skip to Main Content

1850 (Simoom xx x Slane xx)

 

 

Samenvatting

Sahama xx is een zwarte volbloed hengst die in 1850 in Ierland is geboren en die in 1853 door de toenmalige directeur van het Hauptgestüt Trakehnen, Landstallmeister Von Schwichow, in Engeland is gekocht en in het Hauptgestüt Trakehnen is ingezet voor de fokkerij.
Sahama heeft in Trakehnen twee zonen gebracht die van de belang zijn geweest voor de Trakehner fokkerij in de tweede helft van de negentiende eeuw.

De Trakehner hengst Vorwärts (1859) werd de stamvader van een eigen hengstenlijn. Van hem zijn tenminste 46 zonen ingezet voor de fokkerij en van zijn zoon Flügel Trak (1857) zijn 57 hengsten goedgekeurd voor de fokkerij.
Inmiddels is de rechtstreekse hengstenlijn uitgestorven. De laatste representanten van de hengstenlijn zijn in Nederland Malachit Trak (1963) – Idool Trak (1967) en Norlando KWPN (1972).
In Duitsland gaat het om de lijn Malachit Trak (1963) – Postmeister Trak (1967) – Kokoschka Trak (1985) en Poker E Trak (1991).

De tweede zoon van Sahama xx die van invloed is geweest is de Engels volbloed Lahire xx (1861). Hij heeft op het Landgestüt in Celle een eigen hengstenlijn opgebouwd, waarbij vooral Persival Trak (1867) en diens kleinzoon Nelusko Hann (1897) voor de verbreding hebben gezorgd. Van Nelusko zijn in de jaren 1902 – 1921 maar liefst 50 zonen goedgekeurd (49 door het Hannoveraanse stamboek en één door het Holsteinse stamboek), maar de lijn heeft niet lang stand. De laatste actieve hengst uit de lijn is Nereus Hann (1937, V. Negercorps I Hann), die was goedgekeurd door het Westfaalse stamboek.

 

 

 

Voorkomen en afstamming

Sahama xx (V. Simoom xx) is een zwarte hengst die in 1850 in Ierland is geboren. Hij is gefokt door de derde Baron van Caledon.

 

Ierland was in de 19e eeuw nog onderdeel van het Britse rijk en is pas in 1921 een zelfstandig land geworden.
Lord Caledon heeft enige tijd als vertegenwoordiger van de Ierse county  Tyrone in het Britse Lagerhuis gezeten en was van 1841 tot 1855 vertegenwoordiger van de Ierse adel in het Britse Hogerhuis.


Vader

 

De vader van Sahama xx is de donkerbruine hengst Simoom xx, die in 1838 in Engeland is geboren.

De vader van Simoom xx is de bruine hengst Camel xx (V. Whalebone xx) die door de 3e Graaf van Egremont op zijn stoeterij in Petworth in West Sussex is gefokt. Camel xx is in 1822 geboren.
De moeder van Sahama xx is de merrie Sea-Breeze xx (1925, V. Paulowitz xx) en tweede moeder is Zephyrretta xx (1811, V. Hedley xx).

 

Moeder

De moeder van Sahama xx is de vos merrie Verbena xx (1841, V. Slane xx) en tweede moeder is Peggy xx (1822, V. Bourbon xx).

 

 

Fokkerijcarrière

Sahama xx is in 1853 door Friedrich von Schwichow in Engeland gekocht en overgebracht naar het Hauptgestüt Trakehnen.

Volgens Wikipedia is Von Schwichow in 1798 geboren in Stettin. Na een militaire carrière in de Pruisische cavalerie is hij vanaf 1841 staatsstalmeester geweest van de toenmalige Pruisische staatsstoeterij in Warendorf en van 1847 tot 1864 van het Hauptgestüt  Trakehnen.

Sahama xx was volgens All Breed Pedigrees een erg mooi paard. Hij was een magere, smal gebouwde hengst met een lang hoofd, een mooie lange, goed gevormde hals, een goede schouderligging, een goed gevormde rug en een lange, mooie croupe. De voorbenen waren goed gesteld en goed van kwaliteit en de achterbenen hadden sterke, expressieve spronggewrichten. De hengst had goede bewegingen en een vriendelijk karakter. De nakomelingen van Sahama xx hadden vrijwel altijd een uitstekende draf en een zeer matige stap.

Sahama xx heeft van 1853 tot 1867 gedekt op het Hauptgestüt Trakehnen en is daarna  door het Landgestüt Celle beschikbaar gesteld voor de fokkerij.
Sahama xx heeft op het Hauptgestut Trakehnen tenminste tien zonen gebracht die in de fokkerij zijn ingezet.
De belangrijkste zonen daarvan zijn Vorwärts Trak (1859) en Lahire xx (1861).
Vorwärts wordt hieronder besproken en Lahire in hoofdstuk 2.

 

1.  Vorwärts Trak DE  331198279659 / (N566)

Vorwärts Trak (V. Sahama xx) is een zwarte hengst met een stokmaat van 165 cm.
Hij is in 1859 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
Zijn moeder is de zwarte merrie Vecordia O.Pr. (1839, V. Black Hambleton xx) en tweede moeder is de schimmel Vega O.Pr. (1825, V. Bag da Ally ox).
Gerekend over acht generaties heeft Vorwärts een afstamming met tenminste 87,5 % Engels- en Arabisch volbloed.

Vorwärts was een forse hengst met regelmatige, krachtige bewegingen. Zijn nakomelingen hadden een mooi hoofd, een goed gevormde hals, een goed gemarkeerde schoft en goede bewegingen.

Vorwärts is van 1863 tot zijn dood in 1876 als fokhengst gebruikt door het Hauptgestüt Trakehnen, waar Landstalmeester Gustav von Dassel hem, in een tijd waarin vooral landbouw- en koetspaarden werden gevraagd, vooral inzette in de fokkerij van rijpaarden.

Vorwärts was een van de meest succesvolle hengsten in Trakehnen. In 1873 ontving hij de eerste prijs als rijpaardhengst.

Vorwärts is de vader van tenminste 46 goedgekeurde hengsten:
Datic Trak (1866), Wellington Trak (1866), Atleth Trak (1867), Etwas Trak (1867), Fortschritt Trak (1867), Gardist Trak (1867), Griff Trak (1867), Marathon Trak (1867), Moritz Trak (1867), Excellenz O. Pr. (1868), Marwitz Trak (1868), Principal Trak (1968), Stein Trak (1968), Tartar Trak (1968), Arnim Trak (1869), Daun Trak (1869), Edel Trak (1869), Flügel Trak (1869), Gärtner Trak (1869), Hippos Trak (1869), Medicus Trak (1869), Tartuff Trak (1869), Froh Trak (1870), Gerlach Trak (1870), Mac Mahin Trak (1870), Magiker Trak (1870), Meridian Trak (1870), Pless Trak (1870), Banquier Trak (1871), Elect Trak (1871), Maler Trak (1871), Preis Trak (1871), Princeps Trak (1871), Flämisch Trak (1872), Gambett Trak (1872), Pandure Trak (1872), Prunk Trak (1872), Massa Trak (1873), Meissel Trak (1874), Pribisto TRak (1874), Elias Trak (1875), Herrscher Trak (1875), Lorenz Trak (1875), Pergus Trak (1875), Julep Trak (1876) en Vesuv Trak (1876).

Van de zonen zijn Tartar en Flügel van belang geweest voor de hedendaagse rijpaardfokkerij.

Tartar Trak (MV. Dorimont Trak) is de vader van de zwarte merrie Heroïde Trak (1873) en zij is de tweede moeder van de hengst Hirtenknabe Trak (1887, V. Hector xx). Hirtenknabe was aan het einde van de negentiende eeuw een belangrijke hengst in de Trakehner fokkerij. Hij bracht onder andere de zonen Vasco Trak (1894), die de grootvader van de hengst Bussard Trak (1928) is, en Visitator Trak (1898), die onder andere de grootvader van de hengst Ernest Trak (1939) is.

Flügel Trak wordt hieronder besproken.

 

1.1.  Flügel Trak

 

Flügel Trak (V. Vorwärts Trak) is een zwartbruine hengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is in 1869 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
Zijn moeder is de vos merrie Flasche Trak (1854, V. Thunderclap Trak) en tweede moeder is Fritta Trak (1849, V. Guisquet Trak).

Flügel is van 1873 tot 1887 op het Hauptgestüt Trakehnen ingezet voor de fokkerij en in de jaren 1888 – 1981 op het Landgestüt Rastenburg.
Rastenburg heet tegenwoordig Kętrzyn en ligt in Mazurië in het noordoosten van Polen.
Eind 1891 is Flügel verkocht aan Graaf zu Dohna uit Cöllmen (nu Kielmy in Polen).

