skip to Main Content

1926 (Dampfross Trak x Haselhorst Trak)

 

 

Samenvatting

Hyperion Trak is een vos hengst die in 1926 is geboren op het Hauptgestüt Trakehnen, dat in het voormalige Oost-Pruisen lag. Hij is een zoon van de hengst Dampfross Trak (1916, V. Dingo Trak), die met zijn 40  goedgekeurde zonen een enorm stempel heeft gedrukt op de Trakehner fokkerij. Van de Dampfross zonen hebben Hyperion, Pythagoras en Semper Idem de meeste invloed op de fokkerij gehad.

Hyperion was een opvallend mooie hengst met grote lijnen. Zijn bewegingen waren zeer goed, waarbij hij vanuit de achterhand erg goed tot dragen kwam.
Van hem zijn zestien zonen goedgekeurd voor de fokkerij, maar door de Tweede Wereldoorlog hebben diverse zonen maar een korte fokcarrière gehad.

Tegen het einde van de oorlog is Hyperion vanaf het Hauptgestüt Trakehnen via Silezië naar het Landgestüt Graditz in het noorden van Saksen geëvacueerd. Wat het lot van Hyperion is geweest is niet bekend, maar aan het einde van de oorlog is het totale paardenbestand van het Landgestüt Graditz verloren gegaan.

De belangrijkste zonen van Hyperion zijn Termit Trak (1933) en Heristal Trak (1939).

Termit is onder andere de vader van de hengsten Tropenwald Trak (1941) en Abglanz Trak (1943).
Tropenwald heeft met de hengsten Pregel Trak (1958) – Donauwind Trak (1965)- Abdullah Trak (1971) een eigen hengstenlijn opgebouwd en datzelfde heeft Abglanz gedaan met de hengstenlijn Abglanz – Absatz Trak (1960) –  Argentan Hann (1967) – Argentinus Hann (1980) – Thunder van de Zuuthoeve BWP (1996).

Heristal is vooral actief geweest in de Zweedse fokkerij, waar zeventien zonen van hem zijn goedgekeurd, waarvan de meesten echter maar kort hebben gedekt. Van Heristal gaat het verhaal dat hij en veel van zijn nakomelingen een moeilijk karakter hadden.
De bekendste zoon van Heristal is de hengst Herrscher SWB (1952). Herrscher is de vader van de hengst Amor Sgldt (1959), die grote invloed heeft gehad in de Nederlandse fokkerij.

 

 

Voorkomen en afstamming

 

Hyperion Trak (V. Dampfross Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 166 cm. Hij is in 1926 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen, dat in de Kreis Ebenrode in voormalige Oost Pruisen lag.

 

 

Vader

 

De vader van Hyperion is de vos hengst Dampfross Trak (1916, V. Dingo Trak).

De moeder van Dampfross is de donkerbruine Laura Trak (1905, V.  Passvan Trak) en tweede moeder is een dochter van de hengst Petricola Trak.

In de jaren 1920 – 1922 heeft Dampfross gedekt op het Pruisische Landgestüt in Georgenburg en in 1923 is Dampfross t gekocht door het Hauptgestüt Trakehnen. Hij is daar tot 1933  op de stoeterij ingezet voor de fokkerij. In 1937 is Dampfross gedood.

 

 

Moeder

 

De moeder van Hyperion is de vos merrie Hypothese Trak (1921, V. Haselhorst Trak) en tweede  moeder is de vos Harzsage Trak (1911, V. Holländer xx).
Gerekend over acht generaties heeft Hyperion een afstamming met 60,2 % Engels- en Arabisch volbloed en 25,8 % Trakehner bloed.

 

 

Fokkerijcarrière

 

Diverse personen hebben in het verleden het exterieur en de bewegingen van Hyperion bewonderend beschreven. Samenvattend kan gesteld worden dat Hyperion een opvallend mooie hengst met grote lijnen is. Hij is groot en diep en heeft een prachtige schouder. Zijn botten en gewrichten zijn sterk en hebben veel uitdrukking. De bewegingen zijn zeer goed waarbij Hyperion vanuit de achterhand erg goed tot dragen komt.
Hyperion is een schoolvoorbeeld van het type, het exterieur en de bewegingen van een Oostpruisische hengst omstreeks 1940. Hij is een “Hauptbeschäler” (voornaamste fokhengst) van de hoogste orde.

Hyperion heeft in 1930 en 1931 vanuit het Landgestüt Georgenburg (tegenwoordig Jubarkas) op een dekstation in Röseningken in de Kreis Darkehmen gestaan. Darkehmen heet tegenwoordig Ozersk, en ligt in het zuidoosten van de Russische Oblast Kaliningrad op circa 10 km van de grens met Polen.
Van 1932 tot medio 1944 is hij op het Hauptgestüt Trakehnen ingezet. In september 1944 is hij geëvacueerd naar Berbisdorf (nu Dziwiszów) bij Jelenia Góra in Silezië.
Van 16 februari tot 4 maart 1945 is hij lopend naar de stoeterij in Graditz bij Torgau gebracht; een afstand van circa 250 km. Wat er daarna met Hyperion is gebeurd, is niet bekend.

 

 

Dochters

 

Drie dochters van Hyperion zijn moeder geworden van een goedgekeurde hengst:

Egosa Trak, 1934,  vos, MV. Pirat Trak, is de moeder van de hengst Hassgesang Trak (1939, V. Kupferhammer Trak), die van 1946 tot en met 1950 voor de fokkerij is ingezet op de Kirov stoeterij in Rostov aan de Don in Rusland;

Modulation Trak, 1937, vos, MV. Tanganjika O.Pr., is de moeder van de hengst Mormone Trak (1941, V. Paradox xx), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en

Hvala Trak (ex Liebgard), 1944, vos, MV. Pilger Trak, is de moeder van de hengsten Hochot RusTrak (1956, V. Hrisolit Trak) en Chaber WLKP (1963, V. Jamajka O. Pr.). Hochot is goedgekeurd door het Russische Trakehner stamboek en Chaber door  het Wielkopolska stamboek.

Dochter Alwina Trak, 1946, vos, MV. Pilger Trak, is de tweede moeder van de hengsten Auftakt Trak (1963, V. Impuls Trak) en Albatros NWP (1964, V. Pergamos Trak). Auftakt is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en Albatros door het NWP.

 


Zonen

 

Hyperion heeft zestien zonen die zijn goedgekeurd voor de fokkerij:
Papyros O. Pr (1931), Sonnentau Trak (1931), Termit Trak (1933), Passatwind Trak (1934), Grot Trak (1936), Apfelkern Trak (1936), Halbmond Trak (1936), Modus Trak (1936), Parnass Trak (1936), Tertzky Trak (1938), Heristal Trak (1939), Pyrrhus Trak (1939), Abendglanz Trak (1940), Diadem Trak (1941), Dietmar Trak (1942) en Modekönig Trak (1943).

De cursief vermelde hengsten hebben minder dan vijftien geregistreerde nakomelingen en worden hierna kort aangestipt. De overige hengsten worden daarna in afzonderlijke hoofdstukken besproken.

De hengst Papyros O.Pr. (1931, MV. Bulgarenzar Trak) is goedgekeurd door het Oost Pruisische stamboek, van de hengst zijn twee nakomelingen bekend.

De hengst Sonnentau Trak (1931, MV. Bulgarenzar Trak) is goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Van de hengst zijn acht nakomelingen bekend.

De hengst Passatwind Trak (1934, MV. Parsee xx) is in februari 1934 geboren op het Hauptgestüt Trakehnen. Hij heeft in 1936  en 1937 in Zwion deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek. Daarover is gerapporteerd dat de stap en galop van Passatwind goed zijn en de draf zeer goed. Hij heeft een goed temperament, maar is lui. De totale prestatie van de hengst is goed.
Het exterieur van Passatwind is gemiddeld genoemd. Hij heeft hangoren en het middenstuk is onvoldoende gewelfd. Het fundament is correct.
Passatwind is in 1938 en 1939 voor de fokkerij beschikbaar gesteld op het Landgestüt Georgenburg, dat thans Jubarkas heet en in Litouwen ligt. Van 1940 tot 1944 heeft hij op het Landgestüt Zinke gestaan. Het verdere lot van Passaatwind is onbekend. Van Passatwind is één nakomeling bekend.

De hengst Halbmond Trak (1936, MV. Parsival Trak) is goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Van Halbmond is één in 1943 geboren nakomeling bekend. Het lot van Halbmund in de oorlogsjaren is onbekend.

De hengst Modus Trak (1936, MV. Poseidon Trak) is goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Van hem is één, in 1941 geboren, dochter bekend. Het lot van Modus in de oologsjaren is onbekend.

De hengst Abendglanz Trak (1940, MV. Pirol Trak) is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en heeft in 1943 en 1944 op het Landgestüt in Georgenburg (thans Jubarkas, dat in Litouwen ligt) ter dekking gestaan. In 1945 heeft  Abendglanz op een dekstation in Parnehnen bij Wehlau (thans Znamensk, dat halverwege Kaliningrad en Cernahovsk ligt) gestaan. Wat er daarna met Abendglanz is gebeurd is niet bekend.

De hengst Diadem Trak (1941, MV. Paradox xx) is een broer van de hengst Dietmar Trak (1942, zie hfdst. 4.8.). Diadem is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en heeft in 1944 op het Landgestüt Stargard (Szczecin in Polen) ter dekking gestaan. Daarna is hij in de winter van 1944/1945 meegegaan met de paarden die vanaf het Hauptgestüt Trakehnen naar het Hauptgestüt Travethal in Sleeswijk-Holstein zijn gevlucht. In mei 1945 hebben de geallieerde legers, op verzoek van de Poolse paardenfokkerijautoriteiten, bevolen dat Diadem teruggegeven moest worden aan Polen. Vanaf 1946 is hij in Sierakow beschikbaar geweest voor de fokkerij. In mei 1956 is Diadem gedood. Van hem zijn drie nakomelingen geregistreerd.

De hengst Modekönig Trak (1942, MV. Hirtensang Trak) is in 1944 in verband met het naderende Russische leger vanuit Trakehnen geëvacueerd naar de stoeterij Hunnesrück in het zuidoosten van Nedersaksen. In de jaren 1946 – 1950 en in 1952 is hij als Landbeschäler voor de fokkerij beschikbaar geweest op het Landgestüt Traventhal in Sleeswijk-Holstein en in 1951 is hij als privéhengst beschikbaar geweest in Rantzau. Na een ongeluk is Modekönig in 1952 gedood.
De All Breed Database kent acht nakomelingen van Modekönig.

 

 

Zonen die hebben bijgedragen aan de fokkerij

 

1. Termit Trak  DE309090396333

 

Termit Trak (V. Hyperion Trak) is een donkere vos hengst met een stokmaat van 164 cm. Hij is in maart 1933 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Termit is de vos merrie Technik Trak (1922, V. Tempelhüter Trak) en tweede moeder is de vos Tageskonigin Trak (1912, V. Shilfa xx).

Termit is een broer van de hengst Tertszky Trak (zie hfdst. 5.) en Technik is ook de moeder van de hengsten Tarif Trak (1927, V. Dampfross) en Tempo (1934, V. Kupferhammer Trak). Alle drie hengsten zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek.

Tageskonigin is ook de moeder van de broers Tagfalter Trak (1920, V. Tempelhüter Trak). Theseus Trak (1925) en Tegethoff Trak (1926), die alle drie zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek.

Gerekend over acht generaties heeft Termit een afstamming met 62,5 % Engels- en Arabisch volbloed en 30,5 % Trakehner bloed.

Termit is in 1937 voor de fokkerij beschikbaar geweest op het Landgestüt in Georgenburg (nu Jubarkas in Litouwen) en van 1938 – 1944 op het Hauptgestüt Trakehnen. In 1939 heeft hij in Zwion, dat bij Georgenburg ligt, deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek.
In 1944 heeft hij in Graditz (Sachsen) gedekt en in 1945 in Neustadt/Dosse (Brandenburg). In augustus 1945 is hij naar de 2500 km verder gelegen Kirow stoeterij gegaan. De stoeterij ligt circa 150 km ten zuidoosten van Rostov aan de Don in Rusland. Daar is hij in 1955 overleden.

De Rus Trakehner database (www.trk-base.com) bevat van Termit 72 zonen en 86 dochters.

Vier dochters van Termit zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden:

Tachta Trak, 1947, vos, MV. Algol Trak, is de moeder van de hengst Bariton Trak (1958, V. Belgorod xx), die is goedgekeurd door het Russische Trakehner stamboek;

CMA Trak, 1948, MV. Ararad Trak, is de moeder van de hengst Ciecieruk Trak (1963, V. Blyszcz Km Polen), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek;

T’MA Trak, 1948, zwart, MV. Ararad Trak, is de moeder van de hengst Hrust Trak Rus (1956, V. Hrisolit Trak Rus), die is goedgekeurd door het Trakehner- en het Oekraïense stamboek en

Teorema Trak, 1952, vos, MV. Markasit Trak, is de moeder van de hengst Tantal  Trak Rus (1967, V. Topol ox), die in Rusland is ingezet voor de fokkerij.

