, is vergiftigd.

Bekend is dat Darley Arabian ox een stokmaat had van 153 cm. In Engeland heeft hij gedekt van 1706 tot en met 1719. Hij heeft zijn hele leven, met uitzondering van één dekseizoen, op het landgoed Aldby Hall verbleven. Dat ene seizoen dat hij niet op Aldby Hall was, is hij voor de fokkerij ingezet door de hertog van Leeds, die het gebruik van Darley Arabian aan Darley betaalde met een prijswinnende fokstier.
Zijn laatste jaren was Darley Arabian ox eigendom van John Brewster Darley.
Darley Arabian ox is in 1730 overleden.


Volgens de overlevering heeft Darley Arabian ox buiten de merries van zijn eigenaar maar weinig goede merries gedekt. Desondanks heeft hij een groot aantal goede renpaarden gebracht, zoals Manica xx (1707), Aleppo xx (1711), Brisk xx (1711), Almanzor xx (1713), Cupid xx (1715), Daedalus xx (1715), Dart xx (1715), Flying Childers xx (1715) en Skipjack xx.
In 1722 was Darley Arabian ox de beste fokhengst van het Verenigd Koninkrijk en Ierland.

Voor de fokkerij zijn de zonen Manica xx (1707), Flying Childers xx (1714) en Bartlet’s Childers xx (1716) van belang geweest.

1. Manica xx


Manica xx (V. Darley Arabian ox) is in 1707 geboren. Hij is gefokt door Richard Darley van Aldby Hall in Buttercrambe in Yorkshire, Engeland. Zijn moeder Jester (1700, V. Old Merlin) staat bekend als een slechte merrie. Manica is een broer van de hengst Skipjack (1710) en was een goed renpaard. Hij won diverse prijzen, inclusief de derde plaats in de Gold Cup 1713 in York.

Manica xx is via zijn zoon Botterill’s Horse de grondlegger van de Cleveland Bay fokkerij, een koetspaard dat zijn oorsprong in het Engelse graafschap Yorkshire heeft.
Manica’s zoon Mr. Humberton’s Stump (1724) won in 1730 belangrijke rennen in York, Nottingham en Lincoln en zijn dochter Captain Appleyard’s Black Mare (1722) won in 1717 de Royal Plate in Hambleton.

Manica xx komt voor in de afstamming van de Oldenburgse hengst Rudolf 1531 (1901). Rudolf is de zestiende generatie na Manica xx.

2. Flying Childers xx


Flying Childers xx (V. Darley Arabian ox) is in 1714 geboren. Hij is gefokt door kolonel Leonard Childers van Cantley Hall in Old Cantley bij Doncaster in South Yorkshire. Flying Childers xx is een bruine hengst met een bles en vier witte sokken.

Zijn moeder is de merrie Betty Leedes ox (1700, V. Old Careless ox). De hengst is een volle broer van de hengst Bartlet’s Childers xx (zie 3.)
Oorspronkelijk is de hengst Childers genoemd. De naam Flying Childers is pas na het overlijden van de hengst in zwang gekomen.

Hij is later verkocht aan William Cavendish, tweede hertog van Devonshire. Hij heeft aan zes rennen deelgenomen en won ze allemaal. In een wedstrijd tegen Almanzor xx (1713, V. Darley Arabian ox) en Brown Betty xx (1713, V. Basto xx) legde hij in een minuut bijna een mijl af en in de Beacon ren in Newmarket legde hij een parcours van 4 mijl, 1 furlong en 128 yards (6755 meter) af in 7 minuten en 30 seconden (54,040 km/u). Daarbij had elke galopsprong van hem een lengte van 25 feet (7,62 m).
De hengst wordt door sommigen nog altijd beschouwd als het snelste paard dat ooit aan rennen heeft deelgenomen.

Als fokhengst heeft hij voornamelijk merries van de hertog van Devonshire gedekt omdat Devon te ver verwijderd was van de gebieden in het noorden van Engeland, waar de paardenfokkerij zich voornamelijk afspeelde.

Na zijn fokkerijcarrière is Flying Childers xx naar Chatsworth House iin Bakewell in
Derbyshire gegaan. Daar is hij in 1741 overleden.

Als fokhengst bracht hij de hengsten Hampton Court Childers xx (1725), Devonshire Blacklegs xx (1728), Second xx (1732), Blaze xx (1733) en Snip xx (1736).

Flying Childers xx was kampioen hengst in 1730 en 1736.

Voor de hedendaagse fokkerij zijn de zonen Blaze xx (1733) en Snip xx (1736) van belang geweest.

2.1. Blaze xx



Blaze xx (V. Flying Childers xx) is een in 1733 geboren bruine hengst. Zijn moeder is Confederate Filly (V. Grey Grantham).

Blaze xx heeft twee zonen en een dochter gebracht die van groot belang zijn geweest voor de paardenfokkerij.

Zijn dochter Cypron xx (1750, MV. Bethells Arabian ox) is de moeder van de belangrijke hengst Herod xx (1758, V. Tartar xx), die grondlegger is van één van de drie grote hengstendynastieën (Eclipse xx, Herod xx en Matchem xx) van de huidige sportpaardenfokkerij. Uit de Herod-dynastie komen onder andere de stempel-hengsten Rudolf Old (1901, V. Ruthard Old), Domburg GPS (1916, V. Cicero III NSTg), Gambo GrPS (1927, V. Grusus Old), Tourbillon xx (1928, V. Ksar xx) en Ramzes x Holst (1937, V. Rittersporn xx).


De zonen van Blaze xx die van belang zijn geweest voor de huidige paardenfokkerij zijn Sampson xx (1745) en Old Shales xx (1755). Beide hengsten hebben er voor gezorgd dat tegenwoordig nog altijd hengsten voor de fokkerij worden gebruikt die in mannelijke lijn rechtstreeks afstammen van Blaze xx.

2.1.1. Sampson xx

Sampson xx (V. Blaze xx) is een zwarte hengst die in 1745 is geboren. Zijn moeder is een dochter van de hengst Hip (1722, V. Curwen Bay Barb) en tweede moeder is een merrie van de hengst Spark.

De fokker van Sampson is James Preston. Hij heeft de hengst verkocht aan de heer Robinson uit Malton, dat in Yorkshire, Engeland ligt.

Sampson xx heeft in de jaren 1750 – 1752 aan rennen deelgenomen over afstanden van 4800 – 8000 meter.

In 1750 won hij rennen in Malton en Hambleton en de Kings Plate in Lichfield.

In 1751 bleef hij ongeslagen en won hij de Kings Plates in Canterbury, Winchester, Lewes en Newmarket.

In 1752 heeft hij alleen aan een wedstrijd in Newmarket deelgenomen tegen Thwackum xx, die hij al enkele keren gemakkelijk had verslagen. Toen hij in de tweede heat voor het eerst van zijn leven met een zweepje werd geslagen deed hij niet langer zijn best en verloor de heat. Naderhand werd de nederlaag echter geweten aan het gebrekkige gezichtsvermogen van Sampson xx.

Sampson xx was voor de fokkerij eerst beschikbaar bij Robinson in Malton, maar later is hij verkocht aan de markies van Rockingham ín het noorden van Northamptonshire. Daar is hij in 1777 overleden.

Zijn succesvolste nakomeling is de bruine merrie Allabaculia xx (1773), die in Engeland de eerste St. Leger won.

Voor de fokkerij is de hengstenlijn Sampson xx – Engineer xx (1756) - Mambrino xx (1768) – Messenger xx (1780) van belang.

2.1.1.1. Engineer xx

Engineer xx (V. Sampson xx) is een bruine hengst die is geboren in 1755. Zijn moeder is een dochter van Young Greyhound xx. De hengst is gefokt door William Fenton uit Glass House bij Leeds.
Volgens het General Studbook is Engineer xx geboren in 1756, maar op basis van zijn renresultaten moet hij wel in 1755 zijn geboren.
Engineer xx had een stokmaat van 157 cm en gold omstreeks 1760 als het grootste renpaard dat ooit was gefokt.

.
In 1760 won hij rennen in Malton en York en in 1761 won hij in maart en oktober rennen in Newmarket, waaronder een ren om de Kings Plate.

In 1762 leed hij in York zijn eerste nederlaag in een ren tegen Skipjack xx. Engineer xx heeft in 1765 voor het laatst deelgenomen aan rennen

Engineer xx stond verscheidene jaren ter dekking bij de heer Ayrton in Malton, maar ook heeft hij op de stoeterij van lord Rockingham gestaan.

Hij bracht de goede hengst Mambrino xx en enkele goede renpaarden waaronder King Plate winnaar Fireworker xx. Enkele dochters van Engineer xx zijn gewaardeerde fokmerries geworden.

2.1.1.1.1. Mambrino xx

Mambrino xx (V. Engineer xx) is een schimmel hengst die in 1768 is geboren. Zijn moeder is een schimmelmerrie van de hengst Cade xx (1734, V. Godolphin Arabian ox).

Mambrino xx is gefokt door John Atkinson uit Scholes, dat bij Leeds in Yorkshire ligt. Later is de hengst verkocht aan Lord Grosvenor.

Mambrino xx heeft van 1773 tot en met 1779 aan rennen deelgenomen en won elf rennen, waaronder de rennen om de Kings Plate en de Jockey Club Plate in 1775 in Newmarket.

In zijn exterieur deed Mambrino xx echter meer denken aan een koetspaard dan aan een renpaard. Bekend is van hem dat hij voor een rijtuig erg snel kon draven.

Als fokhengst heeft hij enkele goede renpaarden en fokmerries gebracht, maar ook diverse goede koetspaarden. Zijn met afstand belangrijkste nakomeling is echter zijn zoon Messenger xx (1780).

2.1.1.1.1.1. Messenger xx

De schimmelhengst Messenger xx (V. Mambrino xx) is geboren in 1780 en is gefokt door John Pratt.
De moeder van Messenger xx is een zwarte merrie van de hengst Turf xx (1769, V. Matchem xx). De tweede moeder was een bruine moeder van de hengst Regulus xx (1739, V. Godolphin Arabian ox).

Hij is gefokt door Richard Hugh Lupus, graaf van Grosvenor, en is waarschijnlijk geboren op de Oxcroft stoeterij in Balsham bij Cambridge. Op die stoeterij stond ook zijn vader Mambrino xx.

Messenger xx groeide uit tot een robuust paard met een schofthoogte van 160 cm, dat redelijk presteerde in de rensport. Hij was eigendom van Thomas Bullock en won in de jaren 1783 – 1785 acht van de veertien rennen waaraan hij deelnam. Bijna alle rennen waaraan hij deelnam gingen over 2,5 mijl en niet over de toen meer gebruikelijke afstand van vier mijl.

Messenger xx is één van de belangrijkste Engelse volbloedhengsten uit de 18e eeuw. Hij is in mei 1788 aan Sir Thomas Berger uit Philadelphia in Pennsylvania in de Verenigde Staten verkocht. In de Verenigde Staten is hij op vele plaatsen aan de oostkust (New Jersey, New York en Pennsylvania) voor weinig geld beschikbaar gesteld voor de fokkerij. Hij is op 28 januari 1808 in de stal van Townsend Cook in Locust Valley op Long Island bij New York aan koliek overleden. De hengst is op het terrein van de stal begraven. In het begin van de 20e eeuw is bij zijn graf een bronzen plaquette geplaatst. De boerderij waar hij is begraven wordt tegenwoordig Messenger Hill Farm genoemd.

Messenger xx bracht verschillende goede renpaarden, maar was in de renpaardenfokkerij de mindere van enkele andere uit Engeland geïmporteerde hengsten zoals Medley xx en Shark xx.

Zijn beste nakomeling is de merrie Millers Damsel xx (1802, MV. Pot-8-o’s xx). Zij was vrijwel onverslaanbaar en won rennen in New York, New Jersey, Washington DC en Pennsylvania. Na haar rencarrière bracht ze als fokmerrie de hengst American Eclipse xx (1814, V. Duroc xx), die uitgroeide tot het in die tijd beste renpaard van de Verenigde Staten.

In het begin van de 19e eeuw werden in de Verenigde Staten vooral rennen over vier mijl gehouden. Bovendien was er hevige concurrentie tussen paarden uit de noordelijke staten en paarden uit de zuidelijke staten. American Eclipse xx kwam uit voor de noordelijke staten. In 1823, toen American Eclipse xx al negen jaar oud was, kwam de strijd tot een hoogtepunt in een ren tegen de hengst Henry xx (1819, V. Sir Archy xx), als vertegenwoordiger van de zuidelijke staten, op de Union Course in New York. De wedstrijd werd bijgewoond door 60.000 toeschouwers en bestond uit drie heats. Henry xx won de eerste heat, hetgeen de eerste nederlaag van American Eclipse xx was. De jockey van American Eclipse xx kreeg de schuld van de nederlaag en werd voor de tweede heat vervangen. De tweede en derde heat werden met één, respectievelijk drie lengten gewonnen door American Eclipse xx.

Daarna is een uitnodiging voor een revanchewedstrijd vriendelijk afgewezen en is American Eclipse xx voor de fokkerij ingezet.

Hij is in augustus 1847 in Shelby County in Kentucky op 33-jarige leeftijd overleden. Veertien jaar later leidden de spanningen tussen de noordelijke en zuidelijke staten tot de Amerikaanse Burgeroorlog (1861 – 1865).

Messenger xx is in de Verenigde Staten de grondlegger geworden van de Standardbred (Amerikaanse draver), de American Saddlebred en de Tennessee Walking Horse. Vooral zijn zoon Mambrino xx (1806) heeft daar een belangrijke rol bij gespeeld.

2.1.1.1.1.1.1. (American) Mambrino xx

Mambrino xx (V.Messenger xx) is een bruine hengst die in 1806 is geboren. Om verwarring met zijn grootvader Mambrino xx (1768, V. Engineer xx, zie 2.1.1.1.1.) te voorkomen is Mambrino xx ook wel aangeduid als American Mambrino xx.
Zijn moeder is een dochter van de hengst Sourcrout xx (1786, V. Highflyer xx) en tweede moeder is een dochter van de hengst Wirligig xx (1765, V. The Captain xx).

In zijn boek “Harness Racing in New York State” (2012) geeft Dean A. Hoffman een mooi overzicht van het begin van de drafsport in New York. Een deel van het onderstaande is ontleend aan dat boek.

Mambrino xx is gefokt door Lewis Morris uit New York. Morris was één van de Amerikanen die in 1776 de Onafhankelijkheidsverklaring (Declaration of Independence) hadden ondertekend en was een vooraanstaande paardenfokker.

Mambrino xx heeft één keer aan een drafwedstrijd deelgenomen, maar galoppeerde meer dan hij draafde en werd verslagen. Op vierjarige leeftijd is hij als hengst beschikbaar gesteld voor de fokkerij. Hij dekte merries van Long Island en uit de counties juist ten noorden van New York. Mambrino xx was niet mooi en niet snel maar had wel een mooie, regelmatige en vierkante draf, met een goed kniegebruik en een ver ondertredend achterbeen. De nakomelingen van Mambrino xx stonden bekend om hun mooie en snelle drafactie.
Mambrino xx heeft met Abdallah xx (1823) en Mambrino Paymaster xx (1826) twee zonen gebracht die voor de fokkerij een belangrijke rol hebben gespeeld.

2.1.1.1.1.1.1.1. Abdallah

Abdallah (V. Mambrino xx) is een bruine Standardbred hengst met een stokmaat van 155 cm. Hij is in 1823 geboren en is gefokt door John Tredwell uit Queens County in New York.
De moeder van Abdallah xx is de vos merrie Amazzonia (1810, V. Dove) en tweede moeder is Fagdown (V. Messenger xx).

De afstamming van Amazzonia was voor een deel onbekend maar de merrie had ontegenzeggelijk renkwaliteiten en imponeerde elke paardenliefhebber.

Abdallah leek veel op zijn moeder en had van haar zijn dunne staart en lange, puntige oren geërfd. Van zijn vader had zijn strijdlust, maar ook zijn lelijke en grove hoofd geërfd.

Abdallah heeft nooit aan wedstrijden deelgenomen, maar is vanaf driejarige leeftijd voor de fokkerij ingezet.

Op vierjarige leeftijd is hij gedurende korte tijd getraind en legde toen onder het zadel als demonstratie dravend een mijl af in 3 minuut en 10 seconden, hetgeen overeenkomt met een snelheid van 30,5 km/u. Voor een paard dat niet afgetraind was en een matige conditie had, was dat extreem snel.

De goede fokkers liepen echter niet weg met Abdallah omdat zijn nakomelingen erg gespannen waren en de mentaliteit misten om zich te laten trainen.

Abdallah kreeg daarom een ratjetoe aan merries aangeboden en desondanks konden vrijwel alle nakomelingen goed en snel draven.

In 1839 besloot John Hunt uit Lexington, Kentucky, om zijn fokbestand te verrijken met Mambrinobloed en kocht hij in New York Abdallah en zijn halfbroer Commodore (1826). Begin 1840 hebben de twee hengsten de 1100 km van New York naar Lexington onder het zadel afgelegd. Tijdens de reis werd de 17 jaar oude Abdallah kreupel, terwijl Commodore in Lexington aankwam alsof hij een buitenritje had gemaakt. De fokkers in Kentucky wilden niets weten van Abdallah en daarom maakte hij een jaar later de 1100 km lange reis opnieuw, maar nu onder het zadel richting New York. In de jaren 1841 – 1850 heeft hij op verschillende plaatsen in de omgeving van New York ter dekking gestaan. Daarna is hij aan een boer gegeven die beloofde hem tot het eind van zijn leven goed te verzorgen, maar hem in 1854 voor $ 35 verkocht aan een vishandelaar van Long Island. Die spande hem voor een wagen maar bemerkte al snel dat hij dat niet had moeten doen. Abdallah sloeg de wagen kort en klein en zette het op een lopen. De vishandelaar heeft niet de moeite genomen achter de hengst aan te gaan. Abdallah heeft daarna in vrijheid aan de kust van Long Island geleefd tot hij in november 1854 dood in een strandhut werd gevonden.

