Whalebone xx

Whalebone xx (1807) is een bruine hengst die is gefokt door de Euston stoeterij.
De vader van Whalebone xx is de hengst Waxy xx (1790) en Waxy xx is via zijn vader Pot-8-Os xx (1773) een kleinzoon van de stamvader Eclipse xx (1764).
De moeder van Whalebone xx is de bruine merrie Penelope xx (1798, V. Trumpator xx). Zij is ook de moeder van Whalebone’s broers Woful xx (1809, V. Waxy xx) en Whisker xx (1812, V. Waxy xx) en van verschillende goede fokmerries.
Rechtstreekse nakomelingen in mannelijke lijn van Whisker xx zijn o.a. de hengsten King Hann (1890), Altan Trak (1943), Lateran Trak (1943), Cyklon Hann (1943), Carajan Trak (1956) en Biotop Trak (1985).

Tweede moeder van Whalebone xx is de bruine Prunella xx (1788, V. Highflyer xx). Zij is ook de moeder van de hengst Waxy Pope xx (1806, V. Waxy xx), die de Epsom Derby 1809 won en negen keer leidend vaderpaard in Ierland is geweest.

Patricia Erigero schreef voor haar website Thoroughbred Heritage een uitgebreid portret van Whalebone xx. Onderstaande gegevens zijn voor een deel ontleend aan dat artikel.

Whalebone xx komt voort uit een zeer succesvol fokprogramma van de Euston stoeterij in Euston, dat ten noorden van Bury Saint Edmunds in het graafschap Suffolk ligt. De stoeterij is opgezet door Augustus Henry FitzRoy, de 3e Hertog van Grafton. De hertog heeft voor zijn fokkerij veel gebruik gemaakt van de hengst Pot-8-Os xx (1773, V. Eclipse xx) en die gepaard met dochters van de hengst Herod xx (1758, V. Tartar xx). De hengst Waxy xx kwam uit een dergelijke kruising voort en vervolgens heeft Grafton Waxy gepaard met dochters de merries Prunella xx (1788, V. Highflyer xx) en Penelope xx (1798, V. Trumpator xx).

Het fokprogramma van de hertog heeft in de periode 1802 – 1831 26 winnaars van klassieke rennen opgeleverd.

Whalebone xx was de kleinste van alle zonen van Waxy xx en had een stokmaat van slechts 153 cm. Zijn verzorger noemde hem de kleinste en de langste hengst met de beste benen en de slechtste voeten die hij ooit had gezien. Hij vond hem er uitzien als een Turkse pony die breed en sterk was en een erg korte nek had.

Whalebone xx is vier jaar lang uitgebracht in de rensport; meestal in rennen over vier mijl (6425 meter) en daarbij was hij meestal succesvol. De hengst werd algemeen beschouwd als een eerlijk en dapper paard.

In 1810 won hij de twee eerste rennen waaraan hij deelnam. Dat waren de Newmarket Stakes voor hengsten en de Epsom Derby, waar hij negen tegenstanders versloeg. Verder won hij in 1810 in Newmarket nog drie rennen, waaronder een walk-over in een 375 guineas wedstrijd.
In 1811 en 1812 won Whalebone xx de Kings Plate in Newmarket.

In juli 1812 is Whalebone xx gekocht door Robert Ladbroke, een rijke bankier uit de kringen rondom de Prince of Wales, waartoe ook de 4e Hertog van Grafton behoorde.

Daarna won Whalebone xx in 1812 nog de Gold Cup in Northampton, een 200 guineas match in Newmarket en een 200 guineas match tegen Pan xx, die in 1808 de Epsom Derby had gewonnen.
In 1813 is Whalebone xx niet meer gestart in Newmarket, maar alleen nog in een paar rennen op het platteland in Guildford en Lewes, die hij beide won.

De paarden van Ladbroke zijn in 1814 in een veiling, georganiseerd door Tattersall’s, verkocht.

Vanwege zijn exterieur en geringe stokmaat was Whalebone xx niet bepaald een schoonheid en is hij in de veiling voor 510 guineas gekocht door George O’Brien Wyndham, de 3e Graaf van Egremont. Op dezelfde veiling kocht hij voor 630 guineas ook de hengst Octavius xx (1809, V. Orville xx), die evenals Whalebone xx de Derby had gewonnen.

De 3e Graaf van Egremont was een vooraanstaande landeigenaar, die naast zijn landgoed Petworth House in Petworth in West Sussex ook in Somerset bezittingen had. Hij was geïnteresseerd in landbouw, wetenschap en kunst en investeerde veel om zijn landerijen te verbeteren. Daarnaast ondersteunde hij diverse schilders en verzamelde hun werk in Petworth House, dat nu eigendom is van de National Trust. Een andere liefhebberij van de graaf resulteerde in meer dan 40 kinderen, waarvan hij er slechts één erkende en die overleed op jonge leeftijd. Toen de graaf op 11 november 1837 op 85-jarige leeftijd stierf heeft een neef van hem de titel Graaf van Egremont geërfd.

De Graaf van Egremont was eerst van plan Whalebone xx in training te houden, maar zag daar later toch van af en stelde hem op zijn stoeterij in Petworth beschikbaar voor de fokkerij.
Daar heeft Whalebone xx een imposante fokkerijcarrière opgebouwd. Hij was in Engeland leidend vaderpaard in de jaren 1826 en 1827 en zijn nakomelingen hebben een grote invloed gehad op de paardenfokkerij.

Whalebone xx is op 6 februari 1831 overleden aan een aderlijke bloeding die is ontstaan tijdens het dekken van een merrie.

Whalebone xx werd in de fokkerij beschouwd als een hengst die het uithoudings-vermogen over meerdere generaties verbetert, maar lang niet alle fokkers waren enthousiast over hem gezien zijn geringe stokmaat, stevige bouw, lange rug en korte benen.

De zonen van Whalebone xx die een klassieke ren hebben gewonnen zijn Lap Dog xx (1823) en zijn volle broer Spaniel xx (1928). Hun moeder was een dochter van de hengst Canopus xx (1803).
Van de dochters van Whalebone xx heeft Caroline xx (1817, MV. Mufti xx) de Oaks gewonnen.

De Oaks is een ren over 2423 meter die open staat voor driejarige volbloedmerries. terwijl de Derby over dezelfde afstand gaat maar is opengesteld voor zowel hengsten als merries. Beide wedstrijden worden in Epsom gehouden.
Overigens is vastgesteld dat de dochters van Whalebone xx al op hele jonge leeftijd hun snelheid verloren en, op een paar uitzonderingen na, op de renbaan niet goed presteerden.

In de fokkerij hebben Lap Dog xx en Spaniel xx nauwelijks een rol gespeeld. Dat hebben wel enkele andere zonen van Whalebone xx gedaan, zoals Waverley xx (1817), Camel xx (1822), Flexible (1822), Defence xx (1824), Sir Hercules xx (1826) en Cetus xx (1827). Camel xx, Defence xx en Sir Hercules xx hebben daarbij de meeste invloed gehad op de huidige fokkerij.

Gesteld kan worden dat Whalebone xx de meest invloedrijke stam binnen de rijpaardenfokkerij heeft gevormd. Er zijn maar weinig rijpaarden die een afstamming hebben waarin Whalebone xx of één van zijn rechtstreekse mannelijke nakomelingen, zoals bijvoorbeeld Stockwell xx (1849), Dark Ronald xx (1905), Alderman Hann (1909), Blandford xx (1909), Teddy xx (1913), Goldfisch Hann (1935), L’Invasion SF (1944) of Amor Sgldt (1959) niet in voorkomen.

1. Waverley xx


Waverley xx (V. Whalebone xx) is een bruine hengst die afkomstig is uit één van de eerste jaargangen van Whalebone xx. Hij is gefokt door de 3e Graaf van Egremont en is in 1817 geboren op de stoeterij Petworth in West Sussex.
De moeder van Waverley xx is de bruine merrie Margaretta xx (1802, V. Sir Peter Teazle xx), die buiten Waverley xx in de fokkerij niet veel heeft gebracht. Tweede moeder is een in 1792 geboren dochter van de hengst Highflyer xx.

Waverley xx is gekocht door John George Lambton uit Durham, dat in het noordoosten van Engeland ligt. Lambton zou later (1833) de eerste Graaf van Durham worden. Lambton was een radicale politicus die tot de Whigs party behoorde in een tijd dat de Whigs een belangrijke rol speelden in het Engelse parlement. De partij was voorstander van een constitutionele monarchie en fel tegenstander van een koning met absolute macht. Later is Lambton gouverneur-generaal geworden van Brits Noord Amerika, dat een gebied was dat nu voornamelijk tot Canada behoort.

Lambton bezat een aantal volbloeds die klassieke wedstrijden hadden gewonnen en was bovendien voorzitter van de Lambton Hunt. In 1821 organiseerde de Hunt zijn eerste racedag, die later uitgroeide tot een maatschappelijk evenement in Noord-Engeland.
Voor zijn activiteiten in de paardenhouderij legde Lambton in Durham trainingsterreinen aan en bouwde hij stallen, maar het bleek allemaal maar voor korte tijd omdat hij om gezondheidsredenen in 1826 zijn paardenactiviteiten beëindigde.

Waverley xx heeft alleen in het noorden van Engeland aan enkele rennen deelgenomen. In 1822 heeft hij twee rennen gewonnen.

Als fokhengst had hij meer succes.
Zijn zoon The Saddler xx (1828, MV. Castrel xx) won in 1831 de St Leger, dat een ren voor driejarige volbloeds (hengsten en merries) is over een afstand van 2.937 meter, die wordt verreden in Doncaster in Zuid-Yorkshire. Later won hij ook de 3.621 meter lange Doncaster Cup, dat de oudste, jaarlijks gehouden ren in de wereld is. Als fokhengst heeft The Saddler xx diverse goede renpaarden gegeven.

Een andere zoon van Waverley xx is de bruine Don John xx (1835, MV. Comus xx). De tweede moeder van Don John xx is een dochter van de hengst Stamford xx (1794).
Als fokhengst bracht Don John xx zijn zoon The Ban xx, die de Doncaster Cup won, en zijn dochter Lady Evelyn xx, die de Oaks won.

Lady Evelyn xx bracht als fokmerrie haar dochter Sandal xx (1861, V. Stockwell xx) en die is de grootmoeder van de hengst Sainfoin xx (1887, V. Springfield xx). Aan de betekenis van Sainfoin xx zal later elders aandacht worden besteed. In dit verband wordt volstaan met de opmerking dat Sainfoin xx de grootvader is van de hengst Tracery xx (1909) die voor komt in de vaderlijn van hengsten als Foudroyant II xx (1938), Der Löwe xx (1944) en Xebec xx (1947). Sainfoin xx is bovendien de moedersvader van de zeer invloedrijke stempelhengsten Hurry On xx (1913) en Phalaris xx (1913).

Een voor de fokkerij belangrijke zoon van Don John xx is de bruine hengst Iago xx (1843, MV. Selim xx). Hij is de vader van de hengst Bonnie Scotland (1853), die in 1858 is geëxporteerd naar de Verenigde Staten. Na op verschillende adressen als fokhengst te zijn ingezet is Bonnie Scotland xx in 1872 aangekocht door generaal William G. Harding, die eigenaar was van de Belle Meade stoeterij in Nashville, Tennessee.

Bonnie Scotland xx was in 1880 en 1882 leidend vaderpaard in de Verenigde Staten en heeft grote invloed gehad op de volbloedfokkerij in de Verenigde Staten.
Voor de Europese rijpaardfokkerij is zijn zoon Bramble xx van belang.

1.1. Bramble xx


De bruine hengst Bramble xx (V. Bonnie Scotland xx) is in 1875 geboren. Hij is gefokt door William G. Harding van de Belle Meade stoeterij in Nashville, Tennessee. Op de website Thouroughbred Heritage wordt gemeld dat Eugene Leigh de fokker is, maar dat kan welhaast zeker niet kloppen omdat Leigh in 1875 pas vijftien jaar oud was.

De moeder van Bramble xx is de vosmerrie Ivy Leaf xx (1867, V. Australian xx), die niet aan rennen heeft deelgenomen en op zesjarige leeftijd op de Belle Meade stoeterij aan koliek is overleden.
Tweede moeder is de bruine Bay Flower xx (1859, V. Lexington xx).

Bramble xx was een uitstekende stayer die onder andere de Saratoga Cup, de Brighton Cup en de Monmouth Cup won. In totaal won hij 31 rennen uit 50 starts. Hij heeft een winsom van $ 32.660.

Na zijn rencarrière is Bramble xx eerst voor de fokkerij ingezet op de Belle Meade stoeterij en later is hij verkocht aan Eugene Leigh van La Belle stoeterij in Lexington, Kentucky.
Bramble xx is van 1882 tot en met 1898 actief geweest in de fokkerij. Hij bracht onder andere de hengst Clifford xx (1890, MV. Kingfisher xx), die is gefokt door de Belle Meade stoeterij en in de jaren 1893 - 1897 uit 62 starts 42 keer won. De hengst heeft een winsom van $ 65.143 en is in 2014 opgenomen in de National Museum of Racing's Hall of Fame van de Verenigde Staten.

Een ander zoon van Bramble xx is Ben Brush xx (1893) en die is van betekenis voor de Europese rijpaardfokkerij.

1.1.1. Ben Brush xx


Ben Brush xx (V. Bramble xx) is een bruine hengst die in 1893 is geboren. Hij is gefokt door Catesby Woodford en Ezekiel F. Clay van de Runnymede stoeterij bij Paris, dat 25 kilometer ten noordoosten van Lexington in de staat Kentucky in de Verenigde Staten ligt.

Voor Thoroughbred Heritage schreef Anne Peters een portret van Ben Brush xx en onderstaande tekst is daaraan voor een deel ontleend.

De moeder van Ben Brush xx is de bruine merrie Roseville xx (1888, V. Reform xx), die drachtig van de hengst Bramble xx door Eugene Leigh, eigenaar van de hengst Bramble xx, was verkocht aan Woodford en Clay. De eigenlijke fokker is daarom Eugene Leigh.

Op de jaarlijkse Runnymede veiling heeft Leigh met de trainer Ed Brown in 1894 Ben Brush xx als jaarling gekocht van $ 1.200.
Als tweejarige is de hengst uitgebracht in vijf rennen in het midden westen (Kentucky) en won ze alle vijf. Nadat hij was overgeplaatst naar de regio New York verloor hij zijn eerste drie rennen, maar won daarna de Holly Handicap.

Mede door die overwinning is Ben Brush voor circa $ 15.000 gekocht door Michael F. Dwyer. Na de verkoop heeft Ben Brush xx in 1895 nog drie rennen gewonnen. Hij sloot 1895 af met dertien overwinningen uit zestien starts.

Als driejarige is Ben Brush xx acht keer gestart, waarvan hij vier rennen, waaronder de Kentucky Derby, de Buckeye Stakes en de Latonia Derby, won. Als vierjarige won hij zeven van de zestien rennen waaraan hij deelnam.

In totaal is hij 40 keer gestart en won daarvan 24 keer. Zijn winsom bedraagt $ 65.208.

Omdat Dwyer niet geïnteresseerd was in de fokkerij, werd Ben Brush xx na zijn rencarrière verkocht aan James R. Keene, eigenaar van de Castleton stoeterij in Lexington, Kentucky. Op de stoeterij moest Ben Brush xx het uitstekende renpaard Domino xx (1891, V . Himyar xx) vervangen. Domino xx had in 25 starts 19 keer gewonnen en had een winsom van $ 193.550. Die winsom is 39 jaar een record geweest. Domino xx overleed al op zesjarige leeftijd aan hersenvliesontsteking.

Op Casleton is Ben Brush xx aan een opvallende fokkerijcarrière begonnen.
Zijn eerste twee jaargangen waren niet bijzonder, maar in het derde jaar bracht hij de hengsten Broomstick xx, Delhi xx en Sweeper xx. Door de renprestaties van deze hengsten op driejarige leeftijd, was Ben Brush xx in 1904 in de Verenigde Staten tweede op de lijst van leidende vaderpaarden.

In 1903 is zijn dochter Belgravia xx geboren. Zij had geen geweldige rencarrière maar is wel de moeder van de hengst Black Toney xx (1911, V. Peter Pan xx). Black Toney xx is de moedersvader van de stempelhengst Relic xx (1945, V. War Relic xx) en komt voor in de pedigree van hengsten als John U to Berry xx (1974, V. Forward Pass xx) en Hand in Glove xx (1978, V. Best Turn xx).

In 1907 bracht Ben Brush xx nog de hengst Sweep xx en die was in 1909 en 1910 in de Verenigde Staten het beste renpaard van zijn jaargang. Door de prestaties van Sweep was Ben Brush xx in 1909 het leidende vaderpaard.

Eigenaar Keene overleed in 1913 waarna Ben Brush xx voor $ 10.000 is verkocht aan senator Johnson N. Camden. Ben Brush xx werd ondergebracht op de Hartland stoeterij in Versailles, dat ten westen van Lexington in de staat Kentucky ligt.
Daar is Ben Brush xx op 8 juni 1918 op 26-jarige leeftijd overleden.

Fysiek leek Ben Brush xx tot op zekere hoogte op zijn vader Bramble xx, maar toch heeft hij kans gezien om een eigen stempel op zijn nakomelingen aan te brengen. De nakomelingen van Ben Brush xx zijn tamelijk klein, hebben korte benen en een lang middenstuk en staan niet bekend om hun mooie exterieur. Wel zijn ze beroemd door hun vroegrijpheid, snelheid en degelijkheid, hetgeen ze bijzonder populair en succesvol maakte.
In de eerste helft van de 20e eeuw behoorde de hengstenlijn die door Ben Brush xx is opgezet, samen met de lijnen van Domino xx en Fair Play xx (1905, V. Hastings xx), tot de belangrijkste hengstenlijnen in de volbloedfokkerij in de Verenigde Staten.

1.1.1.1. Broomstick xx

Broomstick xx (V. Ben Brush xx) is een bruine volbloedhengst die in 1901 is geboren.
Zijn moeder is de in Engeland geboren bruine merrie Elf xx (1893, V. Galiard xx) en tweede moeder is de vos Sylvabelle xx (1887, V. Bend Or xx).
Sylvabelle xx is, samen met haar veulen Elf xx, door Foxhall Daingerfield in 1893 uit Engeland geïmporteerd in de Verenigde Staten. Daingerfield was een zwager van James Keene, de eigenaar van de befaamde Castleton stoeterij in Lexington, en het lag dan ook voor de hand dat Sylvabella xx en haar veulen op genoemde stoeterij werden ondergebracht.

In 1900 besloot Daingerfield de inmiddels zeven jaar oude Elf xx te laten dekken door de op Castleton staande hengst Ben Brush xx. Omdat Daingerfield dacht dat Elf xx gust was, heeft hij Elf xx in het najaar van 1900 op een veiling in Madison Square Garden in New York verkocht voor een schamele $ 250 aan kolonel Milton Young.

Tot geluk van Young bleek Elf xx wel drachtig te zijn en bracht zij in het voorjaar daarop, op de McGrathiana stoeterij van Young in Lexington, een veulen dat de naam Broomstick xx kreeg. Door de gang van zaken staat Young officieel te boek als de fokker van Broomstick xx, terwijl de beslissing om Elf xx te laten dekken door Ben Brusch xx is genomen door Foxhall Daingerfield.

In 1902 is Broomstick xx als jaarling in een package met negen andere jaarlingen voor $ 17.000 verkocht aan kolenmagnaat Samuel S. Brown uit Pittsburgh.

Broomstick xx was klein en vroegrijp. Als tweejarige startte hij negen keer en won zijn eerst drie rennen, de Juvenile Stakes, de Expectation Stakes en de Great American Stakes. In de andere zes rennen eindigde hij bij de laatsten.

Als driejarige won hij zes van de vijftien rennen waaraan hij deelnam, waaronder de Brighton Handicap en de Travers Stakes.
Als vierjarige startte Broomstick xx vijftien keer en won daarvan vijf rennen.
Hij nam eind 1905 afscheid van de rensport met 14 zeges uit 39 rennen en een winsom van $ 74.730.
Broomstick xx was een goed renpaard, maar geen groots renpaard. Hij heeft de reputatie opgebouwd dat hij een paard was dat goed een gewicht kon dragen.

Brown bezat ten noorden van Lexington de grote Senorita stoeterij. Het terrein van de stoeterij is thans onderdeel van het Kentucky Horse Park.
Op de stoeterij wachtte een aantal bijzondere merries op Broomstick xx.

Brown overleed in 1906. Zijn erfgenamen hebben na meer dan twee jaar besloten om het paardenbestand van de stoeterij te verkopen. In dat verband is Broomstick xx op 23 november 1908, op advies van zijn trainer, voor $ 7.250 gekocht door de zakenman en paardenfokker Harry Payne Whitney.

Die trainer was Andrew Jackson Joyner. Hij had juist de enterhengst Whisk Broom II xx (1907, V. Broomstick xx), die gefokt was door Brown, beleerd en was daar zeer van onder de indruk. Whisk Broom II xx is uitgegroeid tot een eerste klas renpaard en fokhengst.

Whitney was een aan de Yale universiteit afgestudeerde jurist uit een rijke familie. Van zijn vader erfde hij $ 24 miljoen en van zijn oom $ 12 miljoen. In 1897 trouwde hij met Gertrude Vanderbilt, die een telg was van de puissant rijke familie Vanderbilt

Broomstick xx is één van de belangrijkste hengsten geworden in de fokkerij van Whitney en heeft bijgedragen aan de verdere uitbouw van de hengstenlijn van Ben Brush xx tot één van de beste Amerikaanse hengstenlijnen in de 20e eeuw.

Broomstick xx is door Whithey spaarzaam maar effectief ingezet voor zijn fokkerij tot dat de hengst in 1931 overleed. Broomstick xx bracht 280 veulens, waarvan de meesten zijn gefokt door Whitney. Van de nakomelingen hebben er 69 een klassieke ren gewonnen. In de jaren 1913, 1914 en 1915 was Broomstick xx leidend vaderpaard in de Verenigde Staten en daarna stond hij tot en met 1927 in de top tien.

De eerste drie jaargangen van Broomstick stammen van de Senorita stoeterij en in die jaren bracht hij Whisk Broom II xx (1907, MV. Sir Dixon xx), de Kentucky Derby winnaar Meridian xx (1908, MV. Masetto xx) en Sweeper xx (1909, MV. Sir Hugo xx).

Sweeper is op jonge leeftijd naar Engeland gegaan, waar hij als Sweeper II xx in 1911 de Richmond Stakes won en in 1912 de klassieke 2000 Guineas Stakes in Newmarket.

Later heeft Sweeper xx als fokhengst in Frankrijk en de Verenigde Staten gestaan.
Uit zijn Franse periode komt zijn dochter Sweepédeza xx (1923), die de overgrootmoeder is van de hengst Empérador xx (1955, V. Eblé xx). Empérador xx is in Nederland bekend als vader van de door het VLN goedgekeurde hengst Diadeem Sprt.
Diadeem bracht onder andere de goedgekeurde hengsten Jasmijn KWPN (1968), Juburg KWPN (1968) en Karabijn KWPN (1969) en is de grootvader van Rolaf KWPN (1975, V. Pastrocio xx).

Uit de periode dat Broomstick xx eigendom was van Whitney komt het beste renpaard van Broomstick xx. Dat is de merrie Regret xx (1912), die niet alleen de Kentucky Derby won, maar daarna ook een formidabele handicapper was in rennen tegen hengsten. Andere goede renpaarden van Broomstick xx zijn Cudgel xx (1914), Tippety Witchet xx met een winsom van $ 88.241 (1915), Dr. Clark xx (vh Sammy xx) met een winsom $ 101.659 (1917), Wildair xx (1917), Spot Cash xx (1920), Transmute xx (1921) en Bostonian xx met een winsom van $ 88.440 (1924).

Broomstick xx heeft ook een flink aantal goede fokhengsten gebracht zoals Whisk Broom xx (1907, MV. Sir Dixon xx), Sweeper II xx (1909, MV. Sir Hugo xx), Thunderer xx (1913, MV. Hamburg xx), Cudgel xx (1914, MV. Ben Strome xx), Wildair xx (1917, MV. Peter Pan xx), Runandtell xx (1919, MV. Sir Gatien xx), Transmute xx (1921, MV. Tracery xx), Blondin xx (1923, MV. Meddler xx), Bostonian xx (1924, MV. Peter Pan xx), Brooms xx (1925, MV. Sir Martin xx) en Halcyon xx (1928, MV. Peter Pan xx).

Met zijn maat, snelheid een vroegrijpheid leek Broomstick xx veel op zijn vader Ben Brush xx, maar Broomstick xx had een minder lang middenstuk en meer kwaliteit dan zijn vader.