Twaalf zonen van Termit zijn goedgekeurd voor de fokkerij:
Buschido Trak (1940), Midas Trak (1940), Herr Major Trak (1941), Tropenwald Trak (1941), Abbasiede Trak (1942), Hamid Trak (1942), Abglanz Trak (1943), Brylant Trak (1943), Gardasee Trak (1943), Herold Trak (1943), Transit Tak (1944) en Tok II Trak (1954).

De hengst Herr Major Trak (1941, MV. Helios Trak) is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen. Hij is op 1 april 1944 van Trakehnen vertrokken om naar de stoeterij in Graditz te gaan, maar het is onduidelijk of hij daar ooit is aangekomen. Van de hengst is één nakomeling bekend.

De hengst Abbasiede Trak (MV. Pirol O.Pr.) is in 1942 door het Hauptgestüt Trakehnen gefokt. Na de Tweede Wereldoorlog is de hengst enkele jaren voor de fokkerij ingezet in het destijds door de Russen bezette deel van Duitsland, dat vanaf 7 oktober 1949 is omgezet in de Duitse Demokratische Republik  (DDR). Abbasiede heeft dat niet meegemaakt; hij is in 1949 gedood. Het aantal nakomelingen van hem is niet bekend.

De hengst Gardasee Trak (MV. Parsival Trak) is in 1943 gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen. Hij is in 1944 geëvacueerd naar de stoeterij Hunnesrück in het zuidoosten van Nedersaksen en is na de Tweede Wereldoorlog in West-Duitsland ingezet voor de Trakehner fokkerij. In 1963 is hij gedood. De database Sporthorsedata noemt vijf nakomelingen van Gardasee, die zijn geboren in de periode 1948 – 1951.

De hengst Herold Trak (MV. Dampfross Trak) is in 1943 gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen. Hij is in 1944 geëvacueerd naar de stoeterij Hunnesrück in het zuidoosten van Nedersaksen en is na de Tweede Wereldoorlog op de stoeterij van Graf Erbach zu Ehrbach en van 1954 tot en met 1958 op het Landgestüt Zweibrücken ingezet voor de Trakehner fokkerij. In 1958 is Herold als rijpaard verkocht. Allbreed database noemt twaalf nakomelingen van Herold.
Zijn zoon Rivalko Trak (1948, MV. onbekend) is goedgekeurd voor de fokkerij en heeft in Baden-Württemberg zijn zoon Risotto Bawu (1953, MV. Samos Bawu) gebracht. Zowel Rivalko als Risotto hebben een marginale rol gespeeld in de fokkerij.

De hengst Transit Trak (MV. Poseidon Trak) is in 1944 gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen en is geëvacueerd naar Labes en daarna naar Perlin dat bij Schwerin in Mecklenburg-Vorpommeren ligt. In 1951 is Transit naar Rusland verkocht. Van Transit zijn drie nakomelingen bekend.

 

1.1.   Buschido Trak

 

De hengst Buschido Trak (Astor O. Pr.) is in maart 1940 geboren. Hij is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen. Hij was een krachtige hengst met veel diepte. Buschido was niet erg correct gebouwd, maar had wel goede bewegingen.
De moeder van Buschido is de merrie Buschröschen Trak (1932, V. Astor Trak) en tweede moeder is de zwarte Buschbirne Trak (1923, V. Reichsstern Pruis).
Buschido heeft in 1943 en 1944 op het Landgestüt Zirke gedekt. Daarna heeft hij van 1946 – 1948 op een hengstenstation in Sieraków gestaan en in de jaren 1949 – 1954 in Racot en daarna op een hengstenstation in Gnieszno.
Zirke, Sieraków, Racot en Gnieszno liggen allemaal op minder dan  50 km van Poznan in Polen. In 1962 is Buschido afgevoerd.

 

1.2.  Midas Trak

 

Midas Trak (V. Termit Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is in 1940 is geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Midas is de vos merrie Mirakel Trak (1934, V. Babyloniër Trak) en tweede moeder is de zwartbruine Mirjam Trak (1927, V. Markeur Trak).
Midas is aan het einde van de Tweede Wereldoorlog geëvacueerd naar het westen van Duitsland.
Op 14 mei 1945 is Midas, op verzoek van de Poolse paardenfokkerij-autoriteiten, verplicht uitgeleverd aan Polen, waar hij in 1947 – 1949 op een hengstenstation in Pepowo bij Gdansk beschikbaar is geweest. In de jaren 1950 – 1958 heeft Midas op een station in Racot bij Poznan gestaan. Na 1958 is hij niet meer gebruikt voor de fokkerij. Hij is in 1962 afgevoerd.
De Poolse database bazakoni.pl kent 56 nakomelingen van Midas.

Van Midas zijn de zonen Bornholm WLKP (1948, MV. HolderTrak) en Kaptur WLKP (1957, V. Dreibund Trak) geregistreerd.
Bornholm is in Polen door het Wielkopolska stamboek goedgekeurd, Van hem zijn vier nakomelingen bekend.
Kaptur wordt in hoofdstuk 1.2.1. besproken.

 

1.2.1. Kaptur  682 WLKP

 

Kaptur WLKP (V. Midas Trak) is een donkere vos hengst die in 1957 is geboren. Hij is gefokt door de Poolse staatsstoeterij Racot, dat 50 km ten zuiden van Poznan ligt. De moeder van Kaptur is de zwartbruine merrie Kapuza WLKP (1950, V. Dreibund Trak) en tweede moeder is de vos Kabza Trak (1937, V. Aufpasser O. Pr.).

Kaptur is goedgekeurd door het Wielkopolska stamboek en is van 1961 – 1966 op de staatsstoeterij Posadowo, die ca. 60 km ten westen van Poznan ligt,  beschikbaar geweest voor de fokkerij.
Van Kaptur zijn volgens de database bazakoni.pl 56 nakomelingen geregistreerd, waaronder zijn zoon Komes WLKP (1967).

 

1.2.1.1.  Komes  2188  WLKP

 

Komes WLKP (V. Kaptur WLKP) is een vos hengst met een stokmaat van 161 cm. Hij is op 21 februari 1967 geboren en is gefokt door de Poolse staatsstoeterij Posadowo.
De moeder van Komes is de vos merrie Komediantka Trak (1963, V. Gracioso Trak) en tweede moeder is de vos Kostka WLKP (1949, V. Hetman Krotoszynski WLKP)

In de jaren 1971 – 1976 is Komes voor de fokkerij beschikbaar geweest op de staatsstoeterij in Racot. Daarna heeft hij op dekstations gestaan in Ostrowasy (1977), Oporowo (1978 – 1980), Ostroróg (1981), Sokolniki (1982 – 1985) en Zdunig (1986 – 1988).
Volgens de database bazakoni.pl zijn van Komes 55 nakomelingen geregistreerd.
Zijn zoon Bohater WLKP (1975) is goedgekeurd voor de fokkerij maar heeft, voor zover bekend maar één nakomeling.

 

 

1.3.  Tropenwald  Trak DE309090023041

 

Tropenwald Trak (V. Termit Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is op 28 maart 1941 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
Sommige bronnen noemen de mogelijkheid dat niet de hengst Termit Trak zijn vader is, maar dat Tropenwald een zoon zou kunnen zijn van Termit’s vader Hyperion Trak.

De moeder van Tropenwald is de vosmerrie Tropenglut Trak (1932, V. Poseidon Trak) en tweede moeder is de vos Tropenzone Trak (1924, V. Pirol Trak).
Tropenzone is ook de moeder van de hengst Hitrez Trak (1944, V. Helikon Trak).

Gerekend over acht generaties heeft Tropenwald een afstamming met 55,5 % Engels- en Arabisch volbloed en 38,3 % Trakehner bloed.

Tropenwald heeft in 1944 op het Landgestüt Georgenburg  (Jubarkas) ter dekking gestaan en is daarna geëvacueerd naar Neustadt/Dosse in Brandenburg. Op 15 maart 1945 is hij lopend van Neustadt naar het Landgestüt Celle gebracht, een afstand van 215 km . Daar is hij tot en met 1949 beschikbaar geweest voor de fokkerij.
In 1950 heeft hij in Hunnesrück in het zuidoosten van Nedersaksen gestaan, van 1951 tot en met 1957 in Niederbrellingen; van 1958 – 1960 op het Landgestüt in Harzburg en tenslotte in 1961 in Diedersen bij Hameln in Nedersaksen. In de herfst van 1961 is Tropenwald afgevoerd.

De database van Sporthorsedata vermeldt 61 nakomelingen van Tropenwald en de All Breed database noemt 60 nakomelingen.

Negen dochters van Tropenwald zijn moeder van den goedgekeurde hengst geworden:

Trude Trak, 1947, vos, MV. Lanzer Hann, is de moeder van de hengst Wolfgang Hann (1963, V. Florentiner II Hann), die is goedgekeurd door het Hannoveraanse stamboek;

Ceder Trak, 1951, vos, MV. Masaniello xx, is de moeder van de hengst Cesar Trak (1966, V. Ozean Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek;

Harmonie Trak, 1953, vos, MV. Hannibal Trak, is de moeder van de hengst Harfner Trak (1961, V. Poet xx), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek;

Donauwelle vom Schimmelhof Trak, 1954, schimmel, MV. Cancara Trak, is de moeder van de hengst Jago Trak (1962, V. Jagdkönig Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek;

Garbenfulle Trak, 1954, bruin, MV. Wildbach Trak, is de moeder van de hengst Garbenbinder Trak (1961, V. Maigraf xx), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Garbenfulle is ook de tweede moeder van de hengst Feisal Trak (1964, V. Pregel Trak), die in Nederland door het VLN is goedgekeurd;

Sternfahrt Trak, 1955, vos, MV. Arnaut Trak, is de moeder van de hengst Sternblick Trak (1961, V. Abschaum Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek;

Perpetua vom Schimmelhof Trak, 1957, vos, MV. Hirtensang Trak, is de moeder van de hengsten Perfekt Trak (1963, V. Poet xx) en Persaldo Trak (1966, V. Hessenstein Trak), die beiden zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek;

Minette Trak, 1958, vos, MV. Altan Trak, is de moeder van de hengst Trajanus Trak (1963, V. Poet xx), die is goedgekeurd door het NWP en

Vermachtnis Trak, 1958, bruin, MV. Suomar Trak, is de moeder van de hengsten Vasall Trak (1971, V. Ibikus Trak) en Virgil Trak (1972, V. Amagun Trak), die beiden zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek.

Zes zonen van Tropenwald zijn goedgekeurd voor de fokkerij:
Hannemann Trak (1951), Preusse Trak (1954), Slesus Trak (1955), Tscherkess Trak (1955), Pregel Trak (1958) en Ewald Trak (1962).

Van deze zonen worden de Hannemann en Pregel in aparte hoofdstukken besproken.

De hengst Preusse, die de bekende merrie Peraea Trak (1943, V. Hirtensang Trak, zie pagina over de hengst Bakszysz ox) als moeder heeft, is in Argentinië ingezet voor de fokkerij. Van hem zijn enkele nakomelingen geregistreerd.

De hengst Slesus Trak is een broer van Preusse. Slesus is in 1957 door het Trakehner stamboek goedgekeurd en in datzelfde jaar verkocht aan de in Keswick, Ontario, Canada wonende Gerda Friedrichs-Lübbert en geëxporteerd naar Canada. Mevr. Friedrichs was één van de grondleggers van de Trakehner fokkerij in Canada en importeerde daarvoor 23 merries en vier hengsten. Slesus heeft de fokkerij in Canada tot begin jaren zeventig gediend en is de vader van de hengsten Melos (1961) en Lolas (1964).

De hengst Tscherkess Trak (MV. Cancara Trak) is geëxporteerd naar Canada en is daar goedgekeurd door het Canadese warmbloed paarden stamboek CWHBA. Over zijn fokkerijprestaties is geen informatie beschikbaar.

De hengst Ewald Trak (MV. Absalon Trak) is in het najaar van 1964 goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Van hem zijn enkele nakomelingen bekend.

 

1.3.1.  Hannemann  Trak   DE309090007951

 

Hannemann Trak (V. Tropenwald Trak) is een vos hengst met een 165 cm. Hij is in 1951 geboren en is gefokt door het Trakehner stamboek op de stamboekstoeterij in Hunnesrück.
De moeder van Hannemann is de vos merrie Handschrift Trak (1940, V. Hirtensang Trak). Zij is ook de moeder van de hengst Handschlag Trak (1948, V. Sporn Trak), die door het Trakehner stamboek is goedgekeurd.
Tweede moeder van Hannemann is de vos Handgranate Trak (1933, V. Ariost Trak). Zij is ook de moeder van de hengsten Hannibal Trak (1938, V. Hirtensang Tak) en zijn broer Hamlet Trak (1943) en ze is de tweede moeder van de hengsten Neujahr Trak (1953, V. Neumond Trak) en Fixpunkt Berl-Brand (1955, V. Fixatif Hann).
Hannibal en Neujahr zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek; Hamlet door het Trakehner- en het Wielkopolska stamboek en Fixpunkt door het Berlin-Brandenburgse stamboek.

Hannemann is in het najaar van 1953 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Ook is hij goedgekeurd door het Hannoveraanse stamboek en is voor de fokkerij beschikbaar gesteld door het Landgestüt in Celle. Hannemann is tot en met 1963 beschikbaar geweest voor de fokkerij.