 

Volgens All Breed Pedigrees was Flügel een mooie, sterke hengst met een klein hoofd en lange oren. De hals is matig van vorm maar heeft voldoende lengte. De schouder, schoft, ribben, lendenen en croupe zijn mooi en de hengst heeft een mooie staartdracht. De broekspier is kort. Het fundament is zeer solide met forse en goed gebouwde gewrichten. De bewegingen van de hengst zijn uitstekend.

Flügel gaf zijn uitstekende fundament door aan zijn nakomelingen. Hij leverde indrukwekkende rijpaarden af met een mooi hoofd, een correct lichaam, goede proporties, de juiste diepte; sterk, droog beenwerk en elegante, soepele bewegingen.

Flügel heeft 57 goedgekeurde zonen gebracht:
Adloph Trak (1874), Gebhards Trak (1874), Herr Trak (1874), Picolo Trak (1874), Glarus Trak (1875), Patroclus Trak (1875), Globus Trak (1876), Pindus (1876), Discant Trak (1877), Eberhard (1877), Grossfürst Trak (1877), Hohenlohe Trak (1877), Honduras Trak (1877), Horeb Trak (1877), Jandro Trak (1877), Cantor Trak (1877), Egbert Trak (1877), Harz Trak (1878), Pars Trak (1878), Saphir Trak (1878), Eimer Trak (1879), Email Trak (1879). Günther Trak (1879), Holstein Trak (1879), Hoppen Trak (1879), Calvin Trak (1880), Dienstmann Trak (1880), Horus Trak (1880), Teppich Trak (1880), Cato Trak (1881), Gefreiter Trak (1881), Glaucus Trak (1881), Gneisenau Trak (1881), Passvan Trak (1881), Patrik Trak (1881), Sarastro Trak (1881), Strabo Trak (1881), Telemach Trak (1881), Atropus Trak (1882), Eldorado Trak (1882), Patagonier Trak (1882), Pirol Trak (1882), Satyr Trak (1882), Dorn Trak (1883), Egoïst Trak (1883), Emanuel Trak (1883), Grimmig Trak (1883), Parvenu Trak (1883), Laurus Trak (1885), Ehrenritter Trak (1886), Mazarin Trak (1886), Athanasius Trak (1887), Eggenberg Trak (1887), Fridolin Trak (1887), Janhagel Trak (1887), Christoph Trak (1888) en Manlius Trak (1888).

Van de zonen van Flügel heeft Passvan Trak raakvlakken met de moderne paardenfokkerij.

Flügel’s dochter Teschen Trak is de derde moeder van de belangrijke Trakehner hengst Tempelhüter Trak (1904, V. Perfectionist xx).

 

 

1.1.1.  Passvan Trak DE 331198062781

 

Passvan Trak (V. Flügel Trak) is een bruine hengst met een stokmaat van 159 cm.
Hij is in 1881 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
Zijn moeder is de vos merrie Palme Trak (1965, V. Durchlaucht xx). Zij is ook de moeder van de hengst Paladin (1874, V. Adonis Trak).
Tweede moeder van Passvan is de donkere vos Palindrome Trak (1852, V. Reprobate Trak). Passvan heeft een afstamming die, gerekend over acht generaties, voor 81,25 % bestaat uit Engels- en Arabisch volbloed.

Passvan is in de jaren 1885 tot en met 1889 voor de fokkerij ingezet op het Hauptgestüt Trakehnen en van 1890 tot en met 1910 op het Landgestüt Insterburg. Insterburg heet tegenwoordig Tsjernachovsk en ligt midden in de Russische oblast Kaliningrad.
Passvan is op 15 juli 1910 wegens ouderdomsgebreken gedood.

Passvan heeft volgens de gegevens van All Breed Pedigrees tien zonen gebracht die zijn ingezet voor de fokkerij, waarvan de hengst Elwin Trak een verbinding heeft met de hedendaagse rijpaardenfokkerij.

Van Passvan is dochter Laura Trak (1905) de moeder van de Trakehner stempelhengst Dampfross Trak (zie de pagina Dampfross op deze website).

 

 

1.1.1.1.  Elwin Trak

 

Elwin Trak is een donkerbruine hengst met een stokmaat van 158 cm. Hij is in 1887  geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Elwin is de vos Emilia Trak (1881, V. Hector xx) en tweede moeder is de zwarte Editha Trak (1874, V. Journey Trak).
Gerekend over acht generaties heeft Elwin een afstamming met 76.6 % Engels- en Arabisch volbloed en 17,2 % Trakehner bloed.

Volgens landstalmeester Von Frankenberg was Elwin een mooie, goed gespierde hengst met veel breedte en diepte. Hij had een klein maar mooi hoofd, een hele mooie hals die er goed op stond, een goede schouderligging, een mooie diepte, een goede schoft, een goede krachtige rug, een mooie lange croupe en een goede staartinplant. De onderarm en het onderbeen waren breed en goed bespierd en de pijpen kort en krachtig. De bewegingen van de hengst waren voldoende ruim en regelmatig. In zijn totaliteit zou Elwin iets groter mogen zijn.
Elwin fokte uiteenlopend, Hij bracht zo nu en dan een heel groot paard maar vaak

bleven zijn nakomelingen te klein.
In het voorjaar van 1896 kreeg Elwin last van kankerachtige gezwellen aan de borst. Hij is daar een paar keer aan geopereerd, maar is er in oktober 1896 aan overleden

Elwin is op het Hauptgestüt Trakehnen vooral gebruikt voor het dekken van dochters van volbloedhengsten. Van hem zijn zestien zonen geregistreerd, waarvan Argument Trak van belang is geweest voor de huidige rijpaardfokkerij.

 

 

1.1.1.1.1.  Argument Trak

 

Argument Trak (V. Elwin Trak) is een donkerbruine hengst met een stokmaat van 164 cm. Hij is in 1896 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
Argument is een broer van de hengst Argonaut Trak (1893), die zeventien jaar voor de fokkerij beschikbaar is geweest op het Landgestüt Gudwallen, dat tegenwoordig Lwowskoje heet en in het zuidoosten van de Russische oblast Kaliningrad ligt.

De moeder van beide hengsten is de zwartbruine merrie Argo Trak (1886, V. Tunnel Trak) en tweede moeder is Area Trak (1877, V. Marsworth xx). Aria is ook de tweede moeder van de zwarte hengst Arius Trak (1891, V. Barometer Trak).
Gerekend over acht generaties heeft Argument een afstamming met 75,0 % Engels- en Arabisch volbloed en 21,9 % Trakehner bloed.

Volgens de overlevering was Argument een grote, sterke hengst met veel adel. Hij had mooie lange lijnen en veel diepte. Voor had hij een toontredende stand. Zijn bewegingen waren erg vlot.

Argonaut is van 1900 tot en met 1915 voor de fokkerij beschikbaar geweest op het Landgestüt Insterburg (nu Tsjernachovsk in de Russische oblast Kaliningrad), waar hij vrijwel uitsluitend Oost-Pruisische merries heeft gedekt.

Voor de link met de moderne rijpaardenfokkerij is zijn zoon Elsässer O.Pr. van belang.

 

 

1.1.1.1.1.1. Elsässer O.Pr. N 808

 

 

Elsässer O.Pr (V. Argument Trak) is een donkerbruine hengst met een stokmaat van 160 cm. Hij is in 1904 geboren.
De moeder van Elsässer is de zwarte merrie Elastic O.Pr. (1887, V. Waidmannsheil xx) en tweede moeder is de warmbloedmerrie Miss Ellen (1866, V. Knight of Kars xx). De moederlijn loopt terug naar een Engelse huntermerrie, waarvan de afstamming niet bekend is.
Gerekend over acht generaties heeft Elsässer een afstamming met 71,9 % Engels volbloed, 14,1 % Trakehner bloed en 12,5 % Engels Hunterbloed (met vermoedelijk meer Engels volbloed)

Elsässer is van 1908 tot en met 1922 voor de fokkerij beschikbaar gesteld door het Landgestüt Georgenburg, dat een voortzetting is van het Landgestut Insterburg. Insterburg en Georgenburg vormden één plaats gescheiden door de rivier Angrapa.

Elsässer is eind december 1922 overgeplaatst naar het Hauptgestüt Trakehnen en is daar in 1923 en 1924 ingezet voor de fokkerij. Op 24 september 1924 is hij overleden.

Elsässer was een hengst met een enigszins dikke hals en een schuine schouder; achter de schoft viel de rug wat in en het kruis was recht. Hij had veel diepte, een sterk fundament en zeer goede bewegingen.

Elsässer fokte zeer divers. Via een zeer gerichte merriekeuze is het Hauptgestüt er in geslaagd enkele goede nakomelingen van de hengst te fokken, waaronder de hengst Tauentzien Trak.