Abdallah’s belang voor de fokkerij dateert van 1848 toen hij op 25-jarige leeftijd een kreupele merrie dekte en uit die paring de Standardbred hengst Hambletonian (1849) voortkwam


2.1.1.1.1.1.1.1.1. Hambletonian 10

De bruine Standardbred hengst Hambletonian (V. Abdallah) heeft een stokmaat van 152 cm en is geboren op 5 mei 1849 in Sugar Loaf, dat in Orange County ten noorden van de stad New York, ligt.

Zijn moeder is een merrie met de naam Charles Kent mare (1831, V. Bellfounder, Hackney) en tweede moeder is de bruine One Eye (1815, V. Bishops Hambletonian xx).

De fokker van de hengst is de paardenhandelaar Jonas Seely, die een broer was van de manager van Abdallah en daarom het dekgeld van $ 10 niet hoefde te betalen.
Toen Hambletonian een half jaar oud was zijn het veulen en zijn moeder voor $ 125 gekocht door de Nederlander William Rijsdijk, die de knecht was van Seely.
Hambletonian is zijn hele leven eigendom gebleven van Rijsdijk en heeft met alle ontvangen dekgelden van Rijsdijk een zeer vermogende man gemaakt. Bovendien is Rijsdijk door Hambletonian binnen de draverswereld voor eeuwig beroemd geworden.

Hambletonian was een lelijk paard. Hij had een grof ramshoofd, een gezonken rug en zijn kruishoogte was groter dan zijn schofthoogte. Daarnaast had hij een ver ondertredend achterbeen

In 1852 ontstond een discussie of Hambletonian wel een goede draver was en werd Rijsdijk uitgedaagd om zijn hengst te laten strijden tegen een andere jonge hengst. Hambletonian won de wedstrijd door de mijl op de Union Course in New York af te leggen in een tijd van 2.48,5 seconde.
In het begin van zijn carrière als fokhengst bedroeg het dekgeld van Hambletonian $ 25. Toen later zijn verervingskracht vast stond is het dekgeld verhoogd tot $ 500 en konden alleen de rijkere fokkers een merrie door hem laten dekken.

Hambletonian en zijn zonen waren zo overheersend over andere fokhengsten in die tijd dat na verloop van tijd er geen draver meer was te vinden die vrij was van Hambletonian bloed.

Hambletonian is van 1851 tot en met 1875 actief geweest in de fokkerij en was tot op hoge leeftijd bijzonder vruchtbaar. Van hem zijn 1331 veulens geregistreerd, waaronder befaamde hengsten als Volunteer (1854), George Wilkes (1856), Dexter (1857), Happy Medium (1863) en Electioneer (1868).

Hambletonian is op 27 maart 1876, twee jaar na zijn eigenaar, in Chester, Orange County, New York, overleden. Behalve zijn inbreng in het bloed van Peter Spencer is hij voor de Nederlandse sportpaardenfokkerij nauwelijks van invloed geweest.

In 1893 is een groot monument op zijn graf aan Hambletonian Avenue in Chester geplaatst.

Voorts is de belangrijkste koers voor dravers in Noord Amerika naar de hengst vernoemd. Deze Hambletonian Stakes wordt elk jaar op de eerste zaterdag in augustus verreden op de Meadowlands Racetrack in East Rutherford, New Jersey.

De in Nederland gebruikte draverhengst Peter Spencer (1948) gaat via zijn vader, moeder, grootmoeder en overgrootmoeder in totaal vier keer terug op Hambletonian.
Via zijn dochter, de preferente merrie Bistro Sprt (1960) van Wim van Dam uit Lienden, voeren de hengsten The Blind vb WPN (1977, V. Almé Z SF), München vb WPN (1971, V. Apalatin SF), Almiro Stb ( 1982, V. Ramiro Holst), Elmero Stb (1986, V. Ramiro Holst) en Ipsylon B Stb (1990, V. Feuerfunke xx) het bloed van de draver Hambletonian.

2.1.1.1.1.1.1.2. Mambrino Paymaster ASHA

Mambrino Paymaster xx (V. Mambrino xx) is een bruine hengst, die is geboren tussen 1822 en 1826. Hij is gefokt door Azariah Arnold uit Dutchess County, dat ten noorden van de stad New York ligt.

De moeder van de hengst is waarschijnlijk een in 1810 geboren dochter van de hengst Paymaster xx. Over de tweede moeder is geen informatie beschikbaar.

Mambrino Paymaster was een grote, krachtige hengst met smalle pijpen en een krom achterbeen. De hengst kon snel draven en gaf die eigenschap door aan zijn nakomelingen, waaronder zijn zoon Mambrino Chief (1844).

Hij is eigendom geweest van verschillende personen, maar heeft het grootste deel van zijn leven in Dutchess County verbleven. Op latere leeftijd is hij blind geworden en is hij nog diverse keren verkocht.

Mambrino Paymaster is in de staat Vermont overleden.

2.1.1.1.1.1.1.2.1. Mambrino Chief (draver)

Mambrino Chief (V. Mambrino Paymaster xx) is een grote zwartbruine hengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is op 9 mei 1844 geboren en is gefokt door Richard Eldridge uit Mabbettsville, dat in Dutchess County, ten noorden van de stad New York, ligt.

Andere bronnen noemen Cassius Joslyn echter als fokker.

De moeder van de hengst is een grove, donkerbruine Morgan merrie (1839, V. Latham Horse Morgan) dat een buitengewoon goed boerenpaard was. Over haar verdere afkomst is niets bekend.

Hierbij moet worden opgemerkt dat de Morgan paarden een apart ras vormden. Het ras is in het begin van de 19e eeuw in de Amerikaanse staat Vermont ontstaan en is vernoemd naar de componist en paardenfokker Justin Morgan. De Morgans waren kleine, compacte, veelzijdige paarden die afstamden van de 140 cm grote hengst Figure.

Mambrino Chief had een tamelijk groot hoofd en een mooie, lange nek. Hij was, net als zijn vader, een paard met een ruige mannelijkheid, fors beenwerk, goede spronggewrichten en kwalitatief slechte hoeven. Opvallend was dat zijn rechterachterbeen staalgrijs van kleur was en hij die eigenschap ook doorgaf aan zijn nakomelingen.

Op driejarige leeftijd is Mambrino Chief verkocht aan Warren Williams. Die heeft de hengst beleerd als aangespannen paard en gedurende vier jaar voor de fokkerij gebruikt. In 1851 is Williams overleden en kwam Mambrino Chief in het bezit van George Williams en die heeft de hengst voor de helft verkocht aan James Cockroft.
Hoewel Mambrino Chief nooit aan wedstrijden had deelgenomen, zag Cockroft dat de hengst aanleg had een goede draver te worden en testte hem in de herfst van 1852 op de baan.

In januari 1854 is Mambrino Chief verkocht aan James Clay, eigenaar van de toen beroemde Ashland Farm bij Lexington, Kentucky.

Omdat Mambrino Chief nooit aan een draverij had deelgenomen en de bekende draverhengst Pilot Jr. ook in Kentucky ter dekking stond, was het moeilijk om fokkers te interesseren hun merrie door Mambrino Chief te laten dekken. Daarom werd een wedstrijd tussen beide hengsten uitgeschreven, bestaande uit twee heats over twee mijl, met een prijs van $ 1.000.
Toen de eigenaren van Pilot Jr. in de training zagen dat Mambrino Chief een enorme snelheid kon ontwikkelen, zegden ze de wedstrijd af. Vooral vanwege de problemen met zijn hoeven is Mambrino Chief daarna niet meer verder getraind.

Mambrino Chief heeft drie jaar op Ashland Farm ter dekking gestaan en was erg populair. Hij kreeg daar ook merries aangeboden die al goede prestaties op de baan of in de fokkerij hadden geleverd.
In 1857 is de hengst voor de laatste keer verkocht. Zijn nieuwe eigenaren waren de heren Gray en Jones en Mambrino Chief verhuisde naar de boerderij van Colonel Louis Jones in Woodford County, Kentucky. Daar is hij op 28 maart 1862 overleden.

Hoewel de prestaties van de nakomelingen van Mambrino Chief over het algemeen minder waren dan die van de nakomelingen van Hambletonian (zie 2.1.1.1.1.1.1.1.1.)

heeft Mambrino Chief een aantal goede dravers gebracht, zoals Brignoli (1855), Lady Thorn (1856), North Star Mambrino (1860), Mambrino Star (1862) en Woodford Mambrino (1863).

Mambrino Chief heeft 23 zonen gebracht die in de draverfokkerij zijn ingezet, Zijn belangrijkste zonen zijn Clark Chief (1861), Mambrino Patchen (1862) en Woodford Mambrino (1863). Van hen heeft Clark Chief niet alleen dravers gebracht, maar ook American Saddlebreds.

Mambrino Patchen en Woodford Mambrino hebben alleen dravers gebracht. Aan hen zal daarom in dit kader geen aandacht worden besteed.

Naast Hambletonian moet Mambrino Chief daarmee worden beschouwd als een stamvader van de Amerikaanse Standardbred dravers.

2.1.1.1.1.1.1.2.1.1. Clark Chief

Clark Chief (V. Mambrino Chief) is een grote, grove, bruine hengst met een stokmaat van 165 cm.

Hij is in 1861 geboren en is gefokt door Enoch Lewis uit Pine Grove, dat ruim 100 km ten zuiden van Lexington in Kentucky ligt.
De moeder van de hengst is de donkerbruine Saddlebredmerrie Little Nora (1857, V. Downings Bay Messenger xx). Tweede moeder is de Morgan merrie mrs. Caudle (1840, V. Seelys American Star Morgan), die ook de moeder is van de hengst Ericsson (1856, V. Mambrino Chief).

Clark Chief is vanwege zijn vader geregistreerd als Standardbred, vanwege zijn moeder als Saddlebred en vanwege zijn grootmoeder als Morgan.

Clark Chief is maar tien jaar oud geworden. Hij heeft niet veel in de belangstelling gestaan, maar heeft wel een aantal goede prestatiepaarden geleverd. Opvallend is dat hij nakomelingen voor diverse doelen heeft gebracht.

In de Standardbredfokkerij (dravers) zijn van Clark Chief 12 fokhengsten, die samen 66 dravers hebben voortgebracht, en 26 fokmerries, die 32 dravers hebben voortgebracht, geregistreerd.

Zes nakomelingen van Clark Chief zijn uitgebracht in de drafsport en vier nakomelingen hebben aan wedstrijden voor telgangers deelgenomen.

Als Saddlebredhengst zijn van Clark Chief negen hengsten en veertien merries geregistreerd.

Voor de Nederlandse tuigpaardenfokkerij is zijn zoon Harrison Chief (1872) van belang.

2.1.1.1.1.1.1.2.1.1.1. Harrison Chief 1606 ASHA

De bruine Saddlebred hengst Harrison Chief (V. Clark Chief ASHA) is in 1872 geboren. Hij heeft een stokmaat van 163 cm.
Zijn moeder is de bruine Saddlebred merrie Lute Boyd (V. Joe Downing, Standardbred) en tweede moeder is en volbloedmerrie van Buck Elk xx.

Naast de hengst Denmark wordt Harrison Chief sinds 1991 officieel beschouwd als de tweede stamvader van de American Saddlebred.
Bovendien heeft hij een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan van het Tennessee Walker ras.

Hoewel Harrison Chief een draver als vader heeft, is hij getraind voor de show. In een carrière van acht jaar in de showring leed hij slechts vier nederlagen. Hij had een bijzonder mooie drafactie en kon passageren en uit stilstand meteen in een prima draf vertrekken.

Van belang zijnde zonen van hem zijn Wilson King (1881) en Bourbon Chief (1883).
Harrison Chief is in 1896 overleden.

2.1.1.1.1.1.1.2.1.1.1.1. Wilson King 2196 ASHA

Wilson King (V. Harrison Chief) is een voskleurige Saddlebred hengst die in 1881 is geboren.
Zijn moeder is de Saddlebred merrie Belle (1871, V. Lathams Denmark) en tweede moeder is een dochter van de Morgan hengst Bellfounder (1816).
Wilson King is een broer van Bourbon Chief (1883, zie 2.1.1.1.1.1.1.2.1.1.1.2.). In de fokkerij is hij vooral een merriemaker gebleken. Zijn meest bekende dochter is Annie C (1891), die de moeder is van de legendarische Bourbon King ASHR (1900, zie 2.1.1.1.1.1.1.2.1.1.2.1.) en mede daarom is opgenomen in de Hall of Fame van de American Saddlebreds.

2.1.1.1.1.1.1.2.1.1.1.2. Bourbon Chief 976 ASHA

De vos Bourbon Chief (V. Harrison Chief ASHA) is een Saddlebred hengst met een stokmaat van 160 cm. Hij is op 29 mei 1883 geboren en is een broer van Wilson King (1881, zie 2.1.1.1.1.1.1.2.1.1.1.1.).
Bourbon Chief is gefokt door James McClelland uit Millersburg, dat 40 km ten noordoosten van Lexington in Kentucky ligt.

Zijn moeder is de Saddlebred merrie Belle (1871, V. Lathams Denmark) en tweede moeder is een dochter van de Morgan hengst Bellfounder (1816).
De bloedopbouw van Bourbon Chief is een typische kruising van het bloed van de twee stamvaders van de American Saddlebred; Denmark en Harrison Chief.

Moedersvader Lathams Denmark ASHR (1863) gaat in mannelijke lijn via Washington Denmark ASHR (1855) en Gaines Denmark ASHR (1851) rechtstreeks terug op de volbloed Denmark xx (1839). Denmark gaat in mannelijke lijn in tien generaties terug naar Byerley Turk ox.

Bourbon Chief toonde opmerkelijk veel adel, had een mooi, recht hoofd en een lange nek. Hij was goed bespierd, had schoon beenwerk en van nature een zeer mooie staartdracht. Ook had hij een prima temperament en kon iedereen met hem rijden.

De hengst is vooral bekend als vader van de legendarische hengst Bourbon King, maar Bourbon Chief was vooral ook een goed showpaard. Hij won 208 eerste prijzen, waarvan de meesten in aangespannen rubrieken en zijn nederlagen waren zeldzaam. Als enige paard is hij er in geslaagd om zijn vader Harrison Chief in tuig een nederlaag toe te brengen. Bourbon Chief en zijn broer Wilson King waren onverslaanbaar als ze uitkwamen in wedstrijden voor tweespannen.

Als fokhengst bracht hij zijn beste producten uit paringen met de merrie Annie C, die een dochter was van zijn broer Wilsons King. Dat leverde de hengsten Montgomery Chief (1897), Bourbon King (1900) en Marvel King (1904) op.

Een succesvolle dochter is Emily (1889), die de Chicago World Fair in 1893 won en zoon Emerald Chief (1901) won de wedstrijd voor tweejarigen tijdens het wereldkampioenschap 1903 in St. Louis.

Bourbon Chief is begin januari 1911 op de boerderij van zijn eigenaar J.H. Gillespie in Mt. Sterling, dat ten oosten van Lexington in de staat Kentucky ligt, overleden.

B.K.1. Bourbon King 1788 ASHA

Bourbon King (V. Bourbon Chief) is een vos Saddlebred hengst die is geboren in 1900. Hij is gefokt door R.B. Young uit Mt. Sterling, dat 50 km ten oosten van Lexington in de Amerikaanse staat Kentucky ligt.

Zijn moeder is de Saddlebred vos merrie Annie C (1891, V . Wilson King, zie 2.1.1.1.1.1.1.2.1.1.1.1.), die ook de moeder is van de Saddlebred hengsten Montgomery Chief (1897) en Marvel King (1904).

Tweede moeder is de bruine Saddlebred merrie Kate (1885, V. Richelieu, Morgan).
Omdat Wilson King een broer was van Bourbon Chief is Bourbon King ingeteeld op zijn grootvader Harrison Chief (1872, zie 2.1.1.1.1.1.1.2.1.1.1.).

Bourbon King had een onberispelijk exterieur, waardoor het leek alsof een goede kunstenaar hem had geboetseerd.

Hij was zeer intelligent en bezat bovendien vele andere goede eigenschappen. Hij kon sneller draven dan de beste koetspaarden en zijn bewegingen waren regelmatig en krachtig. Zijn verzamelde draf was vloeiend en vast.

Met zijn snelheid, zijn perfecte actie, zijn sterke manier van bewegen, zijn schoonheid en zijn uitstraling verkreeg hij bewondering, won hij prijzen en veroverde hij de harten van de paardenliefhebbers.

Als driejarige won hij de gangentitel in Louisville, Kentucky en hij bleef zijn hele verdere leven ongeslagen als vijf gangen Saddlebred.
Daarom is het begrijpelijk dat hij in zijn tijd werd beschouwd als het beste showpaard dat er ooit was geweest. Jaren na zijn dood beweerden mensen die hem ooit hadden gezien met overtuiging dat geen van de latere paarden in zijn schaduw kon staan.

Bourbon King is als jaarling door zijn fokker verkocht aan Allie Jones uit North Middeltown, Kentucky, en is zijn hele verdere leven eigendom van hem gebleven. Jones heeft diverse keren grote sommen geld aangeboden gekregen om de hengst te verkopen, maar heeft dat altijd geweigerd.

Bourbon King is dertig jaar oud geworden en in 1930 overleden op het bedrijf van Jones in North Middletown, dat 40 km ten oosten van Lexington, Kentucky ligt.

Ook als fokhengst was Bourbon King een fenomeen. Hij gaf zijn vele goede eigenschappen door aan zijn nakomelingen en dat deden zijn kinderen ook weer. Bourbon King bracht elk jaar meer winnaars dan andere hengsten in hun hele leven brachten. Zijn nakomelingen waren bijzonder succesvol. Er is een Kentucky State Fair geweest waar hij zes winnaars van rubrieken voor oudere paarden, zes winnaars van rubrieken voor driejarigen, twee winnaars van rubrieken voor tweejarigen en één winnend enter leverde.

Gedurende vele jaren hebben zijn kinderen en kleinkinderen een prominente rol gespeeld in de showring en in de fokkerij

Zijn successen in de showring, zijn prestaties in de fokkerij, gekoppeld aan zijn uitstekende karakter, grote schoonheid en uitstraling en zijn overweldigende gangen en snelheid maken hem tot één van de allerbeste Saddlebred paarden uit de geschiedenis.

Als de beste zonen van Bourbon King worden Edna May’s King (1918) en King’s Genius (1924) genoemd.

B.K.1.1. Edna May’s King 8672 S


De vos Sadddlebred hengst Edna May’s King (V. Bourbon King) is geboren in 1918. Hij is gefokt door B.S. Castles uit de staat New York, maar geboren op het bedrijf van Allie Jones in Middletown, Kentucky, die de eigenaar was van Bourbon King.
Edna May’s King is een kruising van de bloedlijnen van de twee hengsten die tot dat moment de meeste invloed hadden op de fokkerij van American Saddlebreds: Rex Peavine en Bourbon King.
Zijn moeder was de vos Edna May ASHA (1903, V. Rex Peavine ASHA). Zij was een bijzonder goed showpaard die na haar showcarrière als fokmerrie is gebruikt. Later is ze verloren gegaan in de Cubaanse revolutie.
Tweede moeder is de vos Lee Wood ASHA (1884, V. Peavine, Morgan).

Edna May’s King was een grote, massieve hengst die in 1923 tweede is geworden in de Vijf gangen Prijs tijdens de Kentucky State Faire. Later dat jaar is hij derde geworden in het met $ 10.000 gedoteerde Wereldkampioenschap Vijf gangen.

Daar raakte Revel English uit Chino, een voorstad van Los Angeles, Californië, onder de indruk van de hengst en heeft Edna May’s King voor het in die tijd ongeëvenaarde bedrag van $ 12.000 gekocht van Allie Jones. Later heeft English een hele groep paarden, waaronder Edna May’s King verkocht aan R.W. Morrison van de Anachaco Ranch in Spotford, dat in Texas ligt, dicht tegen de grens met Mexico aan. Het schijnt dat Morrison voor Edna May’s King $ 40.000 heeft betaald.

Edna May’s King is in 1924 vijfgangen kampioen bij de Saddlebred hengsten geweest. Hij is in de periode 1921 – 1942 voor de fokkerij gebruikt en heeft met Anacacho Denmark (1930) en Anacacho Shamrock (1932) twee zonen gebracht die van belang zijn geweest voor de tuigpaardfokkerij in Nederland.


B.K.1.1.1. Anacacho Denmark 11596 S / 16033 S

Anacacho Denmark (V. Edna May’s King ASHA) is in 1930 geboren.

De moeder van de hengst is de zwarte merrie Jane Black (1918, V. San Vicente ASHA) en tweede moeder is Candy Lid (V. Oxleys Black Rex ASHA).

Anacacho Denmark is gefokt door Revel English uit Chino bij Los Angeles en is op jonge leeftijd, samen met zijn vader en nog diverse andere paarden, verkocht aan R.W. Morrison van de Anacacho Ranch in Spotford, dat een paar honderd kilometer ten westen van San Antonio in Texas ligt.
Daarna is de hengst in handen gekomen van W.G. Shropshire, die hem omdoopte in The Terrible. Later is hij voor $ 24.000 gekocht door Audrey’s Choice Stables, maar niet lang daarna werd hij kreupel, waardoor zijn showcarrière eindigde.

Anacacho Denmark is daarna terug verkocht aan Morrison van de Anacacho Ranch. Die heeft de hengst de oude naam weer teruggegeven en hem met succes ingezet in de fokkerij.

Anacacho Denmark bracht als hengst uitstekende showpaarden, maar ook fokpaarden waarvan de goede kwaliteit generaties lang behouden bleef. Hij staat echter vooral bekend als de moedersvader van de belangrijke Saddlebred hengsten Yorktown (1864, zie B.K.1.2.1.3.), Will Shriver (1866, zie B.K. 1.2.1.1.1.) en Supreme Sultan (1866). In de hedendaagse fokkerij van Saddlebreds voeren vrijwel alle kampioenen bloed van tenminste één van deze hengsten.

B.K. 1.1.2. Anacacho Shamrock 12594 S

De vos Saddlebred hengst Anacacho Shamrock (V. Edna May’s King ASHA) is op 8 maart 1932 geboren. Hij is gefokt door R.W. Morrison van de Anacacho Ranch in Spofford, Texas.
De moeder van de hengst is de bruine merrie Sally Cameron ASHA (1918, V. Highland Squirrel King ASHA). Tweede moeder is Altadena ASHA (1906, V. Prince Arthur ASHA).

Anacacho Shamrock leek op jonge leeftijd een veelbelovend showpaard, maar heeft dat niet waar kunnen maken. In 1940 heeft hij wel enkele overwinningen behaald in wedstrijden aan de Amerikaanse westkust, waaronder het Golden Gate International Championship. De hengst kwalificeerde zich daarmee voor de American Royal Horse Show, maar de deelname daaraan werd een ramp. Anacacho Shamrock was overtraind en maakte een matte indruk, waardoor hij in het kampioenschap pas de vijfde plaats behaalde.

Morrison was zeer teleurgesteld en heeft de hengst daarop verkocht aan Frances Johnson - Dodge van Dodge Stables uit Rochester bij Detroit in de staat Michigan. Zij was erfgename van de Dodge automobiel fortuinen en samen met haar man James Johnson fervent liefhebber van de Saddlebred paarden. Na de aankoop van Anacacho Shamrock kocht het echtpaar ook een aantal zeer goede fokmerries, waaronder Flirtation Walk, die de moeder zou worden van Wing Commander, de bekendste zoon van Anacacho Shamrock.

Voor Anacacho Shamrock werd op Dodge Stables een dekgeld van $ 100 gevraagd. In 1945 kocht Frances Dodge de Castleton Farm in Lexington, Kentucky en verhuisde met al haar paarden daar naar toe.

Anacacho Shamrock is tot en met 1958 actief geweest als fokhengst. Hij is op het terrein van de Castleton Farm begraven.


B.K.1.1.2.1. Wing Commander 22591 S

De vos Saddlebred hengst Wing Commander (V. Anacacho Shamrock ASHA) is op 23 april 1943 geboren. Hij is gefokt door Frances Johnson-Dodge en James Johnson, eigenaren van Dodge Stables in Rochester, een voorstad van Detroit in de staat Michigan.
Zijn moeder is de vos merrie Flirtation Walk ASHA (1933, V. Kings Genius ASHA). Zij bracht in de jaren 1942 – 1953 elf veulens van Anacacho Shamrock, waarvan er vier kampioen zijn geworden.
Tweede moeder is de vos Spelling Bee ASHA (1923, V. King Vine ASHA).

In 1945 is Wing Commander met zijn eigenaresse Frances Dodge mee verhuisd naar de Castelton Farm in Lexington.

Wing Commander verenigde het bloed van Bourbon King, Rex Peavine en Forest King in zich en het wekte geen verwondering dat hij deze erfenis volledig waarmaakte

Hij is de beste vijfgangen Saddlebredhengst uit de geschiedenis en is de meest invloedrijke hengst binnen de Saddlebred fokkerij geworden.

Als showpaard heeft hij in de jaren 1946 – 1953 aan wedstrijden deelgenomen en is hij zes keer wereldkampioen vijf gangen hengst geworden.

In een vijfgangen wedstrijd worden de stap, draf, galop, “slow gait” en “rack” van een paard beoordeeld.
De slow gait is een soort telgang, waarbij voor- en achterbeen tegelijk worden opgeheven, maar waarbij het achterbeen een fractie eerder wordt neergezet dan het voorbeen.
De rack is een snelle gang met vier fasen waarbij het interval tussen het neerzetten van de voeten gelijk is, waardoor het voor een ruiter een gerieflijke gang is. In feite komt de rack neer op een stap met verhoogde frequentie, een soort snelwandelen.

Wing Commander was niet alleen een geweldig showpaard, maar bracht ook in de fokkerij diverse goede zonen en dochters. Hengsten die in de fokkerij een rol hebben gespeeld zijn Callaway’s Johnny Gillen (1959), Mr. Magic Man (1963) en Yorktown (1964).

Hij was een intelligente en koelbloedige hengst en dat bleek toen hij in 1952 in een vrachtauto op weg was naar de Illinois State Fair in Springfield en de vrachtauto tegen een trailer met een bulldozer er op botste.

In de vrachtauto stond ook zijn zuster Lover’s Lane en er was een 13-jarige jongen in de laadruimte. Door de botsing brak het halster van Wing Commander, viel de merrie in de auto en kwam de jongen onder de hengst terecht. Wing Commander bleef rustig totdat de jongen onder hem vandaan was, ging vervolgens achterwaarts de vrachtauto uit en ging in de berm lopen grazen. Later op de dag won hij het kampioenschap in Springfield en stapte daarna weer zonder problemen in de vrachtauto om terug naar Lexington te reizen.
In de periode 1946 – 1954 won Wing Commander 174 vijf gangen wedstrijden.

Vanaf 1953 is hij ingezet voor de fokkerij

In januari 1969 kreeg hij koliek en stierf op 26-jarige leeftijd.

Op 11 december 1985 heeft hij een plek gekregen in de Hall of Fame en in 2000 is zijn leven uitgebeeld in een tentoonstelling in het American Saddlebred Museum op het Kentucky Horse Park in Lexington.

B.K.1.1.2.1.1. Callaway’s Johnny Gillen 42635 S

Callaway’s Johnny Gillen (V. Wing Commander ASHA) is een voskleurige Saddlebred hengst, die in 1959 is geboren. Hij is gefokt door Betty Weldon van Callaway Hills Stable in New Bloomfield, dat ten noorden van Jefferson City in de staat Missouri ligt.
De moeder van de hengst is de bruine merrie Fourth Estate ASHA (1943, V. Kalarama Rex ASHA). Tweede moeder is de vos Lauradell ASHA (1927, V. McDonald Peavine ASHA).

Callaway’s Johnny Gillen was het eerste veulen uit de eerste Saddlebredmerrie die Betty Weldon kocht. De hengst is bekend vanwege zijn zoon Will Shriver (1966) en is tot en met 1973 actief geweest in de fokkerij.


B.K. 1.1.2.1.1.1. Will Shriver 50255 S

De vos Will Shriver (V. Callaway’s Johnny Gillen ASHA) is een Saddlebred hengst die is geboren op 3 mei 1966. Hij is gefokt door Betty Weldon van Callaway Hills Stable in New Bloomfield, dat ten noorden van Jefferson City in de staat Missouri ligt.

De moeder van de hengst is de vos merrie Kate Shriver (1945, V. Anacacho Denmark ASHA, zie B.K. 1.1.), die in 1949 en 1950 de Fine Harness World’s Grand Championship heeft gewonnen.

Tweede moeder is de vos Reveries Desdemona ASHA (1942, V. Kings Genius ASHA, zie B.K. 2).

Wiil Shriver was niet gezegend met een grote dosis souplesse, maar als hij onder het zadel moest presteren compenseerde hij zijn tekortkomingen door zijn grote atletische vermogens en zijn moed. Nadat de jonge trainer Redd Crabtree de training van Wiil Shriver had overgenomen heeft de hengst alle paarden waartegen hij in wedstrijdverband is uitgekomen tenminste één keer verslagen. Zijn successen culmineerden in 1976 toen hij wereldkampioen vijf gangen Saddlebreds is geworden. Vanaf 1977 is Will Shriver uitsluitend voor de fokkerij ingezet. Betty Weldon koos ervoor om de hengst alleen voor de eigen Callaway Hill merries te gebruiken en niet beschikbaar te stellen voor andermans merries. De merries van Betty Weldon waren niet de beste showmerries en ook niet uitsluitend merries uit de populairste bloedlijnen, maar vooral merries met oud bloed en afkomst.

Will Shriver bleek een fenomenale fokhengst. Hij is de vader geworden van 21 wereldkampioenen en van 17 fokmerries die een wereldkampioen brachten.
Voor de Nederlandse fokkerij is zijn dochter Callaway’s Confetti ASHA (1983) van belang, omdat zij de moeder is van de door het KWPN goedgekeurde hengst Immigrant 90.10489 Stb (V. Harlem Globetrotter ASHA, zie B.K.1.2.1.3.3.)

B.K.1.1.2.1.2. Mr. Magic Man 45262 S

De vos Mr. Magic Man (V. Wing Commander ASHA) is een Saddlebred hengst die is geboren in 1963.
Zijn moeder is de vos merrie Molly Olee ASHA (1956, V. Ensign Kirby ASHA) en tweede moeder is de vos Judy Olee ASHA (1948, V. Leatherwood King ASHA).

Mr. Magic Man is van 1966 tot en met 1976 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Hij heeft vooral merries gebracht. Eén daarvan is de bruine Putting on Airs ASHA (1974), die de moeder is van de hengst Harlem Globetrotter ASHA (1980, V. New Yorker ASHA). Harlem Globetrotter is de vader van de KWPN-hengst Immigrant (zie B.K.1.2.1.3.3.).

Putting on Airs is opgenomen in de Hall of Fame.

B.K.1.1.2.1.3. Yorktown 47150 S

De Saddlebred hengst Yorktown (V. Wing Commander ASHA) is een vos die op 7 mei 1964 is geboren.
Zijn moeder is de vos merrie Omans Anacacho Maytime ASHA (1953, V. Anacacho Denmark ASHA, zie B.K.1.1.) en tweede moeder is de bruine Pennypacks Pride ASHA (1937, V. American Ace ASHA).
In de pedigree van Yorktown komt de hengst Bourbon King vier keer voor en de hengst Rex Peavine vijf keer.

Yorktown was eigendom van Jean Mclean-Davis. De hengst was een begaafd showpaard en is in 1970 en 1972 wereldkampioen vijf gangen geworden en is daarna ingezet voor de fokkerij. In de fokkerij bracht hij diverse uitstekende showpaarden zoals Talent Town (1978) en Man on the Town (1984).
Voor de Nederlandse fokkerij is Yorktown’s zoon New Yorker (1970) van belang.
Yorktown is tot en met 1984 als fokhengst actief geweest.


B.K.1.1.2.1.3.1. New Yorker 66381 S

De vos New Yorker (V. Yorktown ASHA) is een Saddlebred hengst die in 1970 is geboren.

Zijn moeder is de vos merrie Sandalwood Stonewall ASHA (1956, V. Golden Stonewall ASHA), die ook de moeder is van de hengst Sandalwood Supreme ASHA (1967, V. Sandalwood Surpreme ASHA)/
Tweede moeder is de vos My Heart Throb ASHA (1939, V. Stonewall King ASHA).

New Yorker heeft in de showring in aangespannen rubrieken goed gepresteerd en is aan het eind van de zeventiger jaren één van de betere Saddlebredhengsten, zeker als het aantal goede nakomelingen van hem wordt afgezet tegen het relatief kleine aantal nakomelingen van hem. Hij is in 1980 bij het dekken van een merrie door een ongeluk overleden.

Van de zonen van New Yorker verdienen Harlem Globetrotter (1980) en I am a New Yorker (1980) nadere aandacht.

B.K.1.1.2.1.3.1.1. Harlem Globetrotter 75245 S

Harlem Globetrotter (V. New Yorker ASHA) is een zwarte Saddlebred hengst met een stokmaat van 167 cm. Hij is geboren op 28 mei 1980 en is gefokt door mevrouw F.D. Sinclair uit Tulsa, Oklahoma.
De moeder van de hengst is de bruine merrie Potting in Airs ASHA (1974, V. Mr. Magic Man ASHA, zie B.K.1.2.1.2.), die ook de moeder is van de hengst Yorktown Magic ASHA (1984, V. Yorktown ASHA).
Tweede moeder is de zwarte Supreme Airs ASHA (1961, V. Stonewall Supreme ASHA). Supreme Airs is wereldkampioen geweest en heeft meerdere nakomelingen gekregen die ook wereldkampioen zijn geworden. Bovendien bracht ze de hengst Supreme Heir ASHA (1980, V. Supreme Sultan ASHA).
De moederlijn van Harlem Globetrotter is fameus, Zijn eerste vijf moeders zijn allen opgenomen in de Hall of Fame.

Harlem Globetrotter is als tweejarige eigendom geworden van Paul Hamilton en, na zijn overlijden, van zijn dochter Joan Hamilton. De hengst heeft altijd op Kalarama Farm van de familie Hamilton in Springfield, Kentucky, gestaan.
Hij was een uitstekend showpaard dat werd getraind door Larry Hodge. Als tweejarige won hij de Kentucky State Fair en hij is vijf keer (1983, 1984 (2x),1992 en 1994) wereldkampioen vijf gangen geworden.
Harlem Globetrotter is in de jaren 1983 – 2012 actief geweest als fokhengst. Van hem zijn 718 nakomelingen geregistreerd en daarvan hebben er 149 prijzen gewonnen op shows en 31 nakomelingen zijn kampioen geworden.

Zijn meest succesvolle dochter is Garlands Dream (1991), die in 1998 en 1999 het Grand Championship vijf gangen won.
Van zijn zonen is Immigrant voor de Nederlandse tuigpaardenfokkerij van belang.
Door zijn successen in de sport en de fokkerij behoort Harlem Globetrotter tot één van de legendarische hengsten binnen de Saddlebredfokkerij.
Harlem Globetrotter is op 30 maart 2012 overleden en bij de ingang van de Kalarama Farm begraven.


B.K.1.1.2.1.3.1.1.1. Immigrant 90.10489 KWPN

De vos hengst Immigrant KWPN (V. Harlem Globetrotter ASHA) is op 21 april 1990 geboren. Hij is gefokt door stoeterij Callaway Hills in New Bloomfield, dat ten noorden van Jefferson City in de Amerikaanse staat Missouri ligt.
Bij zijn geboorte heeft de hengst de naam Callaways Mardi Gras gekregen en is hij door de American Saddlebred Horse Association geregistreerd onder nummer 93898.
Zijn moeder is de bruine merrie Callaway Confetti ASHA (1983, V. Will Shriver ASHA, zie B.K. 1.2.1.1.1.).

Tweede moeder is Exitingly Royal ASHA (1975, V. Royal Rambler ASHA).
In de pedigree van Immigrant komt Bourbon King veertien keer voor en Rex Peavine elf keer.
Immigrant heeft een stokmaat van 164 cm.

Hij is als tweejarige door HBC-stal uit Boijl, Nederland uit de Verenigde Staten geïmporteerd en in het voorjaar van 1993 door het KWPN goedgekeurd als tuigpaardhengst. Daarbij heeft het stamboek aangegeven dat het goedkeuren van de hengst een experiment betreft met als doel het verbeteren van de halsvorm en het toevoegen van ras en kwaliteit.
Aansluitend aan zijn goedkeuring heeft Immigrant deelgenomen aan een 70 dagen durend verrichtingsonderzoek in Ermelo, waarbij hij de vijfde plaats bereikte. In het onderzoekrapport wordt gesproken over een eerlijke, betrouwbare maar gevoelige hengst met zeer veel looplust en veel uithoudingsvermogen. Immigrant heeft ruim voldoende aanleg als tuigpaard.

Bij het in 2004 uitgevoerde afstammelingenonderzoek is vastgesteld dat Immigrant goed ontwikkelde, langgelijnde veulens met veel ras brengt. De veulens zouden met meer knieactie en beter gedragen moeten draven.
Bij de beoordeling van drie- en zeven jarigen is Immigrant als fokhengst gehandhaafd.
Immigrant is in 2004 terug verkocht naar de Verenigde Staten.

Het KWPN heeft 154 veulens van hem geregistreerd.
Vijftien dochters zijn stermerrie geworden en één dochter heeft het keurpredicaat behaald. Van de zonen zijn Marvel (1994) en Majesteit (1994) goedgekeurd voor de fokkerij.
Immigrant’s dochter Mistralina (1994) is de moeder van de goedgekeurde hengst Tempelier KWPN ( 2000, V. Manno KWPN).

B.K.1.1.2.1.3.1.1.1.1. Marvel 94.6480 KWPN

Marvel KWPN (V. Immigrant KWPN) is een vos hengst met een stokmaat van 168 cm. Hij is op 18 mei 1994 is geboren en is gefokt door G. Hermanussen uit Beers in Noord Brabant.
De moeder van de hengst is de keur, preferente vos merrie Heidebloem KWPN (1989, V. Proloog KWPN) en tweede moeder is de ster, preferente vos Zonnebloem KWPN (1981, V. Strawinsky KWPN)

Marvel is in februari 1997 door het KWPN goedgekeurd voor de fokkerij en heeft in het najaar van 1997 in Ermelo deelgenomen aan een 70 dagen durend verrichtings-onderzoek. In het onderzoek bleek de hengst veel aanleg als tuigpaard te hebben. Hij heeft een hoge actie in het voorbeen, maar zijn draf zou ruimer mogen zijn.

Eind 2017 heeft het KWPN van Marvel 398 nakomelingen geregistreerd, waarvan 74 dochters als fokmerrie zijn opgenomen in het stamboek. vier merries zijn keurmerrie geworden en drie merries hebben het elite predicaat ontvangen..

Nadat de nakomelingen van de hengst in 1999 en 2003 zijn beoordeeld, is Marvel op basis van zijn prestaties als fokhengst in januari 2007 definitief goedgekeurd.

Marvel heeft in 2000 de KNHS/KWPN hengstencompetitie gewonnen.

Twee dochters van Marvel zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden:

a. Tatjana KWPN (2000) is de moeder van de hengst Fabuleus KWPN (2010, V. Unieko KWPN) en

b. Wyomi Landzicht KWPN ster preferent (2003) is de moeder van de hengst Jesse James KWPN (2014, V. Unieko KWPN).

Marvel is eigendom van de HBC-stal in Boijl, Friesland geweest en in 2009 geëxporteerd. In de jaren daarna is diepvriessperma van Marvel beschikbaar.

B.K.1.1.2.1.3.1.1.1.2. Majesteit 94.11662 KWPN

De zwarte hengst Majesteit KWPN (V. Immigrant KWPN) heeft een stokmaat van 167 cm. Hij is geboren op 19 mei 1994 en is gefokt door H. Boelens uit Bunne, dat in het noorden van Drenthe ligt.

De moeder van Majesteit is de donkerbruine keur merrie Henriëtte KWPN (1989, V. Waterman KWPN).
Tweede moeder is de bruine, keur preferente Torette KWPN (1977, V. Hoogheid KWPN), die ook de grootmoeder is van de hengst Oase KWPN (1996, V. Renovo KWPN).

Bij zijn goedkeuring voor de fokkerij in februari 1997 is Majesteit is volgens het KWPN een aansprekende, langgelijnde hengst met een best front,

In het voorjaar van 1997 heeft hij aan een 70 dagen durend verrichtingsonderzoek in Ermelo deelgenomen. Aan het einde van het onderzoek is vastgesteld dat de hengst ruim voldoende aanleg als tuigpaard heeft, maar is hij niet in het stamboek opgenomen.

Kort daarna is hij bij een herkeuring alsnog door het KWPN voor de fokkerij geaccepteerd.

In 1998 is bij een beoordeling van de veulens van Majesteit vastgesteld dat de stap van de veulens kort is en dat ze draven met een kort zweefmoment en een vlak voorbeen. Bovendien is de draf weinig gedragen. Op grond daarvan is Majesteit als wachthengst aangemerkt.

Ook na een herkeuring is Majesteit wachthengst gebleven.

In 2002 is op basis van stamboekrapportage de kwaliteit van zijn driejarige nakomelingen beoordeeld en op grond daarvan is de status van wachthengst gehandhaafd.

Het KWPN heeft 204 nakomelingen van Majesteit geregistreerd, waaronder 45 ingeschreven fokmerries. Van de ingeschreven fokmerries hebben twee het predicaat keur behaald en twee zijn preferent geworden.

Majesteit is in 2000 geëxporteerd naar de Verenigde Staten.

B.K.1.1.2.1.3.1.2. I’m a New Yorker 76843 S

De vos I’m a New Yorker (V. New Yorker ASHA) is een Saddlebred hengst die is geboren op 18 april 1980. Hij heeft een stokmaat van 165 cm en is gefokt door Harold Cloud uit Indianapolis

Zijn moeder is de vos merrie Sentimentalist ASHA (1967, V. Denmark’s Bourbon Genius ASHA) en tweede moeder is de vos Fairviews Beauty ASHA (1950, V. Rex Hanna ASHA).

I’m a New Yorker is als hengst van 1984 tot en met 2012 actief geweest in de fokkerij. De American Saddlebred Horse Association heeft 512 nakomelingen van hem geregistreerd.

I’m a New Yorker is in 1984 reserve wereldkampioen Junior Fine Harness Horses geworden en is daarna uitgegroeid tot één van de meest invloedrijke fokhengsten in de Saddlebred fokkerij. Hij is de vader van vele wereldkampioenen en ook zijn zonen en dochters hebben diverse wereldkampioenen gebracht.

De hengst is in 1992 in het bezit gekomen van Linda en George Nash van Nash Stables in Leola, dat bij Lancaster in de staat Pennsylvania ligt. Later is de familie Nash verhuisd naar Harrodsburg in Kentucky en is I’m a New Yorker gestald op de Cornerstone Farm van Fred Sarver in Carlisle, dat bij Lexington in Kentucky ligt.
I’m a New Yorker is op 28 november 2012 overleden op Cornerstone Farm.

In 2013 stond I’m a New Yorker op de vijfde plaats van de U.S. Equestrian Leading Saddlebred Sires Ranking.

B.K. 1.2. King’s Genius 9500 S

De vos King’s Genius ASHA (V. Bourbon King ASHA) is geboren in 1924. Hij is gefokt door Allie G. Jones.

De moeder van de hengst is de schimmel merrie Princess Eugenia ASHA (1909, V. Chester Peavine ASHA). Tweede moeder is de schimmel Queen of Lincoln ASHA (1896, V. Woods Eagle Bird ASHA).

King’s Genius is een zeer invloedrijke hengst geweest. Zo is hij de vader van negen (!) Hall of Fame fokmerries: Flirtation Walk (1933), May Genius (1934), Rose Genius (1937), King's Genius Choice (1939), Candy Genius (1940), Ky Cardinal Belle (1940), Helen Highwater (1941), Queen's Genius of Belemar (1942) en Reverie's Desdemona (1942).

Van zijn zonen is vooral Bourbon Genius (1933) van belang geweest, maar ook Leatherwood King verdient enige aandacht.
Van zijn dochters moeten Prinses Delight ASHA en Reveries Desdemona ASHA worden genoemd.

De vos merrie Princess Delight (1939) heeft de vos My Delight ASHA (1925, V. Harrison ASHA) als moeder. Van de moederlijn is niet veel meer bekend dan dat er een flinke scheut Morgan bloed in voorkomt. Princess Delight is de grootmoeder van de hengst Star’s Masterpiece in Gold ASHA (1973, V. Stonewalls Lil Star ASHA) en dat is de grootvader van de hengst Holland’s Golden Boy KWPN (1986, V. Denmark’s Pretender ASHA).

De vos merrie Reveries Desdemona (1942) is een befaamde fokmerrie die is opgenomen in de Hall of Fame voor fokmerries. Ook haar moeder Spirit of Kentucky ASHA (1924, V. Rex Peavine ASHA) en haar grootmoeder Edith Gatley ASHA (1914, V. Kentucky George ASHA) zijn opgenomen in de Hall of Fame.
Reveries Desdemona is zeven keer van eigenaar gewisseld en kreeg in 21 jaar vijftien veulens. Ze is onder andere de moeder van de hengsten Ridgefield Denmark ASHA (1946, V. Anacacho Denmark ASHA) en zijn broers Golden Thunderbolt ASHA (1948), Clarma ASHA (1951) en Omans Desdemona Denmark ADHA (1953). Bovendien is ze de grootmoeder van de hengst Will Shriver ASHA (zie B.K.1.2.1.1.1.).


B.K. 1.2.1. Bourbon Genius 13411 S

De vos Bourbon Genius ASHA (V. King’s Genius ASHA) is een Saddlebred hengst, die in 1933 is geboren. Zijn moeder is de bruine merrie Kate Haines ASHA (1919, V. Sun Flower ASHA). Kate Haines is een Hall of Fame merrie en is ook de moeder van de hengsten The Genius ASHA (1936), Genius of Stonyridge ASHA (1938), Leatherwood King ASHA (1939) en Leatherwood Genius ASHA (1940), die allen volle broers zijn van Bourbon Genius.
Tweede moeder van Bourbon Genius is de bruine Kathryn Haines ASHA (1913, V. Rex Monroe ASHA), die ook een Hall of Fame merrie is.

Fokker van Bourbon Genius is Robert Jones uit North Middletown, dat circa 40 km ten oosten van Lexington in de staat Kentucky ligt.

Bourbon Genius was vanaf zijn geboorte al een persoonlijkheid. Op tweejarige leeftijd is hij door Ross Long gekocht voor de Dixiana Farm in Lexington, Kentucky. In 1936 heeft de hengst op de Kentucky State Fair zijn debuut gemaakt. Hij won daar, gereden door Frank Bradshaw, drie eerste prijzen.

In 1937 won hij met Frank Bradshaw het wereldkampioenschap Fine Harness Horse. Als vijfjarige is hij niet meer in wedstrijdverband uitgekomen maar is hij volledig ingezet in de fokkerij. Hij bleek een goede fokhengst te zijn, maar is in 1946, op de nog jonge leeftijd van dertien jaar, gestorven.

Zijn belangrijkste nakomeling is de hengst Genius Bourbon King ASHA (1943), maar voor de Nederlandse tuigpaardfokkerij is ook zijn zoon Reveries Bourbon Gale ASHA (1947) van belang.


B.K. 1.2.1.1. Genius Bourbon King 26232 S

De vos Genius Bourbon King ASHA (V. Bourbon Genius ASHA) is een Saddlebred hengst. Hij is geboren in 1943 en is gefokt door de Dixiana Farm in Lexington in de staat Kentucky.
De Dixiana Farm was in de jaren 1928 – 1947 360 Ha groot en eigendom van Charles en Sarah Fisher, die afkomstig waren uit Detroit.

Onder hun leiding werd de Dixiana Farm een van de voornaamste locaties voor de rensport en de fokkerij van Engelse volbloeds en Saddlebreds in de Verenigde Staten.

De moeder van Genius Bourbon King is de schimmel merrie Blessed Event ASHA (1929, V. Silver Mac ASHA) en tweede moeder is de vos Fair Promise ASHA (1917, V. Jack Twigg ASHA).

De scribent Ross Millin schreef diverse artikelen over befaamde American Saddlebred paarden. Aan zijn verhaal over Genius Bourbon King hebben wij het volgende ontleend:

Moeder Blessed Event is in 1933 op de Lexington select Saddle Horse Sails op vierjarige leeftijd onder de naam Silver Twigg voor $ 3.200 door een commissionair gekocht voor Ross Long, manager van de Dixiana Farm. Long heeft de merrie vrijwel onmiddellijk doorverkocht aan Ed Ballard om door zijn dochter Mary Ballard in shows voor Saddlebreds uitgebracht te worden. Mary heeft de merrie omgedoopt tot Blessed Event en was in 1934 en 1935 redelijk succesvol in shows. Af en toe heeft ze met de merrie een eerste prijs behaald in vijf gangen wedstrijden voor amazones.
Nadat de extreem rijke hotelmagnaat Ed Ballard in november 1936 door een voormalige zakenpartner was vermoord, zijn in het voorjaar van 1937 al zijn paarden verkocht. De hoogdrachtige Blessed Event is daarbij in het bezit gekomen van de Dixiana Farm, waar ze kort daarna een merrieveulen wierp.
Blessed Event was slecht vruchtbaar en bracht daarna alleen in 1943 en 1946 een veulen.

Het hengstveulen uit 1943, dat Bourbon Genius als vader had, was een vos met linksachter een witte kroonrand. Het was een buitengewoon mooi veulen, maar door ademhalingsproblemen leek het echter geen grote toekomst te hebben.

Dr. Wayne Munn uit Janesville in de staat Wisconsin kocht het hengstveulen voor een habbekrats van de Dixiana Farm en liet hem onder de naam Shoreacres Genius registreren. Toen Shoreacres Genius drie jaar was heeft Munn geadverteerd dat de hengst ter dekking stond.

J.L. Younghusband, eigenaar van de Valley View Farm in Barrington bij Chicago in Illinois, verkocht in 1946 de eigen Saddlebred hengst Beau Fortune ASHA voor € 50.000 en zocht vervolgens naar een nieuwe hengst. Daarbij had hij voorkeur voor een nakomeling van Bourbon Genius, omdat die nakomelingen goed presteerden en, door de vroege dood van Bourbon Genius, schaars waren. De manager van de Valley View Farm vond Shoreacres Genius en kocht hem voor een paar dollar en tien gratis dekkingen voor dr. Munn.
De naam van de hengst werd gewijzigd in Genius Bourbon King en hij werd beleerd en aangereden.

Vervolgens is hij drie jaar als hengst voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het bedrijf van Jack Thompson in Hodgenville, dat circa 125 km ten zuidwesten van Lexington in Kentucky ligt. Ook een aantal fokmerries van de Valley View Farm gingen naar Thompson om door Genius Bourbon King te worden gedekt.

Na het dekseizoen van 1949 zijn Genius Bourbon King en alle fokmerries terug gegaan naar Valley View Farm in Barrington.

In de jaren bij Thompson produceerde Genius Bourbon King onder andere enkele goede showmerries en de fokhengsten Star Genius ASHA en Shoreacres Anacacho Genius ASHA.

Uit de jaargang 1950 zijn twee nakomelingen beroemd geworden. Het gaat daarbij om de merrie Valley Flyer ASHA, die later onder de naam Miss America furore heeft gemaakt, en de hengst Rambling Raider ASHA, die onder de naam The Rambler (zie B.K. 2.1.1.1.) fameus is geworden.

Toen de vaste trainer van Valley View Farm vertrok, is de training van de paarden overgenomen door de nog erg jeugdige Tom Moore. Tegen alle adviezen in begin hij met het trainen van Genius Bourbon King en dat resulteerde in diverse overwinningen in de “fine harness” rubrieken. Door de inzet in de sport is de hengst in die jaren voor de fokkerij alleen gebruikt voor een aantal eigen merries.

In 1952 is de merrie Miss America met Tom Moore in Louisville wereldkampioen bij de tweejarigen geworden en in 1953 is die titel bij de driejarigen behaald. Daarmee was de goede reputatie van zowel Genius Bourbon King als Tom Moore gemaakt.

In 1955 en 1956 is The Rambler vice-wereldkampioen vijfgangen bij de hengsten geworden.

In 1952 is met Valley View Supreme ( zie B.K. 2.1.1.2.) de belangrijkste zoon van Genius Bourbon King geboren. Hij is een legende geworden omdat hij als enige hengst in 1956 de wereldtitel drie gangen (stap, draf en galop) behaalde, maar vooral omdat hij de vader is van de grote Supreme Sultan, die het beeld van de Saddlebreds definitief heeft veranderd.

In 1956 is Genius Bourbon King weer voor anderen beschikbaar gesteld voor de fokkerij tegen een dekgeld van $ 1.000. Veel belangstelling van de fokkers was er met dat dekgeld echter niet.

In augustus 1962 heeft mevrouw Judson Large, echtgenote van een vooraanstaand zakenman uit Chicago, die enthousiast was geworden over de verrichtingen van enkele nakomelingen van Genius Bourbon King, de hengst voor $ 10.000 van de toen ernstig zieke Younghusband gekocht.

In de jaren 1947 - 1962 heeft de hengst maar 133 merries gedekt en dat heeft geleid tot tien wereldkampioenen en elf zonen die als fokhengst bekend zijn geworden.

Om Genius Bourbon King een onderdak te geven huurde zij voor $ 300 per maand de Red Top Farm in Libertyville, dat ten noorden van Chicago in Illinois ligt.

Genius Bourbon King kreeg daar elke dag weidegang en dat had hij als fokhengst nog nooit gehad.
Mevrouw Large had bij een brand vier goede paarden verloren en wilde met haar net gekochte hengst top showpaarden fokken. Daarvoor kocht ze verschillende goede merries.

Hoewel Genius Bourbon King zijn hele leven problemen had met zijn fertiliteit, kon hij met een goede veterinaire begeleiding en een goede hoefsmid in het laatste deel van zijn leven alle aangeboden merries bevruchten.

Jack Baker, manager van de Red Top Farm, vond Genius Bourbon King de allermooiste hengst in de wereld. Volgens hem had de hengst het grootste, vriendelijkste en meest intelligente oog dat bedacht kan worden en was hij een slim en bijzonder intelligent paard.

In zijn laatste vijf jaren (1963 -1967) dekte de hengst 82 merries en dat heeft geleid tot meer dan 30 nakomelingen die als fokhengst, showpaard of fokmerrie zijn opgevallen.
Genius Bourbon King is in het voorjaar van 1967 aan koliek overleden.

B.K.1.2.1.1.1. The Rambler ASHA 36669 S

De Saddlebret vos hengst The Rambler ASHA (V. Genius Bourbon King ASHA) is op 4 juni 1950 geboren en kreeg toen de naam Rambling Raider. Hij is gefokt door de heer Younghusband, eigenaar van de Valley View Farm in Barrington, dat circa 40 km ten noordwesten van Chicago is de staat Illinois ligt. Later is de naam van de hengst gewijzigd in The Rambler.

De moeder van de hengst is de vos merrie Highlands Sylvia ASHA (1944, V. Nancy Highlands Chief ASHA). Tweede moeder is de schimmel Sylvia Macdonald ASHA (1931. V. Silver Mac ASHA).

Getraind door Tom Moore is The Rambler in 1955 en 1956 vice-wereldkampioen vijfgangen bij de hengsten geworden.

The Rambler is van 1955 tot en met 1967 ingezet voor de fokkerij.
Hij bracht onder andere de hengst Royal Rambler ASHA (1956). Een andere succesvolle zoon is Irish American ASHA (1964), die in 1973 wereldkampioen vijf gangen bij de hengsten in geworden.


B.K.1.2.1.1.1.1. Royal Rambler ASHA 39787 S


Royal Rambler ASHA (V. The Rambler ASHA) is een vos Saddlebred hengst, die in 1956 is geboren.

Zijn moeder is de vos merrie Emerald Present ASHA (1944, V. Kalarama Rex ASHA), die wereldkampioen is geweest. Tweede moeder is de vos Anna Love Song ASHA (1920, V. My Own Love ASHA).

Royal Rambler staat bekend als een grote hengst die goede fokmerries bracht.

Hij heeft gedekt van 1963 tot en met 1976.

Zijn zwarte dochter Exitingly Royal ASHA (1975) is de moeder van de bruine merrie Callaway’s Confetti ASHA (1966, V. Will Shriver ASHA, zie B.K. 1.2.1.1.1.) en dat is de moeder van de door het KWPN goedgekeurde hengst Immigrant (1990, V. Harlem Globetrotter, zie B.K.1.2.1.3.1.1.1.).
Andere succesvolle nakomelingen van Royal Rambler zijn achtvoudig wereldkampioen CH Royal Fortune en vijfvoudig wereldkampioen CH Stutz Bearcat.

B.K.1.2.1.1.2. Valley View Supreme ASHA 36275 S

De vos Valley View Supreme ASHA (V. Genius Bourbon King ASHA) is een American Saddlebred hengst die is geboren in april 1952.

De moeder van de hengst is de vos merrie Diana Gay ASHA (1945, V. The Genius ASHA), die in de Hall of Fame is opgenomen. Tweede moeder is de vos Lady Alice ASHA (1932, V. Kalarama Rex ASHA).

De scribent Ross Millin heeft een uitvoerig relaas geschreven over Valley View Supreme. Voor een deel zijn onderstaande gegevens daaruit gedestilleerd.

Diana Gay is gefokt door Robert Skilmann uit Detroit, die na zijn pensionering zich in Winter Park bij Orlando in Florida ging toeleggen op het fokken van Saddlebreds. Hij kocht de zeer goede hengst The Genius ASHA (1936, V. Kings Genius SB), die een volle broer was van Bourbon Genius ASHA (zie B.K. 2.1.). Eén van zijn fokproducten was de merrie Diana Gay ASHA. Zij won tijdens de Kentucky State Fair in Louisville de eerste prijs bij de veulens. Niet lang daarna overleed Skilmann.

De uit Polen afkomstige W.P. Rogovsky, eigenaar van de Fair Oaks Farm in West Chicago, kocht de jaarling Diana Gay voor $ 2.000 uit de boedel van Skilmann en liet haar in 1951 dekken door Genius Bourbon King ASHA. Het in april 1952 geboren hengstveulen was de latere Valley View Supreme.

In het najaar van 1952 heeft de toen ernstig zieke Rogovsky een paardentrailer verkocht aan Everette Ledbetter op voorwaarde dat hij ook enkele van zijn paarden zou kopen. Dat werden twee hengstveulens van Genius Bourbon King, waaronder de latere Valley View Supreme.
Ledbetter had geen weiland voor de hengstveulens. Eén veulen verkocht hij aan de Valley View Farm in Barrington, Illinois, maar het veulen uit de merrie Diana Gay was weliswaar een mooi veulen, maar verkeerde in een zeer slechte conditie, waardoor er geen koper voor was te vinden. Ledbetter ontwormde het veulen en gaf het goed te eten, waardoor de conditie van het veulen verbeterde en hij in Ray Shafer, een neef van mevrouw Hannah Younghusband, een koper vond. Niet veel later kocht Hannah’s echtgenoot, de heer J.L. Younghusband, eigenaar van de Valley View Farm, het veulen voor $ 100 en bracht het veulen naar zijn eigen bedrijf in Barrington.

Het veulen kreeg de naam Valley View Supreme en is vervolgens getraind door Tom Moore. Die bracht hem in 1954 voor het eerst tijdens een show in Springfield, Illinois, uit in de rubriek Tweejarige Fine Harness Horses. De hengst liet een briljante verrichting zien en bezat veel schoonheid, elegantie en persoonlijkheid. Hij had een fraai orenspel en een prachtig hoofd.

Later dat jaar won hij de Junior Stakes van Wisconsin en Indiana en tegen het einde van het jaar de Junior Stakes tijdens de American Royal.

In 1955 won hij nog zijn eerste wedstrijd maar daarna ging het bergafwaarts en behaalde hij tweede, derde en vierde plaatsen. De oorzaak van zijn minder presteren is niet duidelijk, maar waarschijnlijk zal het gegeven dat hij dat jaar voor het eerst enkele merries dekte een rol hebben gespeeld.
Er werd overwogen om de hengst te castreren, maar omdat hij zo’n goed exterieur en een zeer goede afstamming had en hij bovendien als de meest veelbelovende zoon van Genius Bourbon King werd beschouwd, was dat geen goede optie.

Eigenaar Younghusband adviseerde zijn trainer Tom Moore om bij de hengst de manen en staart te trimmen. De consequentie daarvan was dat de hengst niet meer in vijfgangenproeven mocht uitkomen maar nog wel in drie gangenproeven (stap, draf en galop), tenzij dat door lokale regels was verboden.
Hoewel Moore de nodige aarzelingen had, volgde hij het advies van Younghusband op. Het gevolg was dat Valley View Supreme in het vervolg een prachtige lange nek toonde en op een kleine wedstrijd de merrie Emerald Future, die regerend wereldkampioen drie gangen was, twee keer klopte.
De organisatoren van de Lexington Junior League Horse Show stonden echter niet toe dat hengsten aan hun driegangenwedstrijd deelnamen. Voor Younghusband was dat reden om al zijn inschrijvingen aan de show in te trekken.

Later in 1956 werd Valley View Supreme driegangen kampioen bij de Wisconsin State Fair en als klap op de vuurpijl werd hij de enige hengst die ooit het wereldkampioenschap drie gangen in Louisville won.
Omdat het met de paardenhouderij van Younghusband financieel niet zo goed ging verkocht hij Valley View Supreme in het najaar van 1956 aan mevrouw A.S. Kelly voor $ 30.000. De dochter van mevrouw Kelly won in 1956 nog enkele driegangenwedstrijden met de hengst.

Nadat Tom Moore de Valley View Farm had verlaten begon hij in Lake Zürich, dat dicht bij Barrington in Illinois ligt, zijn eigen bedrijf. en kwam Valley View Supreme in 1958 weer bij hem in training.
De combinatie won wedstrijden in Milwaukee, South Shore, Springfield en de Wisconsin State Fair in Milwaukee, maar moest bij de Kentucky State Fair in Louisville genoegen nemen met een vierde plaats.

Moore besloot daarop de hengst niet meer in shows uit te brengen.

In de volgende jaren is Valley View Supreme op het bedrijf van Moore beschikbaar geweest voor de fokkerij. In 1962 heeft Alvin Ruxer uit Jasper, Indiana, de hengst voor $ 25.000 gekocht van mevrouw Kelly, waardoor de hengst in 1963 verhuisde naar de Ruxer Farm in Jasper. Hij heeft daar in de jaren 1963 – 1967 fokkerij geschiedenis geschreven.

Met een dekgeld van $ 750 kreeg de hengst diverse goede merries aangeboden. Bovendien had Ruxer zelf ook een stel goede merries.

Bij het wereldkampioenschap drie gangen 1967 in Louisville werd zijn dochter Bellisima (1962) kampioen en ook de reserve-kampioen en de derde prijs winnaar waren dochters van hem. Bellisima werd ook in 1968 en 1969 wereldkampioen en in 1970 en 1971 werd ze wereldkampioen drie gangen bij de amateurs.

In 1969 waren drie Valley View Supreme dochters respectievelijk één, drie en vier bij het wereldkampioenschap drie gangen in Louisville.

In 1966 bereikte Valley View Supreme de vierde plaats op de ranglijst van meest succesvolle Saddlebredhengsten en de eerste plaats op de ranglijst van meest veelbelovende hengsten. Zijn zoon Hide-Away's Firefly Supreme ASHA (1959) nam op die lijst van veelbelovende hengsten de tweede plaats in en zou van 1967 – 1972 de eerste plaats innemen.

De beste zoon van Valley View Supreme is Supreme Sultan ASHA (1966, zie B.K. 2.1.1.2.1.). Hij nam in de jaren 1973 – 1975 de eerste plaats in op de ranglijst van veelbelovende hengsten en in de jaren 1976 – 1978 was een andere zoon van Valley View Supreme, Status Symbol (1968) de aanvoerder van die ranglijst. Daarmee is de ranglijst voor de meest veelbelovende hengsten twaalf jaar lang door zonen van Valley View Supreme aangevoerd. Dat is een record dat nog steeds niet is gebroken.

Valley View Supreme heeft ruimschoots bewezen dat hij de beste zoon is van zijn befaamde vader Genius Bourbon King. De hengst heeft een groot aantal kampioenen, showpaarden en fokhengsten gebracht. Het aantal geregistreerde nakomelingen van hem is vrij beperkt, maar zijn invloed op de fokkerij van Saddlebreds is onmogelijk in te schatten..

Valley View Supreme is op 28 november 1967 aan een hartaanval overleden en is begraven op de Ruxer Farm in Jasper, dat 80 km ten westen van Louisville in de staat Indiana ligt.


B.K.1.2.1.1.2.1. Supreme Sultan ASHA 48995 S

De vos Saddlebred hengst Supreme Sultan ASHA (V. Valley View Supreme ASHA) is geboren op 12 maart 1966. Hij is een broer van de hengst Super Supreme ASHA (1968).

De moeder van beide hengsten is de vos merrie Melody Olee ASHA (1953, V. Anacacho Denmark ASHA), die is opgenomen in de Hall of Fame voor fokmerries. Tweede moeder is de vos Judy O’Lee ASHA (1948, V. Leatherwood King ASHA).

Supreme Sultan is gefokt door Alvin Ruxer, eigenaar van de Ruxer Farm in Jasper, dat in het oosten van de staat Indiana ligt. Hij verkocht de jonge hengst aan de Barlite Farm in Boerne bij San Antonio in de staat Texas, maar na het vroege overlijden van de hengst Valley View Supreme kocht hij de hengst terug. Ruxer was sinds 1962 eigenaar van de geweldige Valley View Supreme en was ervan overtuigd dat Supreme Sultan in staat zou zijn om de faam van zijn vader en van het American Saddlebred Horse verder zou kunnen uitbouwen. Vanuit die overtuiging heeft Ruxer altijd zijn best gedaan om Supreme Sultan te promoten en was hij nooit meer bereid om de hengst te verkopen. Zelfs een bod van $ 3.000.000 werd door hem afgewezen.
Supreme Sultan heeft daarom zijn gehele verdere leven op de Ruxer Farm gestaan.

Supreme Sultan is een fijn gebouwde hengst, die veel kracht combineerde met een grote dosis vechtlust. Hij had van nature mooie verheven gangen en een goede houding. Zijn achterbeen gebruik was zo krachtig dat het af en toe leek alsof hij kramp had.

De hengst kwam als tweejarige voor het eerst uit in wedstrijden en won de Indiana- en de Illinois Futurities, de American Royal en de Chicago International.

Ook zijn geweldige fokkerijcarrière begon hij in 1968 op tweejarige leeftijd. De eerste merrie die hij dekte was Societys Dianna ASHA (1963, V. Societys Bourbon ASHA) en het veulen dat uit die paring werd geboren was de hengst Freedom Hall, die later tweede op het wereldkampioenschap zou worden.

Ongeacht de bloedopbouw van de merries, waren de nakomelingen van Supreme Sultan altijd heel goed. Diverse van zijn nakomelingen waren veel winnende showpaarden. De in 1970 geboren vos hengst Sultans Santana ASHA was zijn eerste wereldkampioen en de legendarische Imperator ASHA (1974) was zijn eerste World Grand Champion.

Hierbij moet bekend zijn dat de wereldkampioenschappen voor American Saddlebreds jaarlijks worden gehouden tijdens de Kentucky State Fair in Louisville. Daarbij worden wedstrijden binnen de drie disciplines (vijf gangen, drie gangen en aangespannen) voor zowel de hengsten als de merries in verschillende leeftijdsklassen verreden. Ook zijn er klassen voor amateurs, dames en junioren. In elke klasse krijgt de winnaar de titel wereldkampioen en vervolgens wordt uit de verschillende wereldkampioenen binnen een discipline de algemeen kampioen gekozen en die krijgt de titel World Grand Champion. Jaarlijks zijn er derhalve drie World Grand Champions (Five Gaited, Three Gaited en Fine Harness)

Supreme Sultan bracht World Grand Champions in zowel de vijf gangen-, de driegangen- als in de aangespannen discipline.

Zijn nakomelingen combineerden schoonheid aan prestatievermogen en dat maakte hen tot goede showpaarden. Ze waren bovendien intelligent en makkelijk in de omgang en dat maakte hen tot de favoriet van velen.

Op zesjarige leeftijd voerde Supreme Sultan de ranglijst van meeste veelbelovende hengsten al aan en op elfjarige leeftijd was hij de leider van de ranglijst van best fokkende hengsten.

Ook in de fokkerij presteerden zijn kinderen goed. Verschillende zonen van hem brachten zelf weer een groot aantal winnaars voort. Na de dood van Supreme Sultan volgde zijn zoon Sultans Santana hem op de ranglijst van best fokkende hengsten op als leider van die ranglijst. Sultan Santana was ook de eerste Saddlebred hengst die voor meer dan $ 1.000.000 is verkocht.

De invloed van Supreme Sultan op de Saddlebred fokkerij is zo groot dat niemand zich een gedachte kan vormen hoe de fokkerij er uit zou zien als Supreme Sultan er niet zou zijn geweest.

Zijn belangrijkste zonen zijn Sultan’s Santana (1970), Champagne Fizz (1973), Worthy Son (1973), Radiant Sultan (1980), Supreme Heir (1980) en de voor de Nederlandse tuigpaardenfokkerij van belang zijnde Sultan’s Great Day (1981).

Na een aantal koliekaanvallen is hij in op 6 december 1983 op zeventienjarige leeftijd geëuthanaseerd. Hij heeft 84 zonen gebracht die belangrijke shows hebben gewonnen, inclusief 21 vijf gangen winnaars; 42 winnaars van drie gangen wedstrijden en 11 winnaars van aangespannen rubrieken.

Na de dood van Supreme Sultan heeft de beeldhouwster Patricia Crane een levensgroot beeld van hem gemaakt. Dat beeld staat op het graf van de hengst voor het Saddle Horse Museum in Lexington, Kentucky.


B.K. 1.2.1.1.2.1.1. Sultan’s Great Day ASHA 76479 S

De zwarte Saddlebred hengst Sultans Great Day ASHA (V. Supreme Sultan ASHA) is in 1981 geboren. Hij is een broer van de hengst Casindras Sultan ASHA (1982). De moeder van beide hengsten is de bruine merrie Supremes Casindra ASHA (1966, V. Stonewall Supreme ASHA), die is opgenomen in de Hall of Fame voor fokmerries.

Tweede moeder is de vos Casindra Beaverkettle ASHA (1953, V. Denmark Beaverkettle ASHA).

Sultan’s Great Day is gefokt door Hymel Fishkin uit Gibsonia, dat net ten noorden van Pittsburgh in Pennsylvania ligt.

e hengst is op jonge leeftijd eigendom geworden van Linda Johnson en maakte als tweejarige zijn wedstrijddebuut. HIj won in Louisville, Kentucky, het wereldkampioenschap aangespannen rijden voor tweejarige hengsten en ruinen.

Daarna is hij verkocht aan William Shatner, eigenaar van de Belle Rêve Farm in Versailles, dat 20 km ten westen van Lexington in de staat Kentucky ligt. Shatner is een acteur, die bekend is geworden door zijn rol als Captain Kirk in Star Trek.

In 1984 is Sultan’s Great Day als driejarige hengst opnieuw wereldkampioen aangespannen rijden (Fine Harness horse) geworden. Daarna is hij ingezet voor de fokkerij en zijn verschillende nakomelingen van hem wereldkampioen geworden.
De American Saddlebred Horse Association heeft 387 nakomelingen van de hengst geregistreerd. Samen hebben die tijdens de Kentucky State Fair 106 overwinningen behaald en 24 zijn daar wereldkampioen geworden.
Succesvolle nakomelingen die World Grand Champion zijn geworden zijn Simply Mahvalous ASHA (1986) en Winter Day (1988).

Voor de Nederlandse tuigpaardenfokkerij is zijn zoon A New Day van belang geweest.

Sultan’s Great Day is wegens aanhoudende hoefbevangenheid op 22 maart 2004 geëuthanaseerd. Hij is begraven op Shatners boerderij in California.


B.K. 1.2.1.1.2.1.1.1. A New Day Reg. A KWPN 840025200200389

De voshengst A New Day (V. Sultan’s Great Day ASHA) is een in de Verenigde Staten geboren kruising tussen een American Saddlebred hengst en een KWPN-tuigpaardmerrie. Hij is geboren op 16 april 2002 en heeft een stokmaat van 160 cm.

De moeder van de hengst is de vos veulenboekmerrie Papaver KWPN (1997, V. Jonker KWPN). Tweede moeder is de vos keurmerrie Gerbera KWPN (1988, V. Zakerno KWPN).

De hengst is gefokt door T. Burr uit Temecula, dat ten zuiden van Los Angeles in California ligt.

A New Day is later in het bezit van Kristy Hilton gekomen. In 2005 is hij door het KWPN geaccepteerd voor de Amerikaanse tuigpaardenfokkerij en opgenomen in Register A. In oktober 2005 is de hengst door R. van ’t Oever uit Baarlo, dat bij Blokzijl in het noordwesten van Overissel ligt, gekocht en later doorverkocht aan Jan Thijs Seinen uit Punthorst, dat bij Staphorst in het noorden van Overijssel ligt. Seinen heeft de hengst naar Nederland gehaald en aangeboden op de KWPN-hengstenkeuring. Daar is A New Day in februari 2006 goedgekeurd en aangewezen voor het verrichtingsonderzoek.

De hengst heeft het onderzoek vroegtijdig beëindigd, waarna Seinen hem heeft gebruikt voor het dekken van enkele eigen merries. Ook hebben Van ’t Oever en Susan Bouwman de hengst uitgebracht in tuigpaardwedstrijden.
Later is de hengst teruggegaan naar de Verenigde Staten, waar hij op het bedrijf van ene LaCroix in Scottsdale bij Phoenix in de staat Arizona is getraind.


B.K.1.2.1.2. Reveries Bourbon Gale ASHA 26674 S

De Saddlebred hengst Reveries Bourbos Gale ASHA (V. Bourbon Genius ASHA) is een vos die in 1947 is geboren.
Zijn moeder is de vos merrie Patsy Gale ASHA (1935, V. Highview Chef ASHA). Tweede moeder is de bruine Carlisle Girl ASHA (1914, V. Carlisle ASHA), die ook de moeder is van de bruine hengst Montgomery MC ASHA (1930, V. McDonalds Majesty ASHA).
Reveries Bourbon Gale is gefokt door de Reverie Knoll Farm van de heer en mevrouw Freeman Keyes in Danville, dat 40 km ten zuiden van Lexington in de Amerikaanse staat Kentucky ligt.

De hengst heeft gedekt van 1950 tot en met 1968.
Zijn vos dochter Wallstreet Suzie ASHA (1952) bracht de palomino merrie Chief Shannon Lady Champagne ASHA (1963, V. Chief Shannon ASHA) en zij is de moeder van de hengst Denmarks Pretender ASHA (1969, V. Pinetree Denmark ASHA). Denmarks Pretender is de vader van de door het KWPN goedgekeurde hengst Hollands Golden Boy (1986).

B.K.1.2.2. Leatherwood King ASHA 22221 S

De vos hengst Leatherwood King ASHA (V. King’s Genius ASHA) is een Saddlebred hengst, die in 1939 is geboren. Hij is een broer van de hengsten Bourbon Genius ASHA (1931, zie B.K.2.1.). The Genius ASHA (1936), Genius of Stonyridge ASHA (1938) en Leatherwood Genius ASHA (1940).

Hun moeder is de bruine Hall of Fame merrie Kate Haines ASHA (1919, V. Sun Flower ASHA) en tweede moeder is de bruine Kathryn Haines ASHA (1913, V. Rex Monroe ASHA), die ook een Hall of Fame merrie is.

Fokker van de hengst is Robert Jones uit North Middletown, dat circa 40 km ten oosten van Lexington in de staat Kentucky ligt.

Leatherwood King was eigendom van Leatherwood Farms in Paris, dat ten noordoosten van Lexington in Kentucky ligt. Hij is de vader van twee merries die zijn opgenomen in de Hall of Fame, te weten Judy O’Lee ASHA (1948) en Beverley Hills ASHA (1952). Judy O’Lee is de grootmoeder van de stempelhengst Supreme Sultan ASHA (zie B.K.2.1.1.2.1.)

In 1953 is Leatherwood King tijdens de Kentucky State Fair in Louisville wereldkampioen vijf gangen geworden.

Hackneys

Op de website van the Hackney Horse Society is te lezen dat in de 17e en 18e eeuw in Engeland een inlands ras is ontwikkeld dat gebruikt werd als rijpaard met een bijzonder comfortabele draf om langere afstanden te overbruggen. Het ras stond bekend om zijn uithoudingsvermogen en goede gezondheid.
Paarden van het ras werden Hackneys genoemd. De term is afkomstig van het Franse woord haquenee, waarmee een kleiner dan gemiddeld paard werd aangeduid dat vooral door dames werd bereden.

In het begin van de achttiende eeuw is begonnen de paarden te kruisen met geïmporteerde Arabische volbloeds.

Omdat in de loop der tijd de wegen beter werden, werd de vraag naar koetspaarden groter. Omdat de Hackneys urenlang konden draven, was het ras in die tijd erg populair als aangespannen paard.
Toen de gegoede stand in de 18e eeuw waarde ging hechten aan een mooie koetspaarden, nam de vraag naar paarden met een krachtige draf toe.

Regionaal werden on dat verband eigen types koetspaarden gefokt, zoals de Norfolk Trotter, de Lincolnshire Trotter en de Yorkshire Roadster.

Tegen het einde van de 18e eeuw werd het aanhouden van een weelderige levensstijl in Engeland mode en was een goed showend koetspaard een statussymbool.

De fokkers van koetspaarden speelden daarop in en fokten paarden met meer knieactie dan in het verleden gebruikelijk was.

Door de jaren heen is de Hackney altijd een rol blijven spelen. Nadat in 1883 in Engeland het Hackney stamboek was opgezet, zijn de voorouders van de op dat moment in leven zijn de Hackneys op alphabetische volgorde ook in het stamboek opgenomen.
Vanaf het begin van de 20e eeuw zijn grote aantallen Hackneys geëxporteerd naar andere landen om daar te worden gebruikt in fokprogramma’s van andere rassen of typen. Ook zijn her en der buiten Engeland andere Hackneystamboeken opgezet. Het Nederlandse Hackney Stamboek is opgericht in februari 1946.
De moderne Hackney is een fijn gebouwd paard dat vrijwel uitsluitend gebruikt wordt voor het, al dan niet in wedstrijdverband, aangespannen rijden.




2.1.2. Old Shales HSB 699 (1755)

Old Shales (V. Blaze xx) is een in 1755 in Engeland geboren hengst. Hij heeft een dochter van de hengst Sampson xx (zie 2.1.1.) als moeder.

Old Shales en zijn moeder worden in diverse bronnen aangeduid als Hackneys. Zoals hiervoor is aangegeven is het Engelse Hackneystamboek pas meer dan honderd jaar na de geboorte van Old Shales opgericht, maar zijn alle bekende voorouders van in het Hachney stamboek geregistreerde paarden naderhand in het stamboek opgenomen.

Omdat de moeder van Old Shales een dochter is van de hengst Sampson xx en die van Blaze xx afstamt, is Old Shales ingeteeld op Blaze xx.

Voorts is bekend dat Old Shales een stempelhengst is geweest binnen de fokkerij van de Norfolk Trotter, een ras dat inmiddels is uitgestorven.
Old Shales geldt ook als de grondlegger van de Hackneyfokkerij. Via zijn zoon Driver HSB 177 (1765), kleinzoon Fireaway Jenkinsons HSB 201 (1780) en achterkleinzoon Fireaway Wests HSB 203 (1800) is hij een voorvader van de in 1815 geboren hengst Fireaway Burgess HSB 208.
Al deze hengsten hebben een moeder die een Engels volbloed als vader heeft en uit een verder onbekende (Hackney) moederlijn stammen.
Fireaway Burgess is in het begin van de 19e eeuw van groot belang geweest voor de Hackneyfokkerij.


2.1.2.1. Fireaway Burgess HSB 208 (1815)

Fireaway Burgess HSB (V. Fireaway Wests HSB) is een stekelharige vos Hackneyhengst met een stokmaat van 153 cm. Hij is in Engeland geboren en wordt ook wel Burgess Fireaway of Kirby’s Wildfire wordt genoemd.
Zijn moeder is een dochter van de hengst Skyscraper xx (1796, V. Hyflyer xx) en de tweede moeder is onbekend.
Fireaway Burgess heeft twee zonen gebracht die in meer of mindere mate invloed hebben gehad op de Hackney fokkerij.

Het gaat daarbij om Norfolk Cobb HSB (1819) en Wildfire (1827).


2.1.2.1.1. Norfolk Cobb HSB 475 (1819)

De bruine Hackney hengst Norfolk Cobb HSB (V. Fireaway Burgess HSB) is in 1819 in Engeland geboren. Hij staat ook bekend onder de naam Wright & Goolds Norfolk Cobb,

De moeder van Norfolk Cobb is een dochter van de Hackney hengst Marshland Shales (1802, V. Thistleton Shales HSB).
De verdere moederlijn van Norfolk Cobb is onbekend.

Uit de literatuur is bekend dat Norfolk Cobb 2 mijl (3218 meter) aflegde in 5 minuten en 4 seconden, hetgeen neerkomt op een snelheid van 38 km/uur.

Norfolk Cob staat aan de basis van een hengstenlijn die via Norfolk Phenomenon HSB (1824), Prickwillow Cobbins GB/HHS (1836), Fireaway Prickwillow GB/HHS (1848), Prickwillow Tices HSB (1858) uit komt bij Confidence HSB (1867).

2.1.2.1.1.1. Confidence HSB 158 (1867)


Confidence (V. Prickwillow Tices HSB) is een zwartbruine hengst, die ook wel wordt aangeduid als D’Oleys Confidence. Hij heeft een stokmaat van 157 cm.
Zijn moeder is een dochter van de Hackney hengst Hyflyer-Jacobs HSB (1857, V. Flying Buck HSB) en tweede moeder is een dochter van de hengst Grey Norfolk Hero HSB.

Confidence heeft in de jaren 1873 – 1890 veel goede paarden gebracht, die zowel in de fokkerij als in de showring jarenlang overheersend zijn geweest.

2.1.2.1.2. Wildfire HHS 864 (1827)

De bruine hengst Wildfire HHS (V. Fireaway-Burgess HSB) heeft een stokmaat van 160 cm. Om onderscheid te maken met zijn zoon Wildfire wordt de hengst ook wel Old Wildfire genoemd, of R. Ramsdale’s Wildfire, naar zijn fokker Robert Ramsdale uit Market Weighton in Yorkshire..
Zijn moeder is een dochter van de Hackney hengst Marshland Shales HSB (1802, V. Thistleton Shales) en de tweede moeder is een dochter van de Hackneyhengst Smugller.

Wildfire is de betovergrootvader in manlijke lijn van de stempelhengst Denmark 177 HSB (1862) en de betbetovergrootvader in manlijke lijn van de stempelhengst Lord Derby II 417 HSB (1871).


2.1.2.1.2.1. Denmark HSB 177 (1862)

Denmark HSB 177 is een vos hengst die via de hengsten Phenomenon HSB 573 (1835), Performer Taylors 550 HSB (1840) en Sir Charles HSB 768 (1843) afstamt van de hengst Wildfire HHS 864 (1827).

De genoemde Phenomenon is gefokt in Norfolk en is door Robert Ramsdale naar Yorkshire gehaald om de kwaliteit van de merriestapel in Yorkshire te verbeteren. Omdat de hengst goede nakomelingen voortbracht was hij populair bij de fokkers in Yorkshire, Cambridgeshire en Lincolnshire. Na de dood van Robert Ramsdale is Phenomenon in het bezit gekomen van zijn zoon Philip Ramsdale. Die had weinig interesse in de fokkerij en bracht Phenomenon naar Schotland om daar aan draverijen deel te nemen. Phenomenon is op een leeftijd van bijna dertig jaar in Edinburgh overleden.

Denmark heeft een stokmaat van 157 cm en wordt ook wel Bourdas Denmark genoemd. Hij is gefokt door William Rickell uit het graafschap Yorkshire.
De moeder van Denmark is een dochter van de Hackney hengst Merryman (1840, V. Merrylegs-Lunds. Met Denmark aan de voet won ze in 1862 in Great Yorkshire de eerste prijs bij de fokmerries.
Tweede moeder is een dochter van de hengst Fireaway-Burgess HSB (2.1.2.1).

In de periode 1865 – 1876 won Denmark twaalf eerste prijzen, waaronder de shows in Scarborough in 1865, 1867 en 1869 en de shows in Bridlington in 1866, 1869 en 1871.

Denmark behoort tot de zes hengsten die aan de basis hebben gestaan van de moderne Hackney fokkerij. Zijn invloed op de fokkerij was enorm en in het begin van de 20e eeuw was er nauwelijks een goede Hackney te vinden die vrij was van Denmark bloed.
Voor de Nederlandse fokkerij zijn de zonen Danegelt HSB (1879) en Connaught HSB (1884) van belang geweest.
Denmark is in 1888 overleden.


2.1.2.1.2.1.1. Danegelt HSB 174 (1879)

De vos hengst Danegelt HSB (V. Denmark HSB) heeft een stokmaat van 157 cm.
Hij wordt ook wel Danegelt-Bourdass genoemd.
Zijn moeder is de vos merrie Nelly HSB (1863, V. St. Giles HSB) en tweede moeder is een dochter van de hengst Napoleon HSB.
De hengst was eigendom van Sir Walter Gilbey, baronet van Elsenham Hall in Bishop’s Stortford in Essex. Gilbey was wijnimporteur en fokker. Ook was hij voorzitter van het Shire-stamboek en het Hackney stamboek.

Danegelt is één van de beste hengsten in de geschiedenis van de Hackneyfokkerij en was tot ver buiten het Verenigd Koninkrijk bekend.
Zijn meest succesvolle dochter is de vos Ophelia HSB (1884). Zij is de moeder van de zeer goede hengsten Polonius HSB (1892, V. Wreghitts Wildfire HSB) en Mathias HSB (1895, V. Grand Fashion HSB). Mathias wordt beschouwd als de meest invloedrijke hengst die de Hackneyfokkerij tot dusver heeft gekend.
Van zijn zonen hebben Ganymede HSB (1887) en Royal Danegelt HSB (1894) de meeste invloed op de fokkerij gehad.
Danegelt is in januari 1896 overleden.

2.1.2.1.2.1.1.1. Ganymede HSB 2076 (1887)

Ganymede HSB (V. Danegelt HSB) is een vos hengst die in 1887 is geboren.

Zijn moeder is de bruine merrie Patience HSB (1881, V. Cooks Phenomenon HSB) en tweede moeder is de bruine Polly Horsley HSB (1871, V. Triffits Fireaway HSB).

Ganymede was eigendom van John Wrexhitt en is twee keer kampioen van Engeland geworden.

Hij heeft van 1890 tot en met 1907 gedekt.

Voor de Nederlandse tuigpaardenfokkerij heeft Ganymede enige betekenis.
Via zijn zoon Stow Gabriel HSB (1893) en kleinzoon Wicham Fryer Tuck HSB (1898) komt hij voor in de pedigree van de stempelhengst Solitude HSB (1933, V. Buckley Courage HSB, zie M.1.6.2.). Ganymede’s zoon Revival HSB (1895) is de grootvader van de hengst Kentmere Searchlight HSB, die op zijn beurt de vader is van de hengst Walton Searchlight HSB (1950) en de grootvader van de in Nederland goedgekeurde hengst Marfleet Raffles HSB (1956).

Ook is hij de vader van de overgrootmoeder van de hengst Black Magic of Nork HSB (1939) en die is de vader van de in Nederland goedgekeurde Amarilla’s the Sorcerer NHS (1952) en de grootvader van Brook Acres Silversul NHS (1969).


2.1.2.1.2.1.1.2. Royal Danegelt HSB 5785 (1894)

Royal Danegelt HSB (V. Danegelt) is een vos hengst met een stokmaat van 157 cm.
De moeder van de hengst is de vos merrie Dorothy HSB (1884, V. Lord Derby II HSB) en tweede moeder is een dochter van de hengst Triffits Fireaway HSB.

Royal Danegelt is gefokt door H. Livesey en is vervolgens gekocht door Sir Walter Gilbey uit Bishop’s Stortfort, dat ten noorden van Londen in het graafschap Essex ligt.

Royal Danegelt is in 1898 en 1902 tijdens de jaarlijkse Hackney Show in de Agricultural Hall in Islington (Londen) uitgeroepen tot algemeen kampioen.

Hij is van 1897 tot en met 1916 actief geweest in de fokkerij.

Royal Danegelt heeft via zijn zoon Royal Succes HSB (1903) bijgedragen aan de afstamming van de Hackneyhengsten Walton Diplomat HSB (1947) en Walton Searchlight HSB (1950).

Walton Diplomat is onder andere de moedersvader van de hengst Cambridge Cole NHS (1971) en Walton Searchlight HSB is de vader van Cambridge Cole NHS.


2.1.2.1.2.1.2. Connaught HSB 1453 (1884)

De donkere vos Connaught HSB (V. Denmark HSB) is een Hackney hengst die in 1884 is geboren.
Zijn moeder is de bruine merrie Fanny HSB (1877, V. Triffits Fireaway HSB) en tweede moeder is de bruine Polly HSB (V. Bay Phenomenon HSB).

De hengst was eigendom van Richard Tennant en is van 1887 tot en met 1901 actief geweest in de fokkerij.

Zijn meest invloedrijke zoon is Garton Duke of Connaught HSB (1889). Hij is de betbetovergrootvader van de stempelhengst Nork Spotight HSB (1931), die o.a. de grootvader is van de in Nederland goedgekeurde hengst Amarilla’s the Sorcerer NHS (1952).
Via zijn zoon Hedon Grand Duke HSB (1904) is Garton Duke of Connaught de grootvader van Hedon Marquis HSB (1909), die is geëxporteerd naar Nederland.


2.1.2.1.2.1.2.1. Hedon Marquis HSB 11467/ 1 NHS/ 2 NSLxTg/ 122 GPSa / 118 NSTg (1908)

Hedon Marquis HSB (V. Hedon Grand Duke HSB) is een stekelharige vos hengst met een stokmaat van 166 cm. Hij is gefokt door J.W. Connell uit Sunk-Island, dat ten zuiden van Kingston-upon-Hull in het zuidoosten van het graafschap Yorkshire in Engeland ligt.
De moeder van de hengst is de vos merrie Old Hall Leila HSB (1900, V. Cornfactor HSB). Tweede moeder is de vos Samphire HSB (1894, V. Diviner HSB).

Hedon Marquis is omstreeks 1911 door W. Baron van Voorst tot Voorst uit Elden naar Nederland gehaald. De hengst is ingeschreven bij het GPSa, dat staat voor het Geldersch Paarden Stamboek dat tussen 1902 en 1915 actief was.
In 1919 is Hedon Marquis overgeschreven naar het NSLxTg-stamboek en later ook opgenomen in het NSTg. Het NSLxTg was het Nederlandsch Stamboek voor het Luxetuigpaard, dat feitelijk een apart register was van het Nederlandsch Stamboek voor het Landbouwtuigpaard (NSTg).
De hengst heeft tot en met 1923 ter dekking gestaan.

Van de hengst zijn de zonen Felsor NSLxTg (1918), Gay Boy NHS/NSLxTg/GPS (1919) en Klu-Kluk-Klan GPS (1923) geregistreerd. Van hen heeft alleen Gay Boy betekenis voor de Nederlandse fokkerij gehad.


2.1.2.1.2.1.2.1.1. Gay Boy 6 NHS / 19 NSLxTg / 7 GPS (1919)

De donkervos hengst Gay Boy GPS (V. Hedon Marquis NSTg) heeft een stokmaat van 157 cm. Hij is gefokt door W. Baron van Voorst tot Voorst uit Elden, dat bij Arnhem in de Over Betuwe ligt en tegenwoordig een wijk van Arnhem is.
De hengst is geboren op 9 juli 1919.

Zijn moeder is de vos merrie Gipsy Queen GPSa /hb NSTg (1911. V. Witcham Friar Tuck HSB). De verdere moederlijn is onbekend.

Gay Boy is als fokhengst actief geweest van 1922 tot en met 1934.
Van hem zijn vijf zonen goedgekeurd voor de fokkerij, te weten Achilles GPS (1926), Lord Soegay GPS (1926), Killa’s Boy GPS (1927), Victor GPS (1927) en Hedon Boy NHS (1930). Van hen is alleen Killa’s Boy van belang geweest voor de fokkerij.


2.1.2.1.2.1.2.1.1.1. Killa’s Boy 27 GPS (1927)

Killa’s Boy GPS (V. Gay Boy GPS) is een vosschimmel hengst met een stokmaat van 159 cm. Hij is geboren op 5 mei 1927 en is gefokt door Gebr. Hol uit Echteld, dat bij Tiel in de Neder Betuwe ligt.
De moeder van de hengst is de slechts 155 cm grote schimmel merrie Killa GPS (1925, V. Hockwold Cadet GPS). Tweede moeder is schimmel Cirma I hb GPS (1915, V. Emigrant GPSa).

Killa’s Boy is van 1930 – 1941 als hengst actief geweest in de fokkerij. Zijn zoon Buziau (1931) is goedgekeurd voor de fokkerij, maar heeft daarin geen grote rol gespeeld.

Drie dochters van Killa’s Boy hebben wel enige invloed gehad:

  1. Tilly GPS, 1933, vos, is de moeder van de kroon merrie Ilmara Sgldt (1944, V. Rigismund NSTg) en die is de moeder van de hengst Novum Sgldt (1949, V. Hertog van Gelre Sgldt);

  2. Willy GPS, 1933, bruin, is via de merrie Bififi Sgldt (1937, V. Trior NSTg) de grootmoeder van de bruine kernmerrie Olvia Sgldt (1950, V. Floris Sgrt) en die is de moeder van de hengsten Uron Sgldt (1955, V. Nelson Sgldt) en Clovis Sgldt (1961, V. Willem Sgldt) en

  3. Cubaantje Sgldt, 1938, schimmel, is de moeder van de bruine kroon preferente merrie Ibertine Sgldt (1944) en die is de moeder van de hengst Siegfried Sgldt (1953, V. L’Invasion Sgldt).

2.1.2.1.2.2. Lord Derby II 417 HSB (1871)

De bruine Hackney hengst Lord Derby II HSB heeft een stokmaat van 158 cm. Zijn vader is Lord Derby HSB (1865) en verder stamt hij via de hengsten Performer -Scotts HSB (1861), Atlas - P. Ramsdales HSB (1856) en Bay Phenomenon HSB (1848) af van Wildfire HHS (1827, zie 2.1.2.1.2.).
De moeder van Lord Derby II is de bruine merrie Nancy HSB (1860, V. Hairsines Achilles HSB) en tweede moeder is een dochter van Ramsdales Phenomenon HSB.

Lord Derby II is van 1876 – 1989 als hengst actief geweest in de fokkerij.
Hij is via zijn zoon Grand Fashion II HSB (1889) de grootvader van de stempelhengst Mathias HSB (1895).
Voorts komt Lord Derby II twee keer voor in de stamboom van de stempelhengst Mercey Searchlight HSB (1923) en één keer in de stamboom van de hengst Nork Spotlight HSB (1931).




M.1. Mathias 6473 HSB (1895)

Voor een beschrijving van de hengst Mathias en zijn nafok wordt verwezen naar het bestand Mathias HSB

2.2. Snip xx


De bruine hengst Snip xx (V. Flying Childers xx) is geboren in 1736 en is gefokt door William Cavendish, de derde hertog van Devonshire (1729 – 1755) in Engeland.
De Cavendish familie is sinds de 16e eeuw één van de rijkste en meest invloedrijke aristocratische families van Engeland.

De hertog was een naaste medewerker van de Engelse koning George II, die van 1727 – 1760 koning van Engeland was,z en werkte als privé-secretaris van de koning, als hofmaarschalk en als vertegenwoordiger (Lord-lieutenant) van de Engelse koning in het koninkrijk Ierland.
De hertog woonde op Chatsworth House, dat ten westen van Chesterfield in Derbyshire ligt.

De moeder van Snip xx is een bruine dochter (1711) van de hengst Basto xx (1703, V. Byerley Turk xx) en de tweede moeder (1705) heeft een Arabisch volbloed als vader.
Hij heeft aan verschillende wedstrijden deelgenomen maar niet veel succes geboekt. Daarna is hij ter dekking gesteld door William Parker in Newcastle. Later is hij naar Kenton, dat bij Newcastle in Northumberland ligt, gegaan

Snip xx heeft ruim 30 nakomelingen, waarvan voor de hedendaagse fokkerij zijn zoon Snap xx het belangrijkste is.

Snip xx is in mei 1757 in Kenton overleden.

2.2.1. Snap xx

Snap xx (V. Snip xx) is een zwarte hengst die is geboren in 1750. Hij is gefokt door de partners Cuthbert Routh en Lord Portmore, waarvan laatstgenoemde een aandeel van 50% in de moeder van Snap xx aan Cuthbert Routh had gegeven. Na de dood van Routh is de hengst in 1752 bij de boedelverkoop gekocht door Jenison Shafto uit West Wratting, dat circa 15 km ten westen van Cambridge ligt,

De moeder van Snap xx is een bruine merrie (1738) van de hengst Fox xx (1714, V. Clumsey xx). Tweede moeder is de zwarte Gipsey xx (1725, V. Bay Bolton xx).

Snap xx heeft aan vier wedstrijden deelgenomen en heeft ze alle vier gewonnen. In matches versloeg hij Marske xx (1750, V. Squirt xx) twee keer en won hij de Free Plate in York.

Snap xx was bij de fokkers een zeer populaire hengst omdat hij bekend stond als een hengst die snelheid doorgaf aan zijn nakomelingen. Snap xx was leidend vaderpaard in de jaren 1767, 1768, 1769 en 1771. Hij was 21 jaar actief in de fokkerij en bracht 261 winnaars. Zijn zonen Lathams Snap xx (1759), Goldfinder xx (1764) en de naar de Verenigde Staten verkochte Mexican xx (1775) waren tegen het einde van de 18e eeuw belangrijke hengsten.

Snap xx is echter vooral bekend als leverancier van uitstekende merries.

Hij bracht vier dochters die een belangrijke plek in de fokkerijgeschiedenis hebben verworven. Opvallend is dat drie van de vier dochters de hengst Regulus xx (1739, V. Godolphin Arabian ox) als moedersvader hebben. De vier dochters zijn:

  1. Curiosity xx, 1760, bruin, M. een bruine merrie (1749) van de hengst Regulus xx (1739, V. Godolphin Arabian ox). Tweede moeder is een dochter (1735) van de hengst Bartlets Childers xx.
    Curiosity xx is de moeder van de merrie Miss Fortune xx (1775, V. Dux xx) en dat is de moeder van de stempelhengst Buzzard xx (1787, V. Woodpecker xx).
    Buzzard xx komt voor in de pedigrees van belangrijke verervers als Defence xx (1824), Orlando xx (1841) (twee keer), Stockwell xx (1849), King Tom xx (1851), Beadsman xx (1855), Toxophilite xx (1855), Dollar xx (1860), Hermit xx (1864), Mortemer xx (1865), Speculum xx (1865), Galopin xx (1872), Chamant xx (1874), Bend Or xx (177), Le Sancy xx (1884) (twee keer), Ayrshire xx (1885), Hirtenknabe Trak (1887), Isinglass xx (1890), Commando xx (1998), Beumont xx (1925), Tourbillon xx (1928) en Teleferique xx (1934);

  2. Virago xx, 1764, schimmel, M. een schimmel merrie (1760) van de hengst Regulus xx (1739, V. Godolphin Arabian ox). Tweede moeder is een schimmel dochter (1750) van de hengst Crab xx (1722, V. Alcock’s Arabian ox).
    Virago xx heeft uit een paring met de hengst Prophet xx in 1777 een merrie gebracht die de moeder is van de vos merrie Arethusa xx (1792, V. Dungannon xx). Arethusa xx is de moeder van de stempelhengst Walton xx (1799, V. Sir Peter Teazle xx), die voor komt in de afstamming van Sweetmeat xx (1842), Jason Meckl (1857), Thunderbolt xx (1867), Mortemer xx (1865), Normann Old (1868), Hampten xx (1872), Ksar xx (1918 en Ferro xx (1923);

  3. Promise xx, 1768, bruin, M. Julia xx (1854, V. Blank xx) is de moeder van de bruine merrie Prunella xx (1788, V. Highflyer xx). Prunella xx is de moeder van de Derby winnaar Waxy Pope xx (1806, V. Waxy xx) en de Oaks winnaar Penelope xx (1798, V. Trumpator xx). Penelope xx is ook de moeder van de hengst Whalebone xx (1807, V. Waxy xx).
    Whalebone xx was de kampioen hengst in 1826 en 1827 en is een voorouder van de stempelhengsten Defence xx (1824), Sir Hercules xx (1826), Touchstone xx (1831), Jason Hann (1857), Musket xx (1867), Hirtenknabe Trak (1887), Sainfoin xx (1887), Ruthard Old (1890), Tempelhüter Trak (1906), Roland Old/GrPS (1910), Black Toney xx (1911), Dampfroβ Trak (1916), Abglanz Trak (1943), Bold Ruler xx (1954) en Marco Polo NWP (1962).

  4. Papillon xx, 1769, bruin, M. Miss Cleveland xx (1758, V. Regulus xx) is de moeder van de hengst Sir Peter Teazle xx (1794, V. Highflyer xx).
    Sir Peter Teazle xx leefde van 1784 tot 1811 en was tien jaar de leidende fokhengst in de Engels volbloedfokkerij. Hij is gefokt door de twaalfde hertog van Derby en had de ongeslagen Highflyer xx als vader. Sir Peter Teazle xx won de Derby Stakes (Eng), de Prince of Wales`s Plate, de Jockey Club Stakes, de Claret Stakes en de Grosvenor Stakes.
    Na zijn rencarrière is hij een succesvolle fokhengst geworden. Hij heeft bijgedragen aan de bloedvoering van de stempelhengsten Walton xx (1799), Sir Hercules xx (1826), Orlando xx (1841), Voltigeur xx (1847), Toxophilite xx (1855)(twee keer), Buccaneer xx (1857), Hermit xx (1864), Optimus Trak (1880), St. Simon xx (1881), Kendal xx (1883), Hirtenknabe Trak (1887), Orme xx (1889), Bay Ronald xx (1893), Rabelais xx (1900), Verwood xx (1910), Fling Hann (1911), Ksar xx (1918), Lorbeer Holst(1919), Ararad Trak (1921), Prince Rose xx ( 1928), Famulus Trak (1938). Lateran Trak (1943) en de Hackneyhengst Hurstwood Consul (1951).

Snap xx is in juli 1777 in West Wratting overleden.

3. Bartlet’s Childers xx


De bruine hengst Bartlet’s Childers xx (1716, V. Darling Arabian ox) is gefokt door colonel Leonard Childers van Cantley Hall in Old Cantley bij Doncaster in South Yorkshire.

De moeder van de hengst is de bruine Arabische merrie Betty Leedes ox (1704, V. Old Careless ox) en tweede moeder is Cream Cheeks ox (1700, V. Leeds Arabian ox). De moeder is ingeteeld op de Arabische hengst Spanker ox.
Bartlet’s Childers xx was een volle broer van de in wedstrijden ongeslagen Flying Childers xx (zie 2.).

Bij de geboorte is de hengst Young Childers xx genoemd en daarna Bleeding Childers xx omdat hij veel last had van neusbloedingen. Hij is gekocht door de heer Bartlet uit Nuttle Court, dat ongeveer 15 km ten noorden van Ripon in North Yorkshire ligt, en vanaf dat moment is de hengst Bartlet’s Childers xx genoemd.

Bartlet’s Childers xx is nooit in wedstrijden uitgekomen, maar was wel een succesvolle fokhengst en liet daarmee zien dat paarden die zelf nooit aan wedstrijden hebbben deelgenomen, succesvolle renpaarden kunnen voortbrengen. Hij was in 1742 leidend vaderpaard.

Van zijn zonen is Squirt xx voor de moderne paardenfokkerij de belangrijkste en verschillende van de dochters van Bartlet’s Childers xx staan aan de basis van een merrielijn in de fokkerij van Engels volbloeds.

In het Engelse General Stud Book is vastgelegd dat Bartlet’s Childers xx zo veel goede paarden heeft gebracht dat hij terecht wordt beschouwd als een eerste klas vererver.





3.1. Squirt xx


Squirt xx (V. Bartlet’s Childers xx) is een vos hengst die in 1932 is geboren. Zijn moeder is een schimmelmerrie van de hengst Snake xx. Tweede moeder is Grey Wilkes xx (V. Hautboy xx).

De hengst is gefokt door William Metcalf, die een stoeterij had bij Beverley in East Riding Yorkshire.
Squirt xx is gekocht door Charles Colyear, de 2e graaf van Portmore (1700 – 1785). Colyear was een van oorsprong Schotse edelman die in 1732 bij het overlijden van zijn vader graaf werd. In de Engelse adelijke kringen was Colyear befaamd vanwege zijn prachtige kleding en luxe equipages.

Squirt xx won in oktober 1737 200 guineas door in Newmarket in een wedstrijd over 4 mijl (6500 meter) Lord Lonsdale’s Sultan te verslaan en in april 1739 versloeg hij Poker van de hertog van Bridgewater in een wedstrijd om 200 guineas. Later won hij in 1740 nog vier rennen tegen één, twee of drie andere volbloeds.
Squirt xx is één keer verslagen. Dat gebeurde in 1738 in een ren om 300 guineas in Newmarket, toen Lath xx (V. Godolphin Arabian ox) sneller was.

Daarna is de hengst verkocht aan sir Harry Harpur, die de hengst ter dekking stelde op zijn stoeterij in Calke, dat ten zuiden van Derby in het graafschap Derbyshire ligt. Door hoefbevangenheid raakte Squirt na verloop van tijd zo kreupel dat Harper hem wilde doden, maar op verzoek van zijn paardenverzorger deed hij dat niet. Squirt xx bracht daarna nog diverse goede renpaarden en de voor de fokkerij belangrijke hengst Marske xx (1750).

3.1.1. Marske xx


De bruine hengst Marske xx (1750, V. Squirt xx) is gefokt door John Hutton. De moeder van Marske xx is een bruine merrie die de Ruby merrie (1740, V. Hutton’s Blackleggs xx) werd genoemd. Tweede moeder is een dochter van de hengst Bay Bolton xx.
De hengst is genoemd naar zijn geboorteplaats Marske, dat dicht bij Richmond in het het graafschap North Yorkshire ligt.
Als veulen is hij geruild tegen een Arabisch paard en kwam daardoor in het bezit van Z.K.H. Prins William, hertog van Cumberland (1721 – 1765). Prins William was een zoon van koning George II van Groot-Brittannië en was generaal in het Britse leger.

Als renpaard heeft Marske xx geen bijzondere prestaties geleverd.

In de fokkerij heeft Marske xx eerst als privé hengst van Prins William op zijn stoeterij Cranbourne Lodge in Windsor Park gestaan. Na de dood van Prins William in 1765 is de hengst tijdens een boedelveiling voor weinig geld verkocht aan een boer uit Dorset, in het zuidwesten van Engeland, die hem in 1766 voor een halve guinea per dekking beschikbaar stelde.
Daarna heeft de heer Wildman de hengst voor 20 guineas gekocht en hem in 1767 en 1768 in Bisterne bij Bournemouth aan de fokkers aangeboden. In 1770 stond Marske xx op een dekstation bij Leatherhead ten zuiden van Londen. Daar steeg zijn dekgeld tot 20 guineas.

Nadat zijn zoon Eclipse xx (1764) zijn geweldige klasse had getoond werd Marske xx erg populair. Hij werd voor 1000 guineas gekocht door de graaf van Abingdon en voor een dekgeld van 100 guineas ter dekking gesteld op de stoeterij van de graaf in Rycroft bij Oxford.

Marske xx bracht naast Eclipse xx diverse andere uitstekende renpaarden, zoals Pretender xx (1771), Young Marske xx (1771) en Shark xx (1771).
Hij was kampioen vaderpaard in 1775 en 1776.

Marske xx is in 1779 overleden op de stoeterij in Rycroft.

3.1.1.1. Eclipse xx

Eclipse xx (V. Marske xx) is een vos hengst die in 1764 is geboren, Hij is gefokt door Z.K.H. Prins William, hertog van Cumberland, op zijn stoeterij Cranbourne Lodge in Windsor Park, dat tussen Windsor en Ascot ten westen van Londen ligt. Prins William was de derde zoon van George II, koning van Groot Brittannië en Ierland en keurvorst van Hannover.

Anne Peters schreef voor Thoroughbred Heritage een portret van Eclipse xx. Aan dat portret is het onderstaande deels ontleend.

Eclipse xx is geboren tijdens de grote zonsverduistering in 1764. Marske xx, de vader van Eclipse, stond ook op Cranbourne Lodge. Toen Prins William in 1765 stierf, is het paardenbestand van de prins geveild. Het enter Eclipse is voor 75 guineas gekocht door de schapenhandelaar William Wildman uit Smithfield, dat bij Carlisle in het noorden van Engeland ligt. Een ander paard van Prins William, dat in dezelfde veiling in andere handen kwam was de toen zeven jaar oude hengst King Herod xx, die bekend is geworden als Herod xx en die, samen met Eclipse xx en Matchem xx, als een stamvader van de moderne paardenfokkerij wordt beschouwd.

Tijdens de opfokfase van Eclipse xx is enkele keren overwogen om hem vanwege zijn temperament te castreren, maar een zware training bleek goed uit te werken.

Eclipse xx was een lichte vos met een smalle bles die tot tussen de neusgaten liep en rechtsachter had hij een half witbeen. Hij had een stokmaat van 163 cm, maar op zijn kruis was hij enkele centimeters groter. Eclipse was een groot, gezond en snel paard, maar is nooit geroemd om zijn exterieur en soms werd gewezen op zijn grote, lelijke hoofd. Hij stond wel bekend om zijn moeilijke temperament.

Eclipse xx is pas in rennen uitgebracht toen hij vijf jaar oud was. Zijn eerste officiële rfen liep hij op 3 mei 1769, toen hij een schaal ter waarde van 50 pond won in een race in Epsom met twee heats over vier mijl (circa 6500 meter) en daarbij in de tweede heat alle andere deelnemende paarden distancieerde. Na afloop van de race heeft de bookmaker Dennis O’Kelly zich tegen een prijs van 650 guineas voor 50% ingekocht bij Eclipse xx.

De rest van het jaar bleef Eclipse xx ongeslagen. Eind mei won hij een ren met twee heats van twee mijl in Ascot en een Kings Plate voor een ren over vier mijl in Winchester. Vervolgens won hij een andere ren in Winchester en een ren in Salisbury. Beide rennen waren een “walk over” omdat er geen tegenstanders bereid waren het tegen Eclipse xx op te nemen. Daarna volgden nog rennen in Salisbury, Canterbury, Lewes en Lichfield. Aan het einde van 1769 had hij aan negen rennen deelgenomen en ze allemaal gewonnen.

In april 1770 betaalde O’Kelly 1100 guineas aan Wildman, waarmee hij volledig eigenaar van Eclipse xx werd. Ook in 1770 bleef Eclipse xx ongeslagen. Hij won in Newmarket een ren tegen Bucephalos over de bekende Beacon Course, en won rennen in Newmarket, Guildford, Nottingham, York, Lincoln. In meerdere rennen had Eclipse xx geen tegenstanders omdat geen enkele eigenaar bereid was een paard tegen Eclipse xx te laten rennen. In totaal won Eclipse xx in 1770 18 rennen. Omdat overduidelijk was dat Eclipse xx veel beter was dan elke andere in training zijnde volbloed, werd hij het grootste renpaard sinds Flying Childers xx genoemd.

Eclipse xx is vanaf 1771 als hengst tegen een dekgeld van 50 guineas op de Clay Hill stoeterij van O’Kelly bij Epsom beschikbaar gesteld voor de fokkerij. In 1788 is hij overgebracht naar de Cannons stoeterij in Edgeware, dat tegenwoordig onderdeel is van Groot-Londen.

Op 26 februari 1789 is Eclipse xx op een leeftijd van 24 jaar aan koliek overleden. Zijn skelet is thans tentoongesteld in het Jockey Club museum in Newmarket.

Eclipse xx is één van de belangrijkste vaderpaarden van zijn tijd geworden, hoewel Herod xx (1758, V. Tartar xx) en diens zoon Highflyer xx (1774) lange tijd hoger stonden aangeschreven.
Eclipse xx is de vader geworden van 344 winnende renpaarden, waaronder de Derby winnaars Young Eclipse xx (Derby 1781), Saltram xx (Derby 1783) en Serjeant xx (Derby 1784).
Andere bekende nakomelingen zijn Pot-8-os xx (1773), King Fergus xx (1775), Mercury xx (1778), Joe Andrews xx (1778), Dungannon xx (1780), Alexander xx (1782), Don Quichote xx (1784) en Pegasus xx (1784).

De vaderlijnen die gevormd zijn door Pot-8-os xx en King Fergus xx zijn nog steeds van belang voor de fokkerij.
Stempelhengsten uit de 20e eeuw die uit deze vaderlijnen voort komen zijn onder andere: Alderman I Hann (1909), Elegant Holst (1913), Teddy xx (1913), Dampfroβ Trak (1916), Blandford xx (1919), Detektiv Hann (1922), Ferro xx (1923), Heintze Holst (1925), Cottage Son xx (1944), Der Löwe xx (1944), L’Invasion SF (1944), Gotthard Hann (1948), Oregon Sgldt (1950), Ibrahim SF (1952), Abgar xx (1958), Amor Holst (1959), Grande Hann (1958), Ladykiller xx (1961), Marco Polo Trak (1962), Lucky Boy xx (1966), Cor de la Bryère SF (1968) en Nimmerdor KWPN (1972).

Van de dochters van Eclipse xx heeft Annette xx in 1987 de Oaks gewonnden. De Oaks is een ren voor driejarige merries over 2423 meter, die jaarlijks verreden wordt in Epsom.
Diverse andere dochters zijn, vooral in combinatie met Herod xx of Highflyer xx, goede fokmerries gebleken.

3.1.1.1.1. Pot-8-Os xx

Pot-8-Os xx (V. Eclipse xx) is een vos hengst die in 1773 is geboren. Hij komt uit het tweede dekseizoen van zijn vader en behoort daardoor tot de oudere zonen van Eclipse xx. De hengst is gefokt door de Willoughby Bertie, de 4e Graaf van Abington. Waarschijnlijk is Pot-8-Os xx geboren in de stallen van het huis Wytham, dat net ten noorden van Oxford door de graaf was gebouwd om als familiezetel te fungeren, nadat de familie generaties lang in Rycote bij Thame, ten oosten van Oxford had gewoond. De graaf was naast een radicaal politicus ook een geschoolde fluitist en componist en een enthousiaste amateur-jockey. In 1799 is hij in armoede gestorven.

De moeder van Pot-8-Os xx is de vos merrie Sportmistress xx (1765, V. Sportsman xx), die via haar vader afstamt van Godolphin Arabian ox, terwijl haar moeder is ingeteeld op de hengst Crab (1722, V. Alcock’s Arabian ox).

Over de vreemde naam van Pot-8-Os xx gaan diverse verhalen, maar het meest waarschijnlijk is dat de Graaf van Abington aan een stalknecht de opdracht gaf om de naam Potatoes op de stal van het veulen aan te brengen en die stalknecht begreep dat de naam van het veulen Pot + eight O’s was en daarom de naam Potoooooooo op de stal aanbracht. De graaf vond dat vermakelijk en besloot die naam te handhaven. Door het General Studbook is de naam omgezet in Pot-8-Os.

Sommige kenners van de rensportgeschiedenis beschouwen Pot-8-Os xx als het beste paard in de 18e eeuw, maar of dat waar was valt te betwijfelen. Zeker is dat Pot-8-Os xx een buitengewoon succesvol renpaard was en later in de fokkerij veel invloed heeft gehad op de volbloedfokkerij.

Pot-8-Os xx is in de jaren 1777 – 1783 actief geweest in de rensport waarbij hij meestal startte in wedstrijden over vier mijlen (circa 6500 meter).

In 1777 behaalde hij twee tweede, een derde en een vijfde plaats.
In 1778 won hij de 1200 guineas sweepstakes tijdens de eerste rendag op Newmarket, waarbij hij een paard van Richard Graaf Grosvenor versloeg. De graaf van Abington, die mede door zijn activiteiten in de rensport in financiële problemen was geraakt, verkocht tijdens die ren Pot-8-Os xx voor 1500 guineas en een aandeel in het gewonnen prijzengeld aan Graaf Grosvenor.
In 1779 won de hengst een aantal rennen in Newmarket, waaronder in walk overs zowel de Clermont Cup als de Gold Cup. In 1780 versloeg hij King Fergus xx (1775, V. Eclipse xx) in een 140 guineas ren tijdens de tweede lente rendag op Newmarket. Ook won hij dat jaar verschillende andere rennen in Newmarket, waaronder voor de tweede keer in een walk over de Clermont Cup. In een ren die werd gewonnen door Woodpecker xx (1773, V. Herod xx) werd hij derde.
In 1781 won hij een ren van Woodpecker xx, maar verloor er ook één. Ook won hij enkele rennen zonder dat hij enige tegenstander had. In oktober was voor een ren 140 guineas ingelegd en daarvan kreeg Graaf Grosvenor er 85 door Pot-8-Os xx niet aan de wedstrijd te laten deelnemen.
In 1782 won Pot-8-Os xx voor de derde keer de Clermont Cup en opnieuw zonder dat hij een tegenstander had, Hij won ook de Jockey Club schaal en vier andere rennen.
In 1783 won hij nog een ren in Newmarket maar verloor ook twee rennen tegen aanzienlijk jongere tegenstanders.
In totaal won Pot-8-Os xx 34 rennen.

Vanaf 1783 is Pot-8-Os xx als fokhengst beschikbaar gesteld op Grovenor’s Oxcroft stoeterij in Balsham, dat bij Cambridge ligt. In het begin bedroeg zijn dekgeld vijf guineas, maar toen bleek dat zijn nakomelingen goed presteerden is dat verhoogd naar 21 guineas.
In 1797 is de hengst verhuisd naar de Golding’s Upper Hare Park stoeterij in Newmarket en daar is hij in november 1800, op een leeftijd van 27 jaar, overleden.

Van de nakomelingen van Pot-8-Os xx hebben er 172 een ren gewonnen. Met Waxy xx (1790) en Champion xx (1797) bracht Pot-8-Os xx twee uitstekende renpaarden. Voor Waxy xx wordt verwezen naar 3.1.1.1.1.1..

Champion xx won in 1800 als eerste paard in de geschiedenis zowel de Derby als de St. Leger. Daarnaast won zijn zoon Tyrant xx (1799) eveneens de Derby.

3.1.1.1.1.1. Waxy xx

De bruine hengst Waxy xx (V. Pot-8-Os xx) is in 1790 geboren. Hij is gefokt door Sir Ferdinand Poole.
De moeder van Waxy xx is de bruine merrie Maria xx (1777, V. Herod xx), die ook de moeder is van Worthy xx (1795, V. Pot-8-Os xx), die een broer is van Waxy xx.
Tweede moeder is de bruine Lisette xx (1777, V. Snap xx, zie 2.2.1.)

Waxy xx staat bekend als een erg mooi paard met een mooie kleur, bewonderings-waardige bewegingen en een goed temperament.
Hij won in 1793 de Epsom Derby, in 1794 de Jockey Club Plate in Newmarket en in 1796 de King’s Plate in Salisbury.

Na zijn renactiviteiten is de hengst gekocht door Richard Graaf Grosvenor, die ook eigenaar was van Waxy’s vader, om ingezet te worden in de fokkerij.
In 1808 is Waxy xx verkocht aan Augustus Fitzroy, de 3e Hertog van Grafton en daarna is Waxy xx een belangrijke hengst geworden in de verdere uitbouw van de hengstenlijn die door Darley Arabian xx is gesticht.

Vooral in combinatie met de merries Prunella xx (1788, V. Highflyer xx) en Penelope xx (1798, V. Trumpator xx) bracht Waxy xx belangrijke hengsten als Waxy Pope xx (1806), Whalebone xx (1807), Woful xx (1809) en Whisker xx (1812). Van hen wonnen Waxy Pope xx, Whalebone xx en Whisker xx de Epsom Derby.

Whalebone xx heeft in de fokkerij verschillende belangrijke stempelhengsten gebracht en ook de rol van Whisker xx in de fokkerij is van belang geweest voor de moderne paardenfokkerij.
Van de dochters van Waxy xx hebben Music xx (1810), Minuet (1812) en Corinne xx (1815) de Oaks gewonnen.

3.1.1.1.1.1.1. Whalebone xx

Voor een beschrijving van Whalebone xx en zijn nafok wordt verwezen naar het bestand Whalebone xx.

Dit bestand zal t.z.t. verder worden uitgebreid met de verdere nafok van Darley Arabian xx