Van Hannemann zijn 30 nakomelingen bekend, waaronder zijn goedgekeurde zoon Seeadler Trak (1955, MV. Waldersee O.Pr.), die voor de fokkerij overigens niet van belang is geweest.

Drie dochters van Hannemann zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden:

Hannelore Bavar, MV. onbekend, is de moeder van de hengst Amundsen Bavar (1958, V. Amor Bavar), die is goedgekeurd door het Beierse stamboek;

Uschi II Trak, 1955, vos, MV. onbekend, is de moeder van de hengsten Ulfilas Trak (1965, V. Gobelin Trak), Uran Trak (1968, V. Ideal Trak) en Uttar Pradesh Trak (1969, V. Maharadscha Trak), die alle drie zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek en

Harzlied Trak, 1958, vos, MV. Freischärler Hann, is de moeder van de hengsten Wikinger Hann (1970, V. Wöhler Hann) en zijn broer Weimar Hann (1971). Wikinger is goedgekeurd door het Rijnlandse stamboek en Weimar door het Zwitserse ZVCH stamboek.

 

1.3.2.   Pregel  Trak  DE309090019258

 

Pregel Trak (V. Tropenwald Trak) is een schimmel hengst met een stokmaat van 167 cm. Hij is op 23 december 1957 geboren en is gefokt door Curt Krebs uit Rellingen, dat westelijk van Hamburg ligt. De stoeterij van Krebs ligt in de plaats Rantzau, dat circa 20 km ten oosten van Kiel in het noordoosten van Sleeswijk-Holstein ligt.
Pregel is een broer van de hengsten Preusse Trak (1954) en Slesus Trak (1955), die beiden zijn goedgekeurd voor de fokkerij, maar geen grote invloed hebben gehad.

De moeder van deze hengsten is de bekende merrie Peraea Trak (1943, V. Hirtensang Trak). Zij is een schimmel met een stokmaat van slechts 154 cm, die na de vlucht uit Trakehnen naar het westen van Duitsland in het bezit kwam van Curt Krebs van stoeterij Schimmelhof.

Op de pagina op deze website over de hengst Bakszysz ox wordt uitgebreid aandacht besteed aan Peraea. Zo valt daar te lezen dat dr. Fritz Schilke in zijn standaard boek “Trakehner Pferde einst und jetzt” over Peraea schrijft dat zij terug gaat naar de schimmel merrie Pergamon Trak (1933) van Cancara Trak (1917, V. Master Magpie xx) en het meest nobele bloed van het Hauptgestüt Trakehnen combineert, met een sterke nadruk op het Arabische element, dat niet alleen afkomstig was van Lowelas ox en Fetysz ox, maar ook van Aladin ox en Nana Sahib ox. Bijzonder edel, een goed karakter en altijd bereid om te werken, goede rijpaardeigenschappen en een prima bewegingsmechanisme zijn typische kenmerken van deze familie.”
Peraea is 20 jaar oud geworden en bracht 11 veulens. Haar moeder is de schimmelmerrie Per Adresse Trak (1939, V. Fetysz ox).

Gerekend over acht generaties heeft Pregel een afstamming met 55,5 % Engels- en Arabisch volbloed en 38,3 % Trakehner bloed.

Met het fokken van Pregel is het Krebs volgens velen gelukt om de beste bloedlijnen uit Trakehnen bij elkaar te brengen en daarmee adel en persoonlijkheid met botmassa en formaat te combineren. Voor de Trakehner fokkerij speelt daarbij mee dat beide ouders van Pregel door het Hauptgestüt Trakehnen zijn gefokt.

Naast adel en formaat heeft Pregel vooral zijn zelfbewustzijn, een goede rijdbaarheid en springaanleg  doorgegeven aan zijn kinderen.  Dit heeft hem de vader gemaakt van belangrijke hengsten, uitstekende fokmerries en vele succesvolle sportpaarden.

Pregel is in het najaar van 1960 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek. In 1961 heeft hij in Westercelle deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek. Ook het Hannoveraanse stamboek heeft Pregel goedgekeurd.

In 1961 ìs hij gehuurd door het Trakehner stamboek, dat hem tot en met 1965 voor de fokkerij beschikbaar heeft gesteld op de stamboekstoeterij in Hunnesrück, dat circa 10 km ten westen van Einbeck in het zuidoosten van Nedersaksen ligt.
In 1966 heeft Pregel op de stoeterij van zijn fokker in Rantzau gestaan en daarna is hij goedgekeurd door het Baden-Württembergse stamboek.
Vanaf 1967 is Pregel als Landbeschäler voor de fokkerij beschikbaar geweest op het Baden-Württembergse Landgestut in Marbach, dat bij Gomadingen 60 km ten zuiden van Stuttgart ligt. In zijn rol als staatshengst heeft Pregel grote invloed uitgeoefend op de paardenfokkerij in Baden-Württemberg.
In verband met gezondheidsproblemen ten gevolge van hart- en vaatziekten is Pregel op 23 mei 1979 geëuthanaseerd.

Het Trakehner stamboek heeft tenminste 141 nakomelingen van Pregel geregistreerd en vijftien zonen van Pregel zijn goedgekeurd voor de fokkerij. De hengsten Magnet Trak (1964) en Donauwind Trak (1965) zijn de meeste invloedrijke zonen van Pregel in de fokkerij.
Veertien dochters van Pregel zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden.

De Duitse Hippische Sportbond heeft 229 nakomelingen van Pregel als wedstrijdpaard geregistreerd.

Voor een uitgebreide beschrijving van de prestaties van Pregel en zijn nakomelingen in de fokkerij en de sport wordt verwezen naar de pagina Pregel Trak op deze website www.stempelhengsten.eu.

 

1.4.  Hamid Trak DE309090007742 / SWB 260

 

Hamid Trak (V. Termit Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 159 cm. Hij is in 1942 gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Hamid is  de vos merrie Haparanda Trak (1927, V. Dampfross Trak) en tweede moeder is de vos Hyane Trak (1916, V. Musterknabe Trak).
Hamid is ingeteeld op de hengst Dampfross Trak, die ook de grootvader is van Termit Trak, en die een inbreng van 37,5 % heeft in zijn erfelijke eigenschappen.
Gerekend over acht generaties heeft Hamid een afstamming met 51,6 % Engels- en Arabisch volbloed en 40,6 % Trakehner bloed.

Hamid is tijdens de Tweede Wereldoorlog geëvacueerd naar het westen van Duitsland. In de jaren 1947 – 1949 heeft hij enkele Trakehner merries gedekt. De Sporthorse-database noemt drie in Duitsland geboren nakomelingen van hem. In de tweede helft van 1949 is Hamad verkocht naar Zweden.
Hij is goedgekeurd door het Zweedse stamboek en is alleen in 1950 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Na het dekseizoen is Hamad gedood.
Het Zweedse stamboek heeft twee fokmerries en de hengst Idealist van Hamad geregistreerd. Daarnaast zijn zeven veulens van de hengst vastgelegd.

 

1.4.1.   Idealist SWB  356

 

Idealist SWB (V, Hamid Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 159 cm. Hij is in 1951 geboren en is gefokt door Thure Nordborg uit Degerhamn, dat op het eiland Öland voor de zuidoostelijke kust van Zweden ligt.
De moeder van Idealist is de vos merrie Percy SWB (1945, V. Pergamon Trak) en tweede moeder is de bruine Sonja SWB (1932, V. Sonnensänger O.Pr.). Sonja is ook de tweede moeder van de hengst Cordova SWB (1945, V. Mentor SWB).
Gerekend over acht generaties heeft Idealist een afstamming met ten minste 40,6 % Engels- en Arabisch volbloed en tenminste 40,6 % Trakehner bloed.

Idealist is goedgekeurd door het Zweedse stamboek en is tot en met 1970 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Het stamboek heeft 107 nakomelingen van Idealist geregistreerd.

Drie dochters van Idealist zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden:

Good Girl SWB, 1964, MV. Regensburg SWB, is de moeder van de hengst Temptation SWB (1971, V. Brabant SWB), die is goedgekeurd door het Zweedse stamboek;

Convallaria SWB, 1970, MV. Hanau Trak, is de moeder van de hengst Collin SWB (1978, V. Sombrero SWB), die is goedgekeurd door het Zweedse stamboek en

Indra SWB, 1971, MV. Drabant SWB, is de moeder van de hengst Troll SWB (1978, V. Falstaff SWB), die is goedgekeurd door het Zweedse stamboek.

Van Idealist zijn de zonen Akilles SWB (1964) en Parnass SWB (1966) goedgekeurd voor de fokkerij.

Akilles is maar één jaar in Flyinge beschikbaar geweest voor de fokkerij en is daarna gecastreerd. Van hem zijn geen nakomelingen geregistreerd.

Parnass wordt verder op in de tekst besproken.

 

1.4.1.1.  Parnass 468 SWB

 

Parnass SWB (V. Idealist SWB) is een schimmel hengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is in 1966 geboren en is gefokt door Erik Bengtsson uit Anneberg, dat circa 50 km ten oosten van Jönköping in het zuiden van Zweden ligt.
De moeder van Parnass is de schimmel merrie Parella SWB (1953, V. Papaver SWB) en tweede moeder is de schimmel Arabella SWB (V. Printonian Boy xx).
Gerekend over acht generaties heeft Parnass een afstamming met tenminste 38,3 % Trakehner bloed en tenminste 37,5 % Engels- en Arabisch volbloed.

Parnass is in 1970 goedgekeurd door het Zweedse stamboek. Bij zijn goedkeuring heeft het stamboek gemeld dat Parnass een elegante hengst van de lichtere soort is. Hij heeft een goed gebouwd lichaam en een goed fundament. De stap is goed en de draf is matig.
Parnass is ingedeeld in fokklasse B en is in 1987 opgewaardeerd naar fokklasse A.
De hengst is tot zijn dood in 1987 beschikbaar geweest voor de fokkerij.

Parnass is door Ägare Agneta Sjögren-Fredriksson (SWE) uitgebracht in internationale springwedstrijden (1.40 m.)

Het Zweedse stamboek heeft 289 nakomelingen van Parnass geregistreerd.
Zijn zoon Paroll SWB (1973) is goedgekeurd voor de fokkerij en wordt besproken in hfdst.  1.4.1.1.1.

Van de nakomelingen van Parnass zijn er 132 in sportwedstrijden uitgebracht (110 in de springsport, 43 in de dressuursport en 10 in de samengestelde wedstrijdsport).

Parnass heeft een dressuurindex van 62 en een springindex van 76.

 

1.4.1.1.1.  Paroll  556 SWB

 

Paroll SWB (V. Parnass SWB) is een schimmel hengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is in 1973 geboren en is gefokt door Anders Fredzell uit Odensbacken, dat ruim 20 km ten zuidoosten van Örebro in het midden van Zweden ligt.
De moeder van Paroll is de merrie Carolyn SWB (1966, V. Drabant SWB) en tweede moeder is de vos Delta SWB (1960, V. Magnat SWB).
Delta is ook de moeder van de hengsten Daktyl SWB (1967, V. Drabant SWB) en Gallax SWB (1970, V. Gaspari SWB) en ze is de tweede moeder van de hengst Tamburin SWB (1982, V. Utrillo SWB). Alle genoemde hengsten zijn goedgekeurd door het Zweedse stamboek.
Gerekend over acht generaties heeft Paroll een afstamming met tenminste 39,1 % Trakehner bloed, tenminste 24,2 % Engels- en Arabisch volbloed en tenminste 13,3 % Hannoveraans bloed.

Paroll is in 1976 goedgekeurd door het Zweedse stamboek. Daarbij heeft het stamboek meegedeeld dat Paroll een elegante hengst van de lichtere soort is met een uitstekende schouderligging, een diepe romp en een breed kruis. Hij heeft lichtvoetige bewegingen, een zeer goede stap en een goede draf.
Paroll is ingedeeld in fokklasse B.

Paroll is tot en met 1984 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Het Zweedse stamboek heeft 78 nakomelingen van hem geregistreerd, waarvan er 36 in sportwedstrijden zijn uitgebracht (30 in de springsport, 14 in de dressuursport en 4 in de samengestelde wedstrijdsport).

Paroll heeft een dressuurindex van 70 en een springindex van 64.

 

1.5.  Abglanz Trak DE309090000343

 

Abglanz Trak (V. Termit Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 164 cm. Hij is in 1943 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Abglanz is de vos merrie Abendluft Trak (1933, V. Poseidon Trak) en tweede moeder is de vos Abfahrt Trak (1923, V. Pirol Trak).
Abfahrt is ook de moeder van de hengsten Absinth Trak (1934, V. Poseidon Trak), zijn  beide broers Abendstern Trak (1935) en Absalon Trak (1938) en van de hengsten Abendglanz Trak (1940, V. Hyperion Trak) en Abbasiede (1942, V. Termit Trak).
Gerekend over acht generaties heeft Abglanz een afstamming met 46,9 % Engels- en Arabisch volbloed en 45,1 % Trakehner bloed.