Broomstick xx is begraven op het paardenkerkhof van de vroegere Whitney Farm, die nu eigendom is van Gainesway Farm in Lexington. Op het kerkhof zijn ook zijn zoon Whisk Broom II xx en zijn dochter Regret xx begraven.

In 1956 is Broomstick xx opgenomen in de Hall of Fame voor renpaarden in de Verenigde Staten.

1.1.1.1.2. Sweeper xx

De vos hengst Sweeper xx (V. Ben Brush xx) is in 1901 in de Verenigde Staten geboren. Zijn moeder is de in Engeland geboren bruine merrie Fairy Slipper x (1894, V. St. Serf xx). Tweede moeder is de vos Cinderella xx (1988, V. Hermit xx), die ook de moeder is van de invloedrijke fokhengst Peter Pan xx (1904, V. Commando xx, zie 2.1.2.1.1.).

Sweeper xx moet niet worden verward met zijn iets jongere naamgenoot Sweeper xx (1909, V. Broomstick xx, zie 1.1.1.1.).

Sweeper xx bracht in 1921 in Frankrijk zijn dochter Gracilite xx en zij is de grootmoeder van de hengst Nosca xx (1939, V. Abjer xx). Nosca xx is de grootvader van de hengsten:

Pandofell xx (1957, V. Solar Slipper xx), die de vader is van de hengst Tumbled xx (1964) en daarmee de grootvader van de hengsten Toledo Holst (1973), Orlandi KWPN (1973), President KWPN (1973) en Pionier KWPN (1974);

Night and Day xx (1957, V. Soleil Levant xx), die de vader is van Primo des Bruyères BWP, die op zijn beurt de vader is van de door het KWPN goedgekeurde hengst en Olympisch kampioen springen Jus de Pomme KWPN (1986) en

Grand Empereur xx (1961, V. Wild Risk xx), die door het KWPN is erkend en de vader is geworden van de hengsten Nicodeem vb KWPN (1972) en Oswald vb KWPN (1973)

Van deze door het KWPN goedgekeurde hengsten heeft alleen Jus de Pomme KWPN een bijdrage geleverd aan de fokkerij.

1.1.1.3. Sweep xx

De bruine hengst Sweep xx (V. Ben Brush xx) is in 1907 geboren. Hij is gefokt door J.R. Keene, eigenaar van de Castleton stoeterij in Lexington, Kentucky. Keene was ook de eigenaar van Sweep’s vader Ben Brush xx.
De moeder van Sweep xx is de bruine merrie Pink Domino xx (1897, V. Domino xx) en tweede moeder is de in Engeland gefokte Belle Rose xx (1889, V. Beaudesert xx).

Sweep xx is zowel in 1909 als in 1910 kampioen van zijn jaargang geweest. In die jaren is Sweep dertien keer gestart en won daarvan negen keer. Winst was er onder andere in de National Stallion Stakes (1909), de Belmont Futurity Stakes (1909), de Belmont Stakes (1910), de Carlton Stakes (1910) en de Lawrence Realization Handicap (1910). Sweep xx heeft een winsom van $ 63.948.

De Belmont Stakes wordt verreden over 2400 meter op de renbaan Belmont Park in Elmont, dat op Long Island in New York ligt. Het is één van de drie klassieke rennen voor driejarige volbloeds in de Verenigde Staten en kan worden gezien als de Amerikaanse tegenhanger van de St Leger in Engeland en verschillende andere Europese landen.
In 2010 deden maar twee volbloeds mee aan de Belmont Stakes en Sweep xx versloeg zijn tegenstander met zes lengten.

Na zijn rencarrière is Sweep xx op Castleton Farm ingezet voor de fokkerij. Als fokhengst was hij in 1918 en in 1925 leidend vaderpaard in de Verenigde Staten. Drie van zijn dochters zijn moeder geworden van een winnaar van de Kentucky Derby.

Sweep xx is in augustus 1931 overleden.

Voor de Nederlandse rijpaardenfokkerij zijn twee zonen van Sweep xx van belang geweest:

The Porter xx, 1915, MV. St. Leonards xx, fokker David Stevenson, eigenaren Edward B. McLean en later John Hay Whitney. The Porter xx was in 1937 leidend vaderpaard in de Verenigde Staten.
The Porter’s dochter Two Bob xx (1933) is de grootmoeder van de hengst On-and-On xx (1956, V. Nasrullah xx) en dat is de grootvader van de door het KWPN erkende volbloed John U to Berry xx (1974, V. Forward Pass xx).
Two Bob xx is ook de overgrootmoeder van de hengst Best Turn xx (1966, V. Turn To xx ) en die is de grootvader van de door het KWPN erkende Franse hengst Jaguar Mail SF;

Sweep On xx, 1916, MV. Meddler xx, fokkerAddinson Johnson, eigen2.aar William R. Coe. Sweep On xx is als driejarige derde geworden in de Preakness Stakes (de Amerikaanse tegenhanger van de 2000 Guineas in Engeland) en tweede in de Belmont Stakes. Als fokhengst is hij via zijn dochter Sweep Out xx (1926), kleindochter Outdone xx (1936) en achterkleindochter Miss Disco (1944) de betovergrootvader van de hengst Bold Ruler xx (1954, V. Nasrullah xx). Bold Ruler xx is de grootvader van de door het KWPN erkende hengst All Wins xx (1982, V. Plum Bold xx) en overgrootvader van Mytens xx (1983, V. Spectacular Bid xx), Colway Bold xx (1989, V. Never So Bold xx) en Sit This One Out xx (1983, V. Dance in Time xx).

2. Camel xx


Camel xx (V. Whalebone xx) is een bruine hengst die door de 3e Graaf van Egremont op zijn stoeterij in Petworth in West Sussex is gefokt. De hengst is in 1822 geboren.

De moeder van Camel xx is een bruine merrie (1812) van de hengst Selim xx en tweede moeder is de bruine Maiden xx (1801, V. Sir Peter Teazle xx).

Camel xx was een gedrongen paard met korte benen en een krachtige achterhand. Hij had een stokmaat van 158 cm en was eigendom van Charles Wyndham, een zoon van de Graaf van Egremont. Camel xx startte in negen rennen en won er daarvan zeven, waaronder in 1826 de Port Stakes, dat een ren over twee mijl in Newmarket was.
In de Port Stakes heeft Camel een beenblessure opgelopen, waardoor hij een jaar niet aan rennen heeft deelgenomen. In oktober 1827 heeft hij daarna nog aan één ren deelgenomen. Hij won die laatste ren over één mijl gemakkelijk met twee lengten.

Na zijn rencarrière is Camel xx op de Eaton stoeterij van de Graaf van Grosvenor bij Chester beschikbaar gesteld voor de fokkerij. Eind 1930 is Camel xx gekocht door John Theobald en is de hengst op Theobald’s Stockwell stoeterij bij Clapham, dat tegenwoordig tot Groot-Londen behoort, komen te staan. Zijn dekgeld bedroeg 10,5 guineas, waarvan 0,5 guineas voor de paardenknecht was. Later is dat bedrag aanzienlijk verhoogd en bracht Camel xx circa £ 800 per jaar aan dekgeld op.

In de fokkerij bracht hij de eerste jaren een aantal in de rensport matig succesvolle nakomelingen. Hij werd pas een populaire hengst toen zijn zoon Touchstone xx (1831) succesvol werd en in 1834 de St Leger won. In 1840 won ook zijn zoon Launcelot xx (1837), die een volle broer van Touchstone xx was, de St Leger. Zijn dochter Flammetta xx (1838) won in 1841 in Longchamps-Parijs (Frankrijk) de Poule d’Essai des Poulains, dat de Franse evenknie is van de Engelse 2.000 Guineas.
Door de resultaten van zijn nakomelingen in de rensport was Camel xx in 1838 de kampioen hengst van Groot Brittannië en Ierland.

In 1839 hebben enkele Amerikanen een bedrag van 5.000 guineas voor de toen zeventien jaar oude Camel xx geboden, maar dat bod is door Theobald afgeslagen.

Camel xx is op 6 november 1844 op de Stockwell stoeterij overleden.

Voor de Europese rijpaardfokkerij zijn naast Touchstone xx ook Camel’s zoon Simoom xx (1838) en dochter Brown Bess xx (1844) van belang geweest.

De bruine merrie Brown Bess (1844, MV. Brutandorf xx) is de tweede moeder van de hengst Musket xx (1867, V. Toxophilye xx). Musket won de Ascot Stakes en de Queen Alexandra Stakes. Zijn betekenis voor de fokkerij wordt in hoofdstuk 2.1.1. besproken.

2.1. Touchstone xx

Touchstone xx (V. Camel xx) is een bruine hengst die is geboren in 1831.

Patricia Erigero heeft voor haar website Thoroughbred Heritage een portret van Touchstone xx geschreven waaraan onderstaande teksten voor een deel zijn ontleend.

De moeder van Touchstone xx is de bruine merrie Banter xx (1826, V. Master Henry xx). Zij heeft een stokmaat van 158 cm en is gefokt door Robert, (2e) Graaf van Grosvenor, die later Markies van Westminster is geworden. Banter xx heeft twee rennen gewonnen voordat ze op de Eaton stoeterij van Graaf Grosvenor in Eaton Hall bij Chester voor de fokkerij is ingezet. Haar eerste veulen was Touchstone xx. Later bracht Banter xx ook Touchstone’s broer Launcelot xx (1837) en zowel Touchstone xx als Launcelot xx hebben in Engeland de St Leger gewonnen.

Tweede moeder Boadicea (1807, V. Alexander xx) is in 1819 door Graaf Grosvenor gekocht van Lord Wilton. Boadicea xx had tot dan als hunter aan jachten deelgenomen en had één veulen gebracht. Nadat ze op de stoeterij van Graaf Grosvenor kwam, is ze tot en met 1831 voor de fokkerij ingezet en bracht ze zeven veulens.

Touchstone xx was een iel veulen, maar is uitgegroeid tot een hengst met een stokmaat van 158 cm. Hij had de krachtige achterhand van zijn vader en de lange rug van zijn moeder. Bijzonder is dat Touchstone xx 19 paar ribben had, hetgeen een paar ribben meer is dan normaal.

Deze anatomische afwijking kan oorzaak van veel ellende zijn, maar Touchstone xx was een apart paard en werd een goed renpaard en een uitstekende fokhengst.

Touchstone xx had een vreemde manier van galopperen Hij draaide in galop zijn spronggewrichten naar buiten en ging achter zeer wijd. De hengst werd gereden met een dubbele teugel en accepteerde geen gebruik van de karwats. Hij sloeg dan rechtsaf en deed verder niet meer mee aan de wedstrijd.

Hoewel hij ook rennen over een korte afstand heeft gewonnen, had Touchstone xx een goed uithoudingsvermogen en presteerde hij beter in rennen over langere afstanden. In de training was Touchstone xx erg lui en koste het moeite om hem aan het werk te zetten.

Zijn eerste ren liep hij op tweejarige leeftijd in Lichfield, maar doordat er geen tegenstanders waren, was dat een walk over. In oktober 1833 heeft hij nog aan een ren deelgenomen en werd hij derde.
In 1834 won hij de eerste twee rennen en werd hij tweede in zijn derde ren van dat jaar, de Liverpool St Leger.
Na afloop werd lord Thomas Wilton, zoon van Graaf Grosvenor, benaderd door trainer John Scott, die hem verzekerde dat hij met Touchstone xx de klassieke St Leger in Doncaster zou kunnen winnen. De graaf en zijn zoon besloten in te gaan op de belofte van Scott en zonden Touchstone xx naar het bedrijf van Scott in Malton in Yorkshire. De hengst werd lopend aan de hand door een paardenknecht van Eaton Hall, ten zuiden van Chester, naar Malton, dat 20 km ten noordoosten van York ligt, gebracht. Het was een tocht van circa 220 km. Toen de knecht onderweg dronken werd brak Touchstone xx los en werd hij uren later in de onontgonnen heuvels van Yorkshire in moedeloze toestand teruggevonden.

Voor de start van de St Leger in Doncaster had Touchstone een wond bij de vetlok, waardoor de beoogde jockey William Scott weigerde met hem te starten en de voorkeur gaf om met een ander paard aan de ren deel te nemen. Voor Touchstone xx werd een andere jockey gevonden en tegen een wedquote van 40/1 heeft hij aan de ren deelgenomen. De grote favoriet was Plenipotentiary xx (1831, V. Emilius xx), die de Derby had gewonnen en een quote had van 11/10. Sommigen beschouwden Plenipotentiary xx als onverslaanbaar. In de St Leger speelde hij echter geen enkele rol omdat hij waarschijnlijk was overtraind. Later gingen er ook verhalen dat hij was vergiftigd. Tot totale verbazing van alle aanwezigen won Touchstone xx de klassieke ren makkelijk met vier lengten voorsprong.
Na de St Leger won hij nog een kleine ren in Wrexham, werd hij derde in een ren in Holywell Hunt en had hij dezelfde dag in een andere ren in Holywell Hunt een walk over.

Als vierjarige startte Touchstone xx in acht rennen en won er daar zes van, waaronder de Doncaster Cup over 3621 meter. Als vijfjarige behaalde hij alleen maar overwinningen, waaronder de Ascot Gold Cup en voor de tweede keer de Doncaster Cup. In 1837 startte hij maar één keer en won daarbij voor de tweede keer de Ascot Gold Cup over 4023 meter.

In totaal is Touchstone xx in 21 rennen gestart, waarvan hij er vijftien won, inclusief zes walk overs. Zijn winsom bedraagt £ 5.475.

Na de ren in 1837 in Ascot is Touchstone xx ingezet voor de fokkerij. Eerst op de Moor Park stoeterij bij Rickmansworth, dat in Hertfordshire ten noordwesten van Londen ligt, en daarna op de Eaton stoeterij van Graaf Grosvenor in Eaton Hall ten zuiden van Chester. Daar is hij in 1861 op dertigjarige leeftijd overleden.

Als fokhengst heeft Tochstone xx negen nakomelingen gegeven die succes hebben gehad in een klassieke ren, te weten:

Blue Bonnet xx, merrie, 1839, MV. Brutandorf xx, won de St Leger;

Cotherstone xx, hengst, 1840, MV. Whisker xx, won de Derby en de 2.000 Guineas;

Orlando xx, hengst, 1841, MV. Langar xx, won de Derby;

Mendicant xx, merrie, 1843, MV. Tramp xx, won de 1.000 Guineas;

Flatcatcher xx, hengst, 1845, MV. Filho da Puta xx, won de 2.000 Guineas;

Surplice xx, hengst, 1845, MV. Priam xx, won de Derby en de St Leger;

Nunnykirk xx, hengst, 1846, MV. Dr. Syntax xx, won de 2.000 Guineas;

Newminster xx, hengst, 1848, MV. Dr. Syntax xx, won de St Leger en

Lord of the Isles xx, hengst, 1852, MV. Pantaloon xx, won de 2.000 Guinea

Touchstone xx is één van de meest invloedrijke fokhengsten in de negentiende eeuw. Hij was in 1842, 1843, 1848 en 1855 leidend vaderpaard in Groot Brittannië en zijn zonen en kleinzonen hebben de lijsten van belangrijke vaderpaarden in de tweede helft van de negentiende eeuw en ook nog daarna, gedomineerd.

Veel van zijn dochters waren vruchtbare en succesvolle fokmerries en verschillende van hen hebben een eigen merrielijn gevormd.

Zijn nakomelingen varieerden in maat en type en op een paar uitzonderingen na hadden de nakomelingen niet het duurvermogen van hun vader. Ook stonden de nakomelingen niet bekend om hun goede bewegingen. Meer dan dertig zonen zijn gebruikt als fokhengst. Orlando xx (1841) wordt beschouwd als de mooiste van zijn zonen.

Voor de Europese rijpaardenfokkerij zijn Ithuriel xx (1841), Orlando xx (1841), Flatcatcher xx (1845), Newminster xx (1848), Ambrose xx (1849), Claret xx (1852), Lord of the Isles xx (1852) en Aetherstone xx (1858) van belang geweest.

Van de dochters van Touchstone xx kunnen worden genoemd:

Mendicant xx, 1843, MV. Tramp xx, eigenaar John Gully, won als driejarige de 1.000 Guineas en de Oaks. Eind 1846 is Mendicant gekocht door Baron Joseph Hawley, die haar op zijn stoeterij Leybourne Grange bij Maidstone in Kent gebruikte voor zijn fokkerij. Mendicant xx is de moeder van de hengst Beadsman xx (1855, V. Weatherbit xx), die de derby won.
Beadsman xx heeft in de fokkerij via zijn zonen The Palmer xx (1864), Rosicrucian xx (1865), Pero Gomez xx (1866) en Jolly Friar xx (1873) veel invloed gehad op de Europese fokkerij in het begin van de twintigste eeuw.
Stempelhengsten die Beadsman xx in de afstamming hebben zijn o.a. Perfectionist xx (1899), Chaucer xx (1900), Chouberski xx (1902), Swynford xx (1907), Alcantara II xx (1908), Sardanapale xx (1911), Pergolese xx (1914), Massine xx (1920), Black Devil xx (1931), Nikou x (1964) en Inschallah x (1968);

Mowerina xx, 1843, MV. Whisker xx, eigenaar John Bowes, bracht als fokmerrie zes winnaars van klassieke rennen, waaronder West Australian xx (1850, V. Melbourne xx).
West Australian xx is via zijn achterkleinzoon Optimus Trak (1880) één van de stamvaders van de Trakehner fokkerij en komt ook voor in de afstamming van Hannoveraanse stempelhengsten als Flavius Hann (1915), Flieger Hann (1915), Alkoven I Hann (1917) en Detektiv Hann (1922). Ook via zijn achterkleinzoon Obelisk Trak (1881) heeft hij bijgedragen aan de Trakehnerfokkerij, maar heeft hij ook een bijdrage geleverd aan de fokkerij in Westfalen. Zo komt West Australian xx voor in de afstamming van Falkner Westf (1944) en Fabriano Westf (1946).Via een rechtstreekse mannelijke lijn komt West Australian xx voor de afstamming van de door het KWPN erkende volbloedhengst Pericles xx (1962, V. Relic xx).


2.1.1. Ithuriel xx

De donkerbruine Ithuriel xx (v. Touchstone xx) is een in 1841 geboren volbloed-hengst. Zijn moeder is de in Ierland geboren vosmerrie Verbena xx (1832, V. Velocipede xx) en tweede moeder is de vos Rosalba xx (1811, V. Milo xx).
Van Ithuriel xx is bekend dat hij een luchtzuiger was en dat stalgebrek ook doorgaf aan zijn nakomelingen.
Als renpaard heeft hij de Liverpool St. Leger en de Goodwood’s Gatwicke Stakes gewonnen.

Zijn zoon Longbow xx (1849, MV. Catton xx) en kleinzoon Toxophilite xx (1855, MV. Pantaloon xx) waren eveneens luchtzuigers.
Longbow xx is de vader van de merrie Archerres xx (1858) en zij is de overgrootmoeder van de stempelhengst St. Frusquin xx (1893, V. St. Simon xx). In een rechtstreekse vaderlijn is St. Frusquin xx de overgrootvader van de hengst Orange Peel xx (1919), die een aantal ook voor de hedendaagse fokkerij belangrijke zonen heeft gebracht, zoals:

Jus de Pomme SF (1931), die voorkomt in de pedigree van Artilleur Sgldt (1959), Quastor SF (1960), Amour du Bois SF (1966) en Jalisco SF (1975);

Lord Orange SF (1933), die overgrootvader is van de hengsten Mexico SF (1956) en Furioso II SF (1965);

Plein d’Espoir SF (1937), die voorkomt in de afstamming van Nankin SF (1957), Uriël SF (1964) en Le Mexico KWPN (1970);

The Last Orange SF (1941), die de vader is van Ibrahim SF (1952) en de grootvader is van Apalatin Sprt (1957) en

Tres Orange SF (1941), die de grootvader is van Sans Souci SF (1962).

De bruine hengst Toxophilite xx is de vader van de hengst Musket xx (1867, zie 2.1.1.1.) en van de merrie Quiver xx (1872). Quiver xx is de tweede moeder van de stempelhengst Polymelus xx (1902, V. Cyllene xx), die vooral bekend is door zijn zoon Phalaris xx, die een grote vererver was. Via de zonen Pharos xx (1920), Colorado xx (1923), Sickle xx (1924), Fairway xx (1925) en Pharamond xx (1925) heeft Phalaris xx een grote inbreng in de fokkerij gehad.


2.1.1.1. Musket xx

De bruine volbloedhengst Musket xx (V. Toxophilite xx) is geboren in 1867. Hij is gefokt door James Carr-Boyle, 5e Graaf van Glascow. De graaf diende als kapitein- ter-zee in de Britse marine en zat voor het graafschap Ayrshire in het Britse parlement.

De moeder van Musket xx is een dochter (1857) van de hengst West Australien xx (1850, V. Melbourne xx). West Australien xx heeft in 1853 de Britse triple crown (2.000 Guineas, Derby en St Leger) gewonnen. Tweede moeder is de merrie Brown Bess xx (1844, V. Camel xx).

In de afstamming van Musket xx komt de hengst Touchstone xx (zie 2.1) twee keer voor als betovergrootvader.

Op jonge leeftijd vertoonde Musket xx weinig kwaliteit waardoor Graaf Glascow hem als tweejarige wilde doodschieten maar een pleidooi van Glascow’s trainer heeft dat voorkomen. Op elf maart 1869 heeft de graaf zichzelf doodgeschoten en toen was de discussie over het al dan niet doden van Musket xx ook van de baan.
Alle paarden van de graaf kwamen daarna in het bezit van Lord Peel en George Payne en Musket xx startte in veertien rennen, waarvan hij er negen won. De meest aansprekende overwinning was de winst in de ren over 2,5 mijl om de Ascot Stakes.

Musket xx werd vervolgens beschikbaar gesteld voor de fokkerij, maar was door zijn middelmatige renprestaties niet bijzonder populair bij de Engelse volbloedfokkers. Wel werd hij in de omgeving van Cambridge veel gebruikt voor de fokkerij met halfbloeds.

In de volbloedfokkerij bracht hij in Engeland de merrie Brown Bess xx (1876, MV. Stockwell xx), die de Doncaster Cup en de Goodwood Stakes won en de hengst Petronel xx (1877, MV. Hesperus xx) die de 2.000 Guineas won.
Als fokhengst bracht Petronel xx de hengst Carabinier Hann (1887) en die is de betovergrootvader van de Hannoveraanse stempelhengst Flavius Hann (1915, V. Fling Hann).

In 1878 is Musket xx door de Auckland Stud Company geïmporteerd in Nieuw Zeeland, waarbij de hengst onderweg een maand in Melbourne, Australië, heeft verbleven en daarna naar de Glen Orchard stoeterij in Auckland is gegaan.

De stoeterij had het plan om Musket xx te gebruiken voor het fokken van koetspaarden, maar in de praktijk is Musket xx voornamelijk voor de volbloedfokkerij gebruikt.

In 1982 is de Glen Orchard stoeterij verkocht en de Auckland Stud Company, die inmiddels was omgedoopt tot New Zealand Stud & Pedigree Company, richtte een nieuwe stoeterij in. Op deze Sylvia Park stoeterij werd Musket xx de belangrijkste hengst.

De hengst was in Nieuw Zeeland meteen succesvol als producent van renpaarden en groeide daar uit tot de belangrijkste volbloedhengst in de tweede helft van de 19e eeuw. Hij is de vader van 28 winnaars van klassieke rennen in Nieuw Zeeland, die samen 107 klassieke rennen wonnen (Andere bronnen spreken van 26 klassieke winnaars die samen 87 klassieke rennen wonnen).

Zijn zonen Tenton xx (1881) en Carbine xx (1885) zijn van belang geweest voor de fokkerij. Beide hengsten zijn als fokhengst naar Engeland verkocht.

In de rensport bracht Musket onder andere de volgende winnaars:

Martini Henry, hengst, 1880, MV. Fisherman xx, fokker Auckland Stud Company, won in Victoria, Australië de Mares Produces Stakes, de Melbourne Cup, de Victoria Derby in Melbourne en de St. Leger in Melbourne;

Trenton xx, hengst 1881, MV. Goldsbrough xx, fokkers T. en S. Morrin, won acht rennen in Australië;

Fusillade xx, hengst, 1982, MV. Towton xx, heeft de Nieuw Zeeland Cup 1885 in Christchurch gewonnen;

Nordenfeldt, hengst, 1882, MV. Angler xx, fokker New Zealand Stud Company, won de Victoria Derby in Melbourne en de AJC Australian Derby in Sydney;

Foul Shot xx, hengst, 1883, MV. Traductor xx, eigenaar Woodlands stoeterij, heeft de Great Northern Derby in Auckland gewonnen;

Carbine xx, hengst, 1885, MV. Knowsley xx, fokker Hertog van Portland, won de Melbourne Cup en de Sydney Cup;

Manton xx, hengst, 1885, MV. Traducer xx, fokker New Zealand Stud Company, won de Derby Stakes, de New Zealand Cup en de Wanganui Derby en

Cuirassier xx, hengst, 1886, MV. Goldsbrough xx, fokker T. en S. Morrin, heeft de Great Northern Derby in Auckland gewonnen.