 

 

1.1.1.1.1.1.1.  Tauentzien Trak N 838

 

Tauentzien Trak (V. Elsässer Trak) is een zwartbruine hengst met een stokmaat van 169 cm. Hij is in 1925 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Tauentzien is de zwartbruine merrie Taktik Trak (1917, V. Dalys xx). Zij is ook de moeder van de hengst Tacitus Trak (1929, V. Dampfross Trak), die voor de fokkerij van weinig betekenis is geweest.
Tweede moeder van Tauentzien is de bruine Thronfolgerin Trak (1907, V. Perfectionist xx).
Gerekend over acht generaties heef Tauentzien een afstamming met 76,6 % Engels volbloed en 16,4 % Trakehner bloed.

Tauentzien was een opvallend grote en sterke hengst met grote lijnen. Hij had een groot hoofd en veel hals. Zijn kruis was tamelijk recht en hij had sterke benen met voldoende scherpe spronggewrichten. Links voor was hij enigszins toontredend. Zijn bewegingen waren voldoende.

Tauentzien is van 1928 tot en met 1932 op het Hauptgestüt Trakehnen gebruikt voor de fokkerij. In 1933 is hij door het Landgestüt Braunsberg (nu Braniewo aan de Oostzeekust n Polen) op de dekstation Schönwiese geplaatst, waar hij op 4 juli 1933 is overleden.

Volgens dr. Geuer werd verwacht dat Tauentzien kracht aan de fokkerij zou toevoegen, maar dat is niet uitgekomen. De meeste nakomelingen hadden een matig type, een voos gestel en, op enkele uitzonderingen na, niet veel looplust.
De fokmerries van Tauentzien voldeden in de fokkerij niet aan de verwachtingen.

Van Tauentzien zijn de zonen Johanniter Trak (1930), Salmuth Trak (1930), Sardinier Trak (1930), Troll Trak (1930), Salzbach Trak (1931), Trost Trak (1931) en Jocus Trak (1932) bekend. Van hen is Jocus van belang geweest voor de na-oorlogse paardenfokkerij.

 

 

1.1.1.1.1.1.1.1.  Jocus Trak  DE 309090370632

 

Jocus Trak (V. Tauentzien Trak) is een schimmel hengst met een stokmaat van 166 cm. Hij is in 1932 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
Jocus is een broer van de hengst Johanniter Trak (1930), die in Duitsland de verwachtingen in de fokkerij niet heeft waargemaakt en in 1945 als oorlogsbuit is afgevoerd naar Rusland.
De moeder ven beide hengsten is de schimmel merrie Jocaste Trak (1923, V. Cancara Trak). Zij is ook de moeder van de hengst Justinian Trak (1929, V. Dampfross Trak), die is ingezet in de Trakehner fokkerij.

Tweede moeder van Jocus is de vos Inga Trak (1918, V. Polarfischer Trak).
Gerekend over acht generaties heeft Jocus een afstamming met 77,3 % Engels- en Arabisch volbloed en 19,5 % Trakehner bloed.

Jocus heeft in 1934 en 1935 in Zwion deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van een jaar. Zijn stap, draf en galop zijn daarbij beoordeeld als zeer goed. Ook zijn functionele lichaamsbouw (Konstitution) en zijn temperament zijn beide als zeer goed beoordeeld. Als veulen heeft Jocus een blessure aan het spronggewricht opgelopen waardoor hij een hekel heeft aan het achterwaarts gaan. In het terrein presteert hij voortreffelijk.

Jocus heeft van 1936 tot en met de zomer van 1944 op het Landgestüt Marienwerder
gestaan. Marienwerder heet tegenwoordig Kwidzyn en ligt circa 50 km ten zuiden van Gdansk in Polen. In 1944 is de hengst geëvacueerd maar het Landgestüt Halle – Kreuz in Saksen-Anhalt, waar hij in 1946 en 1947 weer beschikbaar is gesteld voor de fokkerij. Jocus is op 17 maart 1957 gedood.

Over de nakomelingen van Jocus is niet veel bekend, maar zijn zoon Major Trak is een succesvolle hengst geworden.

 

 

1.1.1.1.1.1.1.1.1. Major  Trak DE 309090015847

 

Major Trak (V. Jocus Trak) is een donkerbruine hengst met een stokmaat van 158 cm. Hij is in 1947 is geboren en gefokt door D. von Lenski uit Ritterhude, dat tien km ten noorden van Bremen in Nedersaksen ligt.
De moeder van Major is de zwarte merrie Mercedes O.Pr. (1941, V. Alarm Trak) en tweede moeder is de zwarte Marne O.Pr. (1918, V. Carol O.Pr.).
Gerekend over acht generaties heeft Major Trak een afstamming met 50% Engels- en Arabisch volbloed en 35,2 % Trakehner volbloed.

Major is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en is van 1959 tot 1974 actief geweest in de fokkerij.

Twee dochters van Major zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden:

Mazurka II Trak, 1962, vos, MV. Altan Trak, is de moeder van de hengst Mumpitz Trak (1971, V. Postmeister Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en

Hermine Trak, 1967, vos, MV. Abendstern Trak, is de moeder van de hengst Herztrumpf Trak (1972, V. Tannenberg Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner- en het BWP stamboek.

Van de zonen zijn Malachit Trak (1962), Magister Trak (1963), Hermes Trak (1964), Postmeister Trak (1966) en Harlekin Trak (1967) actief geweest in de fokkerij.

 

 

M.1.   Malachit  Trak DE 309090015963 / KWPN 102 Stb

 

Malachit Trak (V. Major Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 167 cm. Hij is op 21 december 1962 geboren en is gefokt door E. Voigt uit Elmlohe-Marschkamp, dat 10 km ten noordoosten van Bremerhaven in het noorden van Nedersaksen ligt.
Malachit is een broer van de hengst Magister Trak (1964, zie hfdst. M.2.).
De moeder van beide hengsten is de schimmel Marjanka Trak (1953, V. Altan Trak). Zij is ook de tweede moeder van de hengst Mumpitz Trak (1971, V. Postmeister Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek.

Tweede moeder van Malachit en Magister is de maar 154 cm grote schimmel Mascotte O.Pr. (1938, V. Adamas ox).
Gerekend over acht generaties heeft Malachit een afstamming met tenminste 43,75 % Engels- en Arabisch volbloed en tenminste 43,75 Trakehner bloed.

Malachit is in het najaar van 1965 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek en heeft in 1966 in Westercelle deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek.

In het Trakehner Hengstenboek wordt over Malachit vermeld dat de hengst indrukwekkend is in zijn uiterlijk en het uitgesproken rijpaardtype heeft. Hij heeft een lange, goed gedragen hals, een zeer goede bovenlijn en voldoende sterk en correct beenwerk. Malachit is over zijn gehele lichaam tamelijk smal gebouwd. Hij heeft

prachtige bewegingen met veel souplesse. Zijn nakomelingen hebben vaak zijn knappe type en veel persoonlijkheid.

Malachit is tot en met 1972 in Duitsland beschikbaar geweest voor de fokkerij en is toen verkocht naar Nederland. De nieuwe eigenaar was de heer Van Tuyl uit Gameren, dat bij Zaltbommel in de Betuwe ligt.

In 1973 heeft het KWPN de hengst tijdens de hengstenkeuring in Utrecht goedgekeurd en, omdat de namen van de paarden bij het KWPN met een vaste letter per geboortejaar moeten beginnen, hem de naam D. Malachit gegeven.

In augustus 1976 heeft het KWPN een groep veulens, enters en twenters van D. Malachit beoordeeld. Het stamboek heeft daarover gerapporteerd dat de getoonde afstammelingen in het algemeen voldoende maat en volume hadden. Bij de veulens waren de achterbenen vaak wat lang en krom terwijl in enkele gevallen het voorbeen wat teer en de stand wat steil was. De 2-jarigen vertoonden een goede uniformiteit en moesten als de beste groep worden beschouwd. Voor alle jaargangen geldt de opmerking dat de stap voldoende goed is. In draf wordt te weinig schoudervrijheid getoond en is de beweging achter te nauw en niet sterk. Onvoldoende stuwing. Ook de bemerking op de kniegewrichten moet voor alle jaargangen van kracht worden verklaard.

Op basis van het resultaat van het afstammelingenonderzoek is D. Malachit door het KWPN afgekeurd.

Na de afkeuring is Malachit in januari 1977 verkocht aan de Knoll Farm op Long Island in de Amerikaanse staat New York. Daar is hij tot en met 1984 beschikbaar geweest voor de fokkerij.  Van 1985 tot en met 1987 is Malachit beschikbaar geweest op de Galten Farms in Markham, dat bij Toronto in Canada ligt.
Na het dekseizoen 1987 is Malachit teruggetrokken uit de fokkerij.