Abglanz is goedgekeurd door het Hannoveraanse stamboek en is als “Landbeschäler” door het Nedersaksische Landgestüt in Celle van 1946 tot maart 1964 beschikbaar gesteld voor de fokkerij.
In dat verband heeft Abglanz in de jaren 1946 – 1950 op een hengstenstation in Handorf (Handeloh), ten zuiden van Hamburg, gestaan; van 1950 -1960 op een station in Jork, dat ten oosten van Stade ligt; van 1961 – 1963 in Hechthausen, dat ten westen van Stade ligt en in 1964 op de stoeterij Hunnesrück van het Trakehner stamboek, dat tien km ten westen van Einbeck in het zuidoosten van Nedersaksen ligt.
Abglanz is op 14 maart 1964 op de stoeterij Hunnesrück wegens ouderdomsgebreken gedood.

In oktober 2014 heeft het Britse Horse Magazin een artikel gewijd aan Abglanz. Daarin wordt gesteld dat Abglanz wellicht de meest invloedrijke hengst is in de moderne Hannoveraanse fokkerij en dat zijn inbreng van Trakehner eigenschappen als souplesse en adel duidelijk te zien zijn in het huidige Hannoveraanse paard.

Abglanz was lichter gebouwd dan de doorsnee Hannoveraanse hengsten en vlak na de oorlog was er nog grote behoefte aan landbouwpaarden. De fokkers stonden daarom niet te springen om hun merries met Abglanz te paren. In het voordeel van Abglanz sprak dat hij een goede afstamming had en zijn moeder Abendluft een volle zuster was van belangrijke hengsten als  Absinth, Absalon en Abendstern.
De eerste jaren, toen Abglanz in Handorf stond, kreeg hij weinig merries aangeboden. De belangstelling voor Abglanz nam pas toe toen hij op het dekstation in Jork uit de merrie Ankerhirtin (1949, V. Aktionär Hann) zijn zonen Abgang I (1953), Abhang II (1956) en Abhang III (1961) en hun zuster Zukunft (1955) bracht. De Abhang-broers waren gewilde hengsten en Zukunft is met veel succes door Alwin Schockemöhle (GER) in internationale springconcoursen uitgebracht.

In 2000 heeft dr. Burchard Bade, die van 1979 tot 2007 directeur van het Landgestüt in Celle was, in een interview gezegd dat de Trakehner hengsten grote invloed hebben gehad op de Hannoveraanse fokkerij. Daarbij heeft hij aangegeven dat door de mechanisatie in de landbouw het fokbestand in Hannover van 34.000 fokmerries in 1947 is afgenomen tot 4.000 fokmerries in 1960, waardoor flink geselecteerd kon worden en alle ouderwetse types zijn afgevoerd. Volgens Bade was die periode uitermate geschikt om de hengst Abglanz en zijn zonen en kleinzonen in de Hannoveraanse fokkerij te gebruiken. Door de inzet van de Trakehners is het type van de Hannoveranen verbeterd terwijl de rijdbaarheid zeker niet is verminderd.

Abglanz heeft er ontegenzeggelijk voor gezorgd dat de hoofden van de Hannoveranen meer adel en intelligentie met een groot oog gingen vertonen; dat de halzen veel beter zijn geworden en de paarden een harmonische bovenlijn kregen. Ook de stralende voskleur is een handelsmerk van Abglanz. Zijn invloed in Hannover is generaties later nog altijd zichtbaar en wat hij in de jaren ‘50 en ‘60 vestigde, is later aangeduid als “het Abglanz-type”.

Omdat Abglanz zijn hele fokcarrière in Celle doorbracht om de Hannoveraanse fokmerriepopulatie te dienen, was zijn invloed in het Trakehner-stamboek beperkt en produceerde hij slechts negen geregistreerde Trakehner-dochters en drie Trakehner-zonen.

Vijftien dochters van Abglanz hebben het predicaat staatspremiemerrie ontvangen en 60 dochters zijn als fokmerrie in het Hannoveraanse stamboek opgenomen.
Vier dochters zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden en 18 zonen zijn goedgekeurd voor de fokkerij.

In Duitsland zijn 95 nakomelingen van Abglanz geregistreerd als wedstrijdpaard. Zij hebben samen  € 117.282 gewonnen.

Voor uitgebreide informatie over de fokkerijprestaties van Abglanz en zijn nakomelingen wordt verwezen naar de pagina Abglanz Trak op deze website www.stempelhengsten.eu.

 

1.6.  Brylant  Trak  /  WLKP  909

 

Brylant Trak (V, Termit Trak) is een donkerbruine hengst met een stokmaat van 159 cm. Hij is op 1 mei 1943 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Brylant is de donkerbruine Katzenzunge Trak (1936, V. Pilger Trak) en tweede moeder is de zwarte Katzenpfote Trak (1923, V. Tempelhüter Trak).
Katzenpfote is ook de tweede moeder van de hengst Kokas Trak Rus (1944, V. Creon Trak), die in Rusland is ingezet voor de Trakehner fokkerij.
De hengst Tempelhüter Trak (1904, V. Perfectionist xx) is ook de moedersvader van Termit en komt drie keer voor in de afstamming van Brylant. Tempelhüter heeft een inbreng van 31,25 % in de erfelijke aanleg van Brylant.

Brylant is in 1944 van uit het Hauptgestüt Trakehen geëvacueerd naar de stoeterij Hunnesrück in het zuidoosten van Nedersaksen en is in 1946 verkocht naar Polen, waar hij is goedgekeurd door het Wielkopolska stamboek.
Brylant heeft in 1948 op de staatsstoeterij in Pepowo gestaan, van 1949 – 1954 op een stoeterij in Racot, in 1955 in Dopiewo, in 1956 en 1957 opnieuw in Racot en in 1958 – 1960 opnieuw in Dopiewo.

Van Brylant zijn in Polen 25 nakomelingen geregistreerd.

 

1.7.  Tok II  Rustr 44

 

Tok II Rustr (V. Termit Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 168 cm. Hij is geboren op 2 mei 1954 en is gefokt door de Kirov stoeterij, die in het Tselina-district op circa 125 km ten zuidoosten ban Rostov aan de Don in Rusland ligt.
De moeder van Tok II is de vos merrie Kerenia Trak (1942, V. Marabou xx). Zij is ook de tweede moeder van de hengst Prival Trak (1968, V. Welt Trak).
Tweede moeder is de bruine Kerzenlicht Trak (1935, V. Tyrann Trak).
Gerekend over acht generaties heeft Tok II een afstamming met 61,7 % Engels- en Arabisch volbloed en 32,8 % Trakehner bloed.

Tok II heeft in in de jaren 1956 – 1958 in Rostov aan de Don deelgenomen aan rennen.
In 1959 en 1960 is hij voor de fokkerij ingezet op de Kirov stoeterij en daarna heeft hij gedekt op de Yulovsky-, Zimovnikovskij- en Kabardinskij stoeterijen. Van 1970 tot 1976 is Tok II als fokhengst gebruikt op de Starozhilovo stoeterij, die circa 50 km ten zuidoosten van Kazan ligt.

Het Russische Trakehner stamboek heeft drie goedgekeurde zonen, acht fokmerries en 27 andere nakomelingen van Tok II geregistreerd.

De goedgekeurde hengsten zijn Poljot II Rustr (1972), Pritok Rustr (1974) en Trotil Rustr (1975).

De vos hengst Poljot II (MV. Piligrim Trak) is voor de fokkerij gebruikt op de Starozhilovo stoeterij. Van de hengst zijn zes nakomelingen geregistreerd.

De vos hengst Pritok (MV. Hochot Rustr) is voor de fokkerij gebruikt op de Starozhilovo stoeterij. Van de hengst zijn negen nakomelingen geregistreerd, waaronder de goedgekeurde hengsten Topas Rustr (1979) en Chapun Rustr (1979).
Topas is op jonge leeftijd overleden en Chapun is voor de fokkerij ingezet op de Olimp Kubani stoeterij in Krasnodar en op de Ryazan (Kazan) stoeterij. Later is hij verkocht naar Litouwen. Van Chapun zijn achttien zonen en twintig dochters geregistreerd.

De vos hengst Trotil (MV. Gluchar Rustr) is op de Kirov stoeterij ingezet voor de fokkerij. Ook is de hengst gebruikt op de Saraev stoeterij in de omgeving van Stavropol.
Van Trotil zijn 24 zonen en negentien dochters geregistreerd.
Zijn zoon Trostnik Rustr (1980, MV. Pomeranets ox) is goedgekeurd voor de fokkerij. Trostnik is verkocht naar Oekraïne en enkele jaren later aan de Fridland-Trakehnen stoeterij in Rusland. Van Trostnik zijn negen zonen en vier dochters geregistreerd.

 

2.  Grot  Trak  DE 399991523034 / Rustr. N 15

 

Grot Trak (V. Hyperion Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 162 cm. Hij is op 2 november 1935 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Grot is de vos merrie Garonne Trak (1926, V. Friedensfürst xx). Garonne is ook de tweede moeder  van de hengsten Garant Trak (1935, V. Babyloniër Trak) en Gardasee Trak (1943, V. Termit Trak). Beide hengsten zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek.
Tweede moeder van Grot is de bruine Hortensia II Trak (1919, Präcursor xx).
Gerekend over acht generaties heeft Grot een afstamming met 66,4 % Engels- en Arabisch volbloed en 24,2 % Trakehner bloed.

Grot is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en is van 1930 – 1944 op het Landgestüt Georgenburg (nu Jubarkas in Litouwen) beschikbaar geweest voor de fokkerij.
In 1937 en 1938 heeft Grot deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek in Zwion. Daarover is gerapporteerd dat de stap goed is en de draf en galop zeer goed zijn. Hij is zeer goed gebouwd. Grot heeft een goedaardig karakter en is brutaal.

Exterieurmatig is Grot volgens de rapportage een harmonieus gebouwde en evenredig en goed ontwikkelde hengst met een goed type en een goede persoonlijkheid. Hij heeft een brede, goed gewelfde romp en een correct en zeer droog fundament. De bewegingen zijn uitstekend en krachtig.

In augustus 1944 is Grot verkocht aan de rijksstoeterijen in Warthegau in het destijds door Duitsland bezette Polen, en is hij op het Landgestüt Zirke geplaatst, dat circa 30 km ten noordwesten van Poznan ligt. In de jaren 1945 – 1952 is Grot de belangrijkste fokhengst geweest op de Kirov stoeterij in Rostov aan de Don. In 1954 is Grot verkocht.

Het Russische Trakehner stamboek heeft 30 hengsten en 36 merries van Grot geregistreerd.

 

3.  Apfelkern  Trak  DE309090002136

 

Apfelkern Trak (V. Hyperion Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is op 27 november 1935 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Apfelkern is de vos merrie Apfelblüte Trak (1930, V. Poseidon Trak), die is ingeteeld op de hengst Fischerknabe Trak (1901, V. Obelisk Trak).
Apfelkern is ook de moeder van de hengst Bill Bidles Trak (V. Airolo xx), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek.
Tweede moeder van Apfelkern is de vos Appam Trak (1916, V. Polarfischer Trak).
Zij is ook de moeder van de hengst Apollo Trak (1931, V. Prätor Trak) en tweede moeder van de hengsten Astrachan Tran (1931, V. Dampfross Trak), de goedgekeurde broers Absinth Trak (1934, V. Poseidon Trak), Abendstern Trak (1935) en Absalon Trak (1938) en van de hengsten Abendglanz Trak (1940, V. Hyperion Trak), Abbasiede Trak (1942, V. Termit Trak).
Apollo, Astrachan, Absinth en Abendglanz zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek, Abendstern en Absalon  door het Trakehner- en het Hannoveraanse stamboek. Abbasiede is goedgekeurd door het Oostduitse (DDR) stamboek.
Gerekend over acht generaties heeft Apfelkern een afstamming met 49,2 % Engels- en Arabisch volbloed en 39,1 % Trakehner bloed.

Apfelkern is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en heeft in 1938 en 1939 in het “Hengstleistungsprüfungsanstalt” (HPA) Zwion bij Georgenburg deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek. Over zijn prestaties is bekend dat de stap, draf en galop zijn beoordeeld als zeer goed. Ook zijn lichaamsbouw en temperament zijn zeer goed. Over het exterieur is gemeld dat Apfelkern een mooi hoofd en een diepe en brede romp heeft. Zijn fundament is tamelijk licht en heeft kleine en onopvallende gewrichten. De bewegingen van de hengst zijn zeer goed.

Apfelkern heeft van 1940 -1944 op het Landgestüt Georgenburg (thans Jubarkas in Litouwen) ter dekking gestaan en in 1945 in Stargard (thans Szczecin), dat destijds in Duitsland lag, maar tegenwoordig in Polen. In 1946 en 1947 is Apfelkern beschikbaar geweest op het Holsteinse Landgestüt Traventhal. In de jaren 1948 – 1953 is hij als privéhengst beschikbaar geweest en in de jaren 1954 – 1956 heeft hij op het Landgestüt Zweibrücken in Rijnland-Palts gestaan. In 1956 is Apfelkern overleden.

De Allbreed database bevat 26 nakomelingen van Apfelkern, waaronder de goedgekeurde hengsten Apfelwein Zw (1953) en Allegro Zw (1955).

De hengst Apfelwein Zw (MV. Gisbert Bavar) heeft maar een stokmaat van 157 cm. Hij is  goedgekeurd door het Trakehner- en het Baden-Württembergse stamboek. De database Sporthorse data noemt drie nakomelingen van Apfelwein.