Musket xx is in 1885 in Nieuw Zeeland overleden.


2.1.1.1.1. Trenton xx

Trenton xx (V. Musket xx) is een bruine volbloedhengst. Hij is gefokt door de gebroeders Thomas en Samuel Morrin en is in 1881 geboren op hun Wellington Park stoeterij in Auckland, Nieuw Zeeland.

Zijn moeder is de door F.S. Reynolds in New South Wales (Australië) gefokte bruine merrie Frailty xx (1977, V. Goldsbrough xx).

Tweede moeder is de bruine Flora Mcivor xx (1866, V. New Warrior xx), die door T. Icely in Australië is gefokt.

De moeder van Flora Mcivor xx is de in Nieuw Zeeland geboren Io xx (1855, V. Sir Hercules xx). Zij was een uitstekende fokmerrie en heeft een eigen merriestam gevormd, die tegenwoordig nog altijd actief is. Haar kleindochter Frailty xx is door Thomas Morrin in Australië gekocht en hij bracht daarmee de Io-merriestam terug naar Nieuw Zeeland. Frailty xx is uitgegroeid tot één van de beste fokmerries van Nieuw Zeeland, die meerdere zeer goede renpaarden heeft gebracht.

Trenton xx was een hengst met een zeer goed geproportioneerd exterieur met, volgens sommigen, een gebeeldhouwd hoofd en nek. Hij was een grote persoonlijkheid, had een goed temperament en beschikte over prachtige bewegingen.

Hij is in zijn ren- en fokkerijcarrière meerdere keren in andere handen overgegaan en is in dertien rennen gestart, waarbij hij negen keer won. Bovendien werd hij drie keer geplaatst. Bij de enige keer dat hij niet werd geplaatst had hij tijdens de ren een blessure opgelopen. Omdat Trenton xx problemen met zijn voeten had kon hij maar af en toe aan een ren deelnemen.

In Nieuw Zeeland liep Trenton xx voor de vooraanstaande eigenaar Georg Stead en won hij als tweejarige beide rennen waarin hij startte: de Auckland Welcome Stakes en de Midsummer Stakes.

Door zijn voetproblemen is hij als driejarige maar twee keer gestart, waarbij hij een keer tweede werd en de CJC Challenges Stakes won. Daarna is hij voor 800 guineas verkocht aan de Australiër Dan O’Brien.
O’Brien hoopte met Trenton xx de Melbourne Cup te kunnen winnen en organiseerde, voordat hij Trenton xx naar Australië vervoerde, een weddenschap met zijn Nieuw Zeelandse vrienden, die hem bij winst £ 50.000 zou opleveren.

In Australië won Trenton xx in 1885 de klassieke Melbourne Stakes, die als voorbereidende ren voor de Melbourne Cup geldt. In de Melbourne Cup raakte Trenton xx echter ingesloten en verloor zijn jockey de karwats met als resultaat een derde plaats.

Daarna heeft Trenton xx in Australië twee rennen over respectievelijk twee en drie mijl gewonnen. In 1886 beëindigde hij de Australian Jockey Club Spring Stakes wegens kreupelheid en werd hij in de Melbourne Cup met een hoofdlengte verslagen door Arsenal xx (1882, V. Goldsbrough xx), die maar liefst 12,7 kg minder droeg.
Trenton xx won vervolgens de Royal Park Stakes in een handgalop en in zijn laatste ren in 1887, de Canterbury Plate, werd hij met een lengte verslagen door Trident xx (1883, v. Robinson Crusoe xx), die ruim 12 kg minder gewicht droeg.

Na zijn rencarrière is Trenton xx verkocht aan Andrew Town, die Trenton xx voor de fokkerij beschikbaar heeft gesteld op zijn Hobartville stoeterij in Richmond bij Sydney.

Op de stoeterij hield Town circa 130 volbloedmerries en 40 koets- en trekpaarden.

Nog voordat de eerste nakomelingen van Trenton xx in rennen uitkwamen, kwam Town in financiële problemen en heeft hij Trenton xx in 1890 voor 3.000 guineas verkocht aan William R. Wilson, die in Geelong bij Melbourne de St. Albans stoeterij had. Trenton xx is daar voor een dekgeld van 50 guineas beschikbaar gesteld voor de fokkerij.

Gedwongen door grote schulden organiseerde Wilson in 1895 een loterij met als hoofdprijs de St. Albans stoeterij. Er werden 125.000 loten van £ 1 verkocht en na de verloting heeft Wilson de stoeterij voor £ 24.000 van de winnaar van de verloting terug gekocht.

Trenton xx heeft hij voor £ 3.500 verkocht aan de Engelsman William Allison, die als commissionair en internationale paardenhandelaar in de volbloedwereld actief was en goede contacten had in Frankrijk, de Verenigde Staten en Australië. Bovendien was hij vanaf 1895 manager van de Cobham Stud Company in Engeland.

De Cobham Stud Company was een commerciële onderneming die veel aandeelhouders had en waar diverse fokhengsten beschikbaar waren voor de fokkerij. De company huurde gebouwen en terreinen in Cobham Park in Ripley, dat ten noordoosten van Guildford in Surrey ligt.
In 1879 is de onderneming failliet gegaan waarna in 1980 de aanwezige paarden in een boedelverkoop zijn geveild.
In 1885 heeft Allison de stoeterij voor een periode van 21 jaar gehuurd en heeft daar een nieuwe verzameling fokhengsten opgebouwd. Trenton xx was één van die hengsten en is in 1905 op de Cobham stoeterij overleden.

Als fokhengst heeft Trenton xx in Australië twee keer boven aan de lijst met best fokkende hengsten gestaan. Ook heeft hij drie keer op de tweede plaats gestaan en vier keer op de derde plaats. Meer dan 50 nakomelingen van hem hebben een ren gewonnen en onder zijn nakomelingen komen zowel sprinters, middenafstand renpaarden als stayers voor. Sommige van zijn nakomelingen hebben op een leeftijd van acht of negen jaar nog een klassieke ren gewonnen.
Twee nakomelingen van Trenton xx hebben de Melbourne Cup gewonnen en vijf dochters van hem hebben een nakomeling gebracht die de Melbourne Cup heeft gewonnen.

In 1895 is Trenton xx verkocht naar Engeland. Daar was hij niet erg succesvol als hengst van winnende nakomelingen. Wel heeft hij zowel de tweede moeder van de belangrijke hengst Gainsborough xx (1915, V. Bayardo xx) als de tweede moeder van de hengst Bull Lea xx (1935, V. Bull Dog xx), die vooral in de Verenigde Staten bekend is, gebracht.

Trenton xx is vaak genoemd als het Australische equivalent van de Engelse hengst St. Simon xx (1881, V. Gallopin xx). Hij was de in de periode 1885 – 1895 de belangrijkste fokhengst in Australië en de rensportjournalist Thomas Merry schreef dat het jammer is dat Trenton xx ooit naar Engeland is verkocht. In Australië bracht hij renpaarden uit merries die uit paringen met andere hengsten nooit een fatsoenlijk veulen hadden gebracht, maar als Trenton xx niet naar Engeland zou zijn gegaan had de wereld ook de hengsten Gainsborough xx (1915, V. Bayardo xx), zijn zoon Hyperion xx (1930), of de hengst Bull Lea xx (1935, V. Bull Dog xx) met al zijn nakomelingen of de super ruin Roamer xx (1911. V. Knight Errant xx) nooit gezien.

Voor de Europese rijpaardenfokkerij zijn onderstaande nakomelingen van Trenton xx van belang geweest:

Colonial xx, merrie, 1897, MV. Paradox xx, geboren in Groot Brittannië en in 1901 verkocht naar California, Verenigde Staten en later met haar eigenaar verhuisd naar Elmendorf in Kentucky. Daar bracht ze in 1916 de merrie Rose Leaves xx en die is de moeder van het goede renpaard en prima fokhengst Bull Lea xx.
Bull Lea xx is de moedersvader van de hengsten On-and-On xx (1956, V. Nasrullah xx) en Restless Wind xx (1956, V. Windy City xx). On-and-On xx is de grootvader van John U to Berry xx (1974, V, Forward Pass xx) en Restless Wind xx is de grootvader van de hengst Mity Wind xx (1988, V. Lasting Wind xx).
Voorts komt Bull Lea xx twee keer voor in de afstamming van de hengst All Wins xx (1982, V. Plum Bold xx).

Torpoint xx, hengst, 1900, MV. Sheen xx, fokker Alwyne Greville, eigenaar W.M.G. Singer, startte in 21 rennen en won er daarvan zes, waaronder de Ascot Stakes en twee keer de Queen Alexandra Stakes. Torpoint xx heeft een winsom van £ 6.046. Als fokhengst bracht hij de merries Hamoaze xx (1911, MV. Cyllene xx) en Whitetor xx (1911, MV. Martagon xx).

Hamoaze xx is de moeder van de hengst Buchan xx (1916, V. Sunstar xx), die vooral fokmerries heeft gebracht en onder andere voorkomt in de afstamming van Aldis Lamp xx (1943, V. Hyperion xx), The Cobbler xx (1945, V. Windsor Slipper xx), Marcio xx (1947, V. Aventin xx), Persian Flag xx (1953, V. Theran xx), Ballymoss xx (1954, V. Mossborough xx), Erdball xx (1956, V. Abendfrieden xx), Enfant Terrible xx (1957, V. Precipitation xx), Ishan xx (1958, V. Nantallah xx) en Pericles xx (1962, V. Relic xx).

Whitetor xx is de tweede moeder van de hengst Loliondo xx (1937, V. Badruddin xx), die moedersvader is van de hengst Pepin le Bref xx (1955, V. Sicambre xx) en de overgrootvader is van de hengst Carvin xx (1962, V. Marino xx).

Rosaline xx, merrie, 1901, MV. Bend Or xx, was een nietige merrie die door haar fokker is weggegeven en vervolgens is geveild van 25 guineas. Zij bracht de merrie Rosedrop xx (1907, V. St. Frusquin xx), die de Oaks en de Great Yorkshire Stakes won. Rosedrop xx is de moeder van de succesvolle hengst Gainsborough xx (1915). Hij won de Engelse triple crown en heeft als fokhengst grote invloed gehad. Gainsborough xx is onder andere de vader van de hengsten Solario xx (1922), Sir Nigel xx (1925), Artist’s Proof xx (1926), Singapore xx (1927), Hyperion xx (1930) en Bobsleigh xx (1932).

2.1.1.1.2. Carbine xx

De bruine hengst Carbine xx (V. Musket xx) heeft een stokmaat van 165 cm en is geboren in september 1885.
Hij is licht gebouwd en heeft een lang hoofd, een geweldige schouderpartij, een diepe romp en een lange pijp. Op foto’s lijkt hij enigszins overbouwd en hoewel hij te boek staat als een bruine lijkt hij meer op een leemvos.

Carbine xx is gefokt door de New Zealand Stud Company en is geboren in de Sylvia Park stoeterij in Auckland in Nieuw Zeeland.
Zijn moeder is de vos merrie Mersey xx (1874, V. Knowsley xx). Zij heeft niet aan rennen deelgenomen en is later verkocht naar Australië.

Tweede moeder is de vos Clemence xx (1865, V. Newminster xx).

Carbine xx was in Nieuw Zeeland het derde veulen van Mersey xx. Op de jaarlijkse veiling van de Sylvia Park stoeterij heeft de trainer Dan O’Brien Carbine xx in 1887 voor 620 guineas gekocht.

Carbine xx maakte zijn debuut in de Hopeful Stakes in Riccarton bij Christchurch op het zuidereiland van Nieuw Zeeland en won moeiteloos.
Op driejarige leeftijd won Carbine xx in Nieuw Zeeland de Derby, de New Zealand Cup en de Canterbury Cup. Vervolgens is hij verscheept naar Australië om deel te nemen aan de Victoria Racing Club Derby in Melbourne, die hij door een fout van zijn jockey met een hoofdlengte verloor. Daarna won Carbine xx twee andere rennen in Australië en is daarna voor 3.000 guineas verkocht aan Donald Wallace.

Met Wallace als eigenaar en Walter Hickenbotham als trainer ging Carbine xx in Australie door met het winnen van wedstrijden, waaronder de Champion Stakes (4850 meter) en een dag later de All Aged Stakes (1600 meter). Ook won hij de Loch Plate (3230 meter). Als driejarige won hij ook nog de Sydney Cup ( 3200 meter) en de Cumberland Cup (3200 meter).

Op vierjarige leeftijd had Carbine xx in de eerste maanden te maken met een huidontsteking in de kootholte. Ook in de rest van zijn carrière had hij daar regelmatig last van. Na een rustperiode won hij in 1889 nog negen rennen, waaronder de Autumn Stakes, de Sydney Cup en de Australian Jockey Club Plate.

Toen Carbine xx vijf jaar oud was won hij met een topgewicht in een veld van 39 paarden de Melbourne Cup met twee-en-halve lengte voorsprong. Datzelfde seizoen won hij tien van de elf rennen waaraan hij deelnam.

In zijn hele rencarrière is Carbine xx in 43 rennen gestart waarvan hij er 33 won, zes keer tweede werd en drie keer derde. Bij één start bleef hij ongeplaatst.
Op een gegeven moment was Carbine xx zo overheersend dat bij de bookmakers niet meer op hem kon worden gewed.
In oktober 1891 is Carbine xx teruggetrokken uit de rensport. Hij had toen een winsom van £ 29.626, hetgeen in Australië dertig jaar lang niet is overtroffen.

Vanaf 1891 is Carbine xx op de Lerderberg stoeterij van Wallace in Bacchus March, dat 50 km ten westen van Melbourne ligt, ingezet voor de fokkerij. Daar heeft hij enkele buitengewoon goede renpaarden en fokhengsten gebracht.

Vanwege de wereldwijde economische crisis in de periode 1890 – 1900 heeft Wallace Carbine xx in 1895 voor 30.000 guineas verkocht aan de Engelsman William Cavendish-Bentick, 6e Hertog van Portland. De hertog was een grootgrondbezitter en conservatief politicus en was van 1886 – 1892 en van 1895 – 1905 opperstalmeester aan het Britse hof. Hij besloot Carbine xx te kopen omdat hij een goede hengst wilde hebben die op geen enkele manier verwant was aan zijn eigen merriebestand.

Vanwege de verkoop is Carbine xx in 1895 verscheept naar Europa. Tijdens de bootreis kreeg hij een koliek aanval en moest hij worden geopereerd. In Engeland is Carbine xx ondergebracht op de stoeterij van de hertog in Welbeck Abbey in Nottinghamshire, waar Carbine xx drie jaar lang tegen een dekgeld van 200 guineas een groot aantal merries dekte. Omdat de nakomelingen in de rensport niet erg overtuigden verminderde de belangstelling onder de fokkers voor Carbine xx en is zijn dekgeld verlaagd.

Toen zijn zoon Spearmint xx (1903, zie 2.1.1.1.2.1.) in 1906 de Derby won, nam de belangstelling voor Carbine xx weer toe.

Andere nakomelingen van Carbine xx die van invloed zijn geweest op de huidige paardenfokkerij zijn:

Sunshot xx, merrie, 1901, MV. St. Angelo xx, bracht de merrie Sunbridge xx (1914, V. Bridge of Earn xx) en die is de tweede moeder van de hengsten Windsor Lad xx (1931, V. Blandford xx) en Solferino xx (1940, V.Fairway xx).
Windsor Lad xx is de vader van Windsor Slipper xx (1939) die voorkomt in de afstamming van onder andere Cobblers Thread xx (1955, V. The Cobbler xx) en Tumbled xx (1964, V. Pandofell xx).
Solferino xx (1940, V. Fairway xx) is de grootvader van de in Nederland goedgrkeurde hengsten Solaris xx (1959, V. Solonaway xx) en Willowcratic xx (1960, V. Democratis xx) en de overgrootvader van de hengst Apple King xx (1970, . Birdbrook xx);

Ramrod xx, hengst, 1903, MV. Esterling xx, is in 1907 door de Franse nationale stoeterij-organisatie in Engeland gekocht en in Frankrijk ter dekking gesteld. Hij is een betovergrootvader van de hengst Le Moutard xx (1939, V. Le Gosse xx) en die is de vader van Le Mioche xx (1951) en daarmee ook de grootvader van de door het KWPN goedgekeurde L’Espoir Stb (1970).
Een zoon van Ramrod xx is Querelleur III xx (1917) en die is een betovergrootvader van de invloedrijke hengst Almé SF (1966, V. Ibrahim SF) en

Chute xx, merrie, 1905, MV. Gallopin xx, is moedersmoeder van de hengst Cavalière d’Arpino xx (1926, V. Havresac xx), die de grootvader is van de hengst Rantzau xx (1947, ), de overgrootvader van Pastrocio xx (1966, V. Almoro xx) en de overgrootvader van Ribot xx (1952, V. Tenerani xx). Ribot xx komt onder andere voor in de afstamming van Afrikaner xx (1969, V. Beribot xx), All Wins xx (1982, V. Plum Bold xx), Mytens xx (1983, V. Spectacular Bid xx) en Wilawander xx (1993, V. Nashwan xx).

Carbine xx was een persoonlijkheid en had een paar eigenaardigheden waardoor het publiek op de renbaan hem adoreerde.

Zo maakte hij er een gewoonte van om bij de parade na een ren en voorafgaand aan de prijsuitreiking plotseling te gaan stilstaan om enige tijd in de verte te gaan staren terwijl zijn begeleiders alles in het werk stelden om hem weer in beweging te krijgen. Als Carbine xx niet had gewonnen en hij bij de parade voorafgaand aan de prijsuitreiking niet voorop mocht lopen, werd hij driftig.
Carbine xx had er een hekel aan als zijn hoofd nat werd. In Australië had men voor regenachtig weer een soort hoed voor hem gemaakt waardoor de bovenkant van zijn hoofd en zijn oren droog bleven. Die hoed heeft hij zowel in Australië als in Engeland gedragen.

Toen hij op de Welbeck stoeterij stond werd hij regelmatig door zijn verzorger Jack Cunningham onder het zadel gereden. Carbine xx begon zo’n uitje altijd met een paar minuten bokken totdat Cunningham zijn hals vastpakte en zei : “Come on, Old Jack, don't make a fool of yourself any longer". Carbine hield dan op met bokken en liep vervolgens aan een lange teugel verder terwijl Cunningham een pijp op stak.

Op 10 juni 1914 vond de hertog Carbine xx liggend in zijn box terwijl hij uit zijn neus bloedde. Vastgesteld werd dat de hengst een hersenbloeding had, waarna besloten is om hem met chloroform te euthanaseren en hij rustig stierf.
De hertog heeft het skelet van de hengst aan het Melbourne museum gegeven.

Carbine xx heeft een geweldige invloed gehad op de volbloedfokkerij en is onder andere terug te vinden in de afstamming van de stempelhengsten War Admiral xx (1934), Nearco xx (1935), Court Martial xx (1942), Bold Ruler xx (1954) en Northern Dancer xx (1961).

Carbine xx is in Nieuw Zeeland opgenomen in de Hall of Fame.

2.1.1.1.2.1. Spearmint xx

Spearmint xx (V. Carbine xx) is een bruine hengst met een bles en linksvoor een sok, die in 1903 is geboren.
Hij is volgens de papieren gefokt door Sir Tatton Sykes, maar die kocht Spearmint’s moeder toen die al drachtig was van een veulen dat uitgroeide tot de hengst Spearmint xx. De eigenlijke fokker is sir James Duke.

De moeder is de bruine merrie Maid of the Mint xx (1897, V. Minting xx). Zij is door sir Tatton Sykes op de stoeterij van de 6e Hertog van Portland gekocht, toen hij daar kwam om twee van zijn merries te bekijken die op de Welbeck stoeterij van de hertog stonden. De één zou worden gedekt door de hengst St. Simon xx (1881, V. Gallopin xx) en de andere door Carbine xx (1885, V. Musket xx, zie 2.1.1.1.2.).
Sir Sykes was eigenaar van de prestigieuze Sledmere stoeterij in Driffield in East Yorkshire en was ook op zoek naar een goede jonge fokmerrie om zijn eigen merriestapel uit te breiden. Hij vroeg aan een medewerker van de Welbeck stoeterij of die een goede merrie wist die te koop was. Die medewerker wees naar de merrie Maid of the Mint xx van sir James Duke, die op de stoeterij stond omdat ze was gedekt door Carbine xx.
Beide heren kwamen een prijs overeen van £ 1.500 en £ 500 extra als de merrie in 1903 een hengstveulen zou krijgen.

Tweede moeder van Spearmint xx is de bruine Warble xx (1884, V. Skylark xx).

Op papier had Spearmint xx een sterke afstamming, maar nader bekeken viel dat nogal tegen. Vader Carbine xx was het beste renpaard dat men tot dan toe in Australië had gezien. Zijn beste renprestatie was winst in de Melbourne Cup terwijl hij een gewicht van 65,8 kg droeg en 38 tegenstanders versloeg en in de fokkerij had hij in Australië enkele goede renpaarden gebracht. Hij was in 1895 naar Engeland gekomen en had daar tot die tijd in de fokkerij weinig indruk gemaakt.

Maid of the Mint xx is zelf niet in rennen uitgekomen, maar aan vaderskant kad ze voldoende kwaliteit. Haar vader Minting xx (1883, V. Lord Lyon xx) had de Grand Prix van Parijs gewonnen en grootvader Lord Lyon xx (1863, V. Stockwell xx) was een triple crown winnaar.
De moederlijn van Maid of the Mint xx was ronduit zwak. Gedurende vier generaties had alleen Warble xx, de tweede moeder van Spearmint xx, met de hengst Wargrave xx (1998, V. Carbine xx) een redelijk goed renpaard geproduceerd. De betbetovergrootmoeder van Maid of the Mint xx, Preserve xx (1832, V. Emilius xx) was, zowel op de baan als in de fokkerij, wel een klasse volle merrie.

In de herfst van 1904 verkocht de Sledmere stoeterij van sir Sykes in een veiling negen jaarlingen, waaronder Spearmint xx. Majoor Eustace Loder had, in overleg met de manager van zijn stoeterij, besloten op Spearmint xx te bieden. Tot zijn verrassing was hij voor 300 guineas al de eigenaar van Spearmint xx, terwijl de gemiddelde verkoopprijs van de negen Sledmere-jaarlingen 1.200 guineas bedroeg.

Spearmint xx werd in training gegeven bij Peter Purcell Gilpin op Clarehaven Lodge in Newmarket. Daar werd hij stalgenoot van de merrie Pretty Polly xx (1901, V. Gallinule xx), die een uitstekend renpaard was en onder andere de 1.000 Guineas, de Oaks, de Coronatian Cup en de St Leger won en die eveneens in het bezit was van majoor Loder.

Vooralsnog stond Spearmint xx in de schaduw van de twee jaar oudere Pretty Polly xx. Kort na aankomst in Newmarket werd Spearmint xx ziek waardoor de training moest worden uitgesteld. Het gevolg was dat Spearmint xx als tweejarige maar aan drie rennen heeft deelgenomen. In Lingfield won hij zijn debuut ren. In zijn tweede ren werd hij tweede en in de derde bleef hij ongeplaatst.

In de winter 1905/1906 heeft majoor Loder beslist dat Spearmint xx niet aan de Derby 1906 zou deelnemen. Die rol zou worden vervuld door zijn geweldige merrie Flair xx (1903, V. St. Frusquin xx) en Spearmint xx zou deelnemen aan de Grand Prix van Parijs, dat een ren was waarvan Minting xx in 1986 de laatste in Engeland gefokte winnaar was. De ren in Parijs zou pas eind juni worden verreden en daardoor had Spearmint xx meer tijd om te trainen dan als hij aan de Derby in Epsom zou deelnemen. Bovendien waren Loder en zijn trainer Gilpin ervan overtuigd dat Spearmint xx de 3230 meter van de Grand Prix aan zou kunnen.

Drie weken voor de Derby werden de plannen echter gewijzigd omdat Flair xx weliswaar overtuigend de 1.000 Guineas had gewonnen, maar daarna in de training geblesseerd was geraakt. Besloten werd dat Spearmint xx als vertegenwoordiger van de trainingsstal van Gilpin aan de Derby zou deelnemen. Omdat de hengst toch al in training was voor de ren in Parijs hoefde er niet veel extra trainingswerk verricht te worden. Toen Spearmint xx in een trainingswedstrijd over 2500 meter zijn beroemde stalgenoot Pretty Polly xx klopte, wisten Loder en Gilpin dat de hengst klaar was voor de Derby.