In Duitsland zijn 192 nakomelingen van Malachit geregistreerd als wedstrijdpaard, waarvan er 101 geldprijzen hebben ontvangen. Het betreft 55 Trakehners, 38 Holsteiners, vijf Oldenburgers en drie Hannoveranen. Samen hebben ze € 68.828 gewonnen.

Het KWPN heeft in totaal 220 nakomelingen van Malachit geregistreerd.

Over de fokkerijresultaten in Noord Amerika is weinig informatie beschikbaar. All Breed Pedigrees meldt elf Trakehner nakomelingen die in of na 1978 zijn geboren.

Drie dochters van Malachit zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden:

Ballerina VII Trak, 1967, vos, MV. Wanderfalk xx, is de moeder van de hengst Belmont Trak (1978, V. Ith Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner- en het Beierse stamboek;

Waldimme Trak, 1967, bruin, MV. Korsar Trak, is de moeder van de hengst Waldvogt Trak (1983, V. Jolly Jinks S xx), die is goedgekeurd door het Trakehner- en het Rijnlandse stamboek en

Schlobitten Trak, 1968, zwartbruin, MV. Schöner Abend Trak, is de moeder van de hengsten Schiwago Trak (1974, V. Tannenberg Trak) en Holme Grove Solomon Trak (1986, V. Fernando Trak). Beide hengsten zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek.

Van de zonen van Malachit zijn Idool Trak (1967), Achat Trak (1968), Donaustein Trak (1968), Rossini Trak (1968), Artic Trak (1970) en Marius Holst (1970) goedgekeurd voor de fokkerij.

De hengst Artic Trak (MV. Carajan Trak) is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en is omstreeks 1980  verkocht naar Canada. Van Artic zijn negen nakomelingen bekend.

De andere zonen worden hieronder in afzonderlijke hoofdstukke besproken.

 

 

M.1.1.  Idool  Trak DE 309090750367 / KWPN 16 Stb

 

Idool Trak (V. Malachit Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 173 cm.
Hij is op 20 februari 1967 geboren en is gefokt door F.W. Dürre uit Linswege, dat bij Westerstede, circa 25 km ten noordwesten van Oldenburg, in Nedersaksen ligt.
De moeder van Idool is de bruine merrie Anka Trak (1963, V. Anteil Trak). Zij is ook de tweede moeder van de hengst Allways AWS (1987, V. Royal Ransom Trak), die is goedgekeurd door het Amerikaanse Warmbloed stamboek.

Tweede moeder van Idool is de donkerbruine Antilope Trak (1950, V. Wilder Jäger Trak). Zij is ook de moeder van de hengst Antares Trak (1055, V. Kobalt Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek.
Gerekend over acht generaties heeft Idool een afstamming met 53,1 % Trakehner bloed en 32,8 % Engels- en Arabisch volbloed.

Idool is in februari 1970 op de hengstenkeuring in Utrecht goedgekeurd door het KWPN. Hij is als tiende van vijftien goedgekeurde hengsten geplaatst en het KWPN heeft gemeld dat Idool een mooi gelijnde hengst is met een rijke verschijning. Hij is iets ondiep en smal in de borst. De bovenarm zou nog iets gespierder moeten zijn.

Van 13 oktober tot 15 december 1970 heeft Idool in Deurne deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek. Daarbij is hij gewaardeerd met een acht voor de conditie, 8,67 punten voor de rijproef, 7,5 punten voor het vrij springen en zes punten voor het springen onder het zadel, 6,6 punten voor de trekproef, negen punten voor de terreinproef en 6,5 punten voor de algemene indruk. In totaal behaalde hij 151,31 punten. Van de acht rijpaardhengsten die in het najaar van 1970 in Deurne het verrichtingsonderzoek hebben voltooid is Idool als zesde geëindigd.
In totaal hebben 27 rijpaardhengsten uit de I-jaargang aan het verrichtingsonderzoek deelgenomen en daarvan is Idool in punten als zeventiende geëindigd.
De verrichtingsjury heeft gemeld dat Idool een hengst is met een gevoelig maar goed karakter. Hij heeft een behoorlijke verrichting afgelegd met wat weinig stuwkracht in de achterhand. Idool is een uitstekend terreinpaard.

Op de hengstenkeuring 1971 is Idool als twaalfde van zestien rijpaardhengsten geplaatst en is een tweede premie aan hem toegekend. Het KWPN heeft daarbij gemeld dat Idool meer foktype zou moeten hebben. Zijn voorhand is bijzonder fraai.
In een zadelrubriek is Idool als zesde van zes deelnemende hengsten geplaatst.

In augustus 1973 heeft het KWPN een groep veulens, enters en twenters van Idool beoordeeld.
Daarover is gerapporteerd dat Idool zijn eigen type duidelijk doorgeeft aan zijn nakomelingen. De halzen zijn soms wat arm gespierd. De bewegingen zouden sterker en soepeler kunnen zijn, speciaal bij de veulens. De oudere nakomelingen waren hier beduidend beter. Diverse nakomelingen hebben weinig buiging in het spronggewricht, wat bij meerdere Trakehners wordt geconstateerd. Bij de veulens liet de bouw en de stand van het achterbeen nog wel eens te wensen over. Bij de enters en twenters waren op dit punt geen bemerkingen. Zij vertoonden voldoende sterke en ruime bewegingen, maar gingen soms echter bijna te vlak.

In oktober 1976 heeft het KWPN Idool voor een periode van drie jaren goedgekeurd en in oktober 1979 is de hengst afgekeurd omdat hij overbodig was geworden.

Het KWPN heeft 1001 nakomelingen van Idool geregistreerd. Van de dochters zijn er 126 als fokmerrie ingeschreven in het stamboek, waaronder 33 stermerries en tien keurmerries.
Drie dochters hebben het predicaat preferent en ontvangen en drie zijn prestatiemerrie geworden.

De zoon Norlando KWPN is goedgekeurd voor de fokkerij.

Volgens het door het KWPN gepubliceerde genetisch profiel heeft Idool in 2021 een dressuurindex van 79 met een betrouwbaarheid van 68 % en een springindex van 64 met een betrouwbaarheid van 50 %.

 


M.1.1.1.  Norlando KWPN 151 Stb

 

Norlando KWPN (V. Idool Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 169 cm. Hij is op 22 april 1972 geboren en is gefokt door D. Werther uit Sprang-Capelle, dat tussen Waalwijk en Kaatsheuvel in Noord-Brabant ligt.
De moeder van Norlando is de vos stermerrie Fiduna Sgldt (1964, V. Olaf van Wittenstein Sgldt) en tweede moeder is de bruine Riduna Sgldt kroon preferent kern (1952, V. Karolus van Wittenstein Sgldt).
Riduna is ook de moeder van de hengst Imperator KWPN (1967, V. Amor Holst), die wegens cornage geen bijdrage aan de fokkerij heeft kunnen leveren.
Gerekend over acht generaties heeft Norlando een afstamming met 33,6 % Trakehner bloed, 13,2 % Selle Français bloed, 12,5 % Engels- en Arabisch volbloed en 11,7 % Gelders bloed.
Norlando is in februari 1975 op de hengstenkeuring in Utrecht door het KWPN goedgekeurd voor de fokkerij, waarbij hij als 18e van 36 goedgekeurde rijpaardhengsten is geplaatst. Het KWPN heeft daarbij gemeld dat Norlando iuit een Utrechtse merrielijn komt, die via Noord-Holland in Brabant terecht is gekomen. De Trakehner hengst Idool sloot goed aan op de forse moederlijn. Norlando is een sterk gebouwde hengst met een goede breedte en diepte. De totaalindruk zou nog iets rijtypischer moeten zijn.

Norlando heeft van 8 september tot 8 november 1975 in Sleen deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek. Daarbij is hij gewaardeerd met zeven punten voor de rijproef, zes punten voor het vrij springen, zeven punten voor het springen onder het zadel, negen punten voor de aangespannen proef, zes punten voor de terreinproef, zes punten voor het karakter en acht punten voor het stal- en trainingsrapport. In totaal behaalde Norlando 137,0 punten, waarmee hij 20e is geworden van de 28 hengsten die het volledige onderzoek hebben afgewerkt.

Over de prestaties in het onderzoek is gerapporteerd dat Norlando aanvankelijk goede vorderingen maakte. Na enkele weken begon hij minder actief te lopen hoewel hij goed zijn best deed. Zijn vorderingen werden toen minder. In de tweede helft van het onderzoek vorderde hij weer goed. Hij heeft een goede aanleg als spring-, dressuur- en terreinpaard en de bereidheid om te werken is aanwezig.
Bij aankomst in het onderzoekcentrum heeft Norlando een brandwond aan de lippen en de mondhoek. Tijdens het vrij springen zoekt hij steeds naar een uitweg uit manege. Tijdens vrije oefeningen en op stal is hij wat bijterig. Het verdere gedrag op stal en tijdens het werk is normaal.