De hengst Allegro Zw (MV. Viktor SF) is goedgekeurd door het Rijnland-Palts-Saar stamboek. Van de hengst is één nakomeling bekend.

 

4.  Parnass  Trak  /  Rustr N 31

 

Parnass Trak (V. Hyperion Trak) is een goudvos hengst met een stokmaat van 157 cm. Hij is op 8 december 1935 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Parnass is de vos Parkhüterin Trak (1920, V. Tempelhüter Trak) en tweede moeder is Pockennarbe Trak ( 1908, V. Le Nicham II xx).
Pockennarbe is ook de tweede moeder van de hengst Passagier Trak (1928, V. Löwenjäger Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek.
Gerekend over acht generaties heeft Parnass een afstamming met 62,5 % Engels- en Arabisch volbloed en 32,8 % Trakehner bloed.

Parnass is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en is van 1939 tot en met 1944 voor de fokkerij beschikbaar geweest op het toenmalige Landgestüt Cosel. Cosel heet nu Koźle en ligt in het zuiden van Polen. In 1945 is Parnass naar Rusland gegaan waar hij in de jaren 1946 – 1947 op de Kirov stoeterij in Rostov aan de Don is ingezet voor de fokkerij. In 1948 is Parnass aan de Yulovskoy stoeterij verkocht, waar hij is ingezet voor de Budyonny fokkerij.

Het Russische Trakehner stamboek heeft  tien hengsten en zestien merries van Parnass geregistreerd.

 

5.  Tertzky  Trak DE309090052037

 

Tertzky Trak (V. Hyperion Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 161 cm. Hij is op 18 oktober 1937 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
Tertzky is een broer van de hengst Termit Trak (1944, zie hfdst. 1.)
De moeder van Tertzky is de vos merrie Technik Trak (1922, V. Tempelhüter Trak) en tweede moeder is de vos Tageskönigin Trak (1912, V. Shilfa xx).
Technik is ook de moeder van de hengsten Tarif Trak (1927, V. Dampfross Trak) en Tempo Trak ( 1934, V. Kupferhammer  Trak).
Tageskönigin is ook de moeder van de broers Tagfalter Trak (1920, V. Tempelhüter Trak), Theseus Trak (1925) en Tegethoff Trak (1926) en ze is de tweede moeder van de hengsten Tumult Trak (1927, V. Dampfross Trak), Thyras Trak (1930, V. Saturn Trak) en Tyrann Trak ( 1931, V. Pilger Trak).
De hengst Thyras is goedgekeurd door het Oostpruisische stamboek en alle andere hengsten zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek.
Gerekend over acht generaties heeft Tertzky een afstamming met 62,5 % Engels- en Arabisch volbloed en 30,5 % Trakehner bloed.

Tertzky is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en is in de jaren 1941 – 1944 voor de fokkerij beschikbaar geweest op het Landgestüt Marienwerder, dat ten zuiden van Sztum in Pommeren lag, in een gebied dat nu aan Polen toebehoort ,
In 1945 is Tertzky geëvacueerd naar het Landgestüt Kreuz bij Halle in Saksen-Anhalt, waar hij van 1946 tot 1956 beschikbaar is geweest voor de Oostduitse fokkerij. In de jaren 1956 tot 1958 heeft Tertzky op het Brandenburgse Landgestüt Neustadt/Dosse gestaan en van 1959 tot 1961 is hij verhuurd aan het Landgestüt Redefin in Mecklenburg.
In 1962 is Tertszky wegens ouderdomsproblemen gedood.

Van Tertzky zijn veertien nakomelingen bekend.

 

6.  Heristal Trak  DE309090035939 / SWB 224

Heristal Trak (V. Hyperion Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 159 cm. Hij is geboren op 28 februari 1939 en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Heristal is de vos merrie Heta Trak (1934, V. Paradox xx) en tweede moeder is de vos Hetäre Trak (1921, V. Haselhorst Trak).
Hetäre is ook de tweede moeder van de hengsten Helikon Trak (1936, V. Kupferhammer Trak), Hegemeister Trak (1940, V. Airolo xx), Held Trak (1943, V. Semper Idem Trak).
Helikon en Hegemeister zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek en Held is goedgekeurd door het Trakehner- en het Zweedse stamboek.
De hengst Haselhorst Trak (1912, V. Red Prince II xx) komt zowel aan vaders- als aan moederskant voor in de afstamming van Heristal en heeft een inbreng van 25 % in zijn erfelijke aanleg.
Gerekend over acht generaties heeft Heristal een afstamming met 64,8 % Engels- en Arabisch volbloed en 27,3 % Trakehner bloed.

Heristal was een kleine, brede, kortbenige hengst die over veel bodem stond. Hij was heel gespierd en had sterke benen met onberispelijke gewrichten. Zijn bewegingen waren zeer goed.

Heristal is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en is in de jaren 1942 – 1944 voor de fokkerij beschikbaar geweest op het Landgestut Georgenburg. Georgenburg heet tegenwoordig Jubarkas en ligt in Litouwen.
Eind 1944 is Heristal via Neustadt/Dosse geëvacueerd naar het Landgestüt in Celle.
In de jaren 1946 – 1948 is Heristal in Celle beschikbaar geweest voor de fokkerij. In het voorjaar van 1948 is Heristal verkocht aan de nationale Zweedse stoeterij in Flyinge, waar hij in 1963 is overleden.

De Sporthorsedatabase noemt 104 in Zweden geboren nakomelingen van Heristal. Over het aantal nakomelingen dat in 1947 en 1948 in Duitsland is geregistreerd is in de diverse databases geen informatie te vinden.

Van Heristal zijn zeventien hengsten door het Zweedse stamboek  goedgekeurd voor de fokkerij: Ghibbelin SWB (1949), Gladiator SWB (1949), Gordon SWB (1949), Harlekin SWB (1950), Hermon SWB (1950), Heros SWB (1950), Herzog SWB (1950), Hildebert SWB (1950), Intervall SWB (1951), Istambul SWB (1951), Herrscher SWB (1952), Jack SWB (1952), Jarramas SWB (1952), Kathal SWB (1953), Mozart SWB (1955), Ozon SWB (1957) en Pilar SWB (1958).

De cursief vermelde hengsten hebben minder dan vijftien geregistreerde nakomelingen en worden hierna kort aangestipt. De overige hengsten worden in de hoofdstukken 6.1. – 6.6. besproken.

De hengst Ghibbelin SWB (MV.  Largo SWB) is een vos hengst met een stokmaat van 155 cm, waarvan het Zweedse stamboek één nakomeling heeft geregistreerd.

De hengst Gordon SWB (MV. Largo SWB) is een vos hengst met een stokmaat van 159 cm. Gordon is van 1953 tot en met 1957 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Het Zweedse stamboek heeft slechts vier nakomelingen van hem geregistreerd.

De hengst Harlekin SWB (MV. Largo SWB) is een vos hengst met een stokmaat van 157 cm, die alleen in 1954 beschikbaar is geweest voor de fokkerij en daarna is gecastreerd. Van hem is één nakomeling bekend.

De hengst Hermon SWB (MV. Onkel SWB) is een vos hengst met een stokmaat van 155 cm. Hij is alleen in 1954 en 1955 actief geweest in de fokkerij en is in 1956 gecastreerd. Van Hermon zijn drie nakomelingen bekend.

De hengst Heros SWB (MV. Eros Trak) is een bruine hengst met een stokmaat van 156 cm. Hij is in de jaren 1953 – 1955 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Van Heros is slechts één nakomeling bekend.

De hengst Hildebert SWB (MV. Largo SWB) is een vos hengst met een stokmaat van 160 cm. Hij is in 1953 goedgekeurd door het Zweedse stamboek en is in 1956 en 1957 actief geweest in de fokkerij. Van Hildebert zijn zes nakomelingen geregistreerd.

De hengst Intervall SWB (MV. Largo SWB) is een vos hengst met een stokmaat van 155 cm. Hij is in 1955 goedgekeurd door het Zweedse stamboek, maar van de hengst zijn geen nakomelingen geregistreerd.

De vos hengst Istambul SWB (MV. Onkel SWB) heeft een stokmaat van 162 cm. Hij is in 1954 goedgekeurd door het Zweedse stamboek, dat zes nakomelingen van hem heeft geregistreerd.

De hengst Jack SWB (MV.  Largo SWB) is in 1955 goedgekeurd door het Zweedse stamboek en ingedeeld n fokklasse B. Van Jack is één nakomeling geregistreerd. Jack is in 1956 overleden.

De hengst Kathal SWB (MV. Largo SWB) is in 1956 goedgekeurd door het Zweedse stamboek en ingedeeld in fokklasse B. De hengst is in 1959 overleden.
Het Zweedse stamboek heeft drie nakomelingen van Kathal geregistreerd.

De hengst Ozon SWB (MV. Samos SWB) is een broer van de hengsten Herzog SWB (1950, zie hfdst. 6.2.), Mozart SWB (1955, zie hfdst. 6.5.) en Pilar SWB (1958, zie hfdst. 6.6.).
De 158 cm grote Ozon is in 1960 goedgekeurd door het Zweedse stamboek en ingedeeld in fokklasse B. Ozon heeft alleen in 1960 en 1961 gedekt. Van hem zijn vijf nakomelingen geregistreerd.

 

6.1.  Gladiator SWB  342 / DH 139

 

Gladiator SWB (V. Heristal Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 157 cm. Hij is op 15 mei 1949 geboren en is gefokt door de stoeterij Flyinge, die in het zuiden van Zweden ligt.
De moeder van Gladiator is de vos merrie Estelle SWB (1944, V. Onkel SWB) en tweede moeder is de vos Elektra SWB (1938m V. Largo SWB).
Elektra is ook de moeder van de hengst Magnifique SWB (1960, V. Helmuth SWB), die is goedgekeurd door het Zweedse stamboek.
Gerekend over acht generaties heeft Gladiator een afstamming met 41,4 % Engels- en Arabisch volbloed, 28,9 % Trakehner bloed en 21,9 % Hannoveraans bloed.

Volgens het Zweedse stamboek is Gladiator een hengst met een mooi hoofd, een goede hals en een goede schoft. De rug is tamelijk lang en het kruis is goed gebouwd, De hengst heeft een goede diepte en breedte. De voorbenen zijn goed gesteld. De achterbenen zijn recht en niet droog. De bewegingen zijn ruim en regelmatig.

In de All Breed database wordt opgemerkt dat Gladiator zonder twijfel in aanmerking zou zijn gekomen voor het predicaat elitehengst als dat predicaat destijds al had bestaan.

Gladiator is in 1953 goedgekeurd door het Zweedse stamboek en is voor de fokkerij in Zweden beschikbaar geweest tot en met 1964. Daarna is hij verkocht naar Denemarken, waar hij is goedgekeurd door het Deense stamboek en tot en met 1973 beschikbaar geweest voor de fokkerij. In 1974 is Gladiator afgevoerd.

In Zweden zijn 30 nakomelingen geregistreerd en in Denemarken zijn 46 nakomelingen vastgelegd.
In Denemarken zijn de zonen Dolman DWB (1966) en Sesam DWB (1969) goedgekeurd voor de fokkerij.

De hengst Dolman DWB (MV. Dolmetsch II Hann) is enkele jaren actief geweest in de fokkerij. Van hem zijn vier nakomelingen bekend.

Ook de hengst Sesam DWB (MV. Sender Hann) is enkele jaren actief geweest in de fokkerij. Van hem zijn twee nakomelingen bekend.

 

6.2.  Herzog SWB 353  /  DH 186

 

Herzog SWB (V. Heristal Trak) is een bruine hengst met een stokmaat van 164 cm. Hij is op 20 maart 1950 geboren en is gefokt door de stoeterij Flyinge, die in het zuiden van Zweden ligt.
Herzog is een broer van de hengst Mozart SWB (1955, zie hfdst. 6.5.), Ozon SWB (1957) en Pilar SWB (1958, zie hfdst. 6.6.).
De moeder van deze hengsten is de 156 cm grote bruine merrie Zinnia SWB (1944,  V. Samos SWB). Zinnia is ook de tweede moeder van de door het Zweedse stamboek goedgekeurde hengst Capricorn SWB (1965, V. Trafalgar SWB).
Tweede moeder van Herzog is de vos Zorella SWB (1939, V. Largo SWB).

Gerekend over acht generaties heeft Herzog een afstamming met 43,8 % Engels- en Arabisch volbloed, 37,5 % Trakehner bloed en 10,2 % Hannoveraans bloed.

Herzog is in 1953 goedgekeurd door het Zweedse stamboek en is tot en met 1968 actief geweest in de Zweedse fokkerij. In 1968  is hij verkocht naar Denemarken, waar het Deense stamboek Herzog heeft goedgekeurd en hij tot zijn dood in 1979 beschikbaar is geweest voor de fokkerij.

Het Zweede stamboek heeft 66  nakomelingen van Herzorg geregistreerd. Zijn zonen Rousseau SWB (1959) en Hickory SWB (1962) zijn goedgekeurd voor de fokkerij.
In Denemarken zijn volgens de database Sukuposti negen nakomelingen geregistreerd.