De wedstrijd in Epsom werd door Spearmint xx tamelijk makkelijk met anderhalve lengte gewonnen. Zijn tijd van 2.36,8 was een Derbyrecord. Een dag later won Pretty Polly xx in Epsom in exact dezelfde tijd de Coronation Cup.
Enkele weken later startte Spearmint xx in de Grand Prix van Parijs en leidde die ren van start tot finish om met een halve lengte de Franse hengst Brisecoeur xx (1903, V. Brio xx) te verslaan.

Spearmint xx is daarna niet meer gestart in een ren omdat hij steeds te maken had met blessures aan zijn benen. Hij is nog in training gehouden voor het seizoen 1907, maar de beenproblemen verhinderden om te starten in een ren.

Spearmint xx is daarop teruggetrokken uit de rensport en is als fokhengst beschikbaar gesteld op de Old Connell stoeterij in Newbridge bij Kildare in Ierland.

De nakomelingen van Spearmint xx hebben in Groot Brittannië, Ierland en de Verenigde Staten klassieke rennen gewonnen. De dochters van Spearmint xx bleken goede fokmerries te zijn. Hoewel de gemiddelde afstand van de rennen die door zijn nakomelingen zijn gewonnen 2100 meter was, heeft hij ook een aanzienlijk aantal nakomelingen gegeven die op jonge leeftijd over kortere rennen goed hebben gepresteerd.

Spearmint xx is op 24 juni 1924 op eenentwintigjarige leeftijd aan koliek overleden. Hij is begraven op Eyrefield Lodge in Kildare in Ierland, waar later ook zijn zoon Spion Kop xx en zijn voormalige stalgenoot Pretty Polly xx hun laatste rustplaats hebben gevonden.

De nakomelingen van Spearmint xx die voor de hedendaagse rijpaardfokkerij van belang zijn geweest zijn:

Catnip xx, merrie, 1910, MV. The Sailor Prince xx, is in Ierland gefokt door majoor Loder. Haar in Amerika gefokte moeder had daar de 1.000 Guineas gewonnen en was tweede geworden in de Oaks. Zelf was Catnip xx een weinig succesvol en door haar afstamming tamelijk onaantrekkelijk renpaard. De grote Italiaanse fokker Tesio zag echter de nodige kwaliteiten in Catnip xx en kocht haar op een veiling voor slechts 75 guineas. Ze bleek een uitstekende fokmerrie en bracht de renpaarden Nera di Bicci xx (1918, V. Tracery xx), Nomellina xx (1919, V. St. Amant xx) en Nesiotes xx (1923, V. Hurry On xx), die respectievelijk acht, acht en vijftien rennen wonnen. Het beste product van Catnip xx was echter de merrie Nogara xx (1928, V. Havresac II), die de moeder is geworden van de geweldige hengst Nearco xx (1935, V. Pharos xx) en van de hengst Niccolo dell’Arca xx (1938, V, Coronach xx).
Nearco xx bracht de stempelhengsten Nasrullah xx (1940), Dante xx (1942),Royal Charger xx (1942), Nimbus xx (1946), Mossborough xx (1947), Infatuation xx (1951), Chief III xx (1953), Nearctic xx (1954) en Compromise xx (1954) en is de grootvader van de hengsten Tamerlane xx (1952) en Sable Skinflint xx (1958).
Niccolo dell’Arca xx is de vader van de hengst Pluchino Westf (1949) en de grootvader van de hengst Uppercut xx (1960);

Plucky Liège xx, merrie, 1912, MV. St. Simon xx, is in Groot Brittannië gefokt door Lord Michelham en combineert het bloed van de hengsten Carbine xx en St. Simon xx, die beide op de stoeterij van de Hertog van Portland ter dekking stonden. Lord Michelham verkocht de merrie aan zijn secretaris Jefferson Davis Cohn, die een enthousiaste fokker was en in Frankrijk de stoeterij du Bois Roussel huurde, waar ook zijn hengst Teddy xx (1913, V. Ajax xx) stond. Op die stoeterij is Plucky Liège xx een zeer invloedrijke volbloedmerrie geworden. Zij bracht onder andere de volle broers Sir Gallahad III xx (1920, V. Teddy xx) en Bull Dog xx (1927) en de hengsten Admiral Drake xx (1931, V. Craig an Eran xx) en Bois Roussel xx (1935, V. Vatout xx).
Sir Gallahad III xx won de Prix de Poulain en is de grootvader van Fra Diavolo xx (1938, V. Black Devil xx) en de overgrootvader van Uppercut xx (1960, V. Fighting Don xx).
Bul Dog xx is de vader van Bull Lea xx (1935).

Admiral Drake xx won de Grand Prix de Paris en bracht de stempelhengst Goody xx (1942) en Bois Roussel xx won de Epsom Derby en komt onder andere voor in de afstamming van Persian Flag xx (1953, V. Tehran xx), Ghyll Manor xx (1962, V. Gilles de Retz xx), All Wins xx (1982, V. Plum Bold xx), Martell xx (1983, V. Afayoon xx) en French Buffet xx (1985, V. Settlement Day xx).

Plucky Liège xx bracht ook de merries Marguerite de Valois xx (1919, V. Teddy xx) en Noor Jahan xx (1921, V. Teddy xx), die beiden rennen wonnen en een moederlijn vormden waaruit winnaars van klassieke rennen zijn gekomen.

Chicle xx, hengst, 1913, MV. Hamburg xx, is in Frankrijk geboren en gefokt door Harry Payne Whitney. Hij is als jaarling geëxporteerd naar de Verenigde Staten, waar hij in 1929 leidend vaderpaard is geworden. Chicle xx had geen plezierig karakter en was erg brutaal. Hij is de betovergrootvader van de hengst On-and-On xx (1956, V. Nasrullah xx).

Over There xx, hengst, 1916, MV. Sundridge xx, is in Ierland gefokt door Sir Mark Sykes en is verkocht naar de Verenigde Staten. Over There xx is een betovergrootvader van de hengst Prince John xx (1953, V. Princequillo xx), die onder andere voorkomt in de pedigree van Mytens xx (1983, V. Spectacular Bid xx);

Spion Kop xx, hengst, 1917, MV. Gallinule xx, zie 2.1.1.1.2.1.1.;

Lady Maureen xx, merrie, 1920, MV. Desmond xx, is in Groot Brittannië gefokt door majoor Loder. De merrie is verkocht aan de Rothschild familie en is op de Meautry stoeterij in Touques bij Deauville in Frankrijk met veel succes voor de fokkerij gebruikt.

Via haar dochter Mauretania xx (1930, V. Tetratema xx) is Lady Maureen de overgrootmoeder van de broers Ocarina xx (1947, V. Bubbles xx) en Guersant xx (1949). Ocarina xx is de grootvader van de hengst Earldom xx (1961, V. Mossborough xx) en Guersant xx is de vader van de hengst Eratosthenes xx (1957).

Mauretania xx is ook de overgrootmoeder van de Franse kampioen hengst Luthier xx (1965, V. Klairon xx).

Lady Maureen is ook de moeder van de in Nederland goedgekeurde Looc Mo xx (1936, V. Dictateur III xx), die onder andere de vader is van First Trial xx (1956).

Zionist xx, hengst, 1922, MV. Roi Herode xx, is in Ierland gefokt door captain C. Moore en verkocht aan Zijne Hoogheid Aga Khan. Zionist xx won de Ierse Derby en werd tweede in de Epsom Derby.
Als fokhengst is hij overgrootvader van de Franse hengst Vieux Manoir xx (1947, V. Brantôme xx), die de zonen Le Haar xx (1954), Mourne xx (1954) en Val de Loir xx (1959) bracht.

2.1.1.1.2.1.1. Spion Kop xx

De bruine volbloedhengst Spion Kop xx (V. Spearmint xx) is in 1917 in Ierland geboren. Hij is gefokt door majoor Giles Loder, die na het overlijden van zijn oom Eustace Loder in 1914 de Eyrefield Lodge stoeterij in Kildare in Ierland had geërfd.
De moeder van Spion Kop xx is de merrie Hammerkop xx (1900, V. Gallinule xx), dat een goed renpaard was en onder andere de Cesarewitch Handicap en de Yorkshire Oaks had gewonnen. Als fokmerrie had ze echter nog niet veel gepresteerd totdat ze op zeventien jarige leeftijd Spion Kop xx bracht. Ook daarna heeft ze geen winnende nakomelingen meer gekregen.

Spion Kop xx was een leuke bruine hengst met een bles en vier witte voeten. Als tweejarige startte hij zes keer en werd daarbij vijf keer tweede. Zijn trainer Peter Purcell Gilpin uit Newmarket was er echter van overtuigd dat Spion Kop xx op driejarige leeftijd zou kunnen deelnemen aan klassieke rennen.

Zijn eerste ren als driejarige won Spion Kop xx gemakkelijk waardoor de eigenaar en de trainer overtuigd raken dat hij een goede kans zou maken in de Derby. Ondanks een slechte galop voor de race, waarbij hij op sleeptouw werd genomen door drie stalgenoten en ondanks slechte verwachtingen bij de bookmakers, won Spion Kop xx in de nieuwe recordtijd van 2.34,8 glorieus de Derby, waarbij hij de winnaar van de 2000 Guineas en Derby-favoriet Tetratema xx en ook Abbots Trace xx versloeg.

De overwinning in de Derby was het grootste succes van Spion Kop xx. In de Grand Prix van Parijs, in de St Leger en in de Champion Stakes bleef hij ongeplaatst. Als vierjarige is hij twee keer gestart, zonder daarbij een overwinning te behalen.

Vervolgens is hij op de Old Connell stoeterij van Loder in Kildare een goede fokhengst geworden. Hij bracht vooral goed stayers. Zijn zoon Felstead xx won de Epsom Derby en zijn zoon Kopi de Ierse Derby. Dochter Bongrace won zowel de doncaster Cup als de Jockey Club Cup.

Voor de fokkerij belangrijke nakomelingen van Spion Kop xx zijn:

Spicebox xx, merrie, 1923, MV. Swynford xx, is overgrootmoeder van de hengst Bewildered xx (1947, V. Dante xx), die de vader is van de inNederland goedgekeurde hengst Jolly Peter xx (1956);

Felstead xx, hengst, 1925, MV. Lemberg xx, fokker Sir Hugo Cunliff-Owen, heeft een aantal merries gebracht die een rol hebben gespeeld in de fokkerij, zoals:
- Felsetta xx ( 1933) die overgrootmoeder is van de hengst Tepukei xx (1970, V. Major Partion xx);
- Rockfoil xx (1934) die de grootmoeder is van de hengst Hanassi xx (1960, V. Nearula xx);
- Freudenau xx (1937) die de grootmoeder is van de hengst Talisman xx (1955, V. Transtévere xx);
- Vale Blue xx (1938) die overgrootmoeder is van de hengst Hill Hawk xx (1972, V. Sea Hawk II xx) en
- Lackadaisy xx (1940), die overgrootmoeder is van de hengst African Sky xx (1970, V. Sing Sing xx). African Sky xx is de vader van Kafu xx 1980).

Selbstgespräck xx, merrie, 1932, MV. Sunstar xx, fokker Ernst Bisschoff, is in 1932 met de moeder naar Duitsland gegaan en is de grootmoeder van de hengst Steinpilz xx (1950, V. Blasius xx). Steinpilz xx is onder andere de grootvader van de KWPN-hengst Jurgen (1968, V. Magnet Trak) en

Golden Kopje xx, merrie, 1939, MV. Caerleon xx, is een overgrootmoeder van de Anglo-arabische hengst I. Bantry Khan x (1967, V. Abgar xx).

Spion Kop xx is in 1941 overleden en is begraven op de Eyrefield Lodge stoeterij in Kildare in Ierland.


2.1.2. Orlando xx

De bruine volbloedhengst Orlando xx (V. Touchstone xx) is in 1841 geboren. Hij is gefokt door kolonel Jonathan Peel, die later is bevorderd tot generaal en meer dan 40 jaar lid was van het Engelse parlement. Hij was Minister van Oorlog in het tweede kabinet van de 14e Graaf van Derby (20 Februari 1858 tot 1 Juni 1859).

In 1826 had Peel de prachtige 18e eeuwse Marble Hill Paladium villa met landgoed in Twickenham, dat nu onderdeel is van Groot-Londen, gekocht. Hij bouwde er nieuwe stallen en gebruikte het landgoed als stoeterij.

De moeder van Orlando xx is de vos merrie Vulture xx (1833, V. Langar xx). Langar xx heeft vijftien rennen gewonnen. Zijn zoon Elis xx (1833) won de St Leger en zijn zoon Epirus (1834) was in 1850 leidend vaderpaard in Groot Brittannië. Een derde zoon was Mr. Wags, die twee keer leidend vaderpaard in Frankrijk is geweest.

Vulture xx is gefokt door mr. Allanson en is ook door hem uitgebracht in rennen. Zij was meer sprinter dan stayer en werd als één van de snelste merries beschouwd die ooit in Newmarket aan rennen had deelgenomen.
Orlando’s snelheid, die hij ook doorgaf aan zijn nakomelingen, werd aan haar toegeschreven.
Peel kocht Vulture xx na haar weinig succesvolle deelname aan de St Leger. Haar eerste veulen was de hengst The Scavanger xx (1840, V. Slane xx) en Orlando xx was haar tweede veulen. Vlak nadat Orlando xx was gespeend heeft Vulture xx van een ander paard een klap gekregen waardoor ze zodanig geblesseerd raakte dat een eind aan haar leven moest worden gemaakt.

Tweede moeder van Orlando xx is de goede fokmerrie Kite xx (1821, V. Bustard xx).

Orlando xx was een hengst met een erg mooi exterieur. Het was een genot om naar hem te kijken, hoewel hij weinig schoft had en een te brede borst. Daarentegen was op zijn schouderpartij niets aan te merken behalve dan dat die een fractie schuiner had mogen liggen.

Orlando’s debuut op de renbaan leek wel een grap of misschien was het een voorteken van de veel ernstiger zaken rondom zijn deelname aan de Derby. Zijn eerste ren als tweejarige was de Produce Stakes op Ascot waarbij enkele jockeys, waaronder die van Orlando xx, voor de start afspraken om het kalm aan te gaan doen. Toen de start werd gegeven keken de zes deelnemende jockeys elkaar aan en legden de eerste paar honderd meter in stap af totdat één van hen in een handgalop 50 meter voorsprong nam. Toen de andere jockeys plotseling ook tot een galop aanzetten, werd de jonge Orlando xx verrast en behaalde met een hoofdlengte verschil toch nog de tweede plaats.
Daarna won hij de vier andere rennen waarin hij als tweejarige startte.

Als driejarige begon Orlando xx met winst in de Riddlesworth Stakes in Newmarket en daarna won hij op dezelfde dag in Newmarket 500 sovereigns door nog twee rennen te winnen. In één daarvan had hij geen tegenstanders.

N.B. De gouden sovereign (7,32 gram goud) was in Groot Brittannië van 1817 tot 1914 de standaard gouden munt die gelijk stond aan een pond sterling.

Daarna kwam de Derby waaraan door 29 paarden werd deelgenomen. Winnaar werd Running Rein xx (1841, V. The Saddler xx), op ¾ lengte gevolgd door Orlando xx.

Nog voordat de Derby van start ging werd door enkele eigenaren van deelnemende paarden aangegeven dat het paard dat als “Running Rein xx” zou deelnemen in werkelijkheid de vierjarige Maccabeus xx (1840, V. Gladiator xx) was. Een jaar eerder had hetzelfde paard als driejarige aan een ren voor tweejarigen deelgenomen en toen waren de protesten van de Hertog van Rutland en Lord George Bentick na een onderzoek door de officials afgewezen op basis van een getuigenis van een staljongen dat het deelnemende paard werkelijk Running Rein xx was.
Net voor de start van de Derby had Lord Bentinck voldoende bewijs om het bedrog aan te tonen en vroeg aan de officials in Epsom om de leeftijd en de identiteit van het paard “Running Rein xx” te onderzoeken. De officials besloten het gevraagde onderzoek alleen uit te voeren als “Running Rein xx“ de Derby zou winnen.
Na de finish van de Derby was de heer Wood, de eigenaar van “Running Rein xx”, nergens te vinden en werd het onderzoek uitgesteld totdat hij zou worden gevonden.
Toen Wood weer boven water kwam presenteerde Lord Bentinck zijn bewijs voor het tuchtgerecht, maar de tuchtrechter oordeelde dat een veterinair onderzoek van “Running Rein xx” uitsluitsel zou moeten geven. Het paard was echter al lang en breed verdwenen, waardoor het onderzoek niet kon worden uitgevoerd. Vervolgens trok Wood zich terug uit de zaak waardoor Orlando xx alsnog als winnaar van de Derby werd uitgeroepen.

In de Derby had een ander paard, Leander xx, een klap van “Running Rein xx” gehad en daarbij zijn been gebroken waardoor het moest worden gedood. Later bleek dat niet alleen “Running Rein xx” maar ook Leander xx in 1840 was geboren.

De hele vervelende gang van zaken was een voorbeeld van het bedrog en de schandalen op en rond de renbaan in het midden van de 19e eeuw. Omdat grote sommen geld in weddenschappen werden ingezet kwam er veel bedrog en valsheid voor. Eigenaren moesten daarom hun paarden laten bewaken om te voorkomen dat ze werden verwond, gedrogeerd of vergiftigd en jockeys werden omgekocht om niet met hun paard te winnen of gingen weddenschappen op tegenstanders aan.

Orlando xx heeft verder in 1844 op Ascot nog de Dinner Stakes in een walk-over gewonnen.

In 1845 heeft hij niet aan rennen deelgenomen. In 1846 zou hij meedoen aan de Ascot Gold Cup, maar wierp hij voor de start zijn jockey af waarbij de teugel brak en Orlando xx het op een lopen zette. Nadat hij gevangen was en de jockey weer in het zadel zat, is hij gestart maar kwam kreupel en ongeplaatst aan de finish.

In zijn totale rencarrière is Orlando xx twaalf keer gestart en daarvan heeft hij tien rennen gewonnen.

Eigenaar Peel heeft Orlando xx vervolgens van 1847 tot augustus 1851 beschikbaar gesteld voor de fokkerij. Daarna heeft Peel zijn hele stal verkocht en kwam Orlando xx in het bezit van Charles Greville, die vanwege de uitgaven voor zijn paarden relatief arm was.

Greville huurde boxen op Bushey Park, dat naast de Hampton Court stoeterij van de koninklijke familie ten zuidwesten van Londen bij Kingston upon Thames aan de Thames ligt. Hij gebruikte ook wat oude stallen op de Hampton Court stoeterij, waar ook Orlando xx een box kreeg. Tegenwoordig is het gebied onderdeel van Groot Londen.

Hampton Court was de toenmalige residentie van de Engelse koninklijke familie.
Op Bushey Park woonde koningin Adelaide, de weduwe van William IV (1765 – 1837), die koning van het Verenigd Koninkrijk en Hannover was. Toen de weduwe in december 1849 overleed, viel Bushey Park weer toe aan de Britse kroon en is begonnen om de stallen en paddocks op Bushey Park en Hampton Court op te knappen. Na de dood van koning William IV in 1837 waren grote aantallen paarden van de koninklijke stallen verkocht en in de jaren 1849 – 1855 is een nieuw bestand aan fokmerries opgebouwd. Daarbij is vaak gebruik gemaakt van Orlando xx als fokhengst. Orlando xx had daarbij het geluk dat hij veel merries toegediend kreeg met een uitzonderlijk goede afstamming en soms ook een goed renrecord. Voor Greville kwam het dekgeld van £ 75 goed van pas.

Orlando xx is tot zijn dood in 1867 op Hampton Court gebleven.

Orlando xx was bijzonder populair bij de fokkers. Mede door het goede merriemateriaal is hij in Groot Brittannië en Ierland leidend vaderpaard geweest in de jaren 1851, 1854 en 1858. In de jaren 1853, 1855 – 1957 en 1959 – 1861 stond hij op de tweede of derde plaats van de lijst met meest succesvolle hengsten.
Orlando xx kreeg 352 veulens die samen 797 rennen wonnen. Zijn nakomelingen hadden veel snelheid en waren bijzonder vroeg rijp. Vier van zijn nakomelingen wonnen als tweejarige de July Stakes en drie wonnen de Ascot New Stakes, maar geen van zijn nakomelingen behaalde de overwinning in de Champagne Stakes in Doncaster over 1600 meter.
Slechts enkele van zijn nakomelingen konden langere afstanden aan. Maar kleinkinderen uit merries met uithoudingsvermogen bleken wel vaak goede stayers.

Van zijn kinderen won Teddington xx (1948) de Derby, Fazzoletto xx (1853), Fitz-Roland xx (1955) en Diophantus xx (1858) de 2000 Guineas en dochter Imperieuse xx (1854) won de 1000 Guineas en de St Leger.

Verschillende nakomelingen van Orlando xx zijn van belang geweest voor de moderne rijpaardfokkerij, zoals:

Orestes xx, hengst, 1850, MV. Bay Middleton xx, eigenaar Mayor Rothschild, is via de hengsten Orest xx (1857) en Hollywood xx (1871) de overgrootvader van de hengst Cliffs Brow xx (1880) en die is de overgrootvader van de Trakehner stempelhengst Tempelhüter Trak (1905, V. Perfectionist xx);

Marsyas xx, hengst, 1851, MV. Whisker xx, won als tweejarige de Newmarket July Stakes en bracht als fokhengst de broers Albert Victor xx (1868, MV Stockwell xx) en George Frederick xx (1972).
Albert Victor xx is de vader van de hengst The Sailor Prince xx (1880) en die bracht de merrie Sibola xx (1896) die de 1000 Guineas won. Sibola xx is de tweede moeder van de befaamde merrie Nogara xx (1928, V. Havresac xx) en die is de moeder van de stempelhengst Nearco xx (1935, V. Pharos xx) en van zijn halfbroer Niccolo dell’Arca xx (1938, V. Coronach xx).

Georg Frederick xx had een kwaadaardig karakter en won als driejarige de Newmarket Stakes en de Epsom Derby. Als fokhengst bracht hij de Franse hengst Frontin xx, die de Prix de Jockey Club en de Grand Prix van Parijs won.
Via zijn naar Frankrijk geëxporteerde dochter Frivola xx is Georg Frederick xx de betovergrootvader van de hengst Nuage xx. Nuage xx komt onder andere voor in de afstamming van de Duitse hengsten Alchimist xx (1930, V. Herold xx), Arjaman xx (1930, V. Herold xx), Abendfrieden xx (1934, V. Ferro xx), Anblick xx (1938, V. Ferro xx) en van de in Nederland goedgekeurde hengst Courville xx (1952, V. Fair Trial xx);

Doralice xx, merrie, 1852, MV. Emilius xx, fokker/eigenaar Charles Greville. Na de dood van Greville is de merrie gekocht door de Hampton Court stoeterij. Zij is de moeder van de hengst Speculum xx (1865, V. Vedette xx), die als tweejarige acht rennen won en als driejarige de Goodwood Cup. In de fokkerij heeft Speculum xx vele goede renpaarden gebracht. Ook is hij de overgrootvader van de hengst Sundridge xx (1898, V. Amphion xx) en komt hij onder andere voor in de afstamming van Hanassi xx (1960, V. Nearula xx);

Chevalier d’Industrie xx, hengst, 1854, MV. Priam xx, fokker Charles Greville, is voor 255 guineas gekocht door Henry Padwick. Chevalier d’Industrie was een redelijk goed renpaard en werd tweede in de Epsom Derby.
Als fokhengst heeft hij meerdere keren een nieuwe eigenaar gekregen. Zijn beste nakomeling is zijn zoon Friponnier xx (1864).
Friponnier’s zoon Hochmeister xx (1883) is de betovergrootvader van de Trakehner stempelhengst Dampfroβ (1916, V. Dingo Trak).
Friponnier xx is in een rechtstreekse vaderlijn via Fanfarro Trak (1885), Fechtmeister Trak (1900), Attino Trak (1910), Eros Zw (1926) en Niger Zw (1935) ook een voorouder van de Zweedse hengst Lansiär (1954) en die is de overgrootvader van de hengst Amiral ASVH (1985, V. Napoleon ASVH). Amiral is de grootvader van de door het KWPN goedgekeurde hengst Scandic (1999, V. Solos Carex xx).

Een dochter van Chevalier d’Industrie xx is Malpractice xx (1864) en zij is de tweede moeder van de triple crown winnende hengst Isinglass xx (1890, V. Isonomy xx). Isinglass xx is de grootvader van de hengsten Swynford (1907, V. John O’Gaunt xx) en Magnat Trak (1917, V. Baltinglass xx) en de overgrootvader van de stempelhengst Ferro xx (1923, V. Landgraf xx).