Bij de hengstenkeuring in februari 1976 is Norlando als vijftiende van zeventien rijpaardhengsten geplaatst. Het KWPN heeft daarbij gemeld dat Norlando een hengst is met goede lichaamsverhoudingen en een goede maat. Achter zou hij wat sterker moeten zijn.

In 1978 zouden de nakomelingen van Norlando worden beoordeeld, maar de toenmalige eigenaar heeft besloten geen afsammelingen te tonen, waardoor Norlando voor 1979 geen dekbewijs meer heeft ontvangen.

Het KWPN heeft 118 nakomelingen van Norlando geregistreerd.

 

 

M.1.2.  Achat Trak DE 309090023768

 

Achat Trak (V. Malachit Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 168 cm. Hij is op 30 november 1967 geboren en is gefokt door stoeterij Webelsgrund in Springe, dat circa 25 km ten zuiden van Hannover in Nedersaksen ligt.
De moeder van Achat is de vos merrie Atlantis Trak (1956, V. Humboldt Trak). Zij is ook de moeder van de hengst Admiral Trak (1966, V. Karaat Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek.

Tweede moeder van Achat is de zwarte Atlanta Trak (1950, V. Hansakapitän Trak).
Gerekend over acht generaties heeft Achat een afstamming met 51,6 % Trakehner bloed en 35,2 % Engels- en Arabisch volbloed.

Achat is in het najaar van 1970 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Hij is tot omstreeks 1991 beschikbaar geweest voor de fokkerij.

In Duitsland zijn 88 nakomelingen geregistreerd als wedstrijdpaard. Zij hebben samen een winsom van € 29.916.

 

 

M.1.3. Donaustein Trak DE 309090025368

 

Donaustein Trak (V. Malachit Trak) is een bruine hengst met een stokmaat van 167 cm. Hij is op 23 december 1967 geboren en is gefokt door Curt Krebs – Schimmelhof uit Hamburg.

De moeder van Donaustein is de zwarte elitemerrie Donaulied Trak (1960, V. Boris Trak). Zij is ook de moeder van de hengsten Donauwind Trak (1965, V. Pregel Trak, zie eigen pagina) en Muchamp Danube Trak (1969, V. Isenstein Trak) en ze is de tweede moeder van de hengsten Donetz Trak (1972, V. Ertzsand Trak) en  Donaufürst Trak (1984, V. Mahagoni Trak). Alle genoemde hengsten zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek en Donauwind is ook door het Deense stamboek goedgekeurd.

Tweede moeder van Donaustein is de schimmel Donau vom Schimmelhof Trak elite (1951, V. Hansakapitän Trak). Zij is ook de moeder van de hengst Donar Trak (1963, V. Pregel (Trak) en ze is de tweede moeder van de hengsten Donauschimmer Trak (1969, V. Valentin Trak) en Donaustrom Trak (1970, V. Morgenglanz Trak), Alle drie genoemde hengsten zijn goedgekeurd door het Trakehner stamboek.
De moederlijn is vanaf de vierde moeder volbloed Arabisch.

Gerekend over acht generaties heeft Donaustein aan afstamming met 58,6 % Trakehner bloed en 31,3 % Engels- en Arabisch volbloed.

Donaustein is in het najaar van 1970 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek en is tot rn met 1992 actief geweest in de fokkerij.

In Duitsland zijn 182 nakomelingen van Donaustein geregistreerd als wedstrijdpaard. Zij hebben samen € 53.039 gewonnen.

 

 

M.1.4. Rossini  Trak DE 309090031768

 

Rossini Trak (V. Malachit Trak) is een bruine hengst met een stokmaat van 164 cm. Hij is op 8 mei 1968 geboren en is gefokt door Herbert Erdmann uit Stubbendorf, dat circa tien km ten westen van Lubeck in Sleeswijk-Holstein ligt.
De moeder van Rossini is de schimmelmerrie Roswitha Trak (1958, V. Komet Trak, zie eigen pagina) en tweede moeder is de schimmel Roshalde Trak (1953, V. Famulus Trak, zie eigen pagina). Roshalde is ook de moeder van de hengst Rosenberg Trak (1962, V. Sterndeuter Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en het KWPN.

Gerekend over acht generaties heeft Rossini een afstamming met tenminste 49,2 % Trakehner bloed en tenminste 34,4 % Engels- en Arabisch volbloed.

Rossini is in het najaar van 1970 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Hij is tot omstreeks 1990 beschikbaar geweest voor de fokkerij.

In Duitsland zijn 109 nakomelingen van Rossini geregistreerd als wedstrijdpaard. Zij hebben samen € 19.598 gewonnen.

 


M.1.5. Marius  Holst DE
321214763170

Marius Holst (V. Malachit Trak) is een schimmel hengst die in 1970 is geboren.
Hij is gefokt door Otto Bernschneider uit Diekhof, dat circa tien km ten westen van Plön en 20 km ten zuiden van Kiel in Sleeswijk-Holstein ligt.
De moeder van Marius is de schimmel Sensation Holst (1958, V. Matador Holst) en tweede moeder is Ahne Holst (V. Maki II Holst).
Gerekend over acht generaties heeft Marius een afstamming met 35,9 % Holsteins bloed, 27,3 % Trakehner bloed en 16,4 % Engels- en Arabisch volbloed.

Marius is omstreeks 1976 goedgekeurd door het Baden-Württembergse stamboek en is tot 1982 beschikbaar geweest voor de fokkerij.

In Duitsland zijn vijftien nakomelingen van Marius geregistreerd als wedstrijdpaard.

 


M.2.  Magister  Trak DE 309090029764

 

Magister Trak (V. Major Trak) is een schimmel hengst met een stokmaat van 166 cm. Hij is op 22 december 1973 geboren en is gefokt door E. Voigt uit Elmlohe-Marschkamp, dat 10 km ten noordoosten`van Bremerhaven in het noorden van Nedersaksen ligt.
Magister is een broer van de hengst Malachit Trak (1963; zie hfdst. M.1.).
De moeder van beide hengsten is de schimmel Marjanka Trak (1953, V. Altan Trak). Zij is ook de tweede moeder van de hengst Mumpitz Trak (1971, V. Postmeister Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek.

Tweede moeder van Malachit en Magister is de maar 154 cm grote schimmel Mascotte O.Pr. (1938, V. Adamas ox).
Gerekend over acht generaties heeft Magister een afstamming met tenminste 43,75 % Engels- en Arabisch volbloed en tenminste 43,75 Trakehner bloed.

Magister is in het najaar van 1966 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Hij is tot 1976 beschikbaar geweest voor de fokkerij.
In Duitsland zijn 191 nakomelingen van Magister geregistreerd als wedstrijdpaard.
Zij hebben samen een winsom van  € 115.364.

Negen dochters van Magister zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden:

Feurige Oldbg, 1969, schimmel, MV. Heros Trak, is de moeder van de hengst Fuego Trak (1989, V. Sarafan Trak), die is goedgekeurd door het ZfdP;

Blinka Trak staatspremiemerrie, 1970, MV. More Magic xx, is de moeder van de hengst Freischütz Oldbg (1974, V. Furioso II SF), die is goedgekeurd door het Oldenburgse – en het ZVCH stamboek;

Fantina Oldbg, 1970, bruin, MV. Oriënt Oldbg, is de moeder van de hengst Firmament Oldbg (1982, V. Futuro SF), die is goedgekeurd door het Oldenburgse stamboek;

Rikki IV Oldbg, 1970, MV. Edelbert Oldbg, is de moeder van de hengst Fürst Oldbg (1974, V. Furioso II SF), die is goedgekeurd door het Oldenburgse stamboek;

Taika Trak, 1970, bruin, MV. Semper Idem Trak, is de moeder van de hengst Tizian Trak (1980, V. Harnisch Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek;

Beatrine Trak, 1971, zwart, MV. Miracolo xx. Is de moeder van de hengst Beatos Trak (1976, V. Kosmos Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek;

Erle Oldbg, 1972, vos, MV. Ernö Hann, is de moeder van de hengst Fingal Oldbg (1978, V. Furioso II SF), die is goedgekeurd door het Oldenburgse stamboek;

Schöne Maid Trak, 1972, schimmel, MV. Herbststurm Trak, is de moeder van de hengst Schneekönig Trak (1985, V. Deadly Nightshade xx), die is goedgekeurd door het Trakehner- en het Beierse stamboek en

Isabella Hess, 1974, palomino, MV. Imker I Badwu, is de moeder van de hengsten Morgengold I Zw (1988, V. Malteser Gold Hess) en zijn broers Mangold Zw (1991) en Morgengold II Zw (1993), die alle drie zijn goedgekeurd door het ZfdP.