 

6.2.1.   Rousseau  SWB 407

 

Rousseau SWB (V. Herzog SWB) is een bruine hengst met een stokmaat van 160 cm. Hij is op 18 april 1959 geboren en is gefokt door Arvid  Aaby-Ericsson uit Alvesta in Zweden.
De moeder van Rousseau is de schimmel merrie Nicolina SWB (1947, V. Nerox ox) en tweede moeder is de vos Havanna SWB (1937, V. Humanist Trak).
Gerekend over acht generaties heeft Rousseau een afstamming met 50,8 % Engels- en Arabisch volbloed en 30,5 % Trakehner bloed.

Rousseau is in 1963 goedgekeurd door het Zweedse stamboek en is in 1966 geëxporteerd naar Denemarken, waar hij tot en met 1975 beschikbaar is geweest voor de fokkerij.

Het Zweedse stamboek heeft 27  nakomelingen van Rousseau geregistreerd en het Deense stamboek heeft negentien nakomelingen vastgelegd.

De zonen Raff SWB (1964)en Tasano DWB (1970) zijn goedgekeurd voor de fokkerij.

 

6.2.1.1.  Raff  SWB 452

 

Raff SWB (V. Rousseau SWB) is een vos hengst met een stokmaat van 162 cm.
Hij is geboren in 1965 geboren en is gefokt door Harry Griping uit Skogsgården, dat tussen Karlstad en Örebrö in het midden van Zweden ligt.
De moeder van Raff is de vos merrie Flaury SWB (1954, V. Faruk SWB) en tweede moeder is de vos Fleur SWB (1947, V. Janus Hann).
Gerekend over acht generaties heeft Raff een afstamming met 30,5 % Trakehner bloed, 25,8 % Engels- en Arabisch volbloed en 23,4 % Hannoveraans bloed.

Raff is in 1968 goedgekeurd door het Zweedse stamboek. Het stamboek heeft vastgelegd dat Raff een harmonieus gebouwde, langgelijnde hengst van het zwaardere type is. De hengst heeft een goede schouderligging en een lang en breed kruis. Het fundament is fors, Links is sprake van een ingesnoerd voorbeen. De hengst heeft goede en soepele bewegingen.
Raff is tot zijn dood in 1990 beschikbaar geweest voor de fokkerij. In Zweden zijn 180 nakomelingen van hem geregistreerd.

 

6.2.1.2. Tasano  DH227

Tasano DWB (V. Rousseau SWB) is een vos hengst met een stokmaat van 167 cm.
Hij is op 13 april 1970 geboren en is gefokt door stoeterij Priess in Nykøbing Mors, dat in het noordwesten van Jutland in Denemarken ligt.
De moeder is de bruine merrie Eliza DWB (1963, V. Dragos SWB). Zij is ook de moeder van de hengst Elizar SWB (1967, V. Unikum Trak), die is goedgekeurd door het Deense- en het Zweedse stamboek.
Tweede moeder is Efrodite SWB (1957, V. Frondeur SWB). Zij is ook de moeder van de hengsten Chagall SWB (1966, V. Utrillo SWB), Vageur SWB (1968, V. Vagabond SWB), Ibsen SWB (1972, V. Brabant SWB) en ze is de tweede moeder van de hengst Brando SWB (1977, V. Brabant SWB). Alle genoemde hengsten zijn goedgekeurd door het Zweedse stamboek.
Gerekend over acht generaties heeft Tasano een afstamming met 37,5 % Trakehner bloed, 21,1 % Engels- en Arabisch volbloed, 13,3 % Hannoveraans bloed en 10,2 % Zweedse bloed.

Tasano is in 1973 goedgekeurd door het Deense stamboek. Hij is tot en met 1978 beschikbaar geweest voor de fokkerij.
Volgens de database Sukuposti zijn van Tasano 49 nakomelingen geregistreerd.

Zijn dochter Veronika DWB (1976) is de tweede moeder van de hengst Solos Carex DWB (1993, V. Castro Holst), die is goedgekeurd door het Deense-, Zweedse- en Oldenburgse stamboek en die door Tinne  Vilhelmson (DEN) in Grand Prix dressuurwedstrijden is uitgebracht.


6.2.2.  Hickory  SWB 547

 

Hickory SWB (V. Herzog SWB) is een bruine hengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is in 1972 geboren en is gefokt door  Henrik Haubroe van stoeterij Nordfeld in Denemarken.
De moeder van Hickory is de merrie Ilka SWB (1956, V. Immer SWB) en tweede moeder is de zwarte Niagara SWB (1939, V. Nigro Hon).
De Hongaarse hengst Nigro heeft een Shagya vader en een Mezöhegyes moeder en de moeder van Niagara is een Zweedse merrie met een afstamming waarin naast Zweeds bloed ook Engels volbloed, oud Pruisisch bloed en Hannoveraans bloed in voor komt.

Hickory is in 1975 verkocht naar Zweden en daar goedgekeurd door het Zweedse stamboek. Daarbij heeft het stamboek meegedeeld dat Hickory een harmonieus gebouwde hengst is met een zeer goed model. De stap en draf zijn zeer goed.
In 1983 is Hickory naar de Verenigde Staten geëxporteerd.

Het Zweedse stamboek heeft 77 nakomelingen van Hickory geregistreerd.


6.3.   Herrscher SWB / DE321210370452

 

Herrscher SWB (V. Heristal Trak) is een bruine hengst net een stokmaat van 164 cm.
Hij is in 1952 geboren en is gefokt door de nationale Zweedse stoeterij in Flyinge, die in het zuiden van Zweden ligt.
De moeder van Herrscher is de bruine merrie Diana SWB (1941, V. Largo SWB). Zij is ook de moeder van de hengsten Diogenes SWB ( 1946, V. Onkel SWB) en Niarchos SWB (1956, V. Polarstern Trak) en ze is de tweede moeder van de hengsten Livorno SWB (1954, V. Anno Tak), Nepal SWB (1956, V. Polarstern Trak), Oberon SWB (1957, V. Varolio SWB),  Arni SWB (1964, V. Biarritz SWB) en Brisad SWB (1965, V. Drabant SWB).
Diogenes, Livorno, Nepel, Arni en Brisad zijn goedgekeurd door het Zweedse stamboek en Niarchos en Oberon zijn door het Zweedse- en het Deense stamboek goedgekeurd.

Tweede moeder van Herrscher is de bruine Dina SWB (1925, V. Althof Hann). Zij is ook de moeder van de hengst Talisman SWB (1940, V. Largo SWB) en de tweede moeder van de hengsten Mecenat SWB (1934, V. Indigo Hann), Faruk SWB (1948, V. Tagetes SWB), Ghibbelin SWB (1949, V. Heristal Trak) en Hermon SWB (1950, V. Heristal Trak). Al deze hengsten zijn goedgekeurd door het Zweedse stamboek.

Herrscher is als tweejarige verkocht naar Duitsland, waar hij in het najaar van 1954 in Neumünster is goedgekeurd door het Holsteinse stamboek.

Johan Holtkuile uit Boerhaar kwam regelmatig op de boerderij waar uw scribent is opgegroeid. Hij heeft een groot deel van zijn leven als paardenverzorger in Duitse stallen gewerkt en hij vertelde omstreeks 1970 dat de Herrscher nakomelingen in Duitsland de naam hadden snel te slaan. Om die redenen waren er stallen waar nakomelingen van Herrscher een rood lintje om de staart droegen.

Herrscher heeft tot en met 1962 in Holstein gedekt. Het stamboek heeft toen vastgesteld dat Herrscher, mede vanwege zijn moeilijke karakter, niet in de Holsteinse fokkerij thuishoorde. Hij is daarop verkocht naar Beieren en goedgekeurd door het Beierse stamboek en is omstreeks 1972 uit de fokkerij genomen omdat zijn nakomelingen niet waren te vertrouwen.

Vier dochters van Herrscher zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden:

Reizvolle Holst, 1957, schimmel, MV. Kalif Holst, is de moeder van de hengst Fantus Holst (1964, V. Farnese Holst), die is goedgekeurd door het Holsteinse stamboek;

Sennerin Holst, 1958, schimmel, MV. Kalif Holst, is de moeder van de hengst The Rock Holst (1971, V. Tin Rod xx), die is goedgekeurd door het Baden-Württembergse stamboek;

Finette Bavar
, 1964, bruin, MV. Goldfisch II Hann, is de moeder van de hengst Wilder Bavar (1975, V. Wildpark xx), die is goedgekeurd door het Beierse stamboek;

Angela Bavar, 1979, MV. onbekend, is de moeder van de hengst Amico Bavar (1967, V. Amor Bavar), die is goedgekeurd door het Beierse stamboek;

Tien zonen van Herrscher zijn goedgekeurd voor de fokkerij:
Hofnarr Holst (1956), Hector Holst (1957), Helgoland Holst (1957), Herbrugg Holst (1957). Hermelin Holst (1958), Heron Holst (1958), Herwin Holst (1958), Heribert Holst (1959),  Heros / Amor (1959), en Herbald / Cavaleriist Holst (1961).

Toen het Holsteinse stamboek omstreeks 1962 tot de conclusie kwam dat Herrscher niet in de Holsteinse fokkerij paste, zijn ook al zijn goedgekeurde en in Holstein dekkende zonen kort daarna uit de fokkerij genomen.

De hengsten Hector, Heros en Herbald worden verderop in de tekst in afzonderlijke hoofdstukken besproken. De overige zonen van Herrscher worden hieronder kort aangestipt.

De hengst Hofnarr Holst (MV. Heidekrug Holst) is goedgekeurd door het Zwitserse stamboek ZVCH. Over zijn fokkerijprestaties is geen informatie beschikbaar.

De hengst Helgoland Holst (MV. Fafnir Holst) is goedgekeurd door het Holsteinse stamboek en daarna verkocht naar Zwitserland, waar het ZVCH hem heeft  goedgekeurd. De Horsetelex database noemt twee in Zwitserland geboren nakomelingen.

De hengst Herbrugg Holst (MV. Heimburg Holst) is en broer van de hengst Herwin Holst (1958). Herbrugg is goedgekeurd door het Zwitserse stamboek ZVCH. Van Herbrugg zijn geen nakomelingen bekend.

De hengst Hermelin Holst (MV. Lichtblick Holst) is goedgekeurd door het Holsteinse stamboek. Later is hij geëxporteerd naar Californië in de Verenigde Staten. Van Hermelin is één nakomeling bekend.

De hengst Heron Holst (MV. Heimburg Holst) is goedgekeurd door het Holsteinse stamboek. In Duitsland zijn zes nakomelingen van hem geregistreerd als wedstrijdpaard.

De hengst Herwin Holst (MV. Heimburg Holst is een broer van de hengst Herbrugg Holst (1957). Herwin is in het najaar van 1960 goedgekeurd door het Holsteinse stamboek. De hengst is van 1961 tot en met 1963 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Van Hernon zijn dertien nakomelingen in Duitsland geregistreerd als wedstrijdpaard.

De hengst Heribert Holst (MV. Heissporn Holst) is in het najaar van 1961 goedgekeurd door het Holsteinse stamboek. Hij is tot en met 1963 actief geweest in de fokkerij. Van Heribert zijn in Duitsland acht nakomelingen geregistreerd als wedstrijdpaard.

In Duitsland zijn 128 nakomelingen van Herrscher geregistreerd als wedstrijdpaard. Zij hebben samen € 29.400 gewonnen.


6.3.1.  Hector Holst  DE321210376057

 

Hector Holst (V. Herrscher SWB) is een bruine hengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is in 1957 geboren en is gefokt door August Wentzlaff uit Brokreihe, dat circa vijf km ten zuidwesten van Itzehoe in Sleeswijk-Holstein ligt.
De moeder van Hector is de bruine merrie Gute Holst (1948, V. Heidekrug Holst) en tweede moeder is de bruine Pesora Holst (1938, V. Fanal Holst).
Gerekend over acht generaties heeft Hector een afstamming met 37,5 % Holsteins bloed, 21,1 % Engels- en Arabisch volbloed, 20,3 % Hannoveraans bloed en 14,8 % Trakehner bloed.

Hector is in het najaar van 1959 in Neumünster goedgekeurd door het Holsteinse stamboek en heeft  tot en met 1962 in Holstein gedekt. In 1963 is Hector verkocht naar Denemarken. Hector is tot en met 1966 actief geweest in de fokkerij.
In Duitsland zijn acht nakomelingen van Hector geregistreerd en in Denemarken zeven.


6.3.2.   Heros DE321210378859  / Amor 1196 Sgldt pref

 

Heros Holst (V. Herrscher SWB) is een bruine hengst met een stokmaat van 169 cm. Hij is op 2 mei 1959 geboren en is gefokt door Johannes Karp uit Hetlingen, dat in Sleeswijk-Holstein ten zuidwesten van Pinneberg op de oever van de rivier Elbe ligt.
De moeder van Heros is de bruine merrie Barba Holst (1943, V.  Loretto Holst) en tweede moeder is de bruine Line Holst (1936, V . Heinitz Holst).
Gerekend over acht generaties heeft Heros een afstamming met 36,7 % Holsteins bloed, 19,5 % Hannoveraans bloed, 14,8 % Engels- en Arabisch volbloed en 14,8 % Trakehner bloed.