Eclipse xx, hengst, 1855, MV. Bay Middleton xx, fokker Charles Greville, is de zoon van Orlando xx die de hengstenlijn in de Verenigde Staten heeft voortgezet. Eclipse xx is als jaarling verkocht aan Henry Padwick. Padwick was lid van de Danebury Confederacy, een club van bookmakers, bankiers, paardeneigenaren en trainers, die in de jaren 1840 – 1855 berucht was om de gewetenloze valse praktijken in de rensport.
Eclipse xx was een redelijk goed renpaard maar won geen grote rennen
In 1858 is de hengst gekocht door de Amerikaan Richard Ten Broeck en in juli 1859 is hij verscheept naar de Verenigde Staten. Daar heeft hij op vier verschillende plaatsen ter dekking gestaan.
Eclipse xx was een populaire hengst en is twee keer tweede en twee keer derde geweest op de lijst van meest succesvolle vaderpaarden in de Verenigde Staten.

Zijn belangrijkste zoon is Alarm xx (1869), die aan vijf rennen heeft deelgenomen en ze alle vijf won. Alarm’s zoon Himyar xx (1875) bracht de briljante sprinter Domino xx (1891) en die is de vader van de hengst Commando xx (1898, zie 2.1.2.1.);

Trumpeter xx, hengst, 1856, MV. Redshank xx, fokker Hampton Court stoeterij, is als jaarling gekocht door bookmaker Harry Hill, die ook lid was van de Danebury Confederacy. Als tweejarige startte hij in één ren en als driejarige startte hij vijf keer en won twee keer. In de Derby werd hij derde. Omdat hij zijn laatste twee rennen, waaronder de Derby, kreupel beëindigde is hij teruggetrokken uit de rensport en eerst op de stoeterij Althrop Park en later op Hampton Court beschikbaar gesteld voor de fokkerij.

Als fokhengst bracht Trumpeter xx diverse goede renpaarden,

Voor de fokkerij is zijn zoon Plutus xx, die een matig renpaard was, van belang. Plutus xx is gekocht door de Franse graaf Frederic de Lagrange en daarna voor Ffr. 41.000 verkocht aan Charles Lafitte, die de hengst in Frankrijk ter dekking stelde. Plutus xx bracht verschillende winnaars, waarvan Flageolet xx (1870, MV. Monarque xx, zie 2.1.2.2.) de meeste invloed heeft gehad.

Trumpeter’s dochter Lands End xx (1873) is de moeder van de merrie Distant Shore xx (1880, V. Hermit xx) en zij is de tweede moeder van de stempelhengst Cyllene xx (1895, V. Bona Vista xx).
Cyllene xx is de vader van de hengsten Captivation xx (1902) en Polymelus xx (1902), de grootvader van Friar Marcus xx (1912, V. Cicero xx) en de overgrootvader van Buchan xx (1916, V. Sunstar xx), Cavaliere d’Arpino xx (1926, V. Havresac xx) en Aventin xx (1929, V. Teddy xx);

Chattanooga xx, hengst, 1862, MV. Birdcatcher xx, fokker Hampton Court stoeterij, is als jaarling gekocht door Richard Naylor, die een stoeterij had in Hooton bij Chester.Als tweejarige is Chattanooga xx gestart in Newmarket’s Criterion Stakes en heeft die ren ook gewonnen. Het was de enige ren waaraan hij heeft deelgenomen, omdat hij, zoals veel Orlando-nakomelingen, zwaar bespierd was en veel zwaarder was dan zijn leeftijdsgenoten.
Chattanooga xx is daarop in Hooton ingezet in de fokkerij, Zijn zoon Wellintonia xx (1869) is de vader van de merrie Plaisanterie xx (1882). Zij is geboren op de Haras de Menneval in Frankrijk en als jaarling naar Engeland gezonden waar ze voor 825 Ffr. is gekocht door de Fransman M.H. Bouy. Plaisanterie xx is één van de allerbeste Franse renpaarden geworden die veertien van de vijftien rennen waaraan ze deelnam, over afstanden variërend van 1700 – 3600 meter, heeft gewonnen. Ze won onder andere de Prix de Chantilly, de Grote Prijs van Baden-Baden en in Engeland de Cesarewitch en de Cambridgeshire.
Als fokmerrie werd ze de tweede moeder van de stempelhengst Tracery xx (1909, V. Rocksand xx), die onder andere de overgrootvader is van de hengsten Foudroyant II xx (1938), Cottage Son xx (1944, V. Young Lover xx), Der Löwe xx (1944, V. Wahnfried xx) en Xebec xx (1947, V. Flamingo xx).


2.1.2.1. Commando xx

Commando xx (V. Domino xx) is een bruine hengst die in 1898 op de Castleton stoeterij van vader en zoon James en Foxhol Keene in Lexington in de staat Kentucky in de Verenigde Staten is geboren.

Commando’s vader Domino xx (1891, V. Himyar xx) was zowel tijdens zijn korte leven als na zijn dood een hengst van uitersten. Hij was de beroemdste hengst van de vooraanstaande New Yorkse beurshandelaar en paardeneigenaar James Keene, hoewel die niet enthousiast was toen hij de hengst, op aandringen van zijn zoon Foxhol, als enter in 1899 voor $ 3.000 kocht.
Domino xx was een zwartbruine hengst. Hij was ongelooflijk snel en naar het zich liet aanzien onverslaanbaar in rennen over afstanden tot maximaal 1600 meter. Hij won als tweejarige de Great American Stakes, de Great Eclipse Stakes, de Great Trial Stakes, de Hyde Park Stakes, de Produce Stakes en de met $ 45.000 gedoteerde Futurity Stakes. Zijn winsom als tweejarige bedroeg $ 170.790.
Door zijn kleur en zijn snelheid werd Domino xx ook wel de Black Whirlwind genoemd.

In één van zijn laatste rennen als tweejarige had zijn jockey hem flink geslagen en vanaf dat moment had Domino xx een grondige hekel aan jockeys en pleegde hij verzet bij het opstijgen. Als driejarige was hij niet langer dominant hoewel hij op de sprintafstanden ongeslagen bleef, maar in de Derby finishte hij als laatste. Als vierjarige won Domino xx vier van de acht rennen waarin hij startte. Zijn totale winsom bedraagt $ 193.650, hetgeen een record was dat tot 1920 stand hield.

Als fokhengst is hij maar twee jaar actief geweest. Van zijn negentien geregistreerde nakomelingen hebben er maar liefst zeven een klassieke ren gewonnen. In het najaar van 1897 is Domino xx totaal verlamd in zijn paddock gevonden en bleek veterinaire hulp vruchteloos. Vastgesteld is dat hij aan hersenvliesontsteking is overleden hoewel niet kan worden uitgesloten dat hij bij het steigeren en het daarbij ronddraaien op de achterbenen, dat hij vaak deed, achterover is gevallen en daardoor verlamd is geraakt. Domino xx is begraven op de Castleton stoeterij in Lexington. Op zijn graf staat een steen met de tekst “Hier ligt het snelste renpaard dat Amerika ooit heeft gekend en tevens één van de strijdvaardigste en aardigste paarden”.

De moeder van Commando xx is de bruine merrie Emma C xx (1892, V. Darebin xx). Zij was een scharminkel dat door James Keene cadeau was gegeven aan zijn trainer Billy Lakeland op voorwaarde dat zij niet langer op Castleton zou worden gehouden. Lakeland liet Emma C dekken door Domino xx en het hengstveulen Commando xx werd als jaarling gekocht door Keene.
Commando xx was laat rijp en maakte in het begin van zijn training weinig indruk, maar toen hij in juni 1900 debuteerde in de Zephyr Stakes won hij die makkelijk. Vijf dagen later won hij de Great Trial Stakes en vervolgens vernederde hij zijn tegenstanders in de Montauk Stakes door met acht lengtes voorsprong te winnen.
Na een maand rust won hij de Brighton Junior Stakes en de Junior Champion Stakes. In zijn laatste ren als tweejarige eindigde hij door dom rijden van zijn jockey als tweede. Door zijn prestaties in 1900 is Commando xx in de Verenigde Staten uitgeroepen tot kampioen van de tweejarige hengsten.

Als driejarige begon Commando xx op Morris Park in Elmont, New York met winst in de klassieke Belmont Stakes, die de Amerikaanse tegenhanger is van de St Leger in Europa.
Daarna won hij de Carlton Stakes. In de Lawrence Realization Stakes nam hij na een mijl de leiding en leek op zijn volgende overwinning af te gaan totdat hij kreupel werd en als tweede finishte. Door zijn prestaties in 1901 is hij uitgeroepen tot kampioen van de driejarige hengsten.

Commando xx startte in totaal in negen rennen en won er daar zeven van. Hij heeft een winsom van $ 58.196.

Als fokhengst kreeg hij maar 27 nakomelingen en daarvan hebben er tien een belangrijke ren gewonnen.

Op 13 maart 1905 is hij overleden aan een tetanusinfectie nadat hij een hoef had geblesseerd aan een steen.

In 1907 was Commando xx leidend vaderpaard in de Verenigde Staten. In 1956 is Commando xx in de Verenigde Staten opgenomen in de Hall of Fame xx.

Vijf zonen van Commando xx hebben op één of andere manier invloed gehad op de huidige Europese rijpaardenfokkerij, te weten:

Peter Pan xx, hengst, 1904, MV. Hermit xx, zie 2.1.2.1.1.;

Superman xx, hengst, 1904, MV. Bend Or xx, fokker Castleton Stud, won uit achttien starts drie keer en heeft een winsom van $ 19.885. Als fokhengst bracht hij de merrie Problem xx (1904), die de tweede moeder is van de hengst War Relic xx en die is onder andere de grootvader van de in Nederland goedgekeurde hengst Pericles xx (1962, V. Relic xx);

Celt xx, hengst, 1905, MV. Amphion xx, fokker Castleton Stud van J. Keene, startte zes keer in een ren en won er vier van, waaronder in 1907 de Junior Champion Stakes in Gravesend. Hij heeft een winsom van $ 29.585.
Na zijn rencarrière heeft Arthur Hancock uit Ellerslie in Virginia Celt xx voor twee dekseizoenen van Keene gehuurd. Hancock wilde de huur graag verlengen maar, omdat de eerste veulens van Celt xx veelbelovend waren, wilde Keene daar niet aan meewerken. Daardoor ging Celt xx eind 1912 terug naar de Castleton stoeterij. Vlak daarna overleed Keene en zijn de paarden van zijn stoeterij verkocht, waarbij Hancock Celt xx voor $ 25.000 heeft gekocht.

Celt xx was in 1921 leidend vaderpaard in de Verenigde Staten en door de successen van zijn nakomelingen is Ellerslie een vooraanstaande stoeterij geworden. Celt xx is in 1919 overleden.
Voor de Nederlandse rijpaardenfokkerij is van belang dat Celt xx de moedersvader is van de hengst Fighting Fox xx (1935, V. Sir Gallahad III xx) en dat is de grootvader van de hengst Uppercut xx (1960, V. Fighting Don xx);

Colin xx, hengst, 1905, MV. Springfield xx, fokker Castleton stoeterij van J. Keene, was een uitstekend renpaard die vijftien keer startte en al zijn rennen won. Zijn belangrijkste overwinning was de zege in de Belmont Stakesin 1908. Vlak daarna werd hij kreupel waardoor hij in 1908 maar aan drie rennen deelnam. Colin xx heeft een winsom van $ 180.912.
Eind 1908 is hij verscheept naar Engeland om hem daar in 1909 als vierjarige uit te brengen, maar in de training werd hij opnieuw kreupel en is hij in 1910 voor de fokkerij beschikbaar gesteld. In 1913 is de hengst terug gegaan naar de Verenigde Staten en in 1932 is hij op de Belray stoeterij in Middleburg in Virginia overleden.
Colin xx was een verlegen hengst die een slechte fertiliteit had. In 23 dekseizoenen heeft hij slechts 83 veulens gebracht.
Colin xx is via zijn zoon On Watch xx (1917) en kleinzoon Michigan Boy xx (1927) de overgrootvader van de merrie Michigan Candy xx (1932)en zij is de overgrootmoeder van de hengst Lasting Wind xx (1966, V. Restless Wind xx). Lasting Wind xx is de vader van de in Nederland goedgekeurde volbloedhengst Mity Wind xx (1988);

Ultimus xx, hengst, 1906, MV. Domino xx, fokker Castleton stoeterij van J. Keene, is ingeteeld op de befaamde sprinter Domino xx maar heeft zelf door gezondheidsproblemen nooit aan rennen deelgenomen.
Na het overlijden van Keene is Ultimus xx voor $ 11.500 gekocht door de Wickliffe stoeterij van Price McKinney. Later is hij verkocht aan Hal Price Headley en William Miller van de Beaumont Farm waar Ultimus xx in 1921 aan koliek is overleden.
Als fokhengst heeft hij 126 nakomelingen gebracht waarvan er 26 een ren hebben gewonnen. Veel van zijn nakomelingen kregen na een korte rencarrière gezondheidsproblemen.
Voor de Europese rijpaardfokkerij zijn enkele nakomelingen van Ultimus xx van belang:
- zijn zoon Hightime xx (1916) is de overgrootvader van de hengst Revoked xx (1943, V. Blue Larkspur xx) en die is de grootvader van de in Nederland goedgekeurde hengst John U to Berry xx (1974, V. Forward Pass xx);
- zijn dochter Ultimate Fancy xx (1918) is de overgrootmoeder van de hengst Hill Prince xx (1947, V. Princequillo xx) en die is de grootvader van de in Nederland goedgekeurde hengst Ishan xx (1958, V. Nantallah xx);
- zijn dochter Treetop xx (1921) is de grootmoeder van de hengst Fighting Don xx (1942, V. Fighting Fox xx) en die is de grootvader van de in Nederland goedgekeurde hengst Uppercut xx (1960, V. Fighting Don xx);
- zijn zoon Stimulus (1922) is de overgrootvader van de hengst Nantallah xx (1953, V. Nasrullah xx) en die is de vader van de in Nederland goedgekeurde volbloedhengst Ishan xx (1958). Ishan xx voert daardoor via twee kanten het bloed van Ultimus xx.


2.1.2.1.1. Peter Pan xx

Peter Pan xx (V. Commando xx ) is een volbloedhengst die is geboren in 1904. Hij is gefokt door de Castleton stoeterij in Lexington, Kentucky, die eigendom is van beurshandelaar James Keene uit New York.

Zijn moeder is de vosmerrie Cinderella xx (1888, V. Hermit xx) en tweede moeder is de vos Mazurka xx (1878, V. See Saw xx).

Op tweejarige leeftijd is Peter Pan xx in acht rennen gestart en daarvan heeft hij er vier gewonnen, waaronder de prestigieuze Hopeful Stakes.
Als driejarige won hij zes van de negen rennen waaraan hij heeft deelgenomen en werd hij twee keer tweede. Zijn belangrijkste overwinning was zijn zege in de Belmont Stakes, die tegenwoordig, met de Preakness Stakes en de Kentucky Derby, deel uit maakt van de drie belangrijkste rennen in de Verenigde Staten.
Ook won Peter Pan xx in 1907 de Brooklyn Derby, de Standard Stakes in Gravesend en de Advanced en Tidal Stakes in Brooklyn.
Tegen het einde van het seizoen kreeg de hengst een peesblessure waardoor hij is teruggetrokken uit de rensport. Hij heeft een winsom van $ 115.475.

Vanaf 1908 is Peter Pan xx op de Castleton stoeterij beschikbaar gesteld voor de fokkerij. In 1912 is hij voor $ 100.000 aan een Franse stoeterij verkocht, maar is daarna al snel weer terug gebracht naar de Verenigde Staten, waar hij is gekocht door Harry Payne Whitney. Peter Pan xx is daarna op de Brookdale Farm in New Jersey komen te staan. Toen Whitney in 1915 een nieuwe stoeterij in Lexington, Kentucky betrok, is Peter Pan xx daar ook heen gegaan. In 1933 is hij daar gestorven en begraven.
In 1956 is Peter Pan xx opgenomen in de Hall of Fame van de Amerikaanse rensport.

Als fokhengst heeft Peter Pan xx de stempelhengst Black Toney xx gebracht en enkele nakomelingen die als twee- of driejarigen kampioen van de Verenigde Staten zijn geweest. Dat zijn de merries Puss in Boots xx (1913), Vexations xx (1916), Prudery xx (1918) en de hengst Tryster xx (1918).

Voor de Europese rijpaardfokkerij zijn de hengsten Black Toney xx (1911, zie 2.1.2.1.1.1.) en Pennant xx (1911, MV. Royal Hampton xx) van belang geweest.

Pennant xx is gefokt door de Castleton stoeterij in Lexington en was eigendom van Harry Payne Whitney.
De hengst is in 12 rennen gestart en daarvan heeft hij negen rennen gewonnen waaronder de Futurity Stakes in 1913. Zijn winsom beloopt $ 25.315.

Pennant’s dochter Memento xx (1921) is de overgrootmoeder van de hengst Restless Wind xx (1956, V. Windy City xx) en die is de grootvader van de in Nederland goedgekeurde hengst Mity Wind xx (1988, V. Lasting Wind xx).

Pennant’s zoon Equipoise xx (1928, MV. Broomstick xx) is gefokt door Harry Payne Whitney op zijn stoeterij in Lexington, Kentucky. Later was de hengst eigendom van Whitneys zoon Cornelius Vanderbilt Whitney.

Equipoise xx was een uitstekend renpaard dat 51 keer in een ren van start ging en 29 keer de overwinning behaalde. Als tweejarige won hij onder andere de Pimlico Futurity. Volgens de Amerikaanse pers was Equipoise xx in 1930 het beste tweejarige renpaard. Als driejarige heeft hij door gezondheidsproblemen nauwelijks gelopen. Als vierjarige won hij tien van de veertien rennen waarin hij startte, als vijfjarige won hij zeven rennen, en als zesjarige won hij de drie rennen waarin hij startte. In 1935 is hij als zevenjarige nog gestart in de hoog gedoteerde Santa Anita Handicap in California, maar tijdens de race kreeg hij peesproblemen en eindigde als zevende. Equipoise xx heeft een winsom van $ 338.610.

In 1932 en 1933 is Equipoise xx in de Verenigde Staten uitgeroepen tot Paard van het Jaar en in 1942 was hij leidend vaderpaard.

In 1957 is de hengst opgenomen in de Hall of Fame van de Amerikaanse rensport.

Equipoise’s dochter Alpoise xx (1937) is de grootmoeder van de hengst Tom Fool xx (1949, V. Menow xx) en die is de grootvader van de hengst Man in the Moon xx (1974, V. Buckpasser xx) en de overgrootvader van de in Nederland goedgekeurde hengsten Slaney xx (1982, V. Irish River xx), Sit This One Out xx (1983, V. Dance in Time xx) en French Buffet xx (1985, V. Settlement Day xx).

Equipoise’s zoon Shut Out xx (1939) is de moedersvader van de hengst The Axe II xx (1958, V. Mahmoud xx), die de vader is van de in Nederland goedgekeurde hengst Odd Job xx (1966).


2.1.2.1.1.1. Black Toney xx

Black Toney xx is een zwartbruine volbloedhengst zonder aftekeningen die in 1911 is geboren. Hij was een aantrekkelijk paard met veel kwaliteit. Hij had een fijn hoofd met een holle profiellijn, weinig schoft, een tamelijk lang middenstuk en een zeer goede achterhand

Voor Thoroughbred Heritage schreef Anne Peters een portret van Black Toney xx, waaraan onderstaande tekst voor een deel is ontleend.

De hengst is gefokt door de Castlelton stoeterij van de in 1913 overleden James Keene in Lexington, Kentucky.

De hengst was een typisch product van de Castleton stoeterij door dochters van de hengst Ben Brush xx (1893, V. Bramble xx) te paren met zonen of kleinzonen van de hengst Domino xx (1891, V. Himyar xx, zie 2.1.2.1.).
Toen Keene’s gezondheid achteruit ging verkleinde hij zijn paarden bestand. Zo verkocht hij in 1912 alle enterhengsten aan kolonel E.R. Bradley, die als commissionair optrad voor William Prime. Prime herriep echter de overeenkomst met Bradley, waarna die de meeste hengsten doorverkocht, maar Black Toney xx, die $ 1.600 had gekost, hield hij zelf.

De moeder van Black Toney xx is de bruine merrie Belgravia xx (1903, V. Ben Brush xx) en tweede moeder is de in Groot Brittannië geboren Bonnie Gal xx (1889, V. Gallopin xx). Bonnie Gal xx was ook de moeder van het buitengewoon goede renpaard Disguise xx (1897, V. Domino xx) en de moederlijn loopt terug naar de fameuze fokmerrie Queen Mary xx (1843, V. Gladiator xx). Queen Mary xx komt ook voor in de afstamming van Ben Brush xx waardoor Belgravia xx van twee kanten genen van Queen Mary xx heeft gekregen.

Black Toney xx is vier jaar lang op de renbaan actief geweest. Hij startte in 40 rennen en won er daar dertien van. Zijn winsom bedraagt $13.565, waaruit kan worden opgemaakt dat hij geen bijzonder grote rennen heeft gewonnen.
Als tweejarige won hij van de negentien rennen o.a. de Valuation Stakes en werd hij in de Futurity derde.
Als driejarige startte hij acht keer, waarvan hij vijf rennen winnend afsloot, inclusief de Independence Handicap.
Op vierjarige leeftijd won hij vier van de tien rennen en is hij voor de fokkerij ingezet toen hij moest herstellen van blessures. Op zesjarige leeftijd heeft hij nog aan drie rennen deelgenomen en won er daar één van om daarna op de Idle Hour Stock Farm van Bradley in Lexington volledig ingezet te worden voor de fokkerij.
Daarbij bleek al vrij snel dat hij een veel betere fokhengst dan renpaard was.

Black Toney xx is 21 jaar als dekhengst actief geweest, maar is al die jaren maar spaarzaam gebruikt, waardoor er slechts 221 veulens van hem zijn geregistreerd. Veertig nakomelingen van hem hebben een ren gewonnen.

Zijn zonen Black Gold xx (1921) en Brokers Tip xx (1930) wonnen de Kentucky Derby. Zijn beste renpaard was echter Bimelech xx (1937) die als tweejarige o.a. de Hopeful Stakes, de Belmont Futurity Stakes en de Pimlico Stakes won en als driejarige winnaar is geworden van de Preakness Stakes, de Belmont Stakes en de Derby Trial Stakes. In de Kentucky Derby werd hij tweede. Bimelech xx heeft een winsom van $ 248.245.

Van Black Toney xx werd verwacht dat hij vooral snelheid en vroegrijpheid zou vererven, maar zijn nakomelingen toonden ook veel duurzaamheid en klasse.

Voor de Europese rijpaardfokkerij zijn verschillende nakomelingen van Black Toney xx van belang geweest, zoals:

Black Servant xx (1918, MV. Laveno xx) en vooral zijn zoon Blue Larkspur xx(1926, MV. North Star xx). Beide hengsten zijn door kolonel Bradley gefokt en op de Idle Hour Stock Farm geboren.
Black Servant xx heeft buiten zijn zoon Blue Larkspur xx niet heel veel betekend voor de fokkerij en is in juni 1943 in zijn box overleden.