De Magister dochters Goldie Oldbg (1970) en Laetitia Oldbg (1972) zijn de tweede moeders van respectievelijk de hengsten Iglesias KWPN (1990, V. Rubinstein I Westf) en Don Primaire KWPN (1992, V. Donnerhall Oldbg), die beiden zijn goedgekeurd door het KWPN.

Magister’s zonen Malteser Oldbg (1970), Marschall Oldbg (1972) en Engadin Trak (1977) zijn goedgekeurd voor de fokkerij.

De hengst Malteser Oldbg (MV. Marcio xx) is goedgekeurd door het Oldenburgse stamboek. Van de hengst zijn vier nakomelingen geregistreerd als wedstrijdpaard.

De hengst Marschall wordt verderop in de tekst besproken.

De hengst Engadin Trak (MV. Fähnrich Trak) is in 1979 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek. De hengst is niet veel gebruikt. De Horsetelex database noemt drie nakomelingen die in 1981 en 1982 zijn geboren.

 

 

M.2.1.  Marschall Oldbg DE 333330065672

Marschall Oldbg (V. Magister Trak) is een donkerbruine hengst met een stokmaat van 168 cm. Hij is in 1972 geboren en is gefokt door Josef Wernke uit Cloppenburg dat in Nedersaksen ligt.
De moeder van Marschall is de bruine staatspremiemerrie Elfenwache Hann (1956, V. Eindruck II Hann). Zij is ook de moeder van de hengsten Walerik Hann (1963, V. Weingau Hann) en Luciano Hann (1971. V. Lukas Hann) en ze is tweede moeder van de hengsten Lupus Hann (1972, V. Lukas Hann) en Laudon Hann (1976, V. Lukas Hann).
Walerik is goedgekeurd door het Letse stamboekl; Luciano door het Hannoveraanse- en het BWP stamboek; Lupus door het Rijnlandse stamboek en Laudon door het Hannoveraanse- en het Hessische stamboek.

Tweede moeder van Marschall is de  bruine staatspremiemerrie Feldmuschel Hann (1944, V. Feldmarschall Hann). Zij is ook de tweede moeder van de broers Souffleur Bavar (1968, V. Sudan xx) en Sudan Hann (1969).
Souffleur is goedgekeurd door het Beierse stamboek en Sudan door het BWP.

Gerekend over acht generaties heeft Marschall een afstamming met 46,9 % Hannoveraans bloed, 27,3 % Trakehner bloed en 18,0 % Engels- en Arabisch volbloed.

Marschall is in het najaar van 1974 goedgekeurd door het Oldenburgse stamboek en is van 1975 tot en met 1982 beschikbaar geweest voor de fokkerij,

In Duitsland zijn achttien nakomelingen van Marschall geregistreerd als wedstrijdpaard. Ze hebben samen € 12.435 gewonnen.

 

 

M.3.  Hermes Trak DE 309090009364

 

Hermes Trak (V. Major Trak) is een bruine hengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is op 27 februari 1964 is geboren en is gefokt door E. Voigt uit Elmlohe-Marschkamp, dat 10 km ten noordoosten van Bremerhaven in het noorden van Nedersaksen ligt.
De moeder van Hermes is de vos merrie Herzdame Trak (1953, V. Abendstern Trak). Zij is ook de tweede moeder van de hengst Herztrumpf Trak (1972, V. Tannenberg Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner- en het BWP stamboek.
Tweede moeder van Hermes is de vos Heide Trak (1947, V. Absinth Trak).
Gerekend over acht generaties heeft Hermes een afstamming met 54,7 % Trakehner bloed en 26,6 % Engels- en Arabisch volbloed.

Hermes is goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Voor zover bekend is hij alleen in 1969 actief geweest in de fokkerij.

In Duitsland zijn vijftien nakomelingen van Hermes geregistreerd als wedstrijdpaard. Zij hebben samen € 5.424 gewonnen.

Zijn zoon Hit Oldbg (1970, MV. Flag xx) is goedgekeurd door het Oldenburgse stamboek, maar is voor de fokkerij niet van betekenis geweest.

 

 

M.4.  Postmeister Trak DE 309090031167

 

Postmeister Trak (V. Major Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 170 cm. Hij is op 17 december 1966 geboren en is gefokt door Erich Voigt uit Walsrode, dat circa 20 km ten oosten van Verden in Nedersaksen ligt.
De moeder van Postmeister is de bruine merrie Petra Trak (1966, V. Sporn Trak) en tweede moeder is de vos Puppe Trak (1946, V. Wind ox).
Gerekend over acht generaties heeft Postmeister een afstamming met 39,8 % Engels- en Arabisch volbloed en 37,5 % Trakehner bloed. Van de afstamming in de achtste generatie is 12,5 % onbekend.

Postmeister is in het najaar van 1969 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Hij is van 1970 tot en met 1987 beschikbaar geweest voor de fokkerij.

De zonen Mumpitz Trak (1971), Wildfeuer Trak (1971), Peer Gynt Trak (1972), Tango Trak (1972) en Kokoschka Trak (1985) zijn goedgekeurd voor de fokkerij.

De hengsten Mumpitz, Wildfeuer en Kokoschka worden verderop in de tekst in afzonderlijke hoofdstukken.

De hengst Peer Gynt Trak (MV. Hansakapitän Trak) is goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Elf nakomelingen van hem zijn geregistreerd als wedstrijdpaard.

De hengst Tango Trak (MV. Impuls Trak) is goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Van de hengst zijn zeven nakomelingen geregistreerd als wedstrijdpaard.

In Duitsland zijn 88 nakomelingen van Postmeister geregistreerd als wedstrijdpaard. Zij hebben samen een winsom van € 40.670.

 

 

M.4.1.  Mumpitz Trak DE 309090043371

 

Mumpitz Trak (V. PostmeisterTrak) is een vos hengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is op 6 december 1970 geboren en is gefokt door Erich Voigt uit Walsrode, dat circa 20 km ten oosten van Verden in Nedersaksen ligt.
Mumpitz is ingeteeld op de hengst Major Trak, die zowel aan vaders- als aan moederkant zijn grootvader os en daarmee een inbreng heeft van 50 % in zijn erfelijke eigenschappen.
De moeder van Mumpitz is de vos merrie Mazurka II Trak (1962, V. Major Trak) en tweede moeder is de schimmel Marjanka Trak (1953, V. Altan Trak).

Gerekend over acht generaties heeft Mumpitz een afstamming met 49,2 % Trakehner bloed en 33,6 % Engels- en Arabisch volbloed.

Mumpitz is in het najaar van 1973 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Hij heeft van 1974 – 1976 en van 1983 – 1986 in Baden-Württemberg ter dekking gestaan en van 1988 – 1992 in Noordrijn-Westfalen.
In de jaren 1977 – 1982 is hij in sportwedstrijden uitgebracht.
Mumpitz is in 1992 overleden.

In Duitsland zijn 72 nakomelingen geregistreerd als wedstrijdpaard. Zij hebben samen een winsom van € 16.888.

 

 

M.4.2.  Wildfeuer Trak DE 309090044671

Wildfeuer Trak (V. Postmeister Trak) is een donkere vos hengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is op 22 maart 1971 geboren en is gefokt door Martin Sawatzki uit Bremerhaven, dat in het noorden van Nedersaksen ligt.
De moeder van Wildfeuer is de vos merrie Wildfee Trak (1967, V. Sterndeuter Trak). Tweede moeder is de bruine Wildrose Trak (1956, V. Cherusker xx). Zij is ook de tweede moeder van de hengst Widerhall Trak (1971, V. Index Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek.
Gerekend over acht generaties heeft Wildfeuer een afstamming met 43,75 % Engels- en Arabisch volbloed en 32,0 % Trakehner bloed.

Wildfeuer is in het najaar van 1973 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Hij is van 1974 tot en met 1991 actief geweest in de fokkerij.

Zijn zoon Pfeifen Trak (1982, MV. Schönfelder Trak) is geboren in de Verenigde Staten en is goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Zijn rol is de fokkerij is beperkt.

In Duitsland zijn 30 nakomelingen van Wildfeuer geregistreerd als wedstrijpaard. Zij hebben samen € 16.158 gewonnen.

 

 

M.4.3.  Kokoschka Trak DE 3090906032

 

Kokoschka Trak (V. Postmeister Trak) is een bruine hengst met een stokmaat van 169 cm. Hij is geboren op 14 december 1994 en is gefokt door Hermann Rahn uit Waldmohr, dat tien km ten noorden van Homburg in Rijnland-Palts ligt.
De moeder van Kokoschka is de bruine merrie Koblenz II Trak (1975, V. Kassio Trak) en tweede moeder is de schimmel Kortina Trak (1956, V. Famulus Trak, zie pagina Famulus op deze website).

Gerekend over acht generaties heeft Kokoschka een afstamming met 51,6 % Trakehner bloed en 33,6 % Engels- en Arabisch volbloed.