In zijn serie Stempelhengsten heeft wijlen Gert van der Veen, bij leven directeur van het KWPN, een artikel met de titel “Amor, een veelbesproken chef de race” over Amor en zijn nakomelingen geschreven. Het artikel is in “In de Strengen” van 26 maart 1998 gepubliceerd.
In “In de Strengen” van 26 januari 2013 is een artikel over Amor met de titel “Amor, bij leven al legendarisch” van de hand van Jenneke Smit gepubliceerd. Het artikel van Smit is te vinden op de website van het KWPN.

In onderstaand artikel zijn sommige elementen uit de eerder in ”In de Strengen” gepubliceerde artikelen over Amor deels overgenomen.

De heer J.K. Wiersema, toenmalig secretaris en inspecteur van het Noordnederlands Warmbloed Paardenstamboek (NWP)  vond begin zestiger jaren van de vorige eeuw dat de NWP-fokkerij meer de nadruk moest leggen op het vastleggen van rijpaardeigenschappen in de populatie. Door de mechanisatie in de landbouw was er minder behoefte aan landbouwpaarden en het gebruik van paarden in de sport en voor het plezier zouden een goed alternatief kunnen zijn.
Hij gaf daarbij de voorkeur aan het gebruik van Holsteinse hengsten.

Wiersema was een regelmatig bezoeker van de hengstenkeuringen van het Holsteinse-, Oldenburgse-en het Trakehner stamboek en schreef daarover in het blad “Het Paard”.
Na zijn bezoek aan het Holsteinse hengstenkeuring in Neumünster in de herfst van 1961 deed hij daarover verslag in “Het Paard” en publiceerde daarbij een foto van de hengst Heros.
Voor een groep Noordhollandse VLN-fokkers, die betrokken waren bij de Hengstenassociatie Schagen, was dat aanleiding om naar Holstein te reizen en de hengst voor fl.10.000 te kopen. In 1961 had dat bedrag een koopkracht die overeen komt met een bedrag van circa € 30.000 in 2021.

Door een overstroming in Holstein kon Heros in het voorjaar van 1962 niet gepresenteerd worden op de hengstenkeuring van het VLN (Vereniging tot bevordering van de landbouwtuigpaardfokkerij in Nederland) en is hij tijdens een nakeuring in Utrecht door het VLN goedgekeurd voor de fokkerij. Omdat het VLN een systeem aanhield dat de namen van paarden moesten beginnen met een bepaalde letter die gerelateerd was aan het geboortejaar, hetgeen voor 1959 de letter A was, werd Heros omgedoopt in Amor.

Amor is van 1962 tot 1969 door de Hengstenassociatie Schagen beschikbaar gesteld voor de fokkerij, waarna Johan Venderbosch uit Heelweg (bij Varsseveld) van het hengstenstation de Radstake Amor heef gekocht. Amor is daar tot zijn dood gebleven.

In oktober en november 1968 heeft Amor in Emmeloord deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van zes weken, waarbij hij is gewaardeerd met een acht voor zijn conditie, 8,61 punten voor de dressuur, negen punten voor het vrij springen; acht punten voor het springen o/z; 8,8 punten voor de trekproef; zes punten voor de terreinproef en zeven punten voor de algemene indruk. Hij behaalde een puntentotaal van 157,23.
In 1968 hebben acht door het NWP goedgekeurde hengsten in Sleen deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van negen weken, terwijl elf door het VLN goedgekeurde hengsten in Emmeloord en Voorst aan een verrichtingsonderzoek voor rijpaardhengsten van zes weken hebben deelgenomen. Daarbij zijn drie hengsten thuis getraind. Zij zijn alleen enkele dagen in het onderzoekcentrum geweest om het gedrag te kunnen beoordelen en om de eindbeoordeling af te leggen. Van de elf hengsten, waaronder de Amor-zonen Epigoon Sgldt, Eros Sgldt en Ecrasiet Sgldt, is Amor als zesde geëindigd.

Amor was bij de Nederlandse fokkers zeer populair. Van der Veen merkt in zijn artikel op dat de nakomelingen van Amor veel beweging, temperament en looplust hadden. Ook  hadden ze aansprekende hoofden, goed gevormde halzen die fier worden gedragen en goed beenwerk. Wellicht het belangrijkste element dat speelde in de populariteit van Amor was dat de nakomelingen van nature het achterbeen eronder brengen en in de voorhand stijgen.

Amor’s vader Herrscher en zijn grootvader Heristal hadden een tamelijk gecompliceerd karakter. Ook Amor en vele van zijn nakomelingen waren sterke persoonlijkheden die met verstand en consequent moesten worden behandeld. Op enkele uitzonderingen na, waren ze dan goed betrouwbaar.

In het blad “In de Strengen” van 28  april 2017 vertelt KWPN-inspecteur Dirk Reijne over Amor dat Amor een bijzonder heerschap was en zijn eigen ideeën had. Zo weigerde hij een merrie te dekken op een bedrijf waar kippen werden gehouden. Toen Amor en de merrie naar het bedrijf van de buren waren gegaan, werd de merrie vlot gedekt.
Van Venderbosch gaat het verhaal dat Amor soms weigerde een merrie te dekken, maar als vervolgens de pony, die Amor op het dekstation altijd vergezelde, te voorschijn werd gehaald, keek Amor heel vuil naar de pony en dekte de merrie alsnog.

Amor heeft tot en met 1988 gedekt en is op 18 juli 1990 wegens chronische blaasontsteking gedood.

Het KWPN heeft  2968 dekkingen en 1653 veulens van Amor geregistreerd.
Van de dochters zijn er 436 als fokmerrie opgenomen in het stamboek, waaronder vier elitemerries, 132 keurmerries en 164 stermerries. Hierbij moet worden opgemerkt dat het elitepredicaat pas is ingesteld nadat  Amor al enkele jaren was overleden.
Daarnaast zijn 133 dochters onderscheiden met het preferentschap en zijn 75 dochters prestatiemerrie geworden.
Maar liefst 52 dochters van Amor zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden.

Van Amor zijn 26 zonen goedgekeurd voor de fokkerij.

Gezien het grote aantal nakomelingen en de lichamelijke capaciteiten van de nakomelingen van Amor valt het aantal nakomelingen dat in de internationale sport succesvol is geweest tegen.
Van der Veen schrijft daarover in zijn artikel dat de nakomelingen van Amor door hun bewegingen en houding met veel gemak door de lagere klassen dressuur lopen, maar dat in de hogere klassen het eigenzinnige karakter van de nakomelingen successen in de weg staat.
Bij het springen hebben de Amors wel voldoende vermogen, maar vaak niet het laatste aan techniek en souplesse.

Voor nadere informatie over Amor en zijn nakomelingen wordt verwezen naar de pagina Amor Sgldt op deze website.

 

6.3.3.   Herbald Holst DE4313210382761 / Cavalerist 1120 Sgldt

Herbald Holst (V. Herrscher SWB) is een bruine hengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is op 20 april 1961 geboren en is gefokt door H. Kleinwort uit Holm, dat ten zuidwesten van Pinneberg is Sleeswjk-Holstein ligt.
De moeder van Herbald is de bruine merrie Lawendel Holst (1952, V. Löwenjäger Holst) en tweede moeder is de bruine Abihunte Holst (1942, V. Diether Holst).
Gerekend over acht generaties heeft Herbald een afstamming met 43,8 % Holsteins bloed,  20,3 % Hannoveraans bloed, 14,8 % Trakehner bloed en 12,5 % Engels volbloed.

Herbald is in november 1963 in Neumünster goedgekeurd door het Holsteinse stamboek en is vervolgens verkocht naar Nederland.
In 1964 is hij op de hengstenkeuring in Utrecht goedgekeurd door het VLN. Omdat het VLN voor de naamgeving van paarden een systeem aanhield waarbij de beginletter van de naam moest corresponderen met de letter die gebonden was aan het geboortejaar, hetgeen voor 1961 de letter C was, is Herbald omgedoopt in Cavalerist.

Cavalerist heeft in 1964 het voorlopig certificaat landbouwbedrijfspaard behaald en heeft in 1966 een 1 A-premie behaald in de bedrijfsproef.

In 1967 heeft het VLN een collectie veulens, enters en twenters van Cavalerist beoordeeld en heeft op basis daarvan besloten Cavalerist af te keuren voor de fokkerij.

Het  VLN heeft 244 nakomelingen van Cavalerist geregistreerd.
Volgens het NHS-WPN Jaarboek 1983 zijn in 1983 nog 15 nakomelingen van Cavalerist in de wedstrijdsport uitgebracht.

Zijn dochter Jovivera KWPN (1967) is de moeder van de hengst Orion KWPN (1973, V. Krawall xx), die is goedgekeurd door het KWPN.

Van Cavalerist is zijn zoon Heraut (1966) in 1969 goedgekeurd door het VLN. Hij wordt hierna in een apart hoofdstuk besproken.

 

6.3.3.1.  Heraut Sgldt 1389

 

Heraut Sgldt (V. Cavalerist Holst) is een bruine hengst met een stokmaat van 162 cm. Hij is geboren op 16 mei 1966 en is gefokt door W. van Arkel uit Dronten, dat in de provincie Flevoland ligt.
De moeder van Heraut is de zwarte merrie Areina Sgldt kroon preferent (19959, V. Ulrich Sgldt). Zij is ook de moeder van de hengsten Eros Sgldt (1963, V. Amor Holst) en Kapriool KWPN (1969, V. Grandioso Sprt). Eros is goedgekeurd door het VLN en Kapriool door het KWPN.
Tweede moeder van Heraut is de vos Nureina Sgldt ster (1949, V. L’Invasion SF). Zij is ook de moeder van de hengsten Taunus Sgldt (1954, V. Olivier Sgldt) en Zeus Sgldt (1958, V. Xebec xx), die beiden zijn goedgekeurd door het VLN.

Gerekend over acht generaties heeft Heraut een afstamming met  25,0 % Holsteins bloed, 20,3 % Selle Français bloed, 9,4 % Hannoveraans bloed en 7,8 % Engels volbloed.

Heraut is in februari 1969 tijdens de hengstenkeuring van het VLN in Utrecht goedgekeurd voor de fokkerij en daarbij uitgeroepen tot kampioen van de rijpaardhengsten.
Heraut heeft in de maanden augustus – oktober 1970 in Deurne deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van 70 dagen. Daarbij heeft hij een zeven voor de conditie, een 7,03 voor de rijproef, zevens voor het vrij springen en het springen o/z, 7,1 voor de trekproef, een vier (!) voor de terreinproef en een zes voor de algemene indruk gekregen. In totaal heeft hij 127,39 punten gescoord.
In 1970 hebben 45 rijpaardhengsten in Sleen, Deurne en Emmeloord aan een verrichtingsonderzoek deelgenomen, waarbij Heraut in punten als 38e is geëindigd.

In het najaar 1972 heeft het KWPN  een collectie veulens, enters en twenters van Heraut beoordeeld  en op basis daarvan Heraut afgekeurd voor de fokkerij.

Het stamboek heeft 157 nakomelingen van Heraut geregistreerd. Volgens het NHS/KWPN Jaarboek 1983 zijn 24 nakomelingen van Heraut geregistreerd als wedstrijdpaard.

Heraut is na zijn fokkerijcarrière in de internationale springsport uitgebracht.

 

6.4.  Jarramas 367 SW

 

Jarramas SWB  (Heristal Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 161 cm. Hij is geboren in 1952 en is gefokt door de nationale Zweedse stoeterij in Flyinge, dat in het zuiden van Zweden ligt.
De moeder van Jarramas is de vos merrie Hilaria SWB (1946, v. Onkel SWB).  Zij is ook de moeder van de hengsten Muskot SWB (1955, V. Lux SWB), Cecil SWB (1966, V. Drabant SWB) en Gaspard SWB (1968, V. Gaspari SWB) en ze is de tweede moeder van de hengsten Brabant SWB (1965, V. Drabant SWB), Emalj SWB (1968, V. Abbe SWB) en Kardell SWB (1974, V. Jovial SWB). Alle zes hengsten zijn goedgekeurd door het Zweedse stamboek en Kardell is ook door het Finse stamboek goedgekeurd.

Tweede moeder van Jarramas is de vos Hilma SWB (1938, V. Largo SWB). Zij is ook de moeder van de hengsten Gordon SWB (1949, V. Heristal Trak) en zijn broer Hildebert SWB (1950), die beiden zijn goedgekeurd door het Zweedse stamboek, maar niet veel invloed hebben gehad (zie hfdst. 6.4.),
Gerekend over acht generaties heeft Jarramas een afstamming met 45,3 % Engels- en Arabisch volbloed en 31,3 % Trakehner bloed.

Jarramas is in het voorjaar van 1956 goedgekeurd door het Finse stamboek en heeft in 1956 en 1957 in Finland gedekt. Het Finse stamboek heeft twaalf nakomelingen van hem geregistreerd.
In het voorjaar van 1958 is Jarramas goedgekeurd door het Zweedse stamboek. Vervolgens is hij tot en met 1971 beschikbaar geweest voor de Zweedse fokkerij.
Jarramas is in 1972 gedood.
In Zweden zijn 175 veulens van Jarramas geregistreerd.

De zonen Texas SWB (1961), Aperitif SWB (1964), Humorist SWB (1971) en Marramas SWB (1972) zijn goedgekeurd voor de fokkerij.