Blue Larkspur xx was een uitstekend renpaard en won tien van de zestien rennen waaraan hij deelnam, waaronder de Belmont Stakes. Hij heeft een winsom van $ 272.070. Als fokhengst is hij onder andere de vader van:

- Banish Fear xx, merrie, 1932, die de tweede moeder is van de hengst Prince John xx (1953, V. Princequillo xx) en hij is de grootvader van de in Nederland goedgekeurde hengst Roven xx (1990, V. Lefty xx), terwijl Prince John xx ook in de afstamming van de hengst Mytens xx (1983, V. Spectacular Bid xx) voor komt;

- Big Event xx, merrie, 1938, is de tweede moeder van de hengst The Axe xx (1958, V. Mahmoud xx) en hij is o.a. de grootvader van de in Nederland goedgekeurde hengsten Darling Boy xx (1958, V. Darius xx) en Odd Job xx (1966, V. The Axe II x

- Blue Delight xx, merrie, 1938, is de tweede moeder van de hengst Forward Pass xx (1965, V. On-and-On xx) en die is de vader van de in Nederland goedgekeurde hengst John U to Berry xx (1974). Ook is Blue Delight xx de derde moeder van de hengst Plum Bold xx (1969, V. Bold Ruler xx) en die is de vader van de in Nederland goedgekeurde hengst All Wins xx (1982);

- Businesslike xx, merrie, 1939, is de tweede moeder van de hengst Buckpasser xx (1963, V. Tom Fool xx) en die is de vader van de hengst Man in the Moon xx (1974) en de grootvader van de in Nederland goedgekeurde hengsten Slaney xx (1982, V. Irish River xx), Sit This One Out xx (1983, V. Dance in Time xx) en French Buffet xx (1985, V. Settlement Day xx);

- Revoked xx, hengst, 1943, is de moedersvader van de hengst John U to Berry xx (1974, V. Forward Pass xx) en

- Cornflower xx, merrie, 1946, is de moeder van de hengst Korenbleem xx (1960, V. Palestine xx), die voorkomt in de afstamming van de hengsten Libero H KWPN (1981, Landgraf Holst) en Elmshorn KWPN (1986, V. Lord Holst);

Brokers Tip xx, hengst, 1930, MV. Sardanapale xx, fokker kolonel Bradley, is in veertien rennen gestart en won één ren, maar dat was wel de Kentucky Derby. Hij heeft een winsom van $ 49.600.
Als fokhengst bracht hij het goede renpaard Market Wise xx (1938), die in 53 rennen uitkwam en een winsom heeft van $ 222.140.
De zoon van Market Wise xx was de hengst To Market xx (1948) en die was een nog beter renpaard dan zijn vader. To Market xx won twaalf van de 36 rennen waaraan hij deelnam en heeft een winsom van $ 387.325.To Market xx is de moedersvader van Bold Bidder xx (1962, V. Bold Ruler xx) en die is de grootvader van de in Nederland goedgekeurde hengst Mytens xx (1983, V. Spectacular Bid xx). To Market xx is ook de MMV van Spectacular Bid xx, waardoor hij twee keer voorkomt in de pedigree van Mytens xx;

Bridal Colours xx, merrie, 1931, MV. Fariman xx, fokker kolonel Bradley, heeft niet aan rennen deelgenomen. Zij is de moeder van de hengst Relic xx en die is de vader van de goedgekeurde hengst Pericles xx (1962) en komt onder andere ook voor in de afstamming van de hengsten Santa Luigi xx (1969, V. Santa Claus xx), Marinier KWPN (1971, V. Juriste SF), Rex Magna xx (1974, V. Right Royal xx), Martell xx (1983, V. Afayoon xx), Harcos KWPN (1989, V. Narcos II SF) en Kreator xx (1992, V. Babant xx) en

Balladier xx, hengst, 1932, MV. North Star xx, fokker kolonel Bradley, heeft als tweejarige aan vijf rennen deelgenomen en won er daarvan drie. Hij heeft een winsom van $ 18.320. In 1936 stond hij voor een dekgeld van $ 1.000 op de Idle Hour Stock Farm van Bradley ter dekking.
Zijn dochter Step Across xx (1941) is de derde moeder van de hengst Bold Bidder xx (1972, V. Bold Ruler xx, zie bij b.).
Balladier’s zoon Doublejay xx (1944) komt voor in de afstamming van de hengsten Roven xx (1990, V. Lefty xx) en Jaguar Mail SF (1997, V. Gand in Glove xx).

De laatste twee jaar van zijn leven heeft Black Toney xx niet meer gedekt. Op 19 september 1938 is hij op 27-jarige leeftijd in zijn paddock aan hartfalen overleden, Hij is naast de hengstenstal begraven.

Bradley eerde Black Toney xx met een bronzen standbeeld op circa 30% van de ware grootte, dat bij het graf van de hengst staat op de stoeterij die tegenwoordig Darby Dan Farm heet.


2.1.2.2. Flageolet xx

De volbloedhengst Flageolet xx (V. Plutus xx) is een vos die in 1870 is geboren. Hij is gefokt door Joachim Lefèvre van de Haras de Dangu. Hij huurde die stoeterij inclusief een groot deel van de paarden van Graaf Frédéric de Lagrange. De stoeterij staat in het plaatsje Dangu, dat ten oosten van Rouen in het Franse departement Eure ligt.

Vader Plutus xx (1863) had de merrie Brittannia xx (1853, V. Planet xx) als moeder, terwijl de vader van Plutus xx de succesvolle vos Trumpeter xx (1856, zie 2.1.2. f) was, die er bekend om stond dat hij vroegrijpe sprinters bracht.
Brittannia xx was eigendom van Charles Harbour, de 5e Baron Suffield en bracht vier veulens in Engeland, waarvan Plutus xx de laatste was.

In de herfst van 1863 heeft Graaf Frédéric de Lagrange Brittannia xx gekocht en overgebracht naar Frankrijk. In 1865 heeft Lagrange ook de hengst Plutus xx gekocht en voor de fokkerij naar Frankrijk gehaald, waar hij zich als fokhengst heeft waargemaakt. Zijn nakomelingen waren vroegrijp en hadden veel snelheid.

De moeder van Flageolet xx is de vos merrie La Favorite xx (1863, V. Monarque xx) en tweede moeder is de vos Constance xx (1848, V. Gladiator xx). Constance xx was een uitstekende fokmerrie die verschillende goede renpaarden bracht.

De vaderlijn van Flageolet xx is vooral bekend vanwege de vroegrijpheid en de sprintkwaliteiten van de nakomelingen terwijl de moederlijn van Flageolet xx meer bekend staat vanwege de nakomelingen die de wat langere klassieke rennen goed aan konden. Flageolet xx vererfde zelf vooral snelheid en duurvermogen.

Flageolet xx was een vriendelijke, rustige vos die volgens velen een erg mooi exterieur had met een mooie, glimmende vacht. Volgens een Engelse journalist zou de hengst een doorgezakte rug hebben, zonder dat dat afbreuk deed aan zijn kwaliteit. Flageolet xx had een goed gespierde achterhand en uitstekend beenwerk. Van zijn moeder had hij grote platte voeten met lage verzenen geërfd, die echter nooit voor problemen hebben gezorgd.

In juli 1872 debuteerde Flageolet xx op de renbaan in de Prix des Deux Ans in Deauville en won die wedstrijd. In het najaar van 1872 heeft de hengst aan zeven rennen in Engeland deelgenomen en daarbij vijf keer gewonnen, waaronder de belangrijke Criterion Stakes in Newmarket.
Opvallend is dat hij op 2 oktober 1872 op één dag startte in liefst drie rennen in Newmarket, waarbij hij een keer won, een keer tweede werd en een keer derde.

Op driejarige leeftijd werd hij tweede in de Prix du Jockey Club in Chantilly en de Grand Prix van Parijs in Longchamps. Ook werd hij tweede in de Prix du Cédre in Parijs, de Ascot Gold Cup en de Brighton Cup.
In augustus won hij de Goodwood Cup met 30 (!) lengten voorsprong en in oktober de Grand Duke Michael Stakes in Newmarket, de October Free Handicap in Newmarket en de voor het eerst verreden Jockey Club Cup in Newmarket.

Op vierjarige leeftijd won hij de Claret Stakes in Newmarket en werd hij enkele keren tweede of derde waarbij de Franse hengst Boïard xx (1970, V. Vermouth xx) hem steeds de baas was.

Met zijn resultaten bewees Flageolet xx een betrouwbare, goede stayer te zijn, hoewel hij niet tot de top van zijn generatie behoorde.

In het najaar van 1874 is Flageolet xx teruggetrokken uit de rensport en is hij terecht gekomen op het Haras du Chamant van Joachim Lefèvre.
Lefèvre had een ingewikkelde overeenkomst met Graaf de Lagrange op grond waarvan hij alle op Chamant geboren enters voor 200 sovereigns per stuk aan Lagrange verkocht, behalve de minder goede exemplaren. De graaf bracht de paarden vervolgens uit in rennen en deelde het prijzengeld met Lefèvre.

De paarden die niet meer voor de rensport werden gebruikt gingen terug naar de stoeterij om gebruikt te worden in de fokkerij.
Het gevolg van de afspraak was dat vrijwel alle fokproducten van de stoeterij onder de naam van Graaf Lagrange in de rensport uitkwamen, maar feitelijk voor een deel ook eigendom waren van Lefèvre.

De afspraak rendeerde vooral door de prestaties van de hengst Mortemer xx (1865, V. Compiègne xx), die op Chamant was gefokt en een zeer goed renpaard was. Omstreeks 1880 is Mortemer xx voor 125.000 Ffr. naar de Verenigde Staten verkocht en werd Flageolet xx de belangrijkste fokhengst op Chamant.

Op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1878 veroverde Flageolet xx de eerste prijs terwijl Mortemer xx derde werd, maar belangrijker was nog dat Flageolet’s zoon Rayon d’Or xx (1876) er, door zijn prima renresultaten in Engeland, voor zorgde dat Flageolet xx, als eerste in Frankrijk gefokte en daar ook ter dekking staande hengst, in 1879 leidend vaderpaard in Engeland werd. Bovendien zorgden de nakomelingen van Flageolet xx er ook voor dat hij in 1879 en 1880 ook leidend vaderpaard in Frankrijk was.

Diverse zonen van Flageolet xx zijn door de Franse nationale stoeterijorganisatie gekocht om betere paarden voor het leger te fokken, terwijl andere zonen vooral invloed hadden op de fokkerij van steepleschasers.

Van de zonen van Flageolet xx is Rayon d’Or xx verkocht naar de Verenigde Staten en daar leidend vaderpaard geworden. Le Destrier xx (1877) was in 1988 leidend vaderpaard in Frankrijk en Beauminet xx (1877) is een belangrijke hengst in Hongarije geworden.

In 1885 is Flageolet xx gekocht door Georg Graf von Lehndorff (1933 – 1914), die Oberlandesstallmeister van de Pruisische staatsstoeterijen was. Hij had een voorliefde voor de Engels volbloed en gebruikte die vooral op het Hauptgestüt Graditz in Sachsen.

In Graditz bracht Flageolet xx enkele goede renpaarden, zoals Geier xx (1890), die de Duitse Derby won.
De meeste van de in Duitsland geboren zonen van Flageolet xx zijn gebruikt om de Duitse warmbloedpaardenfokkerij te verbeteren. De G-lijn in Hannover is daarvan wellicht het beste bewijs.

In 1898 is Flageolet xx in Graditz overleden.

Voor de Europese rijpaardfokkerij zijn de Flageolet-zonen Le Destrier xx (1877), Xaintrailles xx (1882) en Goldschaum xx (1891) van belang.

Le Destrier xx bracht zijn zoon Deister (1904), die door het Hannoveraanse stamboek is goedgekeurd.
Deisterhof Han (1908) is een zoon van Deister Hann en is de moedersvader van de stempelhengst Althof Hann (1919).
Althof Hann bracht onder andere de hengsten Allerhand Hann (1924), Altobits Hann (1925) en Alter Dessauer Hann (1925).

Allerhand Hann is de vader van Athos Hann (1938), die onder andere voorkomt is de pedigree van de hengsten Wohlauf Hann (1953, V. Frustra Hann), Duden II Han (1960, V . Duellant Hann), Graphit Hann (1964, V. Grande Hann) en Escudo I Hann (1991, V. Espri Hann).
Altobitz Hann is de moedersvader van de hengst Dömitz Hann (1944, V. Dollart Hann) en MMV van de hengst Gotthard Hann (1949, V. Goldfisch II Hann).
Alter Dessauer Hann is via de hengten Ast Hann (19934) en Astral Hann (1939) de overgrootvader van Astflug Hann (1944), die een voorname rol heeft gespeeld bij het uitbouwen van de E-lijn (Eindruck en Ernö) in Hannover.
De merrie Ribes kroon Sgldt (1952, V. Astrachan Hann), die de moeder is van de in Nederland goedgekeurde hengsten Glavius Sprt en Jurist KWPN, is een kleindochter van Astral Hann.

Xaintrailles xx won als driejarige in Frankrijk de Poule d’Essai des Poulains, de Triennal en de Grand Poule de Produits in Longchamps. Zijn eigenaar Lupin schreef hem vervolgens in voor de Epsom Derby, waar een groot deelnemersveld was en er diverse keren een valse start werd gegeven. Xaintrailles xx raakte in de drukte bij de start geblesseerd. Hij eindigde nog wel als vierde, maar de blessure bleek zo ernstig dat hij teruggetrokken moest worden uit de rensport.
De hengst heeft daarna tot 1891 op de stoeterij Viroflay van Lupin ter dekking gestaan en is in 1891 voor 200.000 Ffr gekocht door R. Lebaudie.
Xaintrailles xx is de vader van Vieux Marcheur xx (1898) en die bracht de hengst Royal Chesnut SF (1917, zie 2.1.2.2.1.).

Goldschaum xx bracht zijn zoon Paris Hann (1904) en die is de vader van de hengst Goldschläger Hann (1909, zie 2.1.2.2.2.)


2.1.2.2.1. Royal Chesnut SF

Royal Chesnut SF (V. Vieux Marcheur xx) is een vos hengst die is geboren in 1917. Zijn naam wordt ook wel als Royal Chestnut SF gegeven, maar de hengst staat bij de Franse stamboekorganisatie als Royal Chesnut geregistreerd.

Zijn vader is de Engelse volbloedhengst Vieux Marcheur xx (1898, V. Xaintrailles xx), die is gefokt door R. Lebaudie en later eigendom was van Achille Fould.

Vieux Marcheur xx heeft aan verschillende rennen deelgenomen en in 1901 de Omnium Handicap gewonnen. Hij heeft een winsom van 75.475 Ffr.
In 1904 is hij voor 10.000 Ffr. gekocht door de Franse staatsstoeterijen en ter dekking gesteld op het Haras St. Lô in Normandie. Vieux Marcheur xx is in 1921 overleden.

De moeder van Royal Chesnut is de halfbloed draver Mary Jeanne SF (1912, V. Bordeaux TF).

Royal Chesnut is voor de uitbouw van de Europese warmbloedfokkerij van groot belang geweest. Hij is van 1924 tot en met 1938 actief geweest als fokhengst.

Zijn zonen Extravagant SF (1926), Hautain SF (1929), Isard Royal SF (1930), Jardinfontaine SF (1931), Le Royal SF (1933), New Chesnut SF (1935) en Porte Bonheur SF (1937) zijn aangekocht door de Franse staatsstoeterijen, Daarnaast heeft hij tenminste vijftien zonen gebracht die als privéhengst zijn ingezet voor de fokkerij.

Belangrijke nakomelingen van Royal Chesnut voor de hedendaagse fokkerij zijn:

Extravagant SF, hengst, 1926, MV. Brieux SF, bracht de privéhengst Landau SF en de staatshengst Nenuphar SF.
Landau(1933, MV. Lupin SF) is de MMV van de grote vererver Cor de la Bryère SF/Holst (1968, V. Rantzau xx).
Nenuphar SF (1935, MV. Vas Y Donc SF) heeft bijgedragen aan de moederlijn waar de hengst Enfant de Normandie SF/Sprt (1963, V. Enfant Terrible xx) uit voort komt;

Hautain SF, hengst, 1929, MV. Broqueur SF, is de vader van de hengst Mon Beguin SF (1934) en die is de vader van:

- de hengst Rêveur SF (1939), die de vader is van de hengst Bon Rêve SF en die is de MMV van de door het KWPN goedgekeurde hengst Statuar KWPN (1976, V. Tamersale xx);

- de merrie Tamise SF, die de moeder is van de hengst Belorange SF (1945, V. Quasi Orange SF) en die is de vader van de VLN-hengst Partisan Sgldt (1951);

- de merrie Venise SF, die de moedersmoeder is van de hengst Oeil Bleu SF (1958, V. Rantzau xx) en die is de vader van de hengst Frappant Sprt (1964) en

- de merrie Impartiale SF (1952), die de MMM is van de hengst Fleurie du Manoir SF (1971, V. Ibrahim SF). Fleurie du Manoir is de moedersvader van de hengst Vigo d’Arsouilles BWP (1998, V. Nabab de Rêve SF) en MMV van de hengst Querly Elvis BWP/VDL Groep Zagreb (2004, V. Querlybet Hero SBS). VDL Groep Zagreb is een internationaal springpaard dat eerst door Gerco Schröder en daarna door Leopold van Asten in wedstrijden (155 cm) is uitgebracht. Hij is door zowel het KWPN als het NRPS erkend voor de fokkerij;

Il a l’Oeil SF, hengst, 1930, MV. Lassigny SF, is de vader van:

- de hengst Plaisir SF (1937), die de moedersvader is van de hengst Herquemoulin SF (1951, V. Fra Diavolo SF) en die is de grootvader van de hengst Amour du Bois SF (1966, V. Quiniral SF) en van Troubadour KWPN (1977, V. Beau Manoir SF);

- de hengst Pré Sale SF (1937), die de vader is van de hengst Ultimatum SF (1944) die na goedkeuring door het VLN is omgedoopt tot L’Invasion Sgldt (zie bestand L’Invasion);

- de hengst Quiberon SF (1938), die de MMMV is van de in Nederland goedgekeurde hengst Kodario KWPN (1969, V. Verbois xx) en

- de merrie Reine Marguérite SF (1939), die de moeder is van de hengst Fracasse SF (1949, V. Babouino xx) en die is de moedersvader van de hengst Leurphelin KWPN (1970, V. Ababoumi xx);

Islette SF, merrie, 1930, MV. Trouville SF, is de MMM van de hengst AdagioSF (1966, V. Ibrahim SF) en die is de moedersvader van de hengst Fedor KWPN (1987, V. Darco BWP);

Joy Chesnut SF, hengst, 1931, MV. Niab SF, is de vader van de privéhengst Reynolds SF (1939) en die is de moedersvader van de hengst Duc de Normandie Sprt (1962, V. Monceaux xx);

Le Royal SF, hengst, 1933, V. Bordeaux SF, zie 2.1.2.2.1.1.

My Chesnut SF, hengst, 1934, V. Trouville SF, is MMMV van de in Nederland goedgekeurde hengst Ubis KWPN (1987, V. Votez-Bien xx) en

Porte Bonheur SF, hengst, 1937, MV. Vidi SF, zie 2.1.2.2.1.2.


2.1.2.2.1.1. Le Royal SF

De vos hengst Le Royal SF (V. Royal Chesnut SF) is een vos hengst die in 1933 in Frankrijk is geboren

Zijn moeder is de merrie Harmonie (1929, V. Bordeaux TF) en tweede moeder is Devise SF (1925, V. Page SF).

Le Royal voert 25 % Engels volbloed en heeft via zijn moeder een scheut draverbloed ontvangen.

Le Royal is in de jaren 1939 – 1955 als hengst actief geweest in de fokkerij.
Hij is de vader van zes hengsten die door de Franse staatsstoeterijen zijn aangekocht: Serieux SF (1940), Talisman SF (1941), Vert Galant SF (1943), Barnum SF (1945), Flambeau SF (1949) en Jarnac SF (1953).

Voor de moderne paardenfokkerij zijn drie van hen van belang geweest:

Talisman SF, 1941, vos, MV. Vas Y Donc SF. Talisman voert 21,6 % Engels volbloed en 28 % draverbloed.Hij is de vader van de fokmerries Dame de Ranville SF en Eveline SF.

Dame de Ranville SF (1947, MV. Lord Orange SF) voert 27,7 % volbloed en heeft zich ontwikkeld tot een geweldige fokmerrie.
Haar eerste veulen was de merrie Kilia (1954, V. Fracasse SF) en zij bracht de Franse staatshengsten Rêve d’Or SF (1961, V. Saint Gothard xx) en Vent Terrible SF (1965, V. Enfant Terrible xx) en de in Nederland goedgekeurde hengst Leurphelin KWPN (1970, Ababoumi xx);
Haar tweede veulen was een hengstveulen dat voor de fokkerij niet van belang is geweest.
Haar derde veulen was de hengst Mexico SF (1956, V. Furioso xx), waarvan tenminste 27 zonen als fokhengst zijn gebruikt. De bekendsten daarvan zijn Taquin SF (1963), Urao Brun BWP (1964), Le Mexico KWPN (1970) en Laeken SF (1970).

Vervolgens kreeg Dame de Ranville een merrieveulen van Furioso xx, een hengstveulen van Belebat xx en nog drie merrieveulens van Furioso xx, die in de fokkerij geen grote rol hebben gespeeld.

Haar negende veulen was de hengst Urioso SF (1964, V. Furioso xx), die een beperkte fokkerijcarrière in Frankrijk heeft gehad.

Een andere Urioso, maar dan uit de merrie Fleur de Feu SF, is als fokhengst ingezet door het Holsteinse stamboek. Zijn nakomelingen hebben in Duitsland € 89.603 gewonnen en van hem is in Nederland de hengst Neander KWPN (1972) goedgekeurd.

Het tiende veulen van Dame de Ranville was de hengst Vertuoso SF (1965), die onder de naam Furioso II door het Oldenburgse stamboek is goedgekeurd en grote invloed heeft gehad op de Europese rijpaardenfokkerij. Zijn zonen Nereus (1972), Purioso (1974), Thorwald (1977), Voltaire (1979), Faust Z (1987) en Forum (1987) zijn door het KWPN in Nederland goedgekeurd. In Duitsland zijn 22 zonen van Furioso II actief geweest en het aantal kleinzonen dat in de fokkerij is ingezet loopt in de tientallen.

De nakomelingen van Furioso II presteren uitstekend in de wedstrijdsport. Volgens de registratie van de Duitse Hippische Sportbond hebben 1469 nakomelingen van Furioso II aan wedstrijden in Duitsland deelgenomen en samen hebben die ruim € 3.725.000 gewonnen. De meest succesvolle nakomeling van Furioso II is de hengst For Pleasure Hann (1986, MV. Grannus Hann), die met Lars Nieberg en Marcus Ehning € 1.843.000 heeft gewonnen. Het KWPN heeft met Vaillant KWPN (2002) een zoon van For Pleasure Hann goedgekeurd.

In 1968 heeft Dame de Ranville nog het merrieveulen Cyrioso (V. Furioso xx) gekregen, maar dat heeft verder geen invloed op de fokkerij gehad.

Evelyne SF (1948, MV. Kerido ox) is een vos merrie die is geboren op 10 april 1948. Zij is gefokt door Martine Bernard en voert 45,70 % volbloed (Engels en Arabisch).

Haar dochter Urielle SF (1964, V. Matador x) is de moeder van de hengst Gordios SF, die later Zeus Old of Nurzeus KWPN is genoemd.
Van Nurzeus zijn in Nederland de hengsten Dillenburg KWPN (1985), Marlon KWPN (1994) en Michael KWPN (1994) goedgekeurd. Andere goedgekeurde zonen zijn o.a. Swift Old (1981), Beach Boy Old (1983), Zymbal II Old (1986), Zermatt Old (1988), Zandor Z Rheinl (1989), Zaandam Hann (1989) en Zapateado Old (1990).

Volgens gegevens van de Duitse Hippische Sportbond hebben 1019 Duitse nakomelingen van Zeus in wedstrijden in totaal € 3.130.178 gewonnen. De meest succesvolle nakomeling is de bruine ruin Everest Midnight Madness waarmee Michael Whitaker € 198.661 in internationale springwedstrijden heeft gewonnen.

Ook de Zeus nakomelingen Zeno Old met Christian Ahlmann (€ 147.140), Hauser’s Zypria H Hann (€ 144.373) met Dirk Hauser en Zodiac Rheinl (€ 124.272) met Holger Hetzel hebben een winsom van meer dan € 100.000.

Vert Galant SF, 1943, vos, MV. Vas Y Donc SF, is een volle broer van Talisman SF (zie bij a.). Vert Galant voert 21,5 % volbloed.
Drie zonen van hem zijn aangekocht door de Franse staatsstoeterijen: Fatal SF (1949), Galant de Sartilly SF (1950) en Gueldre SF (1950).

Fatal SF is via dochter Nicottine SF (1957) en kleindochter Tamise SF (1963, V. Numidor SF) de overgrootvader van de hengst Mandaat KWPN (1971, V.Nikou x).

Galant de Sartilly SF is via zijn dochter Tenue SF (1963) en kleindochter Bienvenue SF (1967, V. Un Prince xx) de moeder van de hengst Marinier KWPN (1971, V. Juriste SF).
Vert Galant’s dochter Jade SF (1953) is de MMM van de hengst Skippy II BWP (1984, V. Galoubet A SF).

Barnum xx, 1945, vos, MV. Vas Y Donc SF, is een volle broer van de in Zwitserland goedgekeurde hengst Jaz Royal (1956).
Barnum voert 22,7 % volbloed. Hij heeft op het Haras Le Pin ten oosten van Argentan in het departement Orne ter dekking gestaan en is in 1956 overleden.
De hengst is de moeder van de merrie Harmonie SF (1956) en die is de moeder van de staatshengstenUn Rêve SF (1964, V. Ourvari SF) en Belphegor IV SF (1967, V. Furioso xx) en van de merries Ma Pomme SF (1956, V. Furioso xx) en haar volle zuster Pomone B (1959, V. Furioso xx).