Kokoschka is in oktober 1987 in Neumünster  goedgekeurd door het Trakehner stamboek.
In 1988 heeft hij in Warendorf deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van 100 dagen. Hij behaalde daarbij 125,2 punten en is van de achttien deelnemende hengsten op de vierde plaats geëindigd.

In januari 1989 heeft het Rijnland-Palts-Saar stamboek Kokoschka goedgekeurd en in december 1992 heeft ook het Hannoveraanse stamboek de hengst goedgekeurd.

Kokoschka is tot en met 2000 in Duistland beschikbaar geweest voor de fokkerij en is daarna naar Oostenrijk gegaan.
Van de hengst zijn 44 dochters als fokmerrie ingeschreven n een Duits stamboek.

Dochter staatspremiemerrie Agatha Chrstie II Trak, 1989, bruin, MV. Seeadler Trak, is de moeder van de hengst Alter Fritz Trak (1995, V. Chardonnay Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner- en het Mecklenburgse stamboek.

Zoon Poker E Trak (1991) is goedgekeurd voor de fokkerij en wordt verderop in de tekst besproken.

Van Kokoschka zijn 97 nakomelingen geregistreerd als wedstrijdpaard. Zij hebben samen een winsom van € 40.696.

Kokoschka is in november 2004 overleden.

In 2021 heeft Kokoschka een dressuurindex van 103 met een betrouwbaarheid van 80 %.

 

 

M.4.3.1. Poker E Trak DE 309090611491

 

Poker E Trak (V. Kokoschka Trak) is een donkerbruine hengst met een stomaat van 165 cm. Hij is op 26 april 1991 geboren en is gefokt door Hans- Rudolf Fischer uit Speyer, dat 25 km ten zuiden van Ludwigshafen in Rijnland-Palts op de westelijke oever van de Rijn ligt.
De moeder van Poker E is de bruine merrie Poesie XI Trak (1984, V. Mahagoni Trak) en tweede moeder is de vos Patricia IV Trak (1969, V. Masur Trak).
Gerekend over acht generaties heeft Poker E een afstamming van 64,8 % Trakehner bloed en 25,7 % Engels- en Arabisch volbloed/

Poker E is in oktober 1993 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek. In de herfst van 1995 heeft hij in Warendorf deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van 100 dagen. Daarbij heeft hij 104,17 punten (8e plaats) behaald voor de dressuur, 119,60 punten (4e plaats) voor het springen en 113,69 punten (5e plaats) voor zijn totale prestatie. Aan het onderzoek hebben 20 hengsten meegedaan.
In februari 2005 heeft het Mecklenburgse stamboek Poker E erkend.

Poker E is tot en met 2009 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Van hem zijn zestien dochters, waaronder twee staatspremiemerries, ingeschreven in een Duits stamboek.

Zijn zoon Dajan Trak (2007, MV. Lamarc Trak) is in oktober 2009 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek. In het najaar van 2011 heeft hij in Redefin deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van 70 dagen. Daarbij is hij gewaardeerd met 6,64 (7,19) punten voor de dressuur, 6,94 (7.24) punten voor het springen en 6.78 (7,22) punten voor zijn totale prestatie. Tussen haakjes zijn de gemiddelde puntenaantallen vermeld van de 20 hengsten die aan het onderzoek hebben deelgenomen. Bij het onderzoek zijn zowel het karakter als het temperament van Dajan slechts met een zes gewaardeerd. Hij heeft het onderzoek als zestiende afgesloten. In de fokkerij heeft Dajan geen rol gespeeld.

In Duitsland zijn 45 nakomelingen van Poker E geregistreerd als wedstrijdpaard. Zij hebben samen een winsom van € 15.280.

Poker E heeft een dressuurindex van 91 met een betrouwbaarheid van 84 % en een springindex van 82 met een betrouwbaarheid van 73 %.

 

 

M.5.  Harlekin Trak DE 309090027367

 

Harlekin Trak (V. Major Trak)  is een donkerbruine hengst met een stokmaat van 161 cm. Hij is op 8 maart 1967 geboren en is gefokt door Erich Hundsdörfer uit Lintig, dat circa 20 km ten noordoosten van Bremerhaven in het noorden van Nedersaksen ligt.
De moeder van Harlekin is de vos merrie Hulla Trak (1957, V. Humboldt Trak). Zij is ook de tweede moeder van de hengst Highnoon Trak (1979, V. Insterruf Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek.
Tweede moeder is de donkerbruine Lottka Trak (1943), waarvan de verdere afstamming onbekend is.
Gerekend over acht generaties heeft Harlekin een afstamming met  33,6 % Engels- en Arabisch volbloed en 31,3 % Trakehner bloed. 25 % van de afstamming is –onbekend.

Harlekin is in het najaar van 1969 in Neumünster goedgekeurd door het Trakehner stamboek. Hij is van 1970 tot en met 1974 actief geweest in de fokkerij.

In Duitsland zijn 88 nakomelingen van Harlekin geregistreerd als wedstrijdpaard. Zij hebben samen een winsom van € 48.105.

 

 

2.  Lahire xx N564

Lahire xx (V. Sahama xx) is een bruine hengst met een stokmaat van 162 cm. Hij is in 1861 geboren en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Lahire xx is de vos merrie Luna xx (1845, V. Young Whalebone xx) en tweede moeder is de bruine Lunette xx (1829, V. Swiss xx).

Lahire xx is van 1865 tot en met 1872 voor de fokkerij ingezet op het Hauptgestüt Trakehnen. Daarna is hij van 1873 tot en met 1886 voor de fokkerij beschikbaar geweest op de staatsstoeterij in Gudwallen. Gudwallen heet tegenwoordig Lwowskoje en ligt in het zuidoosten van de Russische oblast Kaliningrad. Daarna is Lahire verkocht aan de fokker Von Rauter.

De database van All Breed Pedigrees noemt 39 nakomelingen van Lahire xx, waarvan de hengst Percival Trak (1867) invloed heeft gehad op de moderne paardenfokkerij.

 


2.1.  Persival Trak 1/311

 

Persival Trak (V. Lahire xx) is een vos hengst met een stokmaat van 165 cm.
Hij is in 1867 geboren  en is gefokt door het Hauptgestüt Trakehnen.
De moeder van Persival is de bruine merrie Peranga Trak (1852, V. Dromedon Trak). Zij is ook de tweede moeder van de hengst Pizzo Trak (1880, V. Tunnel Trak).
Tweede moeder van Persival is de lichtbruine Portia Trak (1944, V. Notabel Trak). Zij is ook de moeder van de hengsten Pacomo Trak (1884, V. Dromedon Trak) en Phaedon Trak (1858, V. Djalma Trak).
Gerekend over acht generaties heeft Persival tenminste 85,9 % Engels- en Arabisch volbloed.

Persival is van 1981 tot zijn dood in 1895 door het Landgestüt Georgenburg (nu Tsjernachovsk) beschikbaar gesteld voor de fokkerij.
Hij is in 1895 overleden.

Van Persival Trak zijn de zonen Capitain O. Pr (1881), Pilot O.Pr. (1884). Vorzug O. Pr (1886), Ivan O. Pr. (1887). Eremit O. Pr. (1888), Neckar O. Pr. (1888), Erkönig P. Pr (1989) en Vogel O. Pr. (1892) geregistreerd.
Van deze zonen zijn Pilot en Neckar van betekenis voor de huidige fokkerij.

 


2.1.1.  Pilot Oost Pruisen

 

Pilot O. Pr. (V, Persival O.Pr.) is een vos hengst die in 1884 is geboren. Hij heeft een stokmaat van 163 cm.
De moeder van Pilot is de zwarte merrie Picarde Trak (1871, V. Vorwärts Trak) en tweede moeder is Perle Trak (1858, V. Inspector x).
Pilot is ingeteeld op de hengst Sahama xx, die de grootvader is van zowel Persival O.Pr als van Picarde Trak en daarmee een inbreng heeft van 25 % in de erfelijke eigenschappen van Pilot.
Gerekend over acht generaties heeft Pilot een afstamming met tenminste 89,8 % Engels- en Arabisch volbloed.

Pilot is in Georgenburg (Tsjernachovsk) beschikbaar geweest voor de fokkerij. Maar van hem zijn maar weinig nakomelingen bekend. Van belang is zijn zoon Jung Pilot O. Pr (1986).

 


2.1.1.1.   Jung Pilot  O.Pr DE 3999938327

 

Jung Pirol O. Pr. (V. Pilot O. Pr) is een vos hengst die in 1896 is geboren.
Zijn moeder is de vos merrie Palme O. Pr, (1887, V., Ladislav Trak) en tweede moeder is de merrie Palota Trak (1868, V. Lahire xx).
Gerekend over acht generaties heeft Jung Pilot een afstamming met 81,25 % Engels- en Arabisch volbloed en 10,9 % Trakehner bloed.