De hengst Texas SWB (MV. Ingiald SWB) is in 1964 goedgekeurd door het Zweedse stamboek. Van de hengst zijn drie nakomelingen geregistreerd.

De hengst Aperitif SWB (MV. Alf SWB) is in 1967 goedgekeurd door het Zweedse stamboek. Van de hengst zijn twee nakomelingen geregistreerd.

De hengsten Humorist SWB en Marramas SWB worden verderop in de tekst in afzonderlijke hoofdstukken besproken.

Van de nakomelingen van Jarramas zijn er 107 in Zweden uitgebracht in wedstrijdverband.

 

6.4.1.  Humorist  SWB / 38 FWB

 

Humorist SWB (V. Jarramas SWB) is een vos hengst met een stokmaat van 165 cm.
Hij is in 1971 geboren en is gefokt door I. Jönsson en S. Sandby uit Zweden
De moeder van Humorist is de merrie Ulla Bella SWB (1966, V, Unikum Trak) en tweede moeder is de vos Vallentina SWB (1958, V. Valentino xx).
Gerekend over acht generaties heeft Humorist een afstamming met 44,5 % Engels- en Arabisch volbloed, 34,4 % Trakehner bloed en 14,1 % Hannoveraans bloed.

Humorist is in 1974 verkocht naar Finland en is in het voorjaar van 1974 in Lahti goedgekeurd door het Finse stamboek. Hij is tot 1985 in Finland beschikbaar geweest voor de fokkerij.
Het Finse stamboek heeft 37 nakomelingen van Humorist geregistreerd.

 

6.4.2.  Marramas  535 SWB

 

Marramas SWB (V. Jarramas SWB) is een vos hengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is in 1972 geboren en is gefokt door Christer Hyckenberg uit Kopparberg, dat 80 km ten noorden van Örebrö in het midden van Zweden ligt.
De moeder van Marramas is de vos merrie Magnilla SWB (1961, V. Magnat SWB) en tweede moeder is de bos Drusilla SWB (1954, V. Anno Trak). Drusilla is ook de moeder van de hengst Arno SWB (1964, V. Biarritz SWB), die is goedgekeurd door het Zweedse stamboek.
Gerekend over acht generaties heeft Marramas een afstamming met 35,2 % Trakehner bloed, 26,6 % Hannoveraans bloed, 17,2 % Engels- en Arabisch volbloed.

Marramas is in 1975 door het Zweedse stamboek goedgekeurd en ingedeeld in fokklasse B. Gemeld is dat Marrasmas een goed ontwikkelde hengst is die enigszins in het vierkantmodel staat. Hij heeft een lange, goed liggende schouder en een lang kruis. Hij is wat ingesnoerd onder de voorknie. De hengst heeft uitstekende bewegingen in stap en draf.
In 1987 is de hengst opgewaardeerd naar fokklasse A/B.

Marramas is tot en met 1992 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Het Zweedse stamboek heeft 233 nakomelingen van Marramas geregistreerd, waarvan er 91 in wedstrijden zijn uitgebracht.

 

6.5.  Mozart 385 SWB / DH 155

 

Mozart SWB (V. Heristal Trak) is een bruine hengst met een stokmaat van 161 cm. Hij is in 1955 geboren en is gefokt door de nationale Zweedse stoeterij in Flyinge, dat in het zuiden van Zweden ligt.
Mozart is een broer van de hengst Herzog SWB (1950, zie hfdst. 6.2.), Ozon SWB (1957) en Pilar SWB (1958, zie hfdst. 6.6.), die alle drie zijn goedgekeurd door het Zweedse stamboek.
De moeder van deze hengsten is de 156 cm grote. bruine merrie Zinnia SWB (1944,  V. Samos SWB). Zinnia is ook de tweede moeder van de door het Zweedse stamboek goedgekeurde hengst Capricorn SWB (1965, V. Trafalgar SWB).
Tweede moeder van Mozart is de vos Zorella SWB (1939, V. Largo SWB).
Gerekend over acht generaties heeft Mozart een afstamming met 43,8 % Engels- en Arabisch volbloed, 37,5 % Trakehner bloed en 10,2 % Hannoveraans bloed.

Mozart is in 1958 goedgekeurd door het Zweedse stamboek en ingedeeld in fokklasse B.
In 1966 is de hengst naar Denemarken gegaan en goedgekeurd door het Deense stamboek.

Het Zweedse stamboek heeft 46 nakomelingen van Mozart geregistreerd en volgens de Finse database Sukoposti zijn in Denemarken 25 nakomelingen van Mozart vastgelegd.

In Zweden zijn de zonen Tizian SWB (1961) en Morat SWB (1962) goedgekeurd voor de fokkerij.

 

6.5.1.   Tizian 417 SWB / DH 180

 

Tizian SWB (V. Mozart SWB) is een bruine hengst met een stokmaat van 158 cm. Hij is in 1961 geboren en is gefokt door K.E. Danielsson uit Skänninge, dat dertig km ten westen van Linköping in het midden van Zweden ligt.
De moeder van Tizian is de merrie Senorita SWB (1945, V. Sapeur SWB) en tweede moeder is Nadetscha SWB (1941, V. Nigro SWB).
De moederlijn kent veel lacunes, maar wordt gevormd door Selle Français bloed, Franse draverbloed, Arabisch volbloed, Shagya bloed en Hongaars Mezöhegyes bloed.

Tizian is in 1964 goedgekeurd door het Zweedse stamboek en ingedeeld in fokklasse B. Hij is in 1965 naar Denemarken gegaan en is daar goedgekeurd door het Deense stamboek.

In Zweden zijn 17 nakomelingen van Tizian geregistreerd en volgens de Finse database Sukuposti zijn in Denemarken tot en met 1984 23 nakomelingen geregistreerd.

 

6.5.2.  Morat 423 SWB / DH155

 

Morat SWB (V. Mozart SWB) is een bruine hengst met een stokmaat van 156 (!) cm.
Hij is in 1962 geboren en is gefokt door Sture Pettersson uit Linköping, dat circa 200 km ten zuidwesten van Stockholm in het midden van Zweden ligt.
De moeder van Morat is de bruine merrie Jill SWB (1958, V. Iliad SWB) en tweede moeder is de bruine Jernitscha SWB (1945, V. Gorki SWB).
Gerekend over acht generaties heeft Morat een afstamming met 33,6 % Hannoveraans bloed, 25,8 % Engels- en Arabisch volbloed en 25,8 % Trakehner bloed.

Morat is in 1964 door het Zweedse stamboek goedgekeurd en ingedeeld in fokklasse B. Morat is tot 1986 beschikbaar geweest voor de fokkerij.
In Zweden zijn 54 nakomelingen van Morat geregistreerd.
De hengst is in 1987 overleden.

 

6.6.  Pilar SWB / DH 105

 

Pilar SWB (V. Heristal Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 159 cm. Hij is geboren op 5 maart 1958 en is gefokt door de nationale Zweedse stoeterij in Flyinge, dat in het zuiden van Zweden ligt.

Pilar is een broer van de hengsten Herzog SWB (1950, zie hfdst. 6.2.), Mozart SWB (1955, zie hfdst. 6.5.) en Ozon SWB (1957), die alle drie zijn goedgekeurd door het Zweedse stamboek.
De moeder van deze hengsten is de 156 cm grote. bruine merrie Zinnia SWB (1944,  V. Samos SWB). Zinnia is ook de tweede moeder van de door het Zweedse stamboek goedgekeurde hengst Capricorn SWB (1965, V. Trafalgar SWB).

Tweede moeder van Herzog is de vos Zorella SWB (1939, V. Largo SWB).

Gerekend over acht generaties heeft Herzog een afstamming met 43,8 % Engels- en Arabisch volbloed, 37,5 % Trakehner bloed en 10,2 % Hannoveraans bloed.

Pilar is op jonge leeftijd naar Denemarken verkocht en daar in 1961 goedgekeurd door het Deense stamboek. Hij is tot en met 1984 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Volgens de Finse database Sukuposti zijn in Denemarken 59 nakomelingen van Pilar geregistreerd.

Pilar’s zoon Picador DWB (1977, MV. Dolman Hann) is in 1981 in Ypäjä goedgekeurd door het Finse stamboek. Picador is tot en met 1983 actief geweest in de Finse fokkerij. Van hem zijn zes nakomelingen geregistreerd.

In 1984 is hij verkocht naar Duitsland, waar hij van 1984 tot 1993 door Daniela Steindl (GER) tot op Intermediair I – niveau in dressuurwedstrijden is uitgebracht. Picador heeft een winsom van  € 11.991.

 

7.  Pyrrhus  Trak 6/723  / POL 1186

 

Pyrrhus Trak (V. Hyperion Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 158 cm. Hij is geboren op 12 januari 1939 en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Pyrrhus is de vos merrie Pyrmont Trak (1924, V. Groβinquisitor xx) en tweede moeder is de vos Pyramide Trak (1924, V. Dampfross Trak).
De stempelhengst Dampfross Trak heeft een inbreng van 37,5 % in de erfelijke aanleg van Pyrrhus Trak.
Gerekend over acht generaties heeft Pyrrhus een afstamming met 61,7 % Engels volbloed en 29,7 % Trakehner bloed.

Pyrrhus is in de jaren 1942 – 1944 voor de fokkerij beschikbaar geweest op het Landgestüt Stargard. Stargard heet tegenwoordig Szczecin (Stettin) en ligt in het noordwesten van Polen aan de Oostzeekust. Daarna is hij in de winter van 1944/1945 meegegaan met de paarden die vanaf het Hauptgestüt Trakehnen naar het Hauptgestüt Travethal  in Sleeswijk-Holstein zijn gevlucht. In mei 1945 hebben de geallieerde legers, op verzoek van de Poolse paardenfokkerijautoriteiten, bevolen dat Pyrrhus teruggegeven moest worden aan Polen. Pyrrhus is van 1948 – 1952 voor de fokkerij beschikbaar geweest op de Poolse staatsstoeterij in Liski; van 1953 tot 1960 in Racot; in 1961 in Mitowo en in 1962 in Modrze.

Van Pyrrhus zijn in Polen vanaf 1949 68 nakomelingen geregistreerd.

Zijn zonen  Decorum Trak (1950) en Paryz Trak (1950) zijn goedgekeurd voor de fokkerij.

De hengst Decorum (MV. Hirtensang Trak) heeft op de Poolse staatsstoeterij Liski gestaan. Van hem zijn dertien nakomelingen geregistreerd.

De hengst Paryz (MV. Papyros O.Pr.) is in Polen gebruikt op de Yagolnitsk stoeterij. In 1958 is de hengst verkocht aan de Russische Kirow stoeterij in Rostov aan de Don. In 1963 is de hengst verkocht aan een stoeterij in Onufrievsky in Oekraïne.
Volgens de database trk-base zijn van Paryz 23 hengstveulens en 23 merrieveulens geregistreerd.

 

8.  Dietmar DE 304980003042 / SWB 259

 

Dietmar Trak (V. Hyperion Trak) is een donkere vos hengst met een stokmaat van 166 cm. Hij is 10 oktober 1942 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen. Dietmar is een broer van de hengst Diadem Trak (1941), die van weinig belang is geweest voor de fokkerij.
De moeder van beide hengsten is de merrie Dita Trak (1928, V. Paradox xx) en tweede moeder is de vos Dichterin Trak (1924, V. Dampfross Trak).
De hengst Dampfross komt zowel aan vaders- als aan moederskant voor in de afstamming van Dietmar en heeft een inbreng van 37,5 % in zijn erfelijke eigenschappen.
Gerekend over acht generaties heeft Dietmar een afstamming met 61,7 % Engels volbloed en 29,7 % Trakehner bloed.

In 1944 is Dietmar in verband met het naderende Russische leger vanuit Trakehnen geëvacueerd naar de stoeterij Hunnesrück in het zuidoosten van Nedersaksen. Na de Tweede Wereldoorlog is Dietmar in Polen terecht gekomen. Daar is één nakomeling van hem geregistreerd. In 1960 is Dietmar verkocht naar Zweden, waar hij is goedgekeurd door het Zweedse stamboek.
In de jaren 1962 – 1967 zijn in Zweden 22 nakomelingen van Dietmar geregistreerd, waaronder zijn zoon Diedron SWB (1966).
Dietmar is in 1966 overleden.

 

8.1.  Diedron SWB 458

 

Diedron SWB (V. Dietmar Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 161 cm. Hij is geboren in 1966 en is gefokt door Mary Stevens uit Torne, dat circa 30 km ten zuidwesten van Växjo in het zuiden van Zweden ligt.
De moeder van Diedron is de merrie Pearl SWB (1950, V. Held Trak) en tweede moeder is de vos Parla SWB (1929, V. Bender SWB).
Gerekend over acht generaties heeft Diedron een afstamming met 37,5 % Engels volbloed en 35,2 % Trakehner bloed.

Diedron is in 1969 goedgekeurd door het Zweedse stamboek. Daarbij heeft het stamboek gemeld dat Diedron een harmonieus gebouwde hengst is met een goed rijpaardtype. Hij heeft een mooi hoofd en goede regelmatige bewegingen.
Diedron is tot 1993 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Het Zweedse stamboek heeft 166 nakomelingen van Diedron geregistreerd.

 

Afgesloten op 4 augustus 2021

Back To Top