Ma Pomme SF is de moeder van de hengst Fair Play III (1971, V. Quastor SF), die op zijn beurt de vader is van de hengst Narcos II SF (1979). Daarnaast is Ma Pomme SF ook de moedersmoeder van de hengst Hugo KWPN (1989, V. Grand Veneur SF) en de MMM van de hengst Fuego de Prelet SF (1993, V. Jalisco SF), die is goedgekeurd door de stamboeken SF, BWP, Unire, ASVB en AES.

Pomone B SF is in 1966 met de Franse ruiter Pierre Jonquères d’Oriola in Buenos Aires individueel wereldkampioen springen geworden.


2.1.2.2.1.2. Porte Bonheur SF

Porte Bonheur SF (V. Royal Chesnut SF) is een vos hengst met een stokmaat van 162 cm. Hij is geboren in 1937.
SIRE, de officiële organisatie die in Frankrijk de paarden registreert, meldt dat de vader van Porte Bonheur Royal Chesnut of Il a l’Oeil SF ( zie 2.1.2.2.1.c) is.
De moeder van Porte Bonheur is de merrie Histoire SF (1929, V. Vidi SF) en tweede moeder is Vendeenne SF (1921, V. Vieux Chouan xx).
Porte Bonheur voert 28,50 % volbloed en is van 1941 tot 1953 op de Haras St.Lô in Normandie beschikbaar geweest voor de fokkerij.

De Franse staatsstoeterijen hebben vijf zonen van Porte Bonheur aangekocht: Un Espoir SF (1942), Urus SF (1942), Valet Maitre SF (1943), Vicomte du Hameau SF (1943) en Bambocheur SF (1945).

Voor de fokkerij belangrijke nakomelingen van Porte Bonheur zijn:

Un Espoir SF, hengst, 1942, vos, MV. Vas Y Donc SF, bracht zijn dochter Pornic SF en die is de MMM van de hengst Quater du Bourg SF (1982, V. Fend l’Air SF) en Quater du Bourg is de vader van de hengst Gentil KWPN (1988);

Vaillante SF, merrie, 1943, vos, MV. Vas Y Donc SF, is de moeder van de Franse staatshengsten Ibrahim SF (1952, V. The Last Orange SF) en Mersebourg SF (1956, V. Gagne si Peu SF).

Ibrahim SF bracht 27 Franse staatshengsten: Naudin SF (1957), Nippon SF (1957), Ontario SF (1958), Oran SF (1958), Premier Mai SF (1959), Quastor SF (1960), Que d’Espoir SF (1960), Tanaël SF (1963), Ukase SF (1964), Adagio SF (1966), As du Beaumanoir SF (1966), Atanaël SF (1966), Baby Guillaume SF (1967), Beausejour SF (1967), Cor de Chasse SF (1968), Cosmos SF (1968), Cuba SF (1968), Double Espoir SF (1969), Dynamique SF (1969), Ebrahim Grimeu SF (1970), Echo des Champs SF (1970), Englesqueville SF (1970), Gargantua SF (1972), Genet de Bratand SF (1972), Gobe Mouches SF (1972), Goeland SF (1972) en Grand Bonheur SF (1972).

Ibrahim staat echter vooral bekend als de vader van Almé SF, maar is ook de vader van diverse andere hengsten zoals Kibrahim KWPN (1969) en Fleurie du Manoir SF/BWP (1971). Bovendien is Ibrahim de grootvader van Onyx KWPN (1974) en Calvados KWPN (1984).

Mersebourg SF bracht de staatshengsten Uranus SF (1964), Viking SF (1965), Barnum SF (1967), Bill de Varfeuil SF (1967), Bolero SF (1967), Cesar de la Côte SF (1968), Christobal SF (1968), Djibouti SF (1969), Dyck SF (1969), Eldorado V SF (1970), Feu Sacre SF (1971) en Iam de la Côte SF (1974).

Valet-Maitre SF, hengst, 1943, vos, MV. Votre Altesse xx, is van 1946 tot en met 1960 als hengst van de Franse staatsstoeterijen beschikbaar geweest op het Haras St.-Lô.
Volgens een artikel van Emmanuel Spinnewyn in het blad Sport Horse Breeding was Valet Maitre een fraaie hengst die al helemaal in het zadeltype stond en bracht hij uitstekende dochters, zoals:
- Elfe SF (1948, MV. Vas Y Donc SF) die de grootmoeder is van de hengst Oracle KWPN (1973, V. Varoulo SF);
- Narcisse SF (1957), één van de grote fokmerries van de Franse rijpaardfokkerij. Zij is de moeder van de merrie Camera SF (1968, V. Rantzau xx) die als moeder en grootmoeder vele goed springpaarden heeft gebracht, en ook is ze de moeder van het bekende springpaard Flambeau C (1971, V. Un Prince xx) waarmee Frédéric Cottier teamgoud won op het Wereldkampioenschap 1982 in Dublin en
- Nitroglycerine SF (1957), die de moeder is van de hengst Enfant de Normandie Sprt (1963, V. Enfant Terrible xx);

Concorde SF, merrie, 1946, vos, MV. Vas Y Donc SF, die de moeder is van de door het VLN goedgekeurde hengst Partisan Sgldt (1951, V. Belorange SF).



2.1.2.2.2. Goldschläger I 1203 Hann (1909)

De vos hengst Goldschläger I Hann (V. Paris Hann) heeft een stokmaat van 166 cm en is geboren in 1909.
Zijn moeder is de donkerbruine merrie Schätzchen (1904, V, Schwabenstreich Hann), die is opgenomen in het Mecklenburgse stamboek.
Tweede moeder is Coletje Hann (1895, V. Comet Trak). De hengst is een volle broer van de hengst Goldschläger II (1910). Gerekend over acht generaties voeren beide hengsten 50 % Engels volbloed.
Goldschläger I is goedgekeurd door het Hannoveraanse stamboek en heeft tot en met 1920 ter dekking gestaan.

Goldschläger I heeft met Goldapfel Hann (1915), Goldlack Hann (1917), Goldammer I Hann (1918), Goldammer II Hann (1919), Goldring I Hann (1919), Goldammer III Hann (1920), Goldring II Hann (1920) en Vasall SWB (1920) acht zonen gebracht die in Duitsland of Zweden zijn goedgekeurd voor de fokkerij.

Van hen hebben vooral Goldammer II en Goldring II invloed gehad op de hedendaagse fokkerij.

Goldammer II is de vader van de goedgekeurde zonen Gotenburg Hann (1925), Generalanzeiger Hann (1926), Goldschlag Hann (1926), Golfsport I Hann (1926), Golfsport II Hann (1927), Goldadler Hann (1929), Goldfisch I Hann (1931), Goldrubel Hann (1932), Gaugraf Hann (1935), Goldfisch II Hann (1935), Gote Hann (1936, Gotland Hann (1936), Goldfish III Hann (1937) en Goldfeuer Hann (1940).

Van de genoemde hengsten zijn vooral Golfsport II, Goldfisch I, Goldfisch II en Gote van belang geweest.

Golfsport II 1212 Hann, 1927, vos, stokmaat 169 cm, MV. Sportanzeiger II Hann, is van 1931 tot en met 1944 door het Nedersaksische Landgestüt Celle beschikbaar gesteld voor de fokkerij.
Zijn dochter Goldwelle Hann (1933, MV. Feiner Kerl Hann) is de moeder van de vosmerrie Abendfriede Hann (1944, V. Abendsport Hann) en die bracht haar dochter Mandat Hann (1954, V. Marabou xx). Mandat is de moeder van de hengst Wörmann Hann (1971, V. Wöhler Hann).

Wörmann is de grootvader van de door het KWPN goedgekeurde hengst Lancet Hann (1993, V. Wenzel I Hann) en de overgrootvader van Weyden KWPN (1986, V. Western Star Hann). Wörmann is ook de grootvader van de succesvolle hengst Weltmeyer Hann (1984, V. Worlfd Cup I Hann).

Golfsport II’s dochter Gondel Hann (1934, MV. Feiner Kerl Hann) is de moeder van de hengst Fernflug I Westf. (1942, V. Fermor III Hann). Fernflug I is de moedersvader van de in Nederland goedgekeurde hengst Fresco Sprt (1964, V. Geysir Trak) en Fernflug I komt ook voor in de afstamming van de hengst L.A. KWPN (1989, V. Larome Holst);

Goldfisch I 1193 Hann, 1931, bruin, stokmaat 168 cm, MV. Flugfeuer II Hann is voor de fokkerij beschikbaar geweest van 1935 tot en met 1943. Als fokhengst is hij aanzienlijk minder belangrijk dan zijn broer Goldfisch II Hann.

Goldfisch I is de vader van de vos merrie Gabies Hann (1938) en die bracht haar dochter Forstinsel Hann (1945, V. Forstschutz Hann). Forstinsel is de moeder van de vos merrie Feldfeder Hann (1950, V. Feo Hann) en die is de moeder van de hengst Weinstern Hann (1965, V. Weingau Hann).

Weinstern is de moedersvader van de door het KWPN goedgekeurde hengst Oldenburg KWPN (1973, V. Inschallah x);

Goldfisch II 3137 Hann, 1935, zwart, stokmaat 169 cm, MV. Flugfeuer II Hann, Voor een beschrijving van de prestaties van Goldfisch II en zijn nakomelingen wordt verwezen naar een afzonderlijk bestand over Goldfisch II Hann;

Gote 3178 Hann, 1936, donkerbruin, stokmaat 167 cm, MV. Flugfeuer II Hann, is een hengst die eigendom is van het Landgestüt Celle en van 1940 tot zijn overlijden in 1953 beschikbaar is geweest voor de fokkerij.
Gote is de vader van vijf goedgekeurde hengsten, waarvan Gouverneur Hann (1944, MV. Flügelmann I Hann) de meeste invloed heeft gehad. Van de vier goedgekeurde zonen van Gouverneur zijn Gospodin Hann (1953, V. Alkoven I Hann) en Güldenstein Hann (1968, MV. Dwinger Hann) van belang geweest voor de fokkerij in Nederland.

Gospodin is de MMV van de hengst Ramino 10501 Westf. (1980, V. Ramiro Z Holst).
Ramino is de grootvader van de door het KWPN goedgekeurde hengsten Gratino Oldbg (1992, V. Grannus Hann) en Ronaldo Oldbg (1995, V. Rubinstein I Westf). Bovendien is Ramino de grootvader van de hengsten Sandro Hit Oldbg (1993, V. Sandro Song Oldbg) en Diamond Hit Oldbg (1997, V. Don Schufro Oldbg).

Sandro Hit is de vader van de hengsten Sandreo KWPN (2000), Undigo KWPN (2001), Santano KWPN (2002) en Valeron KWPN (2002).
Diamond Hit is goedgekeurd/erkend door de stamboeken van Beieren, Hannover, Hessen, Oldenburg, Rijnland, Westfalen, Zweibrücken (Rijnland-Pfalz-Saar) en het Selle Français. Bovendien is de hengst door Emma Hindle (GBR) uitgebracht in Grand Prix dressuurwedstrijden. De combinatie is o.a. vierde geworden in de GP Special tijdens het CDI**** Wiesbaden 2012.

Güldenstein is de vader van de hengst Prefekt (1974), die door het KWPN is goedgekeurd en drie jaar later op de kwaliteit van zijn afstammelingen weer is afgekeurd. Prefekt heeft weinig in de Nederlandse fokkerij achtergelaten, maar heeft met de hengst Ferro KWPN (1987, V. Ulft) wel een zeer succesvolle achterkleinzoon gebracht.

2.1.3. Flatcatcher

Flatcatcher xx (V. Touchstone xx) is een bruine hengst die in 1845 in Engeland is geboren. Hij is gefokt door Robert Grosvenor, 1e Markies van Westminster, die ook de fokker is van Touchstone xx.
De moeder van Flatcatcher xx is de bruine merrie Decoy xx (1830, V. Filho da Puta xx) en tweede moeder is de bruine Finesse xx (1815, V. Peruvian xx).

Flatcatcher xx heeft in 1848 op de renbaan in Newmarket de 2000 Guineas gewonnen en enkele weken later is hij tweede geworden in de Derby in Epsom.

Hij is van 1851 tot en met 1861 actief geweest in de fokkerij. Zijn belangrijkste nakomeling is de bruine merrie Jeu d’Esprit xx (1852). Zij is de tweede moeder van de hengst Wisdom xx (1873, V. Blinkhoolie xx), die voorkomt in de pedigrees van onder andere Exilio xx (1954, V. Wild Risk xx), Le Faquin xx (1954, V. Aldis Lamp xx), Ishan xx (1958, V. Nantallah xx), Pepin de Bref xx (1966, V. Sicambre xx), Sacramento Song xx (1967, V. Sicambres xx) en Saros xx (1974, V. Charlottown xx).

2.1.4. Newminster xx

De bruine hengst Newminster xx (V. Touchstone xx) is in 1848 in Engeland geboren. Hij heeft een stokmaat van 155 cm en is gefokt door William Orde uit Morpeth, dat circa 25 km ten noorden van Newcastle in Northumberland ligt.
De moeder van Newminster xx is de bruine merrie Beeswing xx (1933, V. Dr. Syntax xx), die bekend staat als “de trots van Northumberland”, omdat ze van de 64 rennen waaraan ze deelnam er 51 heeft gewonnen. Ze won zes keer de Newcastle Cup, vier keer de Doncaster Cup en één keer de Ascot Gold Cup.
Tweede moeder is een in 1817 geboren dochter van de hengst Ardrossan xx.

Newminster beschikte over een elegante, krachtige en vlakke galop, maar had een zeer slechte stap. Dat gecombineerd met een broos gestel en slechte voeten werd een succesvolle rencarrière als tweejarige uitgesloten.


Vanaf zijn derde jaar heeft Newminster een matig succesvolle rencarrière, waarin hij in 1951 de Great St Leger in Doncaster won en in 1852 een ren in Goodwood. In de Derby van 1851 bleef hij ongeplaatst. Nadat hij in 1853 en 1854 ongeplaatst bleef in de Chester Cup is hij ingezet in de fokkerij.

Als dekhengst heeft hij eerst twee jaar op Thickhill Castle ten zuiden van Doncaster gestaan en daarna is hij verhuisd naar de Rawcliff stoeterij bij York.
Als fokhengst was hij een groot succes en bracht met Musjid xx (1856), Nemesis xx (1858), Lord Clifden xx (1860) en Hermit xx (1864) vier winnaars van klassieke rennen.
Newminster was twee keer leidend vaderpaard van het jaar.

Vier zonen van Newminster zijn voor de moderne rijpaardfokkerij van belang geweest. Het gaat daarbij om Lord Clifden xx (1860), Strathconan xx (1863), Vespasian xx (1863) en Hermit xx (1864).

Via zijn zoon Lord Clifden xx heeft Newminster een eigen hengstenlijn opgebouwd die in mannelijke lijn nog altijd van belang is voor de hedendaagse fokkerij. Bekende vertegenwoordigers van die hengstenlijn zijn Cor de la Bryère Holst (1968, V. Rantzau xx), Joost Holst (1968, V. Consul Holst), Carthago Z Holst (1987, V. Capitol Holst), Indoctro KWPN (1990, V. Capitol Holst).

Strathconan xx is de vader van de schimmel merrie Gem of Gems xx (1973) en zij is de moeder van de in Frankrijk geboren schimmel hengst Le Sancy xx (1984, V. Atlantic xx).
Le Sancy xx is via twee zonen van belang voor de hendendaagse fokkerij.
Via zijn zoon Saint Saulge xx (1894) en kleinzoon Rittersporn xx (1917) is hij de overgrootvader van de hengst Ramzes x (1937). Ramzes x heeft via zijn zonen Radetzky Westf (1951), Raimond Holst (1960), Rigoletto Holst (1960) en Roman Holst (1960) een enorme invloed op de fokkerij van sportpaarden uitgeoefend, waarbij de Raimond zoon Ramiro Z Holst (1965) van alle nakomelingen van Ramzes x het meest voor de fokkerij heeft betelend.
Daarnaast is Le Sancy xx via zijn zoon Le Samaritain xx (1896) en kleinzoon Roi Hérode xx (1904) de overgrootvader van The Tetrach xx (1911). De in Nederland goedgekeurde hengsten Millerole xx (1956) en Dolman Sprt (1962) zijn in rechtstreekse mannelijke lijn nakomelingen van The Tetrach xx.

Vespasian xx is de vader van de derde moeder van de hengst Son in Law xx, die de vader is van de belangrijke fokhengsten Apron xx (1920), Winalot xx (1921), Foxlaw xx (1922), Bosworth xx (1926) en Young Lover xx (1930). Ook is Son in Law xx de moedersvader van de hengst Furioso xx (1939).
Foxlaw xx is in mannelijke lijn de overgrootvader van de hengst Rantzau xx (1946) en Young Lover xx is de vader van de hengst Cottage Son xx (1944).

Zoon Hermit xx heeft veel nakomelingen gegeven die voorouder zijn van een stempelhengst. In rechtstreekse mannelijke lijn is Hermit xx voorouder van volbloedhengsten als Talisman xx (1955, V. Transtevère xx) en Eratosthenes xx (1957, V. Guersant xx).
De betekenis van Hermit xx voor de moderne rijpaardenfokkerij zal op een later moment in een apart bestand worden beschreven.

In verband met hoefbevangenheid is Newminster in 1868 gedood.


2.1.4.1. Lord Clifden xx

Lord Clifden xx (V. Newminster xx) is een bruine hengst zonder enige aftekening, die in 1860 is geboren. Hij is gefokt door de wijnhandelaar J.A. Hind uit Ashton-under-Lyne in Staffordshire.

Zijn moeder is de door Hare Majesteit koningin Victoria op Hampton Court gefokte bruine merrie The Slave xx (1852, V. Melbourne xx). Tweede moeder is de bruine Volley xx (1845, V. Voltaire xx).

In Thoroughbred Heritage wordt over Lord Clifden gezegd dat hij meer gelijkenis vertoonde met zijn grootvader Melbourne xx dan met zijn vader Newminster. Hij had een weinig opvallend hoofd met de bijna hangoren van zijn grootvader. Ook had hij de stokmaat van zijn grootvader, terwijl zijn vader duidelijk kleiner was. Lord Clifden xx had voorbenen met lange pijpen, een lange schouder en een lang kruis, dat hem tot een krachtige galoppeur maakte. Wel had hij er moeite mee om in galop gesloten te blijven. Daaruit wordt ook verklaard waarom hij een hekel had aan geaccidenteerde renbanen zoals Ascot.

In 1862 liep hij in Epsom zijn eerste ren. Daarbij startte hij slecht en begon pas goed te lopen toen hij op tien lengten lag. Toch won hij die Woodcote Stakes nog, waarbij hij een paard van burggraaf St Vincent versloeg. De burggraaf kocht daarop Lord Clifden voor 5.000 guineas (1 guinea = ₤ 1,05). Vervolgens won Lord Clifden in 1862 de Champagne Stakes in Doncaster en een sweepstakes ren.
In 1863 is hij in de Derby nipt verslagen door Macaroni xx (1860, V. Sweetmeat xx). Vervolgens werd hij in Parijs vijfde in de Grand Prix de Paris en won hij op één dag in Doncaster zowel de St Leger als de Doncaster Stakes. In de St Leger startte hij ook weer slecht en lag hij op een zeker moment zeker 50 lengtes (!) achter, maar won toch nog met een halve lengte. De wijze waarop hij zijn achterstand inliep leidde tot groot enthousiasme bij het publiek.
Nadat hij in 1864 tweede was geworden in de Newmarket Claret Stakes en ongeplaatst bleef in enkele andere rennen is hij teruggetrokken uit de rensport.

Lord Clifden is op de Moorlands stoeterij in Skelton in Yorkshire beschikbaar gesteld voor de fokkerij. Zijn nakomelingen waren meestal bruine paarden zonder aftekeningen, die naar verwachting in vergelijking met hun vader minder maat en minder kracht zouden hebben en voor de rensport te kort zouden komen.

Desondanks waren verschillende zonen van hem succesvol in de rensport:

Hawthornden xx (1867) won de Engelse St Leger;
Buckden xx (1869) was een succesvolle hengst in de Verenigde Staten;
Hymenaeus xx (1869) won de Duitse Derby en zorgde hij ervoor dat Lord Clifden xx leidend vaderpaard in Duitsland werd;
Wenlock xx (1869) won de St Leger en Hampton xx (1872) won 19 van de 33 rennen waarin hij startte en Petrarch xx (1873) won de 2000 Guineas en de St Leger.

Voor de moderne rijpaardfokkerij zijn de zonen Wenlock xx (1869), Hampton (1872) en Petrarch xx (1873) van belang.

In het najaar van 1870 is Lord Clifden voor ₤ 4.000 verkocht aan de Thomas Gee van de Dewhurst Lodge Farm in Wadhurst in Sussex. Daar is hij in februari 1875 overleden.


2.1.4.1.1. Wenlock xx

Wenlock xx (V. Lord Clifden xx) is een bruine hengst die in 1869 is gefokt door de Yardley stoeterij van de gebroeders Graham in de omgeving van Birmingham.
Zijn moeder is de vos merrie Mineral xx (1863, V. Rataplan xx), die vier onbeduidende rennen won. Wenlock xx was haar eerste veulen. In 1871 is ze naar Hongarije verkocht, waar ze twee veulens kreeg. De ene, Schwindler xx, won later de Duitse Derby en de ander, Kisber xx, won de Epsom Derby en de Grand Prtix de Paris.
Rataplan xx staat bekend als een goede stayer.
Tweede moeder van Wenlock xx is de vos Manganese xx (1853, V. Birdcatcher xx).

Over Wenlock xx is gezegd dat zijn exterieur wat betreft de lengte en de omvang niet geheel voldeed aan de bestelling.
In het bezit van Thomas Egerton, de derde graaf van Wilton en lid van het Engelse parlement, won Wenlock xx in 1972 de St Leger in Doncaster. Het was ook de enige keer dat hij goed presteerde in een ren.
Wenlock xx is van 1875 tot en met 1888 actief geweest in de fokkerij.

Voor de moderne rijpaardfokkerij heeft hij twee van belang zijnde dochters gebracht:

Deadlock xx, 1878, vos, MV. Chevalier d’Industrie xx, is de moeder van de “triple crown” winnaar Isinglass xx (1890, V. Isonomy xx). Insinglass komt in rechtstreekse mannelijke lijn onder ander voor in de afstamming van de hengsten Neckar xx (1948), Cobblers Thread xx (1955), Erdball xx (1956), Aldato Holst (1958), Marlon xx (1958), Antonio NWP (1960), Duc de Normandie SF (1962), Maximus Holst (1963), Le Val Blanc xx (1969), Grand Veneur SF (1972), Sultan KWPN (1976) en Clavecimbel KWPN (1984);

Sanda xx, 1878, vos, MV. Stockwell xx, is de moeder van de hengst Sainfoin xx (1887, V. Springfield xx), die de hengst Rocksand xx (1900) bracht. Rocksand xx komt onder andere voor in de afstamming van Foudroyant II xx (1938), Princequillo xx (1940), Prince Chevalier xx (1943), Cottage Son xx (1944), Der Löwe xx (1944), Xebec xx (1947), Talisman xx (1955), Cartoonist xx (1962) en Pericles xx (1962).
Sanda is ook de moeder van de vos merrie Sierra xx (1889, V. Springfield xx) en die is de moeder van de vos hengst Sundridge xx (1898, V. Amphion xx), die in rechtstreekse mannelijke lijn onder andere voorkomt in de afstamming van de hengsten Buchan xx (1916) en Goody xx (1942).


2.1.4.1.2. Hampton xx

De bruine hengst Hampton xx (V. Lord Clifden xx) is in 1872 geboren op de Tetsworth stoeterij bij Oxford. De fokker van Hampton xx en eigenaar van de stoeterij is Montagu Bertie, zesde graaf van Abington (1808 – 1884), die op Wytham Abbey bij Oxford woonde.
Montagu Bertie is in Mayfair in Londen geboren als Lord Norreys. Hij studeerde in Eton en Cambridge en promoveerde in 1934 in Oxford tot doctor in het burgerlijk recht. Van 1827 tot 1855 diende hij als officier in het Britse leger. In 1830 werd hij lid van het Engelse Lagerhuis tot dat hij in 1854 de titel Graaf van Abington erfde van zijn vader.

De moeder van Hampton xx is de donkerbruine merrie Lady Langden xx (1868, V. Kettledrum xx). Lady Langden xx is nooit in een ren gestart hoewel ze een afstamming heeft met veel renkwaliteit. Haar vader Kettledrum xx is een Derby winnaar en haar moeder Haricot xx (1847, V. Lanercost xx) heeft met haar dochter Caller Ou xx (1958, V. Stockwell xx) een winnaar van de St Leger gebracht. Haar tweede moeder is de befaamde Queen Mary xx (1843, V. Gladiator xx), die vele succesvolle renpaarden heeft gebracht.

Hampton is een uitstekend gefokte hengst die op basis van zijn afstamming geen problemen met de langere afstanden zou hebben. Die genetische aanleg had ook als oorzaak dat hij laat rijp was. Omdat hij met een stokmaat van 155 cm ook nog eens een kleine hengst was, werd hij als tweejarige in de rennen waaraan hij deelnam volledig over het hoofd gezien. Nadat hij in oktober 1874 een “verkoop” ren won, is hij voor ₤ 210 gekocht door James Nightengall. Vervolgens liep hij als tweejarige nog in drie rennen, waarvan hij er één won, één keer derde werd en één keer niet werd geplaatst.

Op basis van zijn prestaties was duidelijk dat Hampton xx veel minder kwaliteit had dan de top van zijn jaargang en dat er voor de klassieke rennen in 1875 geen rekening met hem behoefde te worden gehouden.

Als driejarige heeft hij aan vijf “tweederangs” rennen deelgenomen en er daarvan twee gewonnen.
De Derby van zijn jaargang is gewonnen door Galopin xx, maar eind 1875 zou niemand hebben willen geloven dat enkele jaren later zowel Galopin xx als Hampton xx veel gevraagde fokhengsten zouden zijn.
Na afloop van het vlakke baan seizoen heeft Hampton xx deelgenomen aan enkele hordenrennen, waarvan hij de eerste won.

Met Robert Peck als nieuwe trainer is Hampton xx als vierjarige aan een nieuw renseizoen begonnen. Als laatrijpe hengst had hij fysiek de achterstand op zijn leeftijdgenoten ingehaald en nadat hij in de training een goede indruk had gemaakt heeft hij met een gewicht van slechts 48 kg de Goodwood Stakes over 2,5 mijl ( 4 km) gewonnen. Later dat jaar heeft hij nog aan twee rennen deelgenomen. In beide rennen eindigde hij als vierde.
Als vijfjarige won Hampton xx acht van de tien rennen waaraan hij deelnam, waaronder de Northumberland Plate, de Goodwood Cup en de Doncaster Cup. Hij toonde aan dat hij was uitgegroeid tot een geweldig renpaard dat met een gewicht van 61 – 63 kg rennen over circa 4 km winnend kon afsluiten.


In het vroege voorjaar van 1878 is Hampton xx voor 7.200 guineas (₤ 7.560) gekocht door Francis Egerton, 3e graaf van Ellesmere.

Als zesjarige startte hij tien keer en won daarbij vijf rennen waaronder de Epsom Gold Cup. Zijn beste prestatie liet hij echter zien in de Cambridgeshire Handicap waarin hij met een gewicht van 58,5 kg in een veld van 34 paarden vierde werd. De ren werd gewonnen door triple crown winnaar Isonomy xx, maar die droeg 45 kg.

Hampton xx heeft in zijn rencarrière aan 33 rennen deelgenomen over afstanden van 1000 – 4100 meter en won in totaal 19 keer.
In 1879 is hij op de Worseley Hall stoeterij bij Manchester beschikbaar gesteld voor de fokkerij. Omdat voorzien werd dat zijn nakomelingen laatrijp zouden zijn en hij als fokhengst daardoor niet direct populair zou zijn, is besloten het dekgeld te beperken tot 30 guineas (₤ 31,50).
Toen er meer vraag naar hem kwam is hij verhuisd naar de stoeterij Stetchworth van de graaf van Ellesmere in Newmarket. Bovendien is zijn dekgeld verhoogd tot 150 guineas.
Zijn nakomelingen Merry Hampton xx (1884), Reve d'Or x (1884), Ayrshire xx (1885) en Ladas xx (1891) zijn winnaar van een klasssieke ren geworden.
In 1887 was Hampton xx op basis van de prestaties van zijn nakomelingen leidend vaderpaard.
Hampton xx is op 8 december 1897 gedood.

Veel van zijn nakomelingen zijn van belang geweest voor de moderne rijpaardfokkerij, zoals:

Perdita xx, merrie, 1881, bruin, MV. Young Melbourne xx, is de moeder van de St. Simon xx-zonen Florizel xx (1891) en Persimmon xx (1893).
Florizel xx is in rechtsreekse manneljke lijn een voorouder van de hengsten Le Mioche xx (1951) en Katouchon x (1976).
Persimmon xx komt in rechtstreekse mannelijke lijn voor in de afstamming van hengsten als Poseidon Trak (1925), Impuls Trak (1953), Pepin le Bref xx (1955) en Sandro Hit Oldbg (1993);

Royal Hampton xx, hengst, 1882, bruin, MV. King Tom xx, komt via zijn dochter Luscious xx (1894) voor in de afstamming van Der Löwe xx (1944) en Xebec xx (1947).
Via zijn zoon Forfarshire xx (1897) is hij een voorouder van Kibrahim SF (1969) en Flamingo SWB (1969).
Zijn dochter Queens Holiday xx (1901) komt voor in de afstamming van First Trial xx (1956) en Solaris xx (1959) en zijn zoon Phoenix xx (1902) is verwant met Nicolas xx (1953);

Hors de Combat xx, merrie, 1983, vos, MV. Stockwell xx, is de tweede moeder van de hengst Grey Plume xx (1901) en die is in rechtstreekse mannelijke lijn een voorvader van de door het KWPN goedgekeurde hengst Liguster SF (1970);

Merry Hampton xx, hengst, 1884, bruin, MV. Broomielaw xx, is de overgrootvader van de hengst Man O’War xx en die is in mannelijke lijn de overgrootvader van hengst Pericles xx (1962);

Ayrshire xx, hengst, 1885, bruin, MV. Galopin xx, zie hoofdstuk 2.1.4.1.2.1.;

Lord Lorne xx, hengst, 1886, vos, MV. Tynedale xx, is de overgrootvader van de hengst Apron xx (1920) en die is de overgrootvader van de hengsten Willowcratic xx (1960) en Ladykiller xx (1961);

Maid Marian xx, merrie, 1886, donkerbruin, MV. Toxophilite xx, is de moeder van de invloedrijke hengst Polymelus xx (1902). Polymelus xx is via zijn zoon Phalaris xx ( 1913) de grootvader van de hengsten Pharos xx (1920), Colorado xx (1923), Sikle xx (1924), Fairway xx (1925) en Pharamond xx (1925);

Broad Corry xx, merrie, 1889, bruin, MV. Galopin xx, is de derde moeder van de hengst Colorado xx (1923). Colorado’s zoon Loaningdale xx is de moedersvader van de hengsten Xebec xx (1947) en Ladykiller xx (1961);

Bushey Park xx, hengst, 1889, bruin, MV. Thormanby xx, is een voorouder van de in Westfalen goedgekeurde hengsten Radetzky Westf (1951) en Rubinstein I Westf (1986);

Kilmarnock xx, hengst, 1890, bruin, MV. Galopin xx, is de MMMV van de hengst Farceur VIII x (1929), Farceur VIII x is in rechtstreekse mannelijke lijn de betovergrootvader van Nurzeus SF (1972);

Gadfly xx, merrie, 1896, bruin, MV. Speculum xx, is de overgrootmoeder van de hengst Gold Bridge xx (1929). Gold Bridge is onder andere de grootvader van de hengst El Gaucho xx (1955) en de overgrootvader van Compromise xx (1954), Millers Grey xx (1959) en Willowcratic xx (1960);

Ladas xx, hengst, 1891, bruin, MV. Rosicrician xx, zie hfdst. 2.1.4.1.2.2.;

Speed xx, hengst, 1891, bruin, MV. Tibthorpe xx, is de moedersmoedersvader van de hengst Cottage Son xx (1944). Cottage Son xx is de grootvader van de hengsten Ramiro Z Holst (1965), Capitano Holst (1968) en Joost Holst (1968) en

Bay Ronald xx, hengst, 1893, bruin, MV. Galliard xx, zie hfdst. 2.1.4.1.2.3.


2.1.4.1.2.1. Ayrshire xx

Ayrshire xx (V. Hampston xx) is een bruine hengst die in 1885 is geboren. Hij is gefokt door William Cavendish-Bentinck, de 6e hertog van Portland (1857 – 1943).
William was de zoon van luitenant-generaal Arthur Cavendish-Bentick en kreeg zijn opleiding in Eton. Hij erfde in 1879 van zijn kinderloos gestorven, excentrieke oom William Cavendish-Scott Bentick de titel hertog van Portland en het familielandgoed in Welbeck Abbey in Nottinghamshire.
Van 1877 tot en met 1889 diende de hertog als artillerieofficier in het Britse leger, Ook was hij lid van het Hogerhuis en in de jaren 1886 – 1892 en van 1895 tot 1905 was hij opperstalmeester van koningin Victoria en aansluitend van koning Edward VII.
Voor zijn publieke verdiensten is hij verschillende keren onderscheiden, o.a. met het grootkruis in de koninklijke orde van Victoria.
De hertog was tevens een begenadigd fokker en fokte zeven winnaars van klassieke rennen en kocht op enig moment de onovertroffen hengst St. Simon xx (1881).

De moeder van Ayrshire xx is de donkerbruine merrie Atalanta xx (1878, V. Galopin xx) en tweede moeder is de bruine Feronia xx (1868, V. Thormanby xx).
Atlanta xx is een mooi gefokte merrie waarvan zowel vader Gallopin xx als grootvader Thormanby xx de Derby hebben gewonnen. Haar moederlijn loopt terug naar de befaamde merrie Beeswing xx (1833, V. Dr. Syntax xx).

De hertog van Rosslyn kocht in 1878 Feronia xx toen Atalanta nog niet gespeend was en door een blessure nauwelijks kon staan. Bij de verkoop was men het snel eens over de prijs voor Feronia xx, maar is lang gesteggeld over de prijs voor het veulen. Uiteindelijk is overeengekomen dat lord Rosslyn voor zes shillings, een kruiwagen en een zeug de eigenaar van Atalanta xx zou worden.
Nadat Atalanta de Great Eastern Handicap had gewonnen is ze gekocht door de hertog van Portland.
Vanaf 1883 is Atalanta xx ingezet voor de fokkerij en bracht vier merries en vier hengsten.

De jaargang 1885 was een kwaliteitsvolle jaargang. Als tweejarige was de Whitsuntide Plate in Manchester de eerste ren voor Ayrshire xx. Hij eindigde als derde. Zijn tweede race was in Ascot, waar hij achter Friar’s Balsam xx en Seabreeze xx opnieuw als derde eindigde. Vervolgens won Ayrshire xx vijf rennen achter elkaar, maar in de laatste ren liep hij een blessure op waardoor hij niet aan de belangrijke rennen voor tweejarigen in het najaar kon deelnemen.

Als driejarige zou hij in de 2000 Guineas opnieuw de strijd moeten aanbinden met formidabele Friar’s Balsam xx en dat werd een veelbewogen race.
Voor de ren zag de hertog van Portland dat er bloed zat aan de lip van Friar’s Balsam xx, maar volgens de trainer van Friar’s Balsam xx stelde dat niets voor. De ren werd makkelijk gewonnen door Ayrshire xx, terwijl Friar’s Balsam xx veel last van zijn kaak had omdat een niet door zijn trainer opgemerkt abces op zijn kaak was doorgebroken en hij ver in de achterhoede eindigde.
Omdat Friar’s Balsam xx door zijn blessure niet aan de Derby kon deelnemen, heeft Ayrshire xx die Derby met twee lengten voorsprong gemakkelijk gewonnen.

De St Leger verliep teleurstellend en leverde een zesde plaats op.
Als vierjarige is Ayrshire xx in drie rennen gestart en daar heeft hij er twee van gewonnen. In totaal heeft hij uit zestien starts elf rennen gewonnen.

In 1890 is Ayrshire xx beschikbaar gesteld voor de fokkerij. De hertog van Portland had de bijzonder populaire hengst St. Simon xx gekocht en als belangrijkste hengst op zijn nieuwe stoeterij op zijn stoeterij in Welbeck Abbey geplaatst en daarom werd Ayrshire op de stoeterij Egerton House bij Newmarket geplaatst.
Hij heeft een lange en succesvolle fokkerijcarrière gemaakt, waarbij hij twee klassieke winnaars bracht en vijf dochters die moeder van een klassieke winnaar zijn geworden.
Zijn dochters waren door elkaar genomen beter dan zijn zonen
Ayrshire is 25 jaar oud geworden en is op 30 maart 1910 gedood. De hertog heeft zijn geraamte geschonken aan het natuurhistorisch museum in South Kensington, Londen.

Diverse nakomelingen van Ayrshire xx zijn van belang geweest voor de huidige rijpaardfokkerij:

Hortensia xx, merrie, 1891, donkerbruin, MV. See Saw xx, is de tweede moeder van de hengst Herold xx (1917), die onder andere voorkomt in de afstamming van de hengsten Maigraf xx (1948), Stuyvesant xx (1973), Purioso KWPN (1974), Michelangelo Trak (1985) en Gribaldi KWPN (1993);

Symington xx, hengst, 1993, bruin, MV. St. Simon xx, is de moedersvader van de hengst Tetratema xx (1917), die onder andere voorkomt in de afstamming van Millerole xx (1956) en Dolman Sprt (1962).
Zijn zoon Junior xx (1909) is de vader van de overgrootmoeder van Willowcratic xx (1960);

Austria xx, merrie, 1896, bruin, MV. Bend Or xx, is de overgrootmoeder van de hengst Aventin xx (1929) en Aventin xx is in rechtstreekse mannelijke lijn verwant aan de hengsten Marconi Hann (1957) en Wagner NWP (1957);

Doctrine xx, merrie, 1898, bruin, MV. Peter xx, is de tweede moeder van de hengst Solario xx (1922), die vooral via zijn dochters invloed heeft uitgeoefend op de fokkerij. Solario xx komt onder andere voor in de afstamming van Royal Charger xx (1942), Supreme Court xx (1948), Tamerlane xx (1952), Solaris xx (1959) en Uppercut xx (1960);

Ballantrae xx, merrie, 1899, bruin, MV. Touchet xx, is de derde moeder van de hengst Djebel xx (1937). Djebel xx is via een rechtstreekse mannelijke lijn verwant aan Kandahar xx (1953), Milesian xx (1953), Bolero Hann (1975) en Julio Mariner xx (1975) en Dr. Bulasco xx 1984);

Mountain Daisy xx, merrie, 1899, bruin, MV. Balfe xx, is de tweede moeder van de hengst Beumont xx en die is de grootvader van de hengst Koridon xx (1946);

Robert le Diable xx, hengst, 1899, bruin, MV. Melton xx, is de MMV van de hengsten Blenheim xx (1927) en Ticino xx (1939).
Blenheim xx is in rechtstreekse mannelijke lijn verwant aan de hengsten Odd Jobb xx (1966) en Mill Reef VDL KWPN (1997).
Ticino xx is de grootvader van de hengsten Sioux Westf (1959), Waidmannsdank xx (1959), Vollkorn xx (1961) en Wahnfried Holst (1962);

Festino xx, hengst, 1902, zwartbruin, MV. St. Simon xx, is de vader van de hengst Pergolese xx, 1914, bruin, MV. Persimmon xx, zie 2.1.4.1.2.1. 1.;

Ayesha xx, merrie, 1905, bruin, MV. Crowberry xx, is de tweede moeder van de hengst Denturius xx (1937) en Denturius is de grootvader van de hengst Willowcratic xx (1960) en

Fanager xx, merrie, 1908, vos, MV. Lowland Chief xx, is de tweede moeder van de hengst Fantastic xx (1933). Fantastic xx is de moedersvader van de hengst Cobblers Thread xx (1955).


2.1.4.1.2.1. 1. Pergolese xx

Een verhaal over Pergolese xx begin bij zijn grootmoeder Festa xx (1893). Zij is een kleine, iele zwartbruine merrie die in Engeland is gefokt uit een kleine zwarte merrie die op een veiling in Doncaster ₤ 300 had gekost. De vader van Festa xx is de ongeslagen hengst St. Simon xx, die aan het einde van de 19e eeuw de meest toonaangevend hengst in het Verenigd Koninkrijk was en die in 1892 al de vader van meerdere klassieke winaars was.
Festa xx is gedurende drie jaren uitgebracht in de rensport en startte in 22 rennen waarvan ze er twee won. Op tweejarige leeftijd was ze de snelste in Brighton in een ren over 1200 meter en op vierjarige leeftijd was ze in Manchester in een ren over 1000 de winnaar.

Na haar rencarrière heeft haar eigenaar, de graaf van Dunraven, Festa xx op zijn stoeterij in het Ierse Kildare ingezet voor de fokkerij. Drachtig van haar vierde veulen besloot Dunraven haar te verkopen op de jaarlijkse veiling in Newmarket. Op de veiling heeft de Duitse paardenhandelaar Ulrich von Oertzen Festa xx voor 1000 guineas (₤ 1050) gekocht. Hij was een vaste bezoeker van de veiling in Newmarket en kocht, meestal in commissie, jaarlijks een aantal volbloeds die konden worden gebruikt om de Duitse volbloedfokkerij te verbeteren. Omdat hij bang was dat de Duitse volbloedfokkers Festa xx te klein zouden vinden, heeft hij haar voor eigen rekening gekocht.
In Duitsland is Festa xx op een veiling gekocht door Arthur Weinberg, die samen met zijn broer Carl sinds 1895 in Franfurt am Main Gestüt Waldfried bezat.
De koop betaalde zich al vlot uit omdat het veulen waarvan Festa xx drachtig was, de hengst Festino xx (1902, V. Ayrshire xx) was en die groeide uit tot een uitstekend renpaard.
Festino xx won achttien van de 31 rennen waaraan hij deelnam. Als driejarige won hij de Union Rennen op de renbaan Hoppegarten bij Berlijn en werd hij tweede in de Duitse Derby in Hamburg. Als vierjarige won hij de Hansa Preis in Hamburg en de Grote Prijs van Berlijn op Hoppegarten. Als renpaard won hij meer dan DM 300.000.

Ook in de fokkerij was Festino succesvol geweest. Zijn zonen Festarok xx (1909), Orelio xx (1911), Antinous xx (1912), Amorino xx (1913) en Pergolese xx (1914) wonnen belangrijke rennen in Duistland. Van alle zonen heeft Pergolese xx in de fokkerij het best gepresteerd.
Festino is in 1914 op twaalfjarige leeftijd verongelukt.

De moeder van Pergolese xx is de in het Verenigd Koninkrijk geboren bruine merie Perfect Love xx (1901, V. Persimmon xx) en tweede moeder is de bruine Perfect Dream xx (1892, V. Morion xx).
De bruine Pergolese xx (1914) is gefokt door het Gestüt Waldfried xx, dat ook als fokker van zijn vader Festino xx te boek staat.
Pergolese xx heeft als driejarige de klassieke Hansa Preis in Hamburg over 2400 meter gewonnen.
Na zijn rencarrière is hij van 1919 tot en met 1930 ingezet in de fokkerij.

Van zijn nakomelingen heeft zijn zoon Augias xx (1920) uitstekend gepresteerd in de rensport. Hij won in 1923 de Duitse Derby, de Henckel rennen en de Union Rennen. In latere jaren won hij ook de Grote Prijs van Hamburg en twee keer de Grote Prils van Berlijn.

Verschillende nakomelingen van Pergolese xx zijn van belang geweest voor de moderne rijpaardokkerij, zoals:

Augias xx, hengst, 1920, donkerbruin, MV. Fels xx, is de moedersvader van de hengst Orator xx (1938), die de vader is van de hengst Thuswin xx en daarmee de grootvader van Important KWPN;

Aurelius xx, hengst, 1923, donkerbruin, MV. Fels xx, is in mannelijke lijn de grootvader van de hengst Steinpilz xx (1959), die o.a. voor komt in de afstamming van Jurgen KWPN (1968). Ook is hij via zijn dochters o.a. verwant aan de hengsten Maigraf xx (1948) en Fadinger xx (1955) en

Makrele xx, merrie, 1928, MV. Fervor xx, is via de merries Makrone xx (1934) en Mainkur xx (1940) de derde moeder van de hengsten Marcio xx (1947) en Maigraf xx (1948).


2.1.4.1.2.2. Ladas xx

De bruine hengst Ladas xx (V. Hampton xx) is in 1891 geboren. Hij is gefokt door Archibald Philip Primrose, vijfde graaf van Rosebery (1847 – 1929). Rosebery was lid van de Schotse adel. In zijn jeugd heeft Rosebery gezegd dat hij drie wensen had: de Derby winnen, een erfgename trouwen en minister-president worden. Alle drie wensen heeft hij kunnen vervullen.

Rosebery genoot zijn opleiding in Eton en in Brighton College.
In 1878 trouwde hij met Hannah de Rothschild. Zij was het enige kind van de Joodse bankier Mayer Amschel de Rothschild en toentertijd de rijkste Britse erfgename.
Roseberry was een liberale politicus die tussen februari 1886 en maart 1894 drie keer gedurende perioden van maximaal anderhalf jaar Minister van Buitenlandse Zaken was in een Brits kabinet dat werd geleid door William Gladstone. Toen Gladstone zich in maart 1894 terug trok uit de politiek is Rosebery hem opgevolgd als minister-president. Zijn beleid was verre van succesvol en toen in juni 1895 een voorstel met betrekking tot de uitrusting van het leger in het Lagerhuis werd afgewezen hebben Rosebery en zijn ministers hun ontslag aangeboden. Rosebery bleef nog tot 1905 actief in de liberale partij en verloor daarna al snel elke politieke interesse. Hij ging zich toeleggen op het schrijven en verzamelen van boeken.

Ladas xx was een prachtige hengst met een uitstekende afstamming.
De moeder van Ladas xx is de bruine Illuminata xx (1877, V. Rosicrucian xx) en tweede moeder is Paraffin xx (1870, V. Blair Athol xx).
Illuminata xx is ook de moeder van Gas xx (1892, V. Ayrshire xx), die de moeder is van de Derby winnaar Cicero xx (1902, V. Cyllene xx) en van Chelandry xx (1894, V. Goldfinch xx) die de One Thousand Guineas won.

Ladas xx won als tweejarige alle vier rennen waarin hij startte en als driejarige won hij de Two Thousand Guineas en de Derby. In enkele andere rennen, waaronder de St Leger, werd hij geplaatst.

Door zijn huwelijk met Hannah de Rothschild erfde Rosebery het landhuis Mentmore Towers en de Mentmore stoeterij in Mentmore, dat ten westen van Luton in Buckinghamshire ligt. In het daar vlakbij gelegen Crafton heeft Rosebery een nieuwe stoeterij gebouwd.
Op vierjarige leeftijd is Ladas xx op de Crafton stoeterij voor de fokkerij beschikbaar gesteld.
Zijn nakomelingen waren in de rensport geen toppers, maar een aantal van hen heeft wel invloed gehad op de hedendaagse rijpaardfokkerij, zoals:

Kildonan xx, merrie, 1899, bruin, MV. Barcaldine xx, is de moeder van de hengst Verwood xx (1910). Verwood xx is in mannelijke lijn de overgrootvader van Bel Avenir SF (1945) en daardoor komt hij voor in de pedigrees van o.a. Liguster SF (1970), Baloubet de Rouet SF (1989) en Nabab de Rêve BWP (1990);

Gorgos xx, hengst, 1903, bruin, MV. St. Simon xx, is de moedersvader van Ortello xx (1926). Ook is hij als MVV verwant aan de hengst Umidwar xx (1931).
Ortello xx is in mannelijke lijn de overgrootvader van de hengsten Lucius xx (1959) en Angelo xx (1961) en Umidwar xx is in mannelijke lijn de overgrootvader van Duc de Normandie SF (1962) en Marinier SF (1971) en hij is moedersvadersvader van Almé Z SF (1966) en

Saint Astra xx, merrie, 1904, bruin, MV. St. Angelo xx, is de grootmoeder van de hengst Asterus xx (1923), die via de hengsten Dadji xx en Kesbeth x de overgrootvader is van de Franse Anglo-arabische hengst Nithard x (1948). Nithard is in mannelijke lijn de (over)grootvader van de hengsten Hadj A x (1973), Lys de Darmen SF (1977) en Matcho x (1978).


2.1.4.1.2.3. Bay Ronald xx

Bay Ronald xx (V. Hampton xx) is een bruine hengst die in 1893 is geboren en die via een aantal zonen veel invloed heeft uitgeoefend op de fokkerij van sportpaarden.

Voor een beschrijving van zijn achtergrond en zijn betekenis voor de fokkerij wordt verwezen naar een apart bestand Bay Ronald xx.

Dit bestand over Whalebone xx en zijn nakomelingen zal t.z.t verder worden aangevuld.