Jung Pirol is van 1900 tot omstreeks 1920 actief geweest in de fokkerij.
Van hem zijn de zonen Andrea O. Pr. (1910). Pilgrim O. Pr. (1910), Peipus O. Pr. (1915). Pirol Trak (1918), Perkunos O.Pr. (1919) en Hildamar O. Pr. (1920) geregistreerd. Van deze zonen is Pirol van belang geweest voor de moderne paardenfokkerij.

 


2.1.1.1.1. Pirol Trak DE 309090028618

Pirol Trak (V. Jung Pilot O. Pr) is een vos hengst met een stokmaat van 162 cm. Hij is in 1918 geboren.
Zijn moeder is de vos merrie Hilda Trak (1904, V. Petros Trak) en tweede moeder is een dochter van de hengst Herold Trak (1872).
Gerekend over acht generaties heeft Pirol een afstamming met 59,4 % Engels- en Arabisch volbloed en 21,1 % Trakehner bloed. Van de afstamming is 12,5 % onbekend.

Pirol had als driejarige een prachtig exterieur en een riant voorkomen. Hij is op 27 april 1921 op een veiling voor de toenmalige topprijs van 100.000 Reichsmark gekocht door het Landgestüt Georgenburg en is in 1921 in Georgenburg beschikbaar gesteld voor de fokkerij.
Van 1922 – 1924 heeft de hengst op het Hauptgestüt Trakehnen gedekt. Daarover is vastgelegd dat Pirol een sterke, maar wat grove hengst was met grote afmetingen. Hij had voldoende hals, maar de schouder en schoft zouden opvallender moeten zijn. De hengst heeft ruim voldoende breedte en diepte en een enigszins aflopend kruis. Het voorbeen is bijzonder sterk, droog en gespierd. De spronggewrichten zouden langer en breder moeten zijn. De bewegingen zijn correct en hebben souplesse. Wat zijn exterieur betreft is Pirol een prima fokhengst.

In 1925 heeft Pirol op het Landgestüt Braunsberg (nu Braniewo) aan de Oostzeekust gestaan en van 1926 tot 1943 heeft hij weer op het Landgestüt Georgenburg gestaan. Op 1 juli 1843 is hij aan een fokker in Burenthal verkocht.

De nakomelingen van Pirol waren niet uniform, Sommigen waren scheef en/of hadden vervormde hoeven. Anderzijds heeft Pirol ook een aantal kwalitatief zeer goede fokmerries achtergelaten.

Dochter Abfahrt Trak (1923) is de tweede moeder van de hengst Abglanz Trak (1943, V. Termit Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner- en het Hannoveaanse stamboek.
Over Abglanz is op deze website een eigen pagina beschikbaar.

Dochter Ita Trak (1923) is de tweede moeder van de hengst Impuls Trak (1953, V. Humboldt Trak), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek.

Dochter Tropenzone Trak (1924) is de tweede moeder van de hengst Tropenwald Trak (1941), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek.

Abglanz heeft met de hengsten Absatz Trak (1960) –  Argentan Hann (1967) – Argentinus Hann (1980) – Thunder van de Zuuthoeve BWP (1996) een eigen hengstenlijn gevormd en dat heeft Tropenwald met Pregel Trak (1958) – Donauwind Trak (1965) – Abdullah Trak (1971) ook gedaan.

Van de zonen van Pirol  is Löwenherz Trak (1923) van belang geweest. Zijn dochter Mira II Trak (1940) is de tweede moeder van de hengst Marco Polo Trak (1962, V. Poet xx), die is goedgekeurd door het Trakehner stamboek en het NWP en later het KWPN.

 


2.1.2.  Neckar  O.Pr. DE 3311800195788

Neckar O. Pr. (V. Percival Trak) is een bruine hengst et een stokmaat van 165 cm. Hij is in 1888 geboren en is gefokt door het Landgestüt Georgenburg.
De moeder van Neckar is de merrie Naemi O, Pr. (1884, V. Atleth Trak) en tweede moeder is Nanny O. Pr. (1877, V. Belfort xx).
Gerekend over acht generaties heeft Neckar een afstamming met 76,6 % Engels- en Arabisch volbloed en 11,7 % Trakehner bloed.

Neckar is van 1892 tot en met 1887 voor de fokkerij beschikbaar gesteld door het Landgestüt Celle. Hij is in de herfst van 1887 overleden.

Van Neckar zijn de zonen Nikol Trak (1893), Nepal (1894), Nelusko Trak (1887) en Neckarau Trak (1898) geregistreerd. Van hen heeft Nelusko raakvlakken met de  moderne fokkerij.

 


2.1.2.1.  Nelusko  Hann DE 331180199297

Nelusko Hann (V. Neckar Trak) is een vos hengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is in 1897 geboren.
De moeder van Nelusko is de donkerbruine merrie Finette Hann (1890, V. Fiesco II Hann) en tweede moeder is een dochter van de hengst Augur II Trak.
Gerekend over acht generaties heeft Nelusko een afstamming met 64,1 % Engels- en Arabisch volbloed.

Nelusko is van 1900 tot en met 1925 voor de fokkerij beschikbaar gestekd door het Landgestüt in Celle, waarbij hij vrijwel altijd op het dekstation in Altenbruch, dat bij Cuxhaven in het noorden van Nedersaksen ligt, heeft gestaan.

Het Hannoveraanse stamboek heeft 49 zonen van Nelusko goedgekeurd voor de fokkerij en het Holsteinse stamboek één (Nelop Hann).

De goedgekeurde zonen zijn
Neffe Hann (1902), Negustro Hann (1902), Nestor I Hann (1902), Negustus Hann (1902), Nelumbo Hann (1903), Nennheim Hann (1903), Nerold Hann (1903), Nobelgardist Hann (1903), Norentin I Hann (1903), Nestorius I Hann (1904), Nebelhorn Hann (1905), Neding Hann (1905), Negustro Hann (1905), Nelator Hann (1905), Neo Hann (1905), Neroli I Hann (1905), Nealon I Hann (1905), Negro I Hann (1906), Negumbo Hann (1906), Nelidow Hann (1906), Nelus I Hann (1906), Nelus II Hann (1906), Nerino Hann (1906), Neroli II Hann (1906), Neulicht Hann (1906), Nenner Hann (1907), Neon Hann (1907), Nestor II Hann (1907), Neugold Hann (1907), Norentin II Hann (1907), Neleus Hann (1908), Nenostrow Hann (1908), Nestorius II Hann (1908), Neckebold Hann (1909), Neograph I Hann (1909),  Neujurist Hann (1909), Norentin III Hann (1909), Nehring II Hann (1910), Nenack Hann (1910), Nebelstern Hann (1911), Nerito Hann (1911), Nebelheim II Hann (1912). Nestroy Hann (1912), Neubarde Hann (1912), Neomyst Hann (1913), Nebukadnezar Ber-Brand (1914), Nebenius Hann (1915), Nelop Hann (1915), Negerkönig I Hann (1916), Negerkönig II Hann (1917), Nepote Hann (1918), Nebukadnezar Hann (1919) en Nebelkönig Hann (1921).

Tegen het einde van de 19e eeuw werd op het Hauptgestüt Trakehnen volop gebruik gemaakt van Engelse- en Arabische volbloedhengsten.
Het fokdoel van het Hannoveraanse paard in de jaren1900 – 1925 was vooral gericht op landbouw- en koetspaarden. In de transportwereld stond de vrachtauto nog in de kinderschoenen en in de landbouw is de mechanisatie pas na de Tweede Wereldoorlog op gang gekomen. Daarnaast vroeg het leger, mede wegens de Eerste Wereldoorlog, veel paarden.
Door de bloedopbouw van Nelusko hadden zijn nakomelingen een bloedopbouw met tenminste 30 % volbloed. Voor het gebruiksdoel was dat ruim voldoende.

Enkele zonen van Nelusko hebben een raakvlak met hengsten die circa 50 jaar later een rol in de fokkerij hebben gespeeld.

Dat betreft de hengsten Nelus I Hann, Nelusko II Hann en Nepote Hann,

Nelus I is de vader van de hengst Neumann Hann (1920) en die is de vader van de hengst Navarra Hann (1926). De merrie Havanna Hann (1945, V. Harun al Raschis ox) is een kleindochter van Navarra en tevens de tweede  moeder van de hengst Ramano Sprt (1963, V. Ramzes x).

Nelusko II is de vader van de hengst Nestoricus Hann (1912). Diens kleindochter Detlie Hann (1940, V. Detektiv Hann) is de tweede moeder van de hengst Flaneur Sgldt (1964, V. Apollo Sgldt).

Nepote is de vader van de merrie Neafenda Hann (1925) en die is de tweede moeder van de hengst Graf Hann (1941, V. Goldfisch II Hann).

Afgesloten op 18 maart 2022

Back